Hoger onderwijs kan profiteren van miljarden uit Europees herstelfonds

Nieuws | de redactie
3 november 2021 | Nederland vraagt voor miljarden euro's subsidie aan vanuit het Europese herstelfonds. Ook het hoger onderwijs zal hiervan profiteren door docentprofessionalisering op het gebied van digitalisering en investeringen in digitale en grootschalige onderzoeksinfrastructuren. Dat geld zal meestal via de tweede geldstroom worden verdeeld.
Het gebouw van de Europese Commissie in Brussel. Beeld: Sébastien Bertrand (cc-by-2.0).

Nederland maakt naar verwachting kans op een kleine zes miljard euro aan subsidie uit het Recovery and Resilience Facility (RRF), het Europese herstelfonds. Daarom heeft het kabinet 49 aanvragen (‘investeringsopties’) ingediend met een totale omvang van 13,5 miljard euro. Omdat deze investeringsopties schriftelijk getoetst zijn door de Europese Commissie, denkt het kabinet dat ze een relatief grote kans van slagen hebben om te worden goedgekeurd. Twintig procent van de subsidie die zal worden ontvangen moet ten goede komen aan de digitale transitie, onder andere in het hoger onderwijs en onderzoek.  

Digitalisering om docenten efficiënter te laten werken 

Eén de investeringsopties die het hoger onderwijs aangaat betreft de investeringsoptie ‘digitalisering docentprofessionalisering’. Daarmee zal gedurende vier jaar in totaal 651 miljoen euro gemoeid zijn, waarvan 192 miljoen ten goede komt aan het hoger onderwijs.  

De digitalisering van het onderwijs moet de effectiviteit en de arbeidsproductiviteit van docenten vergroten doordat taken zoals lesvoorbereiding en nakijken worden geautomatiseerd, staat in de toelichting op de investeringsoptie. Ook moet het onderwijs flexibeler en makkelijker modulair kunnen worden aangeboden; dat voorkomt achterstanden bij thuisonderwijs en kan de participatie van studenten vergroten. “Digitale professionalisering van docenten is randvoorwaardelijk voor een goede toepassing van digitale producten en diensten en om leerlingen en studenten digitale vaardigheden bij te brengen die zij nodig hebben om te kunnen leren, leven en werken in de samenleving die in toenemende mate digitaliseert.” 

De docentprofessionalisering in het hoger onderwijs moet vooral bewerkstelligen dat docenten alle digitale hulpmiddelen optimaal kunnen benutten in hun onderwijs. Nu missen zij soms nog benodigde kennis en vaardigheden om hun onderwijs doordacht te kunnen digitaliseren, luidt de toelichting.  

Studentassistent voor de klas zodat de docent scholing kan krijgen 

Het budget voor het hoger onderwijs, wat 48 miljoen euro per jaar bedraagt, moet worden ingezet om docenten te vervangen als zij zich met hun professionalisering bezighouden. Die professionalisering moet de toch al hoge werkdruk namelijk niet verder verhogen. Specifiek betekent dit dat het geld moet worden besteed aan de inzet van “studentassistenten of anderszins onderwijsondersteunend personeel” die het onderwijs voor hun rekening nemen wanneer een docent professionaliseringsactiviteiten bijwoont. Deze bijscholing moet vooral in house worden georganiseerd. Daarbij kan worden gebruikgemaakt van commerciële aanbieders van bijscholing in digitalisering. 

De jaarlijkse 48 miljoen zal binnen het hoger onderwijs als subsidie worden verdeeld over instellingen. Die dienen daartoe een plan te schrijven voor de professionalisering van hun docenten en de wijze waarop ze hen daarvoor tijd willen geven. De instellingen zullen zelf moeten zorgen dat de uitvoering daarvan conform het ingediende plan is. “Uitgangspunt hierbij is een zo beperkt mogelijke administratieve belasting voor scholen en instellingen.” 

In het hoger onderwijs moeten de opleidingskosten wel eerst vanuit de reguliere opleidingsbudgetten binnen de lumpsum worden betaald. Daarnaast wordt van instellingen sowieso een eigen bijdrage van vijftien procent verwacht.  

Stimuleren van transitie richting Open Science 

Niet alleen aan de digitale vaardigheden van docenten is een investeringsoptie besteed, ook de nationale onderzoeksinfrastructuur mag op investeringen hopen. Middels een investeringsoptie van 184 miljoen euro hoopt de overheid geld te kunnen besteden aan het “beschikbaar maken, verwerken, opslag en uitwisseling van (onderzoeks)data tussen organisaties. Dit dient als noodzakelijke randvoorwaarde voor het bevorderen van de digitale transitie in de onderzoekswereld en versterkt de samenwerking via data-uitwisseling binnen en buiten de sector, met onder andere private partijen”, aldus de toelichting. 

Daarbij wordt belang gehecht aan het FAIR (vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar) maken van data, aangezien dit wordt beschouwd als onderdeel van de transitie naar Open Science. Ook de transitie naar Open Access publicaties wordt op die manier versneld, is in de toelichting te lezen. 

Nationaal Programma voor uitwisseling data-expertise 

Concreet moet de verbetering van de digitale infrastructuur gestalte krijgen door investeringen in menselijk kapitaal, bijvoorbeeld door het aanstellen van data-experts bij kennisinstellingen, en nationale datacoördinatie. Dat betekent dat de regie hierover komt te liggen bij het Nationaal Platform Open Science. Daarnaast moet er een Nationaal Programma voor de coördinatie en uitwisseling van expertise op dit gebied worden opgezet. Onderzoeksinstellingen moeten daarbij direct betrokken zijn, aangezien zij dit programma na 2025, dus na afloop van de subsidies uit het Europees herstelfonds, zelf moeten bekostigen.  

De investeringsoptie bevat ook investeringen in de aanschaf, ondersteuning en integratie van hardware. Daarbij gaat het om faciliteiten voor high performance computing, dataverwerking, dataopslag, en data-uitwisseling. Dit moet de nationale digitale onderzoeksinfrastructuur versterken. Als laatste moet er worden geïnvesteerd in zogeheten ‘datahubs’ die ervoor moeten zorgen dat beter wordt voldaan aan Europese wetgeving rondom datasoevereiniteit en dat beschikbare data vaker en beter worden benut in onderzoek.   

Van de 184 miljoen euro zal dertig miljoen worden besteed aan de datahubs, dertig miljoen aan menselijk kapitaal, en vierentwintig miljoen aan nationale coördinatie. De overige honderd miljoen euro zal worden gebruikt om hardware te kopen en te integreren. Deze investeringen zijn een uitbreiding van bestaand overheidsbeleid, wordt in de toelichting benadrukt. Deze toekenning van het geld zal worden uitgevoerd door NWO, dat daarvoor speciale calls zal uitschrijven. Daarnaast is SURF bij deze plannen betrokken. 

Vierhonderd miljoen voor grootschalige onderzoeksinfrastructuur 

Ook de grootschalige onderzoeksinfrastructuur in Nederland kan middels subsidie uit het Europese herstelfonds worden verbeterd, blijkt uit de ingediende investeringsopties. Daaronder bevindt zich een aanvraag van vierhonderd miljoen euro voor investeringen in grootschalige, state of the art wetenschappelijke onderzoeksfaciliteiten. Die moeten bijdragen aan zowel de Nederlandse concurrentiekracht als het vinden van oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Driehonderd miljoen euro moet ten goede komen aan investeringen in Nederlandse onderzoeksinfrastructuren; de andere honderd miljoen moet worden gebruikt om onderzoekers toegang te geven tot twintig tot dertig internationale onderzoeksinfrastructuren. 

Deze investeringsoptie draagt ook bij aan de leniging van de realiteit dat Nederland nog altijd niet 2,5 procent van het bbp investeert in onderzoek en ontwikkeling. “Onderzoeksfaciliteiten versterken onderzoeks- en innovatie ecosystemen, daardoor draagt deze maatregel bij aan de investeringen in R&D”, luidt de redenering in de toelichting. 

Baanbrekende technologieën op de markt brengen 

In de toelichting wordt verder uiteengezet dat grootschalige onderzoeksinfrastructuren vaak zowel onderzoekers en studenten als kennisintensieve bedrijven aantrekken. Daarbij wordt gedacht aan zeer gespecialiseerde apparatuur zoals deeltjesversnellers, grote telescopen, omvangrijke data- of biobanken en wetenschappelijke computernetwerken. Kennisinstellingen hebben niet genoeg aan de jaarlijkse veertig miljoen euro vanuit NWO om zelf zulke investeringen te kunnen doen.  

Door de samenwerking tussen wetenschap en bedrijfsleven rond deze infrastructuren kan het bedrijfsleven haar expertise uitbreiden en nieuwe technologieën op de markt brengen. “Het gaat hier om de ontwikkeling van baanbrekende technologie die jaren later ook landt in bv. consumentenmarkten (denk aan Wifi).” 

Verdeling geld via tweede geldstroom 

Welke onderzoeksfaciliteiten Nederland nodig heeft kan goed worden geïdentificeerd aan de hand van de Nationale Roadmap Grootschalige Wetenschappelijke Infrastructuur die is opgesteld door een commissie van NWO, is in de toelichting te lezen. Bovenop de investeringen die met de jaarlijkse veertig miljoen euro van NWO worden gedaan, kunnen met het geld uit het herstelfonds ongeveer twintig excellente voorstellen extra worden gefinancierd in de komende vier jaar. Ook de toekenning van het bijkomende budget kan via de tweede geldstroom gaan, zodat het aansluit bij bestaande procedures en geen extra werk of extra kosten oplevert. 

De verdeling van het extra geld voor investeringen in grootschalige onderzoeksinfrastructuur zal plaatsvinden op twee momenten, begin 2022 en begin 2024, middels een call van NWO. Per tweejaarlijkse call wil NWO ongeveer tien extra investeringsplannen honoreren. 

Een klein miljard voor Leven Lang Ontwikkelen 

Een andere, grote investeringsoptie betreft de versterking van Leven Lang Ontwikkelen. Daarvoor is al een aanvraag ingediend in het kader van het Nederlandse groeifonds, maar deze aanvraag van 931 miljoen aan Europese subsidie komt voort uit de toegenomen behoefte aan omscholing die het gevolg is van de huidige crisis op de arbeidsmarkt, staat in de toelichting. Het kabinet wil daarom een tijdelijke impuls geven aan zowel praktijkleren als het Stimulering Arbeidsmarkt Positie-budget. 

Praktijkleren betreft een regeling waarin betaald werk en formele scholing worden gecombineerd wanneer werkenden vanuit de ene sector aan de slag willen gaan in een andere sector. Daarnaast is het praktijkleren geschikt voor werkenden en werklozen wier schoolgaande jaren al verder in het verleden liggen. De overheid wil het budget voor praktijkleren met 231 miljoen verhogen. Daarmee moet voor ongeveer tachtigduizend extra mensen een basisbedrag van 2700 euro beschikbaar komen voor het bekostigen van een leerwerkplaats. 

Een miljoen extra scholingsactiviteiten 

Het Stimulering Arbeidsmarkt Positie (STAP)-budget kan mensen helpen bij het vinden of behouden van een baan. Het budget kan worden ingezet voor allerlei formele en informele arbeidsmarktgerichte scholing. “Een tijdelijke ophoging van het leerbudget (op aanvraag beschikbaar voor werkenden en werklozen) zorgt er voor dat meer mensen aanspraak kunnen maken op het persoonlijke leer- en ontwikkelbudget. Dit zal bijdragen aan het herstel van de huidige crisis op de arbeidsmarkt en het versterken van groeipotentieel en sociale weerbaarheid”, is in de toelichting op deze investeringsoptie te lezen. 

Met de verhoging van het STAP-budget, die zevenhonderd miljoen euro zou behelzen, moet ongeveer een miljoen extra scholingsactiviteiten kunnen worden gefinancierd over een periode van vier jaar.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK