“Als je in dit land iets goeds geïmplementeerd wil krijgen, is dat niet eenvoudig”

Interview | door Michiel Bakker
14 december 2021 | Anne Loonen en Joost Schoeber, de lectoren van Fontys Hogescholen die met het 3T-project de Pro-motor Award van Katapult wonnen, hebben geleerd dat onderzoeken en innoveren heel snel kan gaan wanneer een crisis wordt gevoeld. De implementatie van het eindresultaat blijkt echter een lastig vers twee. “Iedereen was enthousiast. Waarom het dan niet wordt ingevoerd? Ik weet het niet.”
Een demonstratie van een 3T-testlocatie bij Fontys Hogescholen.

De Pro-motor Award, een prijs die jaarlijks door Katapult wordt uitgereikt aan een publiek-privaat samenwerkingsverband, ging dit jaar naar 3T, een traject voor coronavrije bubbels. Het project werd gedragen door het lectoraat Applied Natural Sciences van Fontys Hogescholen en het bedrijf 2Wave Diagnostics uit Helmond, die aan de slag gingen met een kleine subsidie vanuit het Centre of Expertise HTSM van Fontys. Toen het project later een grote subsidie vanuit het ministerie van OCW kreeg, werden ook de TU Eindhoven en het Summa College, een Brabantse mbo-instelling, erbij betrokken.  

Triage, testen en traceren 

Het 3T-traject bestaat uit een traject van triage, testen en traceren, vertellen Anne Loonen en Joost Schoeber, beiden lector Life Sciences bij Fontys Hogescholen. De triage vindt plaats middels een app voor mobiele telefoons die dankzij encryptie volledig beveiligd is. Gebruikers van de app, bijvoorbeeld werknemers van een bedrijf dat deze methode gebruikt, beantwoorden dagelijks of meermaals per week de triage-vragen.

“Als je klachtenvrij bent en geen blijk geeft van bepaalde risico-symptomen, gaat het licht in de app op groen en kun je toegang krijgen tot de gebouwen. Daar wordt dan nog twee of drie keer per week getest”, legt Loonen uit. Het inmiddels bekende stokje in de neus blijft de getesten daarbij bespaard. Bezoekers hoeven namelijk slechts in een buisje met een barcode te spugen, waarbij de barcode kan worden gekoppeld aan de app. Daarna wordt het speeksel in een laboratorium onderzocht. 

Anne Loonen is lector Applied Natural Sciences bij Fontys Hogescholen. Ze is in 2013 gepromoveerd bij de Universiteit Maastricht.

Blijkt iemand dan toch besmet te zijn met het coronavirus, dan krijgt diegene daarvan via de app bericht. Ook wordt daarbij een telefoonnummer van de GGD getoond; die kunnen het bron- en contactonderzoek oppakken zodra ze melding krijgen van de besmetting, vertelt Loonen. Omdat de test door het RIVM is goedgekeurd, hoeven GGD’en niet ter controle ook een eigen test uit te voeren.

Samenwerking tussen mbo, hbo en wo 

Joost Schoeber is lector Applied Natural Sciences bij Fontys Hogescholen. Hij is in 2009 gepromoveerd bij de Radboud Universiteit.

Dat het team van Loonen en Schoeber zó snel met een maatschappelijk relevante innovatie kon komen, hangt samen met de gedrevenheid van de betrokkenen en de noodzaak die tijdens de pandemie breed werd gevoeld. Daarnaast maakte de subsidie vanuit OCW veel mogelijk, vertelt Loonen.

“Het idee kwam eigenlijk bij twee personen van 2Wave Diagnostics vandaan, die deelden het met ons. Toen zijn we met een heel kleine subsidie vanuit het Centre of Expertise HTSM gestart – daarom maakten we kans op deze Pro-motor Award – en daarna kwam de subsidie van OCW.” 

Met dat geld werd het mogelijk om allerhande deskundigen binnen de organisaties vrij te spelen. Vanuit OCW werd daarbij wel de voorwaarde gesteld dat zowel het mbo als het wo bij het project betrokken moesten worden, vertelt Schoeber. “Het is de bestuurders gelukt om binnen een week afstemming te creëren. Ik heb niet eerder gehoord dat zoiets zo snel kan. Daarnaast zorgde dat voor toewijding van de deelnemende instellingen. Fontys, Summa, de TU en de partners uit het MKB hebben allemaal hun schouders eronder gezet en heel snel alle benodigde spelers geleverd.” 

Geheel naar de aard van hbo-onderzoek waren ook bij dit project studenten betrokken, vertellen de Brabantse onderzoekers. “Zonder studenten was dit niet eens gelukt. Tijdens het eerste traject werkten we al met studenten van Fontys, vooral derdejaars studenten die vijf maanden meewerken als stagiair. In een later stadium hebben zij, samen met studenten van Summa, de kar getrokken in het laboratorium. Het heeft vooral laten zien waar ieders kracht ligt, of dat nu te maken heeft met gedegen en precieze uitvoering, met het doorzien van praktische uitvoerbaarheid of het nadenken over innovaties.”  

Implementeren van iets goeds blijkt niet eenvoudig te zijn 

Waar Schoeber en Loonen zelf nu vooral bezig zijn met het schrijven van een wetenschappelijk artikel, is 2Wave Diagnostics intussen bezig het 3T-traject verder op de markt te brengen. “Zij zijn samen met een andere laboratoriumpartner bezig met de doorontwikkeling. Als kennisinstelling zijn we daarbij niet meer rechtstreeks betrokken; wij gebruiken publiek geld, we hoeven geen financieel belang te hebben. Daarnaast is ons laboratorium onderdeel van een onderwijsomgeving, niet geschikt voor het verwerken van duizenden samples. Waarschijnlijk zal het traject vooral worden gebruikt door bedrijven die hun werknemers frequent willen laten testen. Hopelijk zal het ook landelijk worden gebruikt in de teststraten van de GGD.” 



Het enthousiasme van GGD-instellingen, OMT-leden en andere wetenschappers ten spijt liep het team van Loonen en Schoeber namelijk tegen muren van overheidsdiensten op. “Misschien zijn wij nog naïef, maar als je iets goeds bedenkt en dat in het land geïmplementeerd wil krijgen, blijkt dat niet eenvoudig te zijn”, vertelt Loonen. “Natuurlijk was de situatie nu natuurlijk nogal overspannen, maar iedereen was enthousiast en de data toonden aan dat we echt een goed product hebben. Blijkbaar worden de beslissingen echter in andere gremia gemaakt, wellicht ook op politiek niveau. Het is lastig om uit te leggen waarom dat zo moeilijk gaat, maar we hebben ondervonden dat het toch echt zo is.” 

In het buitenland kan het blijkbaar wel 

“Dit voelt als zo’n simpel iets, dat moet makkelijk te implementeren zijn. In plaats van zoveel fte’s bezig te houden met het hanteren van wattenstaafjes, zou je hen met onze opzet op andere plaatsen kunnen inzetten – bijvoorbeeld in vaccinatiecentra”, schetst Loonen. “Waarom het dan niet wordt ingevoerd? Ik weet het niet. We kennen bedrijven die soortgelijke projecten hebben opgezet en nu vooral in het buitenland bezig zijn, bijvoorbeeld op vliegvelden. Daar kan het blijkbaar wel.” 

Ook het zelfstandig beginnen met het gebruik van de 3T-methode is niet eenvoudig, legt Schoeber uit. “Natuurlijk wordt al snel gevraagd waarom we het dan zelf niet doen, maar het onderwijs is een lastige omgeving. Daar spelen tegenstrijdige belangen; je zou deze methode willen doorvoeren om veiligheid te garanderen, maar er is ook een deel van de populatie dat niet wil meedoen en natuurlijk ook niet mag worden uitgesloten van onderwijs. Dat bijt elkaar en maakt de afweging nog complexer.” 

Mocht in Den Haag toch worden besloten om in het hoger onderwijs een coronatoegangsbewijs in te voeren, dan is de 3T-methode uitermate geschikt om bij onderwijsgebouwen te gebruiken. “Je hoeft dan niet een gehele teststraat op te bouwen, wat logistiek een behoorlijke uitdaging is”, benadrukt Schoeber. “Je hebt dan alleen een paar punten op de campus nodig waar de speekselsamples worden verzameld, wat heel eenvoudig kan zijn, terwijl je door het gebruik van triage ook het risico verkleint dat er besmette mensen in wachtrijen staan.” 

Opmaat voor ‘normale’ projecten 

Hoewel het 3T-traject nu vooral bij de marktpartijen ligt, stopt het hier niet voor Loonen en Schoeber. “We hebben allerlei samenwerkingen opgebouwd, en vandaaruit liggen er nu meerdere subsidieaanvragen. We hopen de samenwerkingen te continueren in ‘normale’ projecten, dat wil zeggen projecten waarin we een meerjarig onderzoek niet in zes maanden hoeven te stoppen. Daarnaast zal een nieuw project minder van ons afhankelijk zijn, bijvoorbeeld omdat een PhD-student het oppakt en het boegbeeld van het project wordt. Wij hoeven dan niet meer zeven dag per week tot elf uur ’s avonds te werken. Dat gaat fijn zijn.” 


Meer informatie over de onderzoeksgroep van Schoeber en Loonen is hier te vinden. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK