Universiteit van het Noorden wil mbo en universiteit met elkaar verbinden

Nieuws | de redactie
18 november 2021 | De Universiteit van het Noorden wil een eigen subsidiefonds optuigen en in 2024 gezamenlijke onderwijsprogramma's aanbieden, blijkt uit de vandaag gepresenteerde kennisagenda. “Zo willen we op het gebied van bijvoorbeeld de energietransitie een doorlopende leerlijn creëren die op het mbo begint", vertelt Erica Schaper, bestuursvoorzitter van NHL Stenden Hogeschool
“In Noord-Nederland worden minder kinderen geboren dan elders. Om onze arbeidsmarkt te voeden en impact te kunnen maken zullen we daarom talent van buiten de regio moeten aantrekken”, vertelt Erica Schaper, bestuursvoorzitter van NHL Stenden Hogeschool.

Met een stem spreken richting beleidsmakers 

De Universiteit van het Noorden wordt gevormd door een samenwerking tussen NHL Stenden Hogeschool, de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), het Universitair Medisch Centrum Groningen, de Hanzehogeschool en Hogeschool Van Hall Larenstein. De vijf onderwijs- en kennisinstellingen hebben zich mede verenigd om met één stem te kunnen spreken richting beleidsmakers en om efficiënter te kunnen reageren op kansen om financiering naar Noord-Nederland te halen. Daarnaast willen zij, in samenwerking met het bedrijfsleven, innovatie aanjagen. 

In de nieuwe kennisagenda ‘Drivers of transition’ zet de UvhN de thema’s uiteen waarop het samenwerkingsverband zich de komende jaren gezamenlijk wil richten. Die thema’s komen overeen met de eerder opgestelde Research- en Innovatiestrategie voor Slimme Specialisatie (RIS3) voor Noord-Nederland. Daarin is beschreven in welke sectoren Noord-Nederland voorop kan lopen in de periode van 2021 tot 2027.  

In de RIS3 zijn vier doelen geformuleerd; van lineaire naar circulaire economie, van fossiele naar duurzame energie, van zorg naar positieve gezondheid, en van analoog naar digitaal. De UvhN zal zich richten op deze vier doelen alsook op de creatieve sector, toerisme en vrije tijd, en de vitaliteit van de leefomgeving.  

Noord-Nederlandse arbeidsmarkt moet worden gevoed van buitenaf 

“Als partners hebben we allemaal onze sterke punten; hoe mooi is het wanneer je die sterke punten aan elkaar kunt verbinden om zo een bijdrage te leveren aan de grote transities die spelen, bijvoorbeeld rond energie en digitalisering”, vertelt Erica Schaper, bestuursvoorzitter van NHL Stenden Hogeschool aan ScienceGuide. Ook de demografische ontwikkelingen in Noord-Nederland vormen een reden om deze kennisagenda te op te stellen, legt ze uit.  

“In Noord-Nederland worden minder kinderen geboren dan elders. Om onze arbeidsmarkt te voeden en impact te kunnen maken zullen we daarom talent van buiten de regio moeten aantrekken. Als Universiteit van het Noorden kunnen we met deze kennisagenda rond onze kernthema’s zoals groene chemie, watertechnologie en circular plastics, mede door praktijkgericht en fundamenteel onderzoek met elkaar te verbinden, zorgen voor hoogwaardige kennis en innovatie. Daarmee ontstaat een heel mooie leeromgeving voor studenten die aan deze vraagstukken willen werken. 

“We willen op het gebied van bijvoorbeeld de energietransitie een doorlopende leerlijn creëren die op het mbo begint.”

Zoals alle partners in het samenwerkingsverband brengt ook NHL Stenden eigen krachten mee, licht Schaper toe. “NHL Stenden is bijvoorbeeld sterk in watertechnologie, circular plastics en in de sector hospitality en toerisme; ook in onderzoek naar vitale regio’s zijn wij leidend. In Groningen doet men bijvoorbeeld veel rond de energietransitie, en de vergroening van watertechnologie heeft weer een directe verbinding met de energietransitie. Zo proberen we alle thema’s in onderlinge samenhang te brengen en te versterken, per onderwerp in andere combinaties van partners. Als we dat goed doen, denken wij dat we daarmee extra bijdragen kunnen leveren aan Noord-Nederland. 

Gezamenlijke onderwijsprogramma’s in 2024 

Een belangrijk onderdeel van de samenwerking betreft een gezamenlijke ontwikkeling en afstelling van het onderwijsaanbod rond de afgesproken kernthema’s. Zo wordt nu al gekeken welke opleidingen de instellingen al aanbieden en op welke manier ze die met elkaar kunnen verbinden, bijvoorbeeld rond de energietransitie en watertechnologie, vertelt Schaper.  

“Met de Hanzehogeschool werken we bijvoorbeeld samen in het Innovatiecluster Drachten, een cluster rond Philips. Wij hebben daar de Ad robotica ontwikkeld en de Hanze heeft daar de Ad mechatronica ontwikkeld. Samen kunnen we dus voor het gehele veld een interessante partij zijn.” Ook het mbo zal worden betrokken in de onderwijsplannen van de Universiteit van het Noorden, vertelt de Noordelijke bestuursvoorzitter. “Zo willen we op het gebied van bijvoorbeeld de energietransitie een doorlopende leerlijn creëren die op het mbo begint. 

In 2024 willen de samenwerkende kennisinstellingen tien relevante bachelor- en masteropleidingen van UvhN-partners makkelijker toegankelijk hebben gemaakt voor studenten van andere partner-instellingen. Daarnaast willen de UvhN-partners in 2024 tien nieuwe minors hebben ontwikkeld rond thema’s waarop de UvhN zich richt. Ook moet de kennisagenda zorgen voor een intensievere verbinding tussen het onderzoek van de betrokken hbo-instellingen en wo-instellingen.  

Een eigen subsidiefonds en het vertrek van Shell 

Om de realisatie van bovenstaande doelen te bevorderen, zet de UvhN een eigen UvhN Aanjaagfonds op. Dat moet lectoren, onderzoekers en docenten de gelegenheid bieden tot het vrijmaken van tijd om nieuwe onderwijsprogramma’s op te zetten of experimenten uit te voeren. Jaarlijks zal er op zowel het gebied van valorisatie, onderzoek als onderwijs een project worden gefinancierd. Vanwege het totale budget van tweehonderdvijftig duizend euro zal het budget per project tussen de vijftig en de honderdduizend euro liggen. In de herfst van 2021 wordt de eerste call gepubliceerd, met het eerste kwartaal van 2022 als deadline. 

Waar de Universiteit van het Noorden wil samenwerken met het bedrijfsleven in Noord-Nederland, lijkt daar een belangrijke geldstroom in gevaar te zijn. Onlangs werd bekend dat Shell, één van de betrokken bedrijven bij de waterstoftransitie, van plan is naar het buitenland te verhuizen. Dat baart Schaper echter niet meteen zorgen, vertelt ze. “Ik denk echter dat waterstof in Noord-Nederland een dermate sterk thema is dat het zich hoe dan ook verder zal ontwikkelen. Natuurlijk helpt het dat Shell daarin ook investeert; we doen dit samen met hen. Desondanks denk ik niet dat Shell het zich kan veroorloven om te stoppen met de activiteiten in Noord-Nederland. Als ze dat toch doen, geloof ik dat het gehele consortium nog steeds sterk genoeg staat om te kunnen doorgaan.” 

Circulaire economie en waterstof 

Aan de transitie van een lineaire naar een circulaire economie wil de UvhN op verschillende gebieden bijdragen, blijkt uit de kennisagenda. Zo moet circulariteit binnen de UvhN een integraal onderdeel worden van het onderwijs, het eigen onderzoek en de beschikbare testfaciliteiten. Een circulaire economie vraag namelijk om andere manieren van werken en produceren alsook om het gebruik van andere materialen – vraagstukken die lector Egbert Dommerholt van de Hanzehogeschool reeds intensief onderzoekt.  

Rond de transitie naar duurzame energie, die in Noord-Nederland extra relevant is vanwege het besluit tot het stoppen van gaswinning in Groningen, is het vooral waterstof dat de klok binnen de UvhN slaat. Zo gaan de betrokken instellingen werken aan gezamenlijke onderwijsprogramma’s op het gebied van de energietransitie, waarbij de nadruk ligt op waterstof en groene chemie. Het ontwerpgericht onderwijs en onderzoek, een van de krachten van NHL Stenden, lijkt daarin een grote rol te zullen spelen.  

Digitalisering en technische toepassingen voor betere zorg 

In Noord-Nederland wordt al langer samengewerkt in het vergroten van de gezondheid en de gezondheidscapaciteit van de inwoners van Noord-Nederland. De UvhN wil daaraan verder bijdragen, is in de kennisagenda te lezen. Daartoe zullen de samenwerkende partners nieuwe technische toepassingen, onder meer op het gebied van diagnostiek en behandelingen, ontwikkelen en integreren in hun onderwijs en onderzoek.  

Daarnaast wil de UvhN een coördinerende rol spelen in het aanbod van opleidingsplekken en vacatures vanuit zorgaanbieders enerzijds en de behoefte daaraan van kennisinstellingen anderzijds. Zo stelt het samenwerkingsverband zich ten doel om in 2023 kritische verpleegkunde-opleidingen zowel wat betreft inhoud als instroom te hebben afgestemd op de personeelsvraag van zorginstellingen in Noord-Nederland.  

Ook de toenemende digitalisering is één van de thema’s waarop de samenwerking van de UvhN-parnters zich richt. Daarvan bestaan reeds voorbeelden in de vorm van de Smart Industry Hub en de Artificial Intelligence Hub in Noord-Nederland. “De UvhN kan in deze transitie een coördinerende rol op zich nemen om de initiatieven in de noordelijke regio met elkaar te verbinden”, is in de kennisagenda te lezen. Daarnaast willen de Noordelijke kennisinstellingen zich, opnieuw in een coördinerende rol, gezamenlijk inzetten om de instroom op de ICT-arbeidsmarkt te bevorderen.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK