“Deze herbezinning op het toelatingsbeleid van de pabo is géén normverlaging”

Interview | door Michiel Bakker
30 november 2021 | De aanpassingen in het toelatingsbeleid van de pabo waarover onlangs een Kamerbrief werd gestuurd moeten niet alleen tegen de achtergrond van het lerarentekort worden gezien, zegt Wendy Klaver van de Hogeschool Leiden. In de Kamerbrief werd ook een pilot met een keuzedeel in het mbo genoemd. Bij De Nieuwste Pabo van Fontys Hogescholen en Zuyd Hogeschool heeft men daarmee al een aantal jaar ervaring, vertelt Ilona Kacanic.
“Studenten kunnen zichzelf goed voorbereiden op het karakter van de toelatingstoetsen; meet je dan hun potentie als leerkracht of meet je hoe goed ze zulke toetsen kunnen maken?” Beeld: Artem Podrez.

Het verplaatsen van de termijn voor de toelatingstoets, die nu niet meer voor de poort is maar gedurende het eerste jaar moet worden gehaald, leidt ertoe dat studenten beter kunnen studeren voor die toets, legt Wendy Klaver van de Hogeschool Leiden uit. “Doordat ze al onderwijs op de pabo krijgen, hebben ze een betere voorbereiding op de toelatingstoetsen. De vragen in de toelatingstoets hebben soms een vrij hoog niveau van abstractie, wat voor sommige studenten belemmerend werkt. Als ze eerst wat onderwijs op de pabo krijgen, komen de onderwerpen voor hen meer tot leven. Dat vergroot hun kans om de toets te halen.” 

We weten steeds meer over toetsen 

Hoewel de herbezinning op het toelatingsbeleid van de pabo plaatsvindt tegen de achtergrond van het nijpende lerarentekort, zijn er meer redenen om naar de toelatingstoetsen te kijken, vertelt Klaver. Zo doet men steeds vaker onderzoek naar toetsen en weet men daarom steeds meer over het gebruik van toetsen als selectiemiddel.  

Wendy Klaver is opleidingsmanager bij de faculteit Educatie Leraar Basisonderwijs van de Hogeschool Leiden.

“We hebben bijvoorbeeld steeds meer vragen bij het moment waarop we die toets afnemen. Een aspirant-student moet dat voor de poort doen, terwijl diegene dan misschien ook eindexamen op de middelbare school doet of een mbo-opleiding afrondt. Een drukke tijd, dus. Ook de vorm van de toelatingstoets, namelijk het grote aantal meerkeuzevragen, roept vragen op. Studenten kunnen zichzelf goed voorbereiden op het karakter van dergelijke toetsen; meet je dan hun potentie als leerkracht of meet je hoe goed ze zulke toetsen kunnen maken?”  

Toelatingstoetsen zijn ingevoerd om curriculum te ontlasten 

De toelatingstoetsen zijn een aantal jaar geleden ingevoerd om de overladenheid van het curriculum van de pabo te verminderen, vertelt Klaver. Door reeds voor de poort te toetsen of het basale kennisniveau van instromende studenten voldoende is, zouden docenten op de pabo beter toekomen aan de kern van hun taak; ze hoeven zich dan minder bezig te houden met aardrijkskundige basiskennis en hebben dan meer tijd voor het overbrengen van de didactiek van het vak. Nu de toelatingstoets niet meer voor de poort wordt afgenomen, bestaat het gevaar dat het curriculum van de pabo daardoor voller wordt, beseft ze.  

“Dat is een heel belangrijk kader rond het experiment dat OCW nu voorstelt: het mag niet zo zijn dat het verlengen van de termijn voor de toelatingstoets tot grotere druk op het curriculum van de pabo leidt. Wij zullen een manier moeten vinden om ook tijdens zo’n experiment dezelfde kwaliteit van didactisch onderwijs aan te bieden.” 

Lerarentekort is niet belangrijkste reden voor herbezinning 

In de Haagse debatten over het toelatingsbeleid van de pabo lijkt niet een overladenheid van het curriculum, maar veeleer de angst voor normverlaging de boventoon te voeren – vooral wanneer de herbezinning op de toelatingstoetsen in één adem met het lerarentekort wordt genoemd. Bij de Hogeschool Leiden en het LOBO wil men discussies over de norm echter ver buiten deze herbezinning houden, benadrukt Klaver.  

“We zijn juist trots op de verbeteringen van de kwaliteit van onze opleidingen die we de afgelopen jaren hebben bewerkstelligd; daaraan gaan we goed vasthouden. Deze herbezinning is géén normverlaging. Als ik zou zeggen dat het lerarentekort de belangrijkste reden is om die toetsen onder de loep te nemen en ze toegankelijker te maken, doe ik deze ontwikkeling echt heel erg tekort. We kijken heel kritisch naar het algemeen van wat we doen, dus ook naar de toelatingstoetsen – maar niet alléén naar die toetsen.” 

Het helpt als de uitvoerende macht ziet dat er iets moet gebeuren 

Daarnaast doet men er beter aan om de oplossing van het lerarentekort niet van de pabo’s te verwachten, legt Klaver uit. De rol van de lerarenopleidingen is namelijk beperkt. “Ook als niemand van onze instromers zou afvallen vanwege de toelatingstoets en al onze studenten succesvol hun opleiding afronden, hebben we nog steeds te maken met een gigantisch tekort. Hét antwoord ligt dus niet alleen bij ons; daarvoor zijn veel grotere perspectieven nodig.” 

Anderzijds draagt de druk van het lerarentekort bij aan de daadkracht waarmee de herbezinning op het toelatingsbeleid tot stand komt – vergelijkbaar met de omschakeling naar online en hybride onderwijs, die onder druk van de coronacrisis veel sneller ging dan normaliter het geval zou zijn. “Pedagoog Maria Montessori noemde zo’n tijd een ‘gevoelige periode’. Voor alles is een tijd; ik denk dat het belangrijk is dat we die tijd benutten”, beseft Klaver. “Daarbij moet ik wel zeggen dat we ons al langer bezinnen op de toelatingstoetsen; de vragen daarover worden al langer gesteld. Het helpt echter enorm als ook de uitvoerende macht gaat zien er iets moet gebeuren, zowel wat betreft ons toelatingsbeleid als wat betreft het lerarentekort.” 

Groeiende instroom door deeltijd-flex 

Waar in de recente Kamerbrief van de minister een aantal pilots worden genoemd met initiatieven die de pabo toegankelijker en meer inclusief moeten maken, heeft men in het zuiden van het land al ervaringen met nieuwe werkwijzen. Zo is men bij De Nieuwste Pabo, een samenwerking tussen Zuyd Hogeschool en Fontys Hogescholen die vanuit Sittard de gehele Limburgse regio bedienen, dit jaar begonnen met een nieuwe deeltijd-vorm van de pabo, ‘deeltijd-flex’ geheten.  

Ilona Kacanic is opleidingsmanager voltijd en manager bedrijfsvoering bij De Nieuwste Pabo, een samenwerking tussen Fontys Hogescholen en Zuyd Hogeschool.

“De deeltijd-flex biedt ontzettend veel perspectief voor mensen binnen en buiten het onderwijs die als leerkracht aan de slag willen”, vertelt Ilona Kacanic, opleidingsmanager bij De Nieuwste Pabo. “Voorheen hadden we een deeltijdopleiding die alleen toegankelijk was voor mensen met een hbo-diploma. De deeltijd-flex heeft dus vooral ook deuren geopend voor mbo’ers die de deeltijd-pabo willen doen – zowel mbo’ers die net zijn afgestudeerd als mbo’ers die al dertig jaar werken. We zijn het afgelopen jaar dan ook behoorlijk gegroeid; ten opzichte van het landelijk gemiddelde is onze instroom fors toegenomen.” 

Student geeft zelf invulling aan leeruitkomsten 

In de deeltijd-flex werkt men met vooraf bepaalde leeruitkomsten waaraan de deeltijdstudent op eigen initiatief invulling te geven. De context van het werk – een deeltijdstudent staat immers al voor de klas – is daarbij van groot belang voor de leervraag van de student, diens leerdoelen en het verzamelen van bewijs om daaraan te voldoen, legt Kacanic uit. Ook die leerdoelen formuleert een student zelf – uiteraard wel in overleg met een mentor en een opleidingscoach.  

“Iemand die uit de horeca komt, heeft heel andere leerdoelen dan iemand die al jarenlang als onderwijsassistent werkt. In het eerste geval moet je nog kennismaken met het onderwijs, klassenmanagement en goede instructie; in het tweede geval kan het leerdoel veel meer toegespitst zijn, bijvoorbeeld op het geven van een goede rekenles of het analyseren van een bepaalde lesmethode.”  

Flexibel en vraaggericht 

Aangezien de leerdoelen in de deeltijd-flex sterk afhankelijk zijn van de leervraag van de student, geeft dat studenten soms de mogelijkheid om de opleiding versneld of juist vertraagd te doorlopen, vertelt Kacanic. “Mensen die al een bevoegdheid hebben in het middelbaar onderwijs en hun bevoegdheid in het primair onderwijs willen halen, kunnen bijvoorbeeld vaak versnellen bij gedeelten over pedagogisch-didactische competenties.” 

De opzet van de deeltijd-flex is dus vraaggericht en flexibel. Dat betekent echter geenszins dat de opleiding structuur ontbeert, benadrukt Kacanic. “Juist in een flexibel curriculum is het heel belangrijk om een eenduidige en stevige structuur neer te zetten waarlangs de studenten de leerroutes kunnen doorlopen. Ook in de deeltijd-flex moeten we het kennisniveau van studenten immers kunnen borgen. De manier waarop we het gesprek aangaan met de student is echter anders dan bij de reguliere pabo-opleiding. 

Keuzedeel mbo-4 leidt niet vanzelf tot grotere slagingskans 

Ook met één van de door OCW beoogde pilots, namelijk een ‘keuzedeel pabo’ bij mbo-4-opleidingen, heeft men bij De Nieuwste Pabo al meerdere jaren ervaring, vertelt Kacanic. “In de volksmond heet dat bij ons ‘de bijspijkerlessen’. Samen met mbo-instellingen in de regio geven we invulling aan het ‘keuzedeel pabo’, dat kan worden gekozen door studenten die de richting ‘onderwijsassistent’ volgen. Gedurende anderhalf studiejaar krijgen zij iedere woensdagmiddag les in een van de vakken waarvoor ze een toelatingstoets moeten maken als ze naar de pabo willen – aardrijkskunde, geschiedenis en natuur & techniek.” 

In deze opzet moeten de mbo-studenten vervolgens nog wel de landelijke toelatingstoets maken, iets dat OCW en het LOBO hopen te veranderen met de nieuwe pilot. Dat vraagt echter om bezinning en uitproberen, blijkt uit de ervaringen bij De Nieuwste Pabo. “Anderhalf jaar geleden bleek uit onze evaluatie dat het keuzedeel op het mbo niet bijdroeg aan het kennisniveau van studenten wat betreft de verschillende vakgebieden, ofschoon we hadden verwacht dat het anders zou zijn”, vertelt Kacanic. “Het bleek niet dat studenten na het volgen van het keuzedeel massaal slaagden voor de toelatingstoets.” 

Daarbij moet worden meegewogen dat slechts een klein deel van deze mbo-studenten de toelatingstoets uiteindelijk maakte, voegt ze toe. “Studenten moeten zich daar zelf voor aanmelden en zich zelf inschrijven. Blijkbaar vormt het voor velen nog een drempel. Daarnaast denken we dat de insteek van het keuzedeel te theoretisch was, te veel als een hoorcollege gepresenteerd.”  

Biedt keuzedeel niet alleen theoretisch aan 

De Nieuwste Pabo en een partner uit het mbo experimenteren daarom met een nieuwe vorm van het keuzedeel. “Nu staat er nog maar een paar keer een vakdocent voor de klas. In alle andere weken werken de mbo-studenten, samen met pabo-studenten, aan een portfolio. De mbo-studenten wordt gevraagd om lessen voor basisschoolleerlingen op het gebied van één van de drie vakken voor te bereiden. In die lessen moeten ze de theorie verwerken die ze ook moeten kennen voor de toelatingstoets. Deze manier van kennistoeëigening is veel meer praktisch en past veel beter bij de leerhouding van mbo-studenten.” 

De resultaten van de nieuwe opzet van het keuzedeel op het mbo moeten nog worden geëvalueerd, aldus Kacanic. “Maar we zijn zelf heel enthousiast over deze manier van werken.” Daarnaast heeft men bij De Nieuwst Pabo al waardevolle kennis voor landelijke experiment met een ‘keuzedeel pabo op het mbo: biedt het niet te theoretisch aan, en besef dat het keuzedeel waarschijnlijk ook voor oriëntatie op de pabo wordt gebruikt. 

Michiel Bakker : 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK