Kleurenblinde aanpak van diversiteit is niets meer dan ‘wishful thinking’

Nieuws | de redactie
1 november 2021 | Er bestaat een grote kloof tussen leerlingen met migratieachtergrond en autochtone leerlingen. Die kloof wordt veroorzaakt door de manier waarop docenten omgaan met diversiteit. Universitair Hoofddocent Orhan Agirdag pleit daarom voor een interculturele aanpak in de klas in plaats van een kleurenblinde aanpak. Die laatste aanpak is volgens de onderzoeker niets meer dan ‘wishful thinking’.
Beeld: Gerd Altmann via Pixabay.

Tijdens een online symposium van het Lectoraat Meertaligheid en Geletterdheid van NHL Stenden vertelde gastspreker Orhan Agirdag, Universitair Hoofddocent educatiewetenschappen bij zowel de Universiteit van Amsterdam als bij de KU Leuven, dat docenten opgeleid moeten worden om diversiteit te omarmen. Deze aanpak is vele malen effectiever in het oplossen van ongelijkheid dan de zogenaamde kleurenblindheid.

Agirdag, die hierover ook een boek heeft geschreven, vertelt dat hij hieraan begonnen is omdat uit onderzoek blijkt dat maar zeventien procent van de docenten zich goed voorbereid voelt om les te geven aan een multiculturele klas. “Het is daarom dat ik wil bijdragen aan professionalisering van toekomstige leraren.”

Toch is het begrijpelijk dat docenten hiermee worstelen, denkt Agirdag, want er zijn veel uitdagingen binnen het onderwijs. Ongelijkheid is daar een belangrijke van. Zo blijkt uit data van de jaarlijkse PISA-metingen, waarin de leerprestaties van vijftienjarigen internationaal vergeleken worden, dat autochtone leerlingen veel beter presteren op bijvoorbeeld het gebied van lezen en rekenen dan leerlingen met een migratieachtergrond. “Je ziet dat er eigenlijk een kloof van twee leerjaren bestaat tussen deze groepen, en die kloof is heel moeilijk te dichten.”

Schuld van ongelijkheid wordt onterecht neergelegd bij slachtoffers

Agirdag vindt de verklaringen die voor deze resultaten gegeven worden frustrerend. Zo wordt er vaak gekeken naar sociaaleconomische of culturele omstandigheden die de achterstand zouden kunnen verklaren, maar volgens de onderzoeker zijn deze verklaringen problematisch. “Eigenlijk wordt zo de schuld van de ongelijkheid gelegd bij het slachtoffer ervan. Daarnaast klopt het ook empirisch gezien gewoon niet.”

Als voorbeeld noemt Agirdag een mogelijke biologische verklaring, namelijk het argument dat autochtone leerlingen simpelweg meer talent hebben dan kinderen met een migratieachtergrond. Het probleem met deze redenatie is echter dat ook bij leerlingen met eenzelfde IQ-score een duidelijk verschil zichtbaar is tussen autochtone leerlingen en leerlingen met een migratieachtergrond. Verschil in intelligentie geeft hierin dus niet de doorslag.

Hetzelfde is te zien met betrekking tot sociaaleconomische factoren, vertelt Agirdag. “Als we kijken naar de relatie tussen sociaaleconomische status en leerresultaten, zien we dat daar een verband is. Leerlingen uit de sociaaleconomische elite doen het beter dan leerlingen uit arme gezinnen. Echter zie je binnen elke klasse ook verschil tussen leerlingen met verschillende etniciteiten. Zelfs in de sociaaleconomische elite doen leerlingen met migratieachtergrond het bij lange na niet zo goed als autochtone leerlingen. Eigenlijk presteren leerlingen met migratieachtergrond die in de elite zitten net zo goed als autochtone leerlingen die uit een arm gezin komen.”

Ook segregatie is niet de oorzaak

Volgens Agirdag moet de verklaring niet gezocht worden in achterstanden, maar in het systeem. Een voor de hand liggende factor daarin is segregatie. In Nederland is die segregatie dan wel niet opgelegd door bijvoorbeeld de overheid die zou bepalen wie naar welke school gaat, maar volgens Agirdag kan er wel sprake zijn van een spontane segregatie. Hierbij wordt de samenstelling van een school bepaald door bijvoorbeeld de culturele en sociaaleconomische kenmerken van de wijk waarin de school zich bevindt.

Toch blijken de verschillen tussen scholen waar voornamelijk leerlingen met migratieachtergrond komen en autochtone scholen niet groot. “Er wordt heel veel kwaliteitsonderwijs geleverd, ook op scholen met een kleur. Dat lijkt uiteindelijk minder doorslaggevend te zijn dan we vaak denken.”

Stereotypen en vooroordelen spelen een rol, maar zijn lastig te onderzoeken

Na al deze weinig beïnvloedende factoren benoemd te hebben, komt Agirdag met een factor die wél veel invloed heeft: stereotypen. “Die kunnen wel doorslaggevend zijn in de prestaties van minderheden. Uit een studie blijkt dat de prestaties van zwarte studenten die blootgesteld worden aan negatieve stereotypen achteruitgaan. Wanneer studenten diezelfde test doen in een omgeving zonder die negatieve stereotypen, gebeurt dit niet.”

Het probleem hiermee is echter dat stereotypen in het onderwijs moeilijk meetbaar zijn, vertelt Agirdag. “Als je een vragenlijst over minderheden voorlegt aan leraren, zullen weinigen daar heel eerlijk op antwoorden. Misschien ook omdat ze zich niet eens bewust zijn van hun eigen vooroordelen. Toch kunnen we er wel iets mee doen. We kunnen de vooroordelen impliciet in kaart brengen door middel van computertesten die woorden en beelden gebruiken. Tijdens dat soort testen moeten participanten heel snel bepaalde woorden met de beelden combineren. Dat is niet te vervalsen, want het gaat om microseconden responstijd.”

Dit is interessant omdat leerprestaties samenhangen met vooroordelen bij docenten. Hoe meer vooroordelen docenten hebben, hoe lager de prestaties van hun leerlingen met een migratieachtergrond. “De kloof in het onderwijs hangt dus samen met impliciete vooroordelen die docenten soms hebben.”

Deze tests kunnen door iedereen online uitgevoerd worden, maar Agirdag waarschuwt geïnteresseerden wel. “De resultaten kunnen soms confronterend zijn, omdat iedereen wel een aantal onbewuste vooroordelen heeft. Ik denk echter dat het bewustzijn ervan toch een startpunt is om die vooroordelen aan te pakken.”

Kleur en achtergrond bepalen wie we zijn

Een van de manieren om met diversiteit in een klas om te gaan is de zogeheten kleurenblinde houding. Hierbij is het de bedoeling dat minderheden niet onbewust buitengesloten worden, maar volgens Agirdag is het werkelijke effect helemaal niet zo positief. Uit een van zijn onderzoeken bleek dat 84 procent van de docenten aan een klas vertelt dat de afkomst van de kinderen niet belangrijk is voor wie ze zijn. “Maar dit is wishful thinking. Volwassenen en kinderen zien toch altijd kleur, en ze houden er rekening mee. Ze zeggen wel dat het ze niet uitmaakt, maar dat gaat voorbij aan de realiteit dat onze kleur en onze achtergrond voor een groot deel bepalen wie we zijn.”

En hier is ook eigenlijk niets mis mee, benadrukt de onderzoeker, die zelf een Turkse Vlaming is. “Het wordt wel problematisch als er negatieve stereotypen bij komen. Bovendien houden zelfs jonge kinderen al rekening met zowel hun eigen afkomst als die van andere mensen.”

Zelfs jonge kinderen zien al stereotypen

Dit blijkt uit de reportage ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. Agirdag laat hiervan een fragment zien waarin jonge kinderen vragen beantwoorden over afbeeldingen van kinderen met verschillende huidskleuren. Deze kinderen zijn tussen de vier en zeven jaar oud, en hebben daarom nog niet geleerd om sociaal acceptabele antwoorden te geven.

Zo wordt een vraag gesteld over de huidskleur die mensen het mooist vinden, waarop de meeste kinderen een jongen met een blanke huidskleur kiezen. Ook wordt gevraagd welk kind het slimst is, en ook daarop wordt een blank kind uitgekozen. Zelfs zwarte kinderen kiezen de blanke jongen, en op de vraag waarom wordt erop gewezen dat blanke mensen meer weten dan mensen met een donkere huidskleur.

Op de vraag welk kind het vaakst straf krijgt in de klas is één van de kinderen erg stellig. “Die zwarte”, antwoordt ze. Niet de jongen met de blanke huidskleur, “want die heeft mijn kleur.” Ook een meisje dat zelf een donkere huidskleur heeft denkt dat het jongetje met een donkere huidskleur vaker straf krijgt, al kan ze niet uitleggen waarom ze dat denkt.

Hiermee wil Agirdag laten zien dat ook jonge kinderen stereotypen zien. Minderheden krijgen zelfs een geïnternaliseerd negatief beeld van hun eigen achtergrond. “Kleurenblindheid klopt dus niet, en hiermee koesteren we zelfs het systeem waarin minderheden discriminatie over het hoofd zien. Als er niet gekeken wordt naar kleur, zou iedereen dezelfde kansen moeten hebben, en minderheden zullen met dat beeld zelf ook veel minder snel discriminatie kunnen herkennen.”

Scholen moeten diversiteit juist omarmen

Uiteindelijk blijkt ook uit onderzoek dat kinderen die met kleurenblindheid zijn opgevoed minder zullen presteren dan kinderen die zijn opgevoed met een interculturele aanpak. “Ook uit mijn studie naar het primair onderwijs in Vlaanderen blijkt dat een multiculturele klassenpraktijk leidt tot betere prestaties bij in dit geval Turkse leerlingen, terwijl er geen negatieve effecten waren op de prestaties van autochtone leerlingen.”

Volgens de Turkse Vlaming zullen scholen dus meer moeten proberen om diversiteit te omarmen. Dit kan door het curriculum te veranderen, maar ook door het personeelsbestand anders in te vullen. “Intercultureel onderwijs kan door alle leraren gehanteerd worden, maar het is ook belangrijk om een zekere diversiteit in een team te hebben. In Nederland heeft maar 3,7 procent van alle leraren een niet-Westerse migratieachtergrond. Dat is weinig als je het vergelijkt met de percentages van leerlingen met zo’n migratieachtergrond in bijvoorbeeld de grote steden. Meer diverse teams zullen ertoe leiden dat minderheden een grotere kans zullen hebben om naar het hoger onderwijs te gaan, en dat er een lagere kans is op uitval.”

Overigens heeft deze interculturele aanpak ook in international classrooms op universiteiten een positief effect. Uit onderzoek van onder andere Agirdag blijkt dat studenten minder inclusie en psychologische veiligheid ervaren in een international classroom dan studenten in een klas met één nationaliteit, maar dit negatieve effect is minder wanneer een docent een multiculturele aanpak hanteert.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK