Buiten de lijntjes kleuren in het onderwijs stimuleert maatschappelijke innovatie

Interview | door Ramon van Doorn
17 november 2021 | De nieuwe opleiding Commerciële Economie – Innovation van de HAN laat aan bedrijven zien dat duurzame innovatie met wat creativiteit en positiviteit juist geld kan opleveren.
De leeromgeving van de studenten is zo ingericht dat het volstaat met middelen die innovatie mogelijk maken, zoals deze 3D-printer. Beeld: HAN.

Bedrijven zien de afgelopen paar jaar dat het toegeven aan de maatschappelijke druk om een duurzame transitie te maken belangrijk is om relevant te blijven. Communicatie naar klanten en medewerkers is hiervoor belangrijk, maar het is nog belangrijker om daadwerkelijk uit te voeren wat men communiceert. Dit vraagt om innovatie binnen bedrijven zelf, maar vaak is onduidelijk wat precies nodig is. Steeds vaker kloppen ze dan bij hogescholen aan, en de studie Commerciële Economie – Innovation van de HAN University of Applied Sciences leidt studenten op om deze innovatie binnen bedrijven vorm te geven.

Bedrijven kloppen aan bij hogescholen met vragen

Jaromir Ekstijn, een van de docenten en ontwikkelaars van de specialisatie bij de HAN, komt al jaren bij veel bedrijven over de vloer. Hier heeft hij de behoefte aan innovatie van dichtbij kunnen meemaken. “Ik begeleid heel veel studenten, en met die studenten kom ik bij heel veel bedrijven binnen. Dan krijg ik altijd een kijkje in de keuken, en zo heb ik over de jaren heen een vrij goed beeld gekregen van de cultuur en de dagelijkse bezigheden binnen bedrijven.”

Bedrijven kunnen met de hogeschool contact opnemen om onderzoeksvraagstukken, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, samen met lectoren, onderzoekers of studenten op te pakken. Duurzaamheid stond bij Ekstijn niet specifiek op de onderzoeksagenda, maar hij zag het wel steeds vaker als vraagstuk bij bedrijven vandaan komen. “De duurzame transitie, waar we allemaal een keer aan zullen moeten geloven, brengt veel teweeg binnen een bedrijf. Zo kreeg ik vijf jaar geleden vooral vragen over het maximaliseren van de winst in een bepaalde doelgroep of iets dergelijks, en krijg ik tegenwoordig vaker vragen over hoe om te gaan met afvalstromen of veranderende wet- en regelgeving zoals een CO2-taks. De inhoud van die vragen naar innovatie verandert.”

De bedrijven die bij de HAN aankloppen lopen vaak rond met de vraag wat ze precies moeten doen op het gebied van duurzaamheid. “Er zijn bedrijven die duurzaamheid zien als datgene wat hen speciaal maakt in de markt. Die organisaties zijn vaak doordrenkt van duurzaamheid. Bij andere firma’s zie je juist dat het maar enkelingen zijn die enthousiast zijn over het duurzaamheidsdenken. Zij hebben vaak moeite om het duurzame gedachtegoed te verankeren in de cultuur van hun organisatie. Ik denk dat mensen in zo’n bedrijf niet goed weten hoe ze moeten omgaan met vragen en ideeën rondom duurzaamheid.”

Onderwijs moet de maatschappelijke trend volgen

Hierdoor is ook het proces van ‘met een vraagstuk bij een hogeschool aankloppen’ aan het draaien, ziet Ekstijn. “Bedrijven komen niet meer met louter commerciële vraagstukken bij ons, ze komen bij ons om te vragen wat ze moeten gaan doen om te innoveren. Het perspectief is verwisseld. Dit kan door maatschappelijke druk komen, of door wat er in het nieuws gemeld wordt, maar het kunnen ook veranderingen zijn in de keten. Aardbevingen worden heviger, waardoor fabrieken instorten, droogte wordt erger waardoor oogsten mislukken, en dit zal steeds vaker voorkomen. Bedrijven merken door al deze ontwikkelingen dat ze echt iets moeten doen aan duurzaamheid, maar ze weten niet wat. Daarom komen ze bij studenten om te vragen wat zíj denken dat er moet gebeuren.”

Het onderwijs maakt hierdoor een verandering door. Zo kunnen studenten bij de HAN nu de nieuwe opleiding Commerciële Economie – Innovation volgen. “Tom Spanjaard was al een aantal jaren bezig om Innovation als studierichting naar de academie te brengen. Als grondlegger heeft hij samen met ontwikkelaar van het eerste uur Huib Boekelman, mij en een paar gelijkgestemden van de opleiding Commerciële Economie  gezorgd dat de studierichting Innovation is opgericht. Hier is nu dit jaar een klas van 27 studenten begonnen, en bij hen is duurzaamheid niet langer een apart vak; het zit doordrongen in alles wat ze doen.”

Waar een opleiding vaak begint met theorie en daarna langzaamaan het werkveld en de praktijk aan bod brengt, is deze opleiding andersom ingericht. “Wij starten met innovatievraagstukken vanuit het werkveld, en van daaruit gaan studenten een oplossing zoeken met de juiste theoretische basis.”

Eerst praktijk, dan theorie

Een voorbeeld hiervan is een project dat studenten in de afgelopen periode in opdracht van een bioscoopketen hebben uitgevoerd. “Hun gebouwen staan overdag heel vaak leeg, dat is zonde van de ruimte en de energie. Eén van de oplossingen van onze studenten was om mensen die in een verzorgingstehuis zitten overdag een bioscoopervaring aan te bieden. Die studenten zijn gaan bellen met verzorgingstehuizen en die hadden enorm veel interesse.”

De studenten hebben hun plan vervolgens op papier uitgewerkt en dat besproken met alle betrokken partijen. “In overleg met al die partijen hebben ze meerdere problemen tegelijk aangepakt: het sociale aspect van de eenzaamheid in de verzorgingstehuizen, en het duurzame en financiële aspect van de leegstaande bioscoop. Dit hebben ze onlangs ingeleverd, dus het is nog niet uitgevoerd, maar je merkt meteen dat zo’n theatermanager ook enthousiast is.”

Studenten komen tijdens deze projecten elke dag naar de werkruimte – de Workspace – toe, ze maken lange uren, en er is veel dialoog. En als er behoefte is aan meer verdieping, wordt iemand uit het werkveld opgebeld, vertelt Ekstijn. “Via LinkedIn komen we altijd genoeg kandidaten tegen, en we hebben nog nooit ‘nee’ gehoord. Ze staan altijd twee dagen later op de stoep om iets te vertellen over hun vakgebied. Als docent is dat ook leuk, want ik leer dan zelf ook weer iets nieuws.”

Bedrijven en studenten profiteren allebei

Volgens Estelle Heuvelman, één van de studenten die aan dit project heeft gewerkt, was dit proces veel leerzamer dan een theorievak. “Je gaat meteen aan de slag en je krijgt meteen een kijkje in het bedrijfsleven zelf. Daarnaast is het ook heel breed, dus je krijgt een heleboel verschillende opdrachten. Zo wist ik bij dit project niet waarmee je rekening moet houden wanneer je met oudere mensen werkt. Dat leerden we pas door met die verzorgers aan tafel te zitten en ze uit te leggen wat ons idee was, waarna zij ons vertelden waarmee we rekening moesten houden. We leren van docenten wel over het innovatieproces en over het voeren van een stakeholdergesprek, maar de echte theorie komt daarna vanzelf. Zo leer je dingen die je niet zo makkelijk op internet kunt vinden.”

Volgens Ekstijn hoort hij bij bedrijven vaak dat duurzaamheid leuk en aardig is, maar dat er gewoon geld binnen moet komen. “Wat daarin mist zijn mensen die vernieuwend en positief kunnen denken, én dit vertalen in een solide business plan – plannen waarmee ze laten zien dat het aanvliegen van problemen op een duurzame manier ook juist heel veel geld kan opleveren. Met zo’n solide onderbouwing kunnen bedrijven veel meer. Het project met de bioscoop geeft precies weer wat de insteek van onze opleiding was, namelijk starten met de vraag en vanuit daar komen met onderbouwde oplossingen. Zo kom je sneller met een innovatieve en duurzame oplossing.”

Niet elke student kan hiermee omgaan

Ekstijn vertelt dat niet elke student op deze manier zou kunnen werken. “We hebben in onze voorlichting echt erop aangedrongen dat studenten de drive moeten hebben om iets te verbeteren. Studenten die liever passief achterover willen hangen kunnen beter een andere opleiding doen. Ze schrikken ook altijd wel als je zegt dat er geen rooster is en dat docenten alleen het proces begeleiden, maar als je op de juiste manier mensen aantrekt, blijven alleen de mensen over die hard werken. In plaats van een presentatie bij een open dag geven we daarom een workshop. De geïnteresseerden gaan gewoon aan de slag zoals ze dat hier dagelijks zouden doen.”

Dat de studenten gedreven zijn om een stapje extra te zetten, blijkt wel uit de extra activiteit van Estelle Heuvelmans. “Ik heb een account gemaakt op Instagram waarbij ik vertel wat mensen nu al kunnen doen aan duurzaamheid. Ik probeer mensen te motiveren, ze te vertellen wat de cijfers achter veranderingen zijn, en ik deel ook weleens een quiz of iets dergelijks.”

Duurzaam op vakantie

Student Chloé Deniz was juist specifiek op zoek naar een opleiding als deze. “Er is vier jaar lang alleen structuur qua proces, niet qua inhoud, maar dat is nodig om uit je comfort zone te stappen. Als iedereen alleen maar volgens de lijntjes werkt en binnen de kaders blijft, hoe gaan we er dan ooit uitspringen? Zo zie ik dat. En qua informatie is wel alles duidelijk, we weten wat we moeten doen. Je gaat nooit met onzekerheid naar school, maar je kunt bij een project wel in het diepe gegooid worden.”

Deniz had aan het begin van de opleiding de hoop om hiermee haar doel te bereiken, namelijk het starten van een eigen duurzaam hotel op Curaçao. “Ik kom zelf van Curaçao, wat heel afhankelijk is van toerisme. Dit drukt echter een heel vervuilende stempel op het gebied. Volgens mij hoeft dat echter niet zo te zijn, als er maar genoeg tijd en geld geïnvesteerd wordt. Ik hoop het zodanig om te draaien dat toerisme zelfs goed wordt voor de natuur.”

Ekstijn vertelt dat dit al terugkomt in de opleiding. “De opdrachtgever voor wie ze nu werken is een Amerikaans bedrijf. Ze moeten een ervaring bedenken waarbij mensen hun gedrag veranderen, en hun idee is regenerative travel, oftewel het beter achterlaten van een omgeving dan hoe je die aantreft. Vanuit die invalshoek kun je toerisme een andere vorm geven.”

Bedrijfscultuur van binnenuit veranderen

Ook Gino Coppen, een andere student, heeft ondanks het gebrek aan structuur van de inhoud gekozen voor deze opleiding. “Het onderwijs is in de afgelopen honderd jaar nauwelijks veranderd, terwijl in de maatschappij duidelijk wat moet veranderen in de komende jaren. Dat was voor mij een reden om deze opleiding te kiezen. Hier krijg je veel te maken met bedrijven, het verbinden van bedrijven aan duurzame concepten en het hervormen van bedrijven van binnenuit.”

Van gebrek aan ambitie is in ieder geval geen sprake, want Coppens zou dit ook wel bij grote fossiele bedrijven willen doen. “Die zijn er nu eenmaal, en ze zijn enorm, maar het compleet afbreken en opnieuw opbouwen daarvan zou juist enorm veel impact kunnen hebben. Het veranderen van dit soort bedrijven zou een hele mooie kans zijn.”

Gedrevenheid en positiviteit zijn leidend

Ondanks de lovende woorden die zowel de studenten als Ekstijn nu al hebben voor de opleiding, is het oprichten ervan een flinke strijd geweest, vertelt de docent. “Iedereen kijkt hier zowel kritisch als verwachtingsvol naar; het College van Bestuur, juridische zaken, academiedirecteuren, de opleidingsmanager, noem maar op. Wat je doet heeft een heel hoge potentie om succesvol te zijn, zeker als je naar de wetenschappelijke basis van ons onderwijsmodel kijkt, want al het onderzoek wijst erop dat je dit moet doen. Maar durf je de praktijk zo om te gooien? Als het misgaat, heb je een probleem.”

De voornaamste reden dat het gelukt is, ligt volgens Ekstijn in de gedrevenheid en de positieve instelling van de initiatiefnemers. “We hebben gezegd: ‘we gaan dit gewoon doen.’ We zijn actief bij innovatieve bedrijven langsgegaan en zijn veelvuldig met innovatiemakelaars en -managers in gesprek gegaan. Door middel van creatieve sessies kregen we onze opleidingsfilosofie zo ver dat het gelukt is.”

En inderdaad blijkt het, met veel blijdschap tot gevolg, een groot succes te zijn. “We hebben de eerste toetsing gehad, en zowel de examencommissie als de studenten zijn hartstikke blij met het behaalde niveau en resultaat. Alles waar we bang voor waren is niet gebeurd, en alles waarop we op basis van wetenschappelijke theorie hoopten, is uitgekomen.”

De studenten van de opleiding Commerciële Economie – Innovation hebben een website opgericht waarop meer informatie over het concept en de dagelijkse praktijk te vinden is. De website is hier te vinden. Daarnaast is op de officiële site van de HAN ook informatie te vinden over deze studie.

Ramon van Doorn : 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK