Docenten moeten leren lesgeven vanuit het perspectief van studenten

Interview | de redactie
15 december 2021 | Er is maar weinig kennis beschikbaar over hoe studenten op het hbo leren. Docenten, lectoren en onderwijskundigen van Hogeschool Leiden hebben alle kennis die hierover wél is gebundeld in een canon.
De Leidse canon is ook fysiek te verkrijgen. Beeld: Hogeschool Leiden

Docenten, lectoren en onderwijskundigen van Hogeschool Leiden hebben hun kennis gebundeld in de canon ‘Hoe leren studenten in het hoger beroepsonderwijs?’ Een uniek boekwerk waarin de schrijvers alle beschikbare kennis over het leren van jonge mensen samenvatten vanuit het perspectief van de jonge mensen.

Een interessant onderwerp, maar het was een lastig proces. Volgens Jaap van der Stel, lector Geestelijke Gezondheidszorg bij Hogeschool Leiden en hoofdredacteur van de canon, is er namelijk maar weinig materiaal beschikbaar op dit gebied. “De focus op adolescenten en jongvolwassenen zie je niet in de meeste boeken over dit onderwerp, omdat die veelal gericht zijn op het leren van kinderen.”

Daarnaast was ook het gebruikte perspectief uniek volgens Van der Stel, omdat tot voor kort alleen kennis beschikbaar was over onderwijskunde. “Over didactiek, feedback, toetsen, dat soort dingen. Eigenlijk mist ook in onderwijskundige studies kennis over hoe jongere mensen leren. Dat was dus tegelijk onze hoofdvraag en ons lastigste thema van de canon, omdat we de kennis ervoor soms gewoon nog niet hebben. Zo kunnen we waarschijnlijk over tien jaar weer een hele nieuwe canon hierover schrijven.”

Dit is echter precies waarvoor de canon geschreven is, vertelt Van der Stel. “We hebben de intentie en ambitie dat anderen over de canon kunnen beschikken en er gebruik van kunnen maken. Ik hoop ook dat andere hogescholen het gaan oppakken. Jonge docenten kunnen dit gebruiken om de auteurs van een toekomstige canon te worden.”

Onderzoekers kijken te veel vanuit zichzelf

Van der Stel is zelf lector Geestelijke Gezondheidszorg, en dus geen onderwijskundige. Toch kan hij als andragoog – onderzoeker gericht op de vorming van volwassenen – goed meepraten over dit onderwerp. Zo heeft hij eerder een boek geschreven over hoe mensen herstellen van psychische problemen; een onderwerp waar dezelfde problemen spelen als het onderwerp van hoe mensen leren.

“Ik heb een enorme boekenkast met honderden boeken over dit onderwerp,” vertelt de lector, “maar die gaan allemaal over psychotherapie, medicatie, gespreksvoering of het anders inrichten van de zorg. Er was niks te vinden over hoe mensen zelf kunnen herstellen. Het blijkt dus heel lastig om het niet heel de dag over jezelf te hebben. Dit zorgt er ook deels voor dat we niet verder komen met onze kennisbasis. We moeten regelmatig blijven herhalen dat we moeten leren hoe andere mensen leren, en hoe wij daarbij kunnen helpen. De docent wordt hierbij echt niet weggecijferd, want het is niet zo dat de studenten dan maar alles zelf kunnen doen.”

Een paar jaar geleden is op Hogeschool Leiden al de projectgroep Leren, Ontwikkelen en (persoonlijk en beroepsmatig) Functioneren (LOF) opgericht. Die groep is ook ontstaan vanuit het lectoraat, vertelt hij. “Omdat ik betrokken was bij zelfregulatie en executieve functies (hersenfuncties die nodig zijn voor doelgericht en aangepast gedrag, red.). Mijn toenmalige baas vroeg of ik mijn kennis op dit gebied niet ook zou kunnen toepassen op het leren van studenten, omdat hij in zijn functie veel meemaakte dat studenten hun studie vroegtijdig verlieten of moeite hadden met afstuderen.”

Canon rolde als een sneeuwbal door Hogeschool Leiden

De groep werd groter, en na het bespreken van een boek van onderwijskundige John Hattie over het leerproces bij schoolkinderen ontstond het idee dat iets gedaan moest worden met deze kennis. “Een canon waarin we alle kennis over het leren van jonge mensen samenvatten was één van de ideeën die daaruit voortkwam.”

Van der Stel vormde samen met onderwijskundigen Marjan de Ruijter en Anne Ribbert de redactie. “Met z’n drieën hebben wij als team dit georganiseerd, door mensen te vragen om artikelen te schrijven, maar ook door vragen op te stellen die voor alle auteurs richtinggevend moesten zijn. Soms wisten we precies wie we moesten benaderen, omdat diegene dan heel erg op een bepaald onderwerp zit, maar andere keren hebben we via ons netwerk mensen weten te vinden”, aldus Van der Stel.

Volgens Ribbert was dit proces tweeledig. “We hebben inderdaad wel mensen gezocht die op een bepaald onderwerp zaten, maar bij een aantal onderwerpen hebben we ook mensen gevraagd die niet zozeer expert waren. Die hebben juist door dit traject hun expertise op dat gebied opgebouwd. Voor auteurs met weinig voorkennis was dit hard werken, maar voor ons was het belangrijker dat iedereen gemotiveerd was om zich in een bepaald onderwerp te verdiepen. Zo werden deze mensen ook weer een betere docent of onderwijskundige, omdat ze juist hierdoor nieuwe kennis hebben opgedaan.”

Het proces leidt zelf ook tot kennis en interesse

Ook het verplaatsen in het perspectief van de student bleek toch soms moeilijk voor de participerende docenten of onderwijskundigen, vertelt Ribbert. “Soms kwamen ze met een heel goed hoofdstuk, waarin alleen het perspectief van de student ontbrak. Dit was echter wel het belangrijkste voor ons aan dit project. Docenten bedenken het onderwijs, maar het voortraject van hoe een student leert slaan we soms een beetje over. We denken het wel te weten, of we staan er niet echt bij stil. Dus wat we ook wilden bereiken is om dat leerproces aan te wakkeren bij iedereen die meedoet.”

De Ruijter merkte dit zelf ook, en zag dat het in de hele organisatie een doorwerking had. “Door het schrijven van dit boek zijn we zelf ook veel meer gaan leren. Als hogeschool zijn we een echte leergemeenschap, en dankzij dit boek zijn we dat nog meer geworden. We hebben studenten geïnterviewd, docenten hebben hun stukken door collega’s laten lezen waardoor anderen weer nieuwsgierig werden, dus zo krijg je toch nieuwe inzichten.”

Canon biedt naast kennis ook visie

Naast de kennis die in de canon gedeeld wordt, is de hoofdboodschap volgens de lector echter puur gericht op het krijgen van een andere visie op lesgeven. “Als een opname gemaakt zou worden van een vergadering tussen docenten, zonder dat ze dat weten, voorspel ik dat tachtig tot honderd procent gaat over wat wij als docenten doen. Wat onze intenties zijn, wat wij afspreken, wat wij willen veranderen. Het gaat dan maar heel weinig over wat dit betekent voor jonge mensen, en voor hoe zij leren. We willen die gedachte omkeren. Als dat overkomt bij de lezer, de bescheidenheid van de kennis die we hebben over het leren van jonge mensen, dan is dat al heel wat.”

Ribbert vertelt dat de canon makkelijk toepasbaar is voor andere hogescholen. “Het mooie aan de canon is dat het allemaal korte stukken zijn, waarover docenten in een teamoverleg in korte tijd een brainstormsessie kunnen hebben. Ze kunnen dan aan de hand van dit boek de vraag stellen wat ze zelf al doen, wat ze verder nog kunnen doen en waar ze kunnen verbeteren. Juist omdat het format bestaat uit korte hoofdstukken is het makkelijk om eens een hoofdstuk te behandelen tijdens een vergadering.”

De Ruijter voegt hieraan toe dat in elk hoofdstuk de vertaalslag is gemaakt van theorie naar praktijk, waardoor de canon ook gebruikt kan worden om onderwijsinnovatie na te jagen. “Alle hoofdstukken zijn geschreven op basis van gedaan onderzoek, en natuurlijk op basis van het perspectief van de student. Daarom is dit een handig boek voor als je aan de slag wilt gaan met onderwijsinnovatie, hoewel het daar niet zozeer voor is geschreven. De informatie over hoe een student het beste kan leren binnen een mogelijke innovatie is wel te vinden in dit boek. Dan kunnen de juiste theorieën gezocht worden om nieuwe concepten of principes vorm te geven. Na elk stuk theorie komt ook een voorbeeld uit de praktijk van wat een docent kan doen met deze theorie. ”

Twijfel over en door corona

Aangezien de redactie in maart 2020 begonnen is met de voorbereidingen voor de canon, kwam natuurlijk de vraag op wat de rol van corona zou zijn als thema. “Het heeft toch heel het onderwijs veranderd”, zegt De Ruijter, “dus we hebben getwijfeld of het niet een belangrijk thema moest zijn. We zagen al snel dat alle onderliggende principes grotendeels hetzelfde bleven. De middelen worden anders, en nog veel meer verandert, maar het echte leren van studenten verandert niet veel.”

Ook persoonlijk was het voor veel auteurs een dilemma of ze hieraan mee konden werken in deze tijd. Zo ook voor Ribbert: “Het leven stond zo op zijn kop, en dit is toch behoorlijk wat werk. Ook voor anderen die hierbij betrokken waren, waren het moeilijke omstandigheden. Ik vroeg me echt af of dit wel de juiste tijd was om dit ook nog te gaan doen, maar voor mezelf heeft het eigenlijk juist geholpen. Het heeft om extra verdieping gevraagd, in plaats van het alleen maar bezig zijn met de waan van de dag. Het zorgt ervoor dat je blijft werken aan de onderwerpen die ons verbinden, de liefde voor het onderwijs. Ik denk dat dit voor een heleboel mensen in onze groep gold.”

Meer informatie over de Leidse canon is via deze link verkrijgbaar. Ook kan hier een fysiek exemplaar besteld worden.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK