Druk van lerarentekort draagt bij aan uitval leraren-in-opleiding

Nieuws | de redactie
15 december 2021 | Studenten van tweedegraadslerarenopleidingen vallen bovengemiddeld vaak uit en doen vaker langer dan vijf jaar over hun studie dan andere hbo-studenten, schrijven onderzoekers van Berenschot. Het lerarentekort in het voortgezet onderwijs draagt daaraan op meerdere manieren bij.
“Als we vijf jaar vooruitkijken, zien we in 2026 een verwachting van bijna 2.600 fte aan tekort in het vo.” Beeld: Pixabay.

In opdracht van het ministerie van OCW onderzochten consultants van adviesbureau Berenschot de oorzaken van deze uitval en naar de maatregelen die onderwijsinstellingen nemen. Daartoe bekeken ze in-, door- en uitstroomcijfers van tweedegraadslerarenopleidingen, bekeken ze eerder onderzoek en voerden ze gesprekken met vijf instellingen die bovengemiddeld blijken te presteren. 

De resultaten van het onderzoek staan tegen een achtergrond van een zorgelijk personeelstekort in het voortgezet onderwijs, schrijven demissionair ministers Slob en Van Engelshoven in een recente Kamerbrief. “Als we vijf jaar vooruitkijken, zien we in 2026 een verwachting van bijna 2.600 fte aan tekort in het vo.” Die tekorten concentreren zich bij de zogeheten tekortvakken; zo zal het personeelstekort bij de vakken Nederlands, Duits, Frans, informatica, klassieke talen, natuur-, schei- en wiskunde in 2026 vijf procent hoger zijn dan bij andere vakken. Daarnaast daalt de instroom bij de lerarenopleidingen voor deze vakken. 

Vooral hoge uitval bij tekortvakken 

Uit het onderzoek bleek dat personeelstekorten bij middelbare scholen bijdragen aan de uitval van leraren-in-opleiding. Vooral bij bekende tekortvakken zoals Nederlands, Duits en Wiskunde is de uitval onder tweedegraads leraren-in-opleiding hoog; meer dan 36 procent van hen valt uit na het eerste studiejaar.  

Daarbij tekenen de onderzoekers van Berenschot aan dat studenten met een vwo-opleiding minder vaak na één jaar uitvallen dan studenten met een havo- of vmbo-opleiding. Daarnaast hangt de leeftijd van de tweedegraads leraren-in-opleiding samen met hun kans op uitval; hoe ouder ze zijn, hoe groter de kans dat ze succesvol doorstromen en uitstromen. 

Weinig tijd voor acclimatiseren, meteen verantwoordelijkheid tijdens stage 

Op basis van eerder onderzoek schuiven de onderzoekers van Berenschot de vormgeving van het onderwijs en de zwaarte van een tweedegraads lerarenopleiding naar voren als voornaamste redenen voor uitval. Uit gesprekken die de onderzoekers met leraren-in-opleiding hebben gevoerd komen echter nog meer redenen naar voren. 

Tweedegraads leraren-in-opleiding vinden dat van hen al vroeg een mate van vakvolwassenheid en professionele rijping wordt verwacht. Omdat stages al vroeg in de opleiding plaatsvinden, moet de beginnende student eigenlijk meteen over bepaalde kennis, vaardigheden en competenties beschikken.  Daarom hebben tweedegraads leraren-in-opleiding minder tijd om te acclimatiseren dan andere hbo-studenten.  

De studenten moeten daarnaast zowel op stage als binnen de opleiding steeds aantonen dat ze de lesstof goed kunnen verwerken. Daar komt nog bij dat ze in hun stages regelmatig meer verantwoordelijkheid krijgen dan ze, gezien het stadium van hun opleiding, verwacht worden aan te kunnen. Die te grote verantwoordelijkheid krijgen ze toebedeeld omdat scholen binnen bepaalde secties met forse personeelstekorten kampen. 

Het lerarentekort heeft ook op andere manieren invloed op de uitval van leraren-in-opleiding, blijkt uit gesprekken met studenten. Zo zien lerarenopleidingen dat zowel scholen als bemiddelingsbureaus zeer actief proberen leraren-in-opleiding alvast te lokken, met als gevolg dat deze studenten langer studeren of hun opleiding niet succesvol afronden. Ook werken veel leraren-in-opleiding naast hun studie. Omdat hun aanstellingen als leraar vanwege het lerarentekort steeds omvangrijker worden, zien lerarenopleidingen steeds vaker dat deze deeltijdstudenten er niet langer in slagen hun studie met hun werk te combineren. 

Succesvolle interventies 

Met het oog op verschillende factoren en kengetallen ontdekten de onderzoekers dat de lerarenopleidingen van een zestal hogescholen bovengemiddeld presteren. Die instellingen zijn Fontys Hogescholen, de Hogeschool Arnhem en Nijmegen, NHL Stenden Hogeschool, de Hogeschool Rotterdam, de Driestar en de Hogeschool Utrecht. Bij een aantal van deze instellingen hebben de onderzoekers verdiepend onderzoek gedaan en een overzicht gemaakt van de interventies die deze instellingen in verschillende fasen van de opleiding gebruiken om het studiesucces van tweedegraads leraren-in-opleiding te vergroten. Het overzicht met interventies is hieronder weergegeven. 

In hun rapportage geven de onderzoekers onder andere aandacht aan de ‘lentorendagen’ van Fontys Hogescholen, een kort traject waarin bovenbouwleerlingen bijles geven aan brugklasleerlingen en zodoende kunnen ruiken aan het beroep van leraar. Ook gaan zij dieper in op de interventie ‘overtref jezelf’ die de Hogeschool Rotterdam gebruikt om eerstejaars leraren-in-opleiding te helpen met het stellen van doelen. In het ‘overtref jezelf’-traject denken studenten na over zichzelf en hun toekomst, identificeren ze gewenste en ongewenste toekomstbeelden en stellen ze op basis daarvan persoonlijke doelen op. Uit de resultaten blijkt dat deze interventie de studieopbrengsten van eerstejaars leraren-in-opleiding met twintig procent verbetert. Ook de kloof in studieprestaties van studenten met verschillende etniciteiten werd middels deze interventie grotendeels gedicht.  

Studiesucces bij lerarenopleidingen vraagt om intensievere aanpak 

Volgens de onderzoekers van Berenschot vraagt het studiesucces van tweedegraads leraren-in-opleiding een intensievere aanpak dan bij de gemiddelde hbo-student. De onderzoekers stellen daarbij, op basis van onderzoek naar studiesucces, dat de inspanningen van instellingen zich moeten richten op de competentie, de relaties en de autonomie van studenten.  

Allereerst moeten opleidingen zijn afgestemd op de mogelijkheden en behoeften van de student. “Een combinatie van hoge (en reële) verwachtingen en beschikbaarheid van studiebegeleiding zijn een goede basis voor het ontwikkelen van een gevoel van competentie bij de studenten”, schrijven de onderzoekers. Daarnaast hebben studenten behoefte aan het gevoel erbij te horen; ze hebben behoefte aan goede relaties met hun docenten en medestudenten. “Luisteren, vertrouwen geven, steun bieden en uitnodigende omstandigheden creëren zijn belangrijke pedagogische voorwaarden voor het ontstaan van goede relaties”, aldus de onderzoekers. 

Flexibilisering bedreigt kleinschaligheid 

Ook moeten instellingen ervoor zorgen dat leraren-in-opleiding het gevoel hebben zelf de regie over hun opleiding te hebben. “Het pedagogische antwoord hierop is het bieden van veiligheid, ruimte, begeleiding, ondersteuning en het faciliteren van de verbondenheid tussen studenten onderling en met docenten”, schrijven de onderzoekers. De steeds verdergaande flexibilisering van lerarenopleidingen geeft studenten daartoe meer ruimte, maar daarin zullen ze wel goed moeten worden begeleid.  

Aan die begeleiding schort het nu soms nog, blijkt uit gesprekken die de onderzoekers met studenten hebben gevoerd. Daarnaast waarschuwen de onderzoekers dat verdergaande flexibilisering een bedreiging kan zijn voor de sociale binding en de kleinschaligheid van opleidingen. “Mede door de positieve effecten die uit lijken te gaan van sociale binding en kleinschaligheid, zal nagedacht moeten worden hoe deze factoren behouden/versterkt kunnen worden in een steeds flexibel en meer op het individu afgestemde leeromgeving.” 

Zorg voor balans tussen interventies  

In hun aanbevelingen zeggen de onderzoekers dat de uitdaging voor opleidingen niet ligt in het bedenken van nieuwe interventies om studiesucces te bevorderen, maar veeleer in het zorgen voor een samenhang tussen de interventies. “Vind de juiste balans in de mix van interventies en laat de timing van de interventies aansluiten bij de behoefte van de student”, schrijven zij.  

Die interventies zouden allen moeten plaatsvinden binnen de driehoek van de eerdergenoemde factoren ‘competentie’, ‘relatie’ en ‘autonomie’. Daarbij raden de onderzoekers instellingen aan om samen met studenten na te gaan in hoeverre de gebruikte interventies daarop inspelen en in welke mate de interventies met elkaar samenhangen. Een dergelijk gezamenlijk onderzoek zou moeten leiden tot een eenduidige ondersteunende omgeving voor alle studenten.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK