In andere Europese landen is de positie van onderzoek bij hogescholen veel sterker

Interview | de redactie
22 november 2021 | Europese samenwerkingen bieden docenten en onderzoekers in het hbo de kans om te zien dat het onderzoek bij hogescholen een veel grotere rol kan hebben. “Hogescholen in Ierland, Portugal en Finland zijn ons ver voor in het toegepaste onderzoek dat zij doen", vertelt Dymphi van der Hoeven van NHL Stenden over het Europese samenwerkingsverband RUN-EU.
Leden van het RUN-EU netwerk tijdens de bijeenkomst in Ierland. Beeld: RUN-EU.

Het Regional Universities Network – European University (RUN-EU) bestond op 1 november een jaar. RUN-EU is de Europese Universiteit waarin NHL Stenden Hogeschool samenwerkt met de Polytechnic of Leiria, de Technological University of the Shannon, Häme UAS, Vorarlberg UAS, Polytechnic of Cávado en Ave en Szechenyi Istvan University. Onlangs vond in Ierland ook de eerste general assembly plaats. “Binnen zo’n gezelschap zie je wat Europa is”, vertelt Dymphi van der Hoeven, projectmanager RUN-EU bij NHL Stenden. “Heel Europa zit daar aan tafel. Dat is prachtig om te zien.” 

Coronacrisis hindert mobiliteit studenten en docenten 

Tijdens de bijeenkomst is veel gesproken over de hinder die het project door de coronacrisis heeft ondervonden, vertelt Van der Hoeven. “Een jaar geleden hebben we een subsidie van vijf miljoen euro met een looptijd van drie jaar toegekend gekregen. Bijna de helft van dat budget hadden we ingezet op mobiliteit van studenten en medewerkers, maar daarvan hebben we nog heel weinig gebruik kunnen maken. Dat is heel jammer. We hebben vanwege de coronacrisis dus meteen wat armslagen moeten maken ten aanzien van onze beloofde uitkomsten.” 

Andere plannen konden echter, zij het vaak online, wel doorgang vinden. Zo ook het gezamenlijk aanbieden van short advanced programs (SAPs) – onderwijseenheden, vaak in een blended vorm, die idealiter een omvang van twee tot vijf ects hebben. “Tijdens de eerste general assembly, die een aantal weken geleden in Ierland plaatsvond, konden we voor het eerst fysieke SAPs organiseren. Daarbij waren grote groepen studenten van alle zeven instellingen tegelijk betrokken. Zo was er een SAP die draaide rond voedselvraagstukken, waarbij studenten uit verschillende jaargangen en verschillende disciplines groepsgewijs aan de slag gingen met bijvoorbeeld het vraagstuk van voedselverspilling. We hebben gezien dat dit zowel mooie resultaten als heel mooie interdisciplinaire samenwerkingen oplevert.” 

Het Nederlandse accreditatiestelsel is nogal dichtgetimmerd 

Het participeren in zulke SAPs is voor studenten van NHL Stenden heel eenvoudig, schetst Van der Hoeven; na een bezoek aan de international office van de hogeschool kunnen ze zelf aangeven met welke SAPs ze graag zouden meedoen. Wel leiden de SAPs soms nog tot moeilijkheden op organisatorisch gebied, vooral waar dat validatie, accreditatie en certificering betreft.  

“We moeten de ruimte krijgen om zo’n Europese Universiteit vorm te geven.”

“Een Nederlandse student die meedoet aan een SAP zal langs de examencommissie moeten gaan om te horen of de leeruitkomst daarvan binnen het curriculum past”, legt Van der Hoeven uit. “Als dat niet het geval is, is een SAP soortgelijk aan een honors-programma en wordt het als extra-curriculair geregistreerd – terwijl het voor studenten in andere landen misschien wel studiepunten oplevert. Het Nederlandse accreditatiestelsel is vaak wat meer dichtgetimmerd dan de stelsels in andere landen. Daar ondervinden wij soms hinder van; het kost meer moeite om nu met onze Europese partners te zoeken naar een goede afstemming binnen de onderwijsprogramma’s.” 

Beleid werkt soms belemmerend 

Volgens Van der Hoeven is het merkbaar dat men in Nederland nog te weinig beleid heeft om dergelijke ontwikkelingen binnen het onderwijs, waartoe ze ook het werken met microcredentials en edubadges rekent, te omarmen. “Dat werkt soms enigszins belemmerend; we moeten daarin pionieren. Binnen RUN-EU hebben we ook plannen om veel joint degrees en double degrees, gezamenlijke of aanvullende onderwijsprogramma’s, te ontwikkelen. Met onze afdeling juridische zaken en andere belanghebbenden zijn we dus nu al bezig om daarin een goede werkwijze te vinden.”  

Zo is de hogeschool al in gesprek met de NVAO en het ministerie van OCW. “Die gesprekken zullen we moeten blijven voeren; we moeten immers de ruimte krijgen om zo’n Europese Universiteit vorm te geven. Ik heb echter goede hoop dat Nederland die ruimte voor Europese Universiteiten zal geven.” 

Gezamenlijke onderwijsprogramma’s met Europese partners 

Het ontwikkelen van de gezamenlijke onderwijsprogramma’s vindt plaats in onderlinge samenspraak tussen verschillende partners, vertelt Van der Hoeven. Er is wel regie vanuit de penvoerder van het RUN-EU project, het Portugese Polytechnich of Leiria, maar ook bilateraal worden mogelijkheden tot samenwerking verkend.  

“Als NHL Stenden kijken we vooral vanuit de dwarsverbanden tussen onze drie kernthema’s (vital regions, smart sustainable industries en service economy) naar de mogelijkheden voor joint of double degrees met onze partners uit RUN-EU. We zijn daarom bijvoorbeeld met specifiek onze Ierse en Portugese partners op zoek naar mogelijkheden voor gezamenlijke programma’s.” 

Bij het optuigen van SAPs proberen de samenwerkende hogescholen hen zoveel mogelijk in te bedden in het reguliere onderwijs. Dat heeft deels te maken met de looptijd van de Europese subsidie, legt Van der Hoeven uit. “Zoals er nu reguliere Erasmus-programma’s van een half jaar worden aangeboden, zouden ook de SAPs regulier moeten worden aangeboden. Op die manier moeten de samenwerkingen zelfstandig kunnen bestaan, ook als de subsidie die RUN-EU vanuit het European University Initiative heeft ontvangen na de looptijd van drie jaar zou aflopen.” 

Ook uitwisseling van docenten en onderzoekers 

Nu de Europese Universiteit het tweede jaar ingaat, hebben de partners zich ten doel gesteld om de mobiliteit van studenten en docenten zo snel mogelijk te doen toenemen. Oók mobiliteit van docenten, want dat vormt een belangrijk deel van internationalisering van het onderwijs, legt Van der Hoeven uit. 

“Ten eerste draagt de uitwisseling van docenten bij aan internationalisation at home; als een docent uit Portugal in Nederland gastcolleges komt geven, levert dat internationale ervaringen op voor studenten die normaliter misschien niet gedurende een half jaar naar het buitenland zouden gaan. Daarnaast stimuleert het de kennisuitwisseling tussen docenten uit verschillende Europese landen; ze gaan met elkaar om tafel zitten, bekijken elkaars onderwijs, vergelijken de lesmaterialen en brengen zo mooie kruisbestuiving op gang.” 

Niet alleen docenten, ook docent-onderzoekers en promovendi kunnen gebruik maken van de gelegenheden die RUN-EU biedt. “Voor hen hebben we programma’s ingericht waarbinnen ze vier, acht of twaalf weken onderzoek kunnen doen bij een van de partner-hogescholen. Ook dat stimuleert internationale kennisuitwisseling, en het stelt onderzoekers beter in staat om internationale onderzoeksgroepen te vormen waarmee ze subsidie-aanvragen kunnen doen.” 

Onderzoek op hogescholen in buitenland veel verder 

Het onderwijsconcept van design based education van NHL Stenden maakt het voor buitenlandse docenten erg interessant om daar een kijkje te nemen, weet Van der Hoeven, maar ze benadrukt dat het voor Nederlandse docenten en onderzoekers minstens zo interessant is om in het buitenland te kijken. “Bijvoorbeeld in Finland, dat ons nog net één of twee stappen voor is wat betreft onderwijsontwikkeling en -innovatie. Ook de onderwijscontexten in Ierland of Portugal zijn interessant, die zijn vaak veel minder traditioneel en veel verder gevorderd dan wij vaak denken. Het onderwijs bestaat ook daar niet meer uit alleen theoretisch onderwijs in saaie lokalen; ook daar wordt heel veel projectmatig gewerkt.” 

Daarnaast kunnen docenten en onderzoekers van Nederlandse hogescholen zich in andere Europese landen laven aan de positie die het onderzoek daar inneemt bij hogescholen, vertelt Van der Hoeven. “Hogescholen in Ierland, Portugal en Finland zijn ons ver voor in het toegepaste onderzoek dat zij doen. Op hogescholen in die landen wordt al veelvuldig gepubliceerd en is de combinatie tussen onderzoeken en doceren al veel meer omarmd dan in Nederland. Wij kunnen ons daaraan optrekken.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK