Vrouwelijke wetenschappers die borstvoeding geven lopen volop tegen problemen aan

Nieuws | de redactie
15 november 2021 | Borstvoeding geven en een academische carrière najagen lijkt geen gelukkig huwelijk te vormen. Er is meestal geen ruimte om te kolven en het onderwerp is vaak niet bespreekbaar, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht.
Foto: Wendy Wei

Wetenschappers van de Universiteit Maastricht hebben onderzoek gedaan naar de positie van vrouwen die werkzaam zijn aan Nederlandse universiteiten en borstvoeding geven. De resultaten van het onderzoek laten zien dat er op dit punt nog veel te verbeteren is. 

50 procent van de vrouwen met borstvoeding 

Volgens de Wereld Gezondheidsorangisatie (WHO) is het aan te bevelen dat moeders hun zuigelingen tenminste zes maanden borstvoeding geven en dit later, tot twee jaar na de geboorte, aanvullen met andere voeding. Dit stimuleert de ontwikkeling van het kind.  

Het is daarom van belang dat vrouwen in staat worden gesteld om het geven van borstvoeding te kunnen combineren met een baan. In Nederland is het percentage vrouwen dat borstvoeding geeft de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld, namelijk van 18 naar 39 procent. In de Nederlandse arbeidstijdenwet is daarnaast geregeld dat moeders de eerste negen maanden na de bevalling 25 procent van de werktijd kunnen besteden aan borstvoeding. De WHO heeft daarnaast als doelstelling om het percentage moeders dat in de zes maanden na de bevalling exclusief borstvoeding geeft te verhogen tot vijftig procent in 2025. 

Aangezien moeders in Nederland na de bevalling steeds vaker hetzelfde aantal uren blijven werken dan daarvoor, betekent dit dat werkgevers moeders vaker in staat moeten stellen om borstvoeding te kunnen geven. De Maastrichtse onderzoekers daarom bekeken met welke problemen en uitdagingen hoogopgeleide moeders te maken krijgen wanneer zij borstvoeding geven tijdens hun academische carrière.  

Universiteiten die onderdeel zijn van de VSNU 

De doelgroep van het onderzoek werd gevormd door moeders die bij een van de veertien verschillende Nederlandse universiteiten werken die zijn aangesloten bij de VSNU. Het betrof hier alle lagen van de academische carrièreladder; promovendi, UD’s, UHD’s en hoogleraren.  

Uit het onderzoek blijkt allereerst dat er vaak problemen met de fysieke ruimtes waarin moeders kunnen kolven. Zo zijn er wel ruimtes, maar zijn die vaak zeer beperkt beschikbaar en moeten die van tevoren worden gereserveerd. Dat leidt vaak tot problemen, bijvoorbeeld wanneer vergaderingen uitlopen. Vier vrouwen van twee verschillende universiteiten gaven daarnaast aan dat er maar één kolfruimte was op hun faculteit. 

“We moeten de kamer delen met alle andere moeders. Het is ook een meditatieve ontspanningsruimte, dus de andere gebruikers willen er ook gebruik van maken. Het is tegelijkertijd erg druk, want de moeders willen het ‘s ochtends en tijdens de lunch en aan het einde van de middag gebruiken. En als je vergadering uitloopt, dan krijg je echt problemen met de met de planning van de Kolfkamer. Dus dat is heel moeilijk”,  zo stelde een geïnterviewde moeder. 

Koude en kille ruimtes 

Veel moeders lopen daarnaast tegen organisatorische problemen aan. Zo moeten zij soms kolven in koude opbergruimtes waar zij zich niet kunnen ontspannen, of moeten ze iedere keer de sleutels van een ruimte afhalen bij het secretariaat van de afdeling. Voor sommige moeders vormde dit de aanleiding om te stoppen met het geven van borstvoeding, zo hoorden de onderzoekers tijdens de interviews. 

De in de arbeidstijdenwet geregelde Kolfcode regelt dat werkgevers aangename, afsluitbare ruimtes moeten reserveren voor vrouwen die borstvoeding willen geven. De ruimte moet zijn voorzien van een gootsteen, een prettige zitgelegenheid en een eigen koelkast waarin de moedermelk kan worden opgeslagen. Uit het Maastrichtse onderzoek blijkt dat deze ruimtes en faciliteiten veelal niet aanwezig zijn bij Nederlandse universiteiten; daarnaast zijn de ruimtes die wel beschikbaar zijn vaak vies en ongeschikt voor kolven.  

Ontspaning helpt de melkproductie 

De helft van de deelnemers aan het onderzoek was ontevreden met de ruimtes die zij krijgen toebedeeld. Veel vrouwen gaven aan dat zij niet de privacy krijgen die wel nodig is. Het kan namelijk de melkproductie bevorderen als er tijdens het kolven er ontspannen wordt en er gekeken kan worden naar foto’s of video’s van het eigen kind. Moeders moeten echter vaak kolven in hun eigen kantoor of met meerdere collega’s tegelijk, wat hen hinderde in hun ontspanning en het denken aan hun kind. Daarnaast zijn deze ruimtes vaak publiek, wat het noodzakelijk maakt om briefjes met ‘niet storen’ op de deur te plakken, of hebben ruimtes grote ramen. 

Sommige deelnemers aan het onderzoek ervoeren bij het kolven tijdens werktijd teveel stress, waardoor hun melkproductie niet op gang kwam. Zij zijn daarom gestopt met het geven van borstvoeding 

Moedermelk verstopt in plastic zakken  

Veel moeders binnen de academie generen zich daarnaast om de voor het kolven benodigde apparatuur schoon te maken in het bijzijn van mannen. Ook moet de moedermelk soms worden opgeslagen in gemeenschappelijke koelkasten; dit wordt dan verstopt in plastic zakken met briefjes erop. 

Al met al blijkt uit het onderzoek dat borstvoeding gevende moeders binnen de academie veel ongemak ervaren. Zo zorgt het kolven soms voor fysieke pijn omdat het onder tijdsdruk moet gebeuren. Daarnaast ervaren moeders vaak weinig sociale steun. Volgens de Maastrichtse onderzoekers laten de interviews zien hoe zwaar het geven van borstvoeding tijdens werktijd mentaal en fysiek kan zijn. Volgens de onderzoekers hebben mannen op de afdeling daar vaak geen oog voor. 

Een door mannen gedomineerde omgeving 

Daarnaast is een door mannen gedomineerde omgeving zoals een universiteit vaak geen veilige omgeving om over obstakels rondom het geven van borstvoeding te spreken, aldus de onderzoekers. Het is volgens hen in Nederland nog steeds niet normaal om in het openbaar borstvoeding te geven, waardoor men in Nederland nog steeds niet pro-borstvoeding is. 

Volgens geïnterviewde moeders zou het kunnen helpen als er op de campus een kinderopvang zou zijn. Dit zou bijvoorbeeld helpen bij zuigelingen die niet uit de fles willen drinken maar alleen aan de borst. Het vaker kunnen thuiswerken of het kind op een bepaalde manier kunnen meenemen naar het werk zou dit allemaal een stuk eenvoudiger maken, aldus deze moeders. 

Slecht op de hoogte van bestaande wetgeving 

Uit het onderzoek bleek ook dat zowel de borstvoeding gevende moeders alsook de leidinggevenden vaak niet op de hoogte zijn van bestaande wetgeving rondom het geven van borstvoeding op de werkvloer. Ook werd het Nederlandse zwangerschapsverlof door de geïnterviewden als onvoldoende beschouwd en werd het gezien als niet ondersteunend ten aanzien van de WHO-adviezen. 

Hoewel sommige universiteiten wel faciliteiten aanbieden voor het geven van borstvoeding moet dat institutioneel beter geregeld worden, zeggen de onderzoekers in de aanbevelingen.  

Moeders moeten hun eigen sleutels krijgen 

Zo dienen er meerdere goed bereikbare, kwalitatief hoogwaardige lactatiekamers te worden ingericht. Universiteiten zouden, in het kader van transparantie, informatie over lactatievoorzieningen kunnen verstrekken. Daarnaast zouden moeders eigen kamersleutels moeten krijgen om voor de toegang tot lactatiekamers niet afhankelijk te zijn van anderen. “Borstvoeding moet onderdeel worden van de werkcultuur, met praktische ondersteuning, open communicatie, expliciet maken tot wie vrouwen zich kunnen richten en met interesse tonen in het welzijn van moeders”, aldus de onderozekers 

Daarom moeten universiteiten wettelijke verplichtingen nakomen en moederrechten in de praktijk brengen, schrijven zij. Dit vraagt ​​om monitoring, bijvoorbeeld door de afdeling HRM en de Ombudspersoon van de universiteit, maar ook om controle op nationaal niveau. Ten slotte is meer politieke toewijding nodig voor het normaliseren van het geven van borstvoeding onder werktijd, handhaving van regelgeving en ondersteunend ouderschapsverlof. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK