Ziekte van het onderwijs is dat docenten vertrouwen op onderbuikgevoel

Interview | door Michiel Bakker
9 juni 2021 | Studenten hebben een gebrek aan metacognitieve vaardigheden, stellen Jean-Marie Molina en Ernada Koljenovic van de Hogeschool Rotterdam. In de Nederlandse onderwijskolom wordt hen namelijk nergens goed geleerd hoe ze moeten leren. De Toolkit Studentsucces van de Rotterdamse onderzoekers vertelt studenten en docenten wel hoe dat moet.
Ernada Koljenovic en Jean-Marie Molina van de Hogeschool Rotterdam ontwikkelden de Toolkit Studentsucces, waarmee ze studenten helpen met iets dan hen nooit geleerd is: leren leren. Beeld: Archief Ernada Koljenovic en Archief Jean-Marie Molina.

Tijdens de coronacrisis ontwikkelden Jean-Marie Molina Molina is wijsgerig pedagoog, algemeen- en gezinspedagoog, auteur en hoofddocent Studiesucces aan de Hogeschool Rotterdam. Ze is gespecialiseerd in onder meer: academische retentie, leren, studiesucces en academische prestaties, opvoeding en onderwijs van het kind, gezins- en relatie verhoudingen vanuit een theoretisch, historisch en intercultureel perspectief. In 2006 heeft ze haar eigen onderwijsmethode 'Tough Love' geïntroduceerd. , hoofddocent Studiesucces bij de Hogeschool Rotterdam, en hogeschooldocent Ernada Koljenovic de Toolkit Studentsucces. Met die toolkit helpen ze studenten met iets wat noodzakelijk is voor hun succes als student: leren leren. “We zijn allebei al jarenlang bezig met onderwijs en we hebben dagelijks contact met studenten”, vertelt Koljenovic. “Daarbij merken we al heel lang dat onze studenten eigenlijk kennis missen over hoe ze moeten leren.” 

Dat studenten binnen het hoger onderwijs al jarenlang naar school gaan, betekent niet dat ze weten hoe ze moeten leren, benadrukt Molina. Wie iets anders had verwacht, helpt ze vlot uit de droom. “Gemiddeld genomen weten niet alleen de studenten niet hoe ze moeten leren, ook de docenten op het hbo weten dat in het algemeen niet. Ook veel pabo-studenten, dus mensen die worden opgeleid om kinderen te onderwijzen, weten niet hoe ze moeten leren. En zelfs veel van de lerarenopleiders weten dat niet.” 

Ziektes van neuromythes en onderbuikgevoel 

Volgens Molina is dat gebrek een uiting van “een ziekte van het westerse onderwijssysteem”. Dat systeem heeft twee mankementen, vertelt ze; het onderbuikgevoel en neuromythes. “Docenten laten zich in hun dagelijkse onderwijspraktijk te vaak leiden door hun onderbuikgevoel. Onderwijs is een wetenschap, maar omdat onze dagelijkse onderwijspraktijk dat buiten beschouwing laat, doen we van alles en nog wat zonder te weten of het echt werkt”, is Molina kritisch.  

“Ten tweede kent ons systeem veel ‘neuromythes’, bijvoorbeeld het zelfontdekkend leren. In Nederland hoor je overal dat studenten iets beter zouden leren wanneer ze het zelf ontdekken. Dat is maar zeer de vraag. Er is maar nauwelijks wetenschappelijk bewijs voorhanden dat zegt dat zelfontdekkend leren studenten beter maakt.” Men stelt in Nederland impliciet de eis aan studenten dat ze zelfstandig hun leerproces moeten kunnen aansturen, legt Molina uit, terwijl studenten niet wordt aangeleerd hoe ze dat moeten doen. “Om zelfstandig te kunnen leren moeten we studenten eerst leren om zelfstandig te leren.” 

Onderwijsprobleem is een opvoedprobleem 

In haar uitleg noemt Molina het een opvoedprobleem en een pedagogisch-didactisch probleem. “Daarom noem ik het ook een westers probleem,” licht ze toe, “want in het westen richten wij ons voornamelijk op het individu. Doordat we in het westen zoveel aandacht besteden aan het individu dat moet presteren, wordt ons onderwijs geleid en gestuurd door een resultaatgerichtheid. Daardoor voeden we onze kinderen op met het idee dat ze niet mogen falen of dat dingen niet mogen mislukken – en áls ze falen, mag dat niet meer dan één of twee keer. Falen heeft een negatieve connotatie gekregen. Het wordt gebruikt om iets over de persoon van het kind te zeggen. Dat klopt echter niet. Falen zegt alleen iets over het verloop van zijn of haar leerproces.” 

"Onderwijs is een wetenschap, maar omdat onze dagelijkse onderwijspraktijk dat buiten beschouwing laat, doen we van alles en nog wat zonder te weten of het echt werkt."

Juist dat leerproces zou meer aandacht moeten krijgen, benadrukken de Rotterdamse onderzoekers, en dan met name de metacognitieve vaardigheden van studenten. Molina en Koljenovic, die respectievelijk al twaalf en veertien jaar bij de Hogeschool Rotterdam werken, weten namelijk uit hun ervaring met het begeleiden van studenten dat studievertraging vrijwel altijd te maken heeft met een tekort aan metacognitieve vaardigheden. “Als ik in een week tien van de studenten spreek die ik begeleid bij het afstuderen, missen tien van die tien studenten metacognitieve vaardigheden”, windt Molina er geen doekjes om. 

Metacognitieve vaardigheden maken je een beter mens 

“Metacognitieve vaardigheden beginnen al bij het inzicht van studenten dat ze het ene onderdeel makkelijker kunnen leren dan het andere,” legt Koljenovic uit, “of bij het bedenken of alles in de opdracht duidelijk is en er genoeg informatie beschikbaar is. Weten wat je doel is, wat er gevraagd wordt en hoe je daar komt – daar begint kritisch-analytisch denken. In de hele Nederlandse onderwijskolom ontbreekt de aandacht daarvoor. Ik moet studenten van de hogeschool dus zelfs nog begeleiden in het maken van een analyse van de opdracht; vaak kunnen ze dat niet zelfstandig.”  

Ook het welzijn en het succes van studenten begint bij de aandacht voor metacognitieve vaardigheden, leggen de onderzoekers uit. “Een nadeel van onze onderwijsaanpak is dat het er vaak toe leidt dat studenten niet kunnen wat we van hen verwachten”, herhaalt Molina. “We leren hen in feite alleen maar trucjes aan waarmee ze zichzelf professioneel kunnen presenteren, maar we leiden hen niet op tot zelfredzame en veerkrachtige professionals.” Daarbij komt nog dat het doel van het onderwijs niet alleen het opleiden van goede beroepsbeoefenaars is, voegt Koljenovic toe. “We moeten studenten helpen een beter mens te worden, en een beter mens worden begint bij te leren hoe je moet leren en denken, hoe je gebruikmaakt van je kritische en analytische denkvermogen.” 

Leren leren moet op de basisschool beginnen 

Het probleem van een tekort aan metacognitieve vaardigheden zou al goeddeels worden opgelost wanneer men kinderen reeds op de basisschool aanleert hoe ze moeten leren. “Het kritisch reflectieproces wordt dan beter”, vertelt Molina. Als voorbeeld van de huidige situatie geeft ze een student die aangaf niet gemotiveerd te zijn en vastliep met zijn scriptie. 

Meld u hier aan de ScienceGuide Nieuwsbrief

 

“Op een gegeven moment heb ik hem gevraagd of hij wel weet wat hij eigenlijk moet doen en of hij mij dat dan kan uitleggen”, vertelt ze. “Nee, was de conclusie. Zo’n student weet dus dat er uiteindelijk een product moet komen waarvoor hij alle materialen en gereedschappen heeft, maar hij weet niet wat hij ermee moet doen. Daar begint het; wij leren studenten niet om eerst kritisch te reflecteren op hun proces en dan een plan te maken. Weet een student wat er verwacht wordt en wat er moet worden gedaan? Weet een student welke gereedschappen nodig zijn en waar die te vinden zijn? Zo niet, dan moeten ze nog niet aan de slag gaan.” 

Innovatiedrang Nederlands onderwijs gaat ten koste van kwaliteit 

Hoewel het gebrek aan metacognitieve vaardigheden van studenten een groot probleem is, loopt Nederland volgens Koljenovic achter wat betreft de aandacht ervoor. “In de Angelsaksische wereld is men er allang mee bezig.” Ook wat betreft het onderzoek naar metacognitieve vaardigheden is de aandacht in Nederland beperkt, uitzonderingen als Marcel Veenman (Instituut voor Metacognitie Onderzoek) en Gino Camp (Open Universiteit) daargelaten. “Al onze kennis over professionalisering op dit gebied komt echter uit het buitenland”, illustreert Molina. 

“Ik zou willen dat alle docenten zich verantwoordelijk gaan voelen voor de impact die zij hebben op studenten."

Buiten Nederland wordt er minder ‘praterig’ over het onderwijs gedaan, ziet Molina als een van de redenen daarvoor. “In Nederland is er de voortdurende drang om te innoveren om het innoveren – nieuwe werkvormen, nieuwe methodes, altijd iets nieuws. We willen hier steeds het onderwijssysteem vernieuwen omdat het kapot zou zijn, maar er is niets mis met ons systeem.” Koljenovic bevestigt dit. “Belangrijker dan innovatie is het verbeteren van het huidige systeem”, valt ze Molina bij.  

“Stop met dat voortdurende innoveren richting de toekomst en geef eens aandacht aan iets wat je dít jaar al doet en extra aandacht nodig heeft. Probeer eerst eens iets nieuws binnen het huidige systeem, kijk wat dat opbrengt, evalueer goed, en pas het systeem aan waar het nodig is.”   

“Als míjn studenten falen, doe ook ík iets niet goed” 

In het succes van studenten spelen docenten een belangrijke rol. Daarom is de Toolkit Studentsucces ook gericht op docenten. “Ik zou willen dat alle docenten zich verantwoordelijk gaan voelen voor de impact die zij hebben op studenten”, zegt Molina. “Wij vertellen docenten dat ze zich elke dag moeten afvragen wat hun impact op hun studenten is, en hoe ze die impact zo groot mogelijk kunnen maken. Als het in het onderwijs goed gaat, rekenen we dat namelijk altijd onszelf toe, maar als het even niet goed gaat, zou dat altijd aan de student liggen. Nee, als míjn studenten falen, doe ook ík iets niet goed. Naar mijn mening worden docenten onvoldoende aangesproken op die verantwoordelijkheid, maar tegelijkertijd worden ze er ook onvoldoende in gefaciliteerd.” 

Dat gat proberen de Rotterdamse onderzoekers met hun toolkit te vullen. Daarin leggen ze docenten op basis van wetenschappelijke inzichten uit waarom metacognitieve vaardigheden zo belangrijk zijn. Daarbij geven ze docenten ook illustrerende oefeningen mee.  

“Eén van de oefeningen die het bij ons goed doet, is een memory-oefening”, vertelt Molina. “Als we docenten en studenten een toetsje over een rijtje woorden voor een eerste keer laten maken, heeft bijna iedereen een onvoldoende. Vervolgens leren we hen een strategie aan om dat rijtje woorden makkelijker te onthouden. Als ze daarna opnieuw het toetsje maken, gaat vrijwel iedereen van een onvoldoende naar een dikke voldoende. Daarmee laten we docenten reflecteren op het belang van een goed systeem om te leren.” 

Ook proberen Molina en Koljenovic het succes van de student op de voorgrond van het hoger onderwijs te krijgen. “De vraag zou altijd moeten zijn hoe iets studenten écht helpt – niet of iets werkt of niet werkt, maar wat het béste werkt.” Bij de Rotterdamse onderzoekers bestaat geen twijfel over die beste weg. “We moeten wegblijven bij ons onderbuikgevoel, stoppen het onderwijs te behandelen als een soort bijvak, en het onderwijs beginnen te beschouwen als dat wat het is: een wetenschap.” 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK