Inspectie: universiteiten nemen geen verantwoordelijkheid voor hoge werkdruk

Nieuws | de redactie
8 juli 2021 | Universiteiten hebben geen zicht op gewerkte overuren, wijzen met de vinger naar anderen wanneer het over werkdruk gaat en hebben nog veel te verbeteren in het tegengaan van discriminatie op de werkvloer, blijkt uit een rapport van de Arbeidsinspectie.
“Uit de controle van de Inspectie blijkt dat universiteiten weinig aandacht voor en zicht hebben op de daadwerkelijk gewerkte uren van medewerkers.” Beeld: Jaarverslag Inspectie SWZ.

De voornaamste aanleiding voor het onderzoek is een bundel van 719 meldingen van structureel overwerk die de Arbeidsinspectie op 20 januari 2020 van WOinActie ontving. Naar eigen zeggen was de Inspectie echter al van plan om onderzoek te doen naar de arbeidsomstandigheden bij universiteiten, specifiek waar dat discriminatie en ongelijke behandeling op de werkvloer betrof.  

Hoewel eerdere inspecties bij universiteiten lieten zien dat de instellingen al maatregelen namen om negatieve gevolgen van werkdruk en overwerk te voorkomen, werden deze maatregelen volgens WOinActie soms juist als contraproductief ervaren. 

Omdat de Inspectie vanwege de coronacrisis geen fysieke bezoeken aan universiteiten kon brengen, heeft de dienst besloten de controle te beperken tot het opvragen en beoordelen van actieplannen van universiteiten. Zo werd universiteiten gevraagd in hoeverre en waarom ze zich al dan niet herkennen in de meldingen vanuit WOinActie, welke maatregelen ze gaan nemen en hoe ze de effectiviteit daarvan zullen toetsen. 

Arbeidstijd 

Uit de controle van de Inspectie blijkt dat universiteiten weinig aandacht voor en zicht hebben op de daadwerkelijk gewerkte uren van medewerkers. Zo worden overuren niet bijgehouden, terwijl een oorzakelijk verband tussen gewerkte overuren en de werkdruk wel voor de hand ligt.  

De overuren worden vooral besteed aan het doen van onderzoek omdat de rest van de reguliere arbeidstijd bestemd is voor onderwijs, zo stelt de Inspectie. “Er wordt een disbalans in het waarderen van de prestaties op het kerndomein onderwijs versus het kerndomein onderzoek ervaren: onderzoek lijkt meer te worden gewaardeerd. Bij nagenoeg alle universiteiten zien we terug dat er extra uren buiten de reguliere werktijd gemaakt worden voor het doen van onderzoek.” 

Werkdruk 

Alle universiteiten herkennen zich in de klachten over werkdruk die WOinActie heeft verzameld, meldt de Inspectie. Universiteiten zijn dan ook bezig om iets aan die werkdruk en de negatieve gevolgen daarvan te doen. Zo worden er dialogen met werknemers en ondernemingsraden gevoerd, wordt er rekening gehouden met werkdrukbronnen en wordt er zelfs door vrijwel alle universiteiten gewerkt aan een cultuurverandering.

Meld u hier aan de ScienceGuide Nieuwsbrief

 

Daarbij wijzen universiteiten echter nog voornamelijk met een beschuldigende vinger naar buiten, concludeert de Inspectie. Als achterliggende oorzaak voor de werkdruk en de negatieve gevolgen daarvan noemen de universiteiten de onderfinanciering van met name het onderzoeksveld. Die oorzaak ligt echter buiten de universiteiten, terwijl er ook oorzaken van werkdruk zijn die wel binnen de beïnvloedingsmogelijkheden van universiteiten liggen, meldt de Inspectie. Daarover is echter niet voldoende terug te lezen in de actieplannen van universiteiten.  

Daarnaast bieden alle universiteiten trainingen die gericht zijn op werkdrukverlaging en het omgaan met negatieve gevolgen van werkdruk, maar wordt niet gemeten wat het effect van die trainingen is. “Ook is niet duidelijk hoeveel er gebruikt wordt gemaakt van de aangeboden trainingen”, concludeert de Inspectie.  

Discriminatie 

Wat betreft discriminatie op de werkvloer blijkt er in het beleid en de plannen van universiteiten nog veel te verbeteren. Vooral het gebrek aan organisatorische duidelijkheid valt op. Zo is niet altijd duidelijk wie verantwoordelijk is voor het verwerken en coördineren van meldingen van discriminatie en is er vaak een veelvoud aan beleidsdocumenten waarvan de samenhang onduidelijk is.  

Daarnaast concludeert de Inspectie dat aandacht voor discriminatie veel minder is dan de aandacht voor werkdruk. Daarbij is vaak onduidelijk welke concrete maatregelen universiteiten nemen en wat de effectiviteit van die maatregelen is. 

Ook bij de punten die universiteiten wel op orde hebben vallen kanttekeningen te plaatsen. Hoewel het thema ‘discriminatie’ bij iedere universiteit onderdeel is van het arbo-beleid, wordt er onvoldoende nagegaan welke van de twaalf wettelijke discriminatiegronden in de organisatie als risico spelen. Een analyse daarvan zou zich immers moeten vertalen in een aanpak om discriminatie tegen te gaan. Ook wat betreft die analyses is er genoeg te verbeteren; die vinden namelijk niet structureel maar meestal slechts als reactie op incidenten plaats. 

De Inspectie is verder van mening dat er, getuige de vele trainingen en cursussen die zich daarop richten, voldoende voorlichting en onderricht over arbeidsdiscriminatie plaatsvindt. Dergelijke voorlichting is echter meestal niet verplicht voor werknemers binnen de organisatie van universiteiten. Het aanbod is dus voldoende, maar het gebruik daarvan blijft in het Inspectierapport buiten beschouwing.  

Klachten over werkcultuur niet meegenomen 

Overigens zijn niet alle meldingen vanuit WOinActie meegenomen in deze controle van de Inspectie. Sommige meldingen vallen namelijk buiten de bevoegdheid van de Inspectie. Daarbij is te denken aan meldingen over de werkcultuur bij universiteiten, waar het volgens de inspectie “heel normaal is om heel veel uur meer te werken dan men op grond van het arbeidscontract wordt verplicht.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK