Edubadges hebben toegankelijkheid van hoger onderwijs als doel

Interview | door Michiel Bakker
1 december 2021 | Met edubadges, digitale certificaten voor cursussen of kleinere onderwijseenheden, worden hoger onderwijsinstellingen veel toegankelijker voor werkenden, vertellen Cees van Tilborg (Fontys Hogescholen), Mindel van de Laar en Ilse Sistermans (Universiteit Maastricht). Voordat de edubadges ook in internationale samenwerkingen gebruikt kunnen worden, is er echter nog werk aan de winkel.
“We zeggen allemaal dat we naar een andere manier van leren willen – open, toegankelijk, flexibel. Dan zal het onderwijssysteem op de schop moeten”, zegt Ilse Sistermans van de Universiteit Maastricht. Beeld: SURF.

Edubadges zijn digitale certificaten die hoger onderwijsinstellingen kunnen uitdelen aan ingeschreven studenten die cursussen afronden. Aan de ‘achterkant’ van een edubadge worden zaken zoals de inhoud van de cursus, de opgedane kennis en de verantwoordelijke onderwijsinstelling beschreven. Momenteel voert SURF, in samenwerking met veel Nederlandse hoger onderwijsinstellingen, pilots uit met deze edubadges. 

Sterk verband met flexibilisering van het onderwijs 

De ICT-opleiding van Fontys Hogescholen doet daaraan omdat het een trend is die sterk verband houdt met de flexibilisering van het onderwijs, vertelt Cees van Tilborg, docent Open Learning bij Fontys. De vaststaande curricula in het hoger onderwijs, waarbij de school bepaalt wat een student moet leren, verdwijnen langzaamaan. Het onderwijs wordt steeds meer op maat en naar persoonlijke voorkeur toegesneden, een ontwikkeling die samenhangt met de groeiende diversiteit van de arbeidsmarkt. “Als een net afgestudeerde werktuigbouwkundige twintig jaar geleden ging solliciteren, kwam hij waarschijnlijk tegenover iemand te zitten die ook werktuigbouwkunde had gestudeerd en precies wist waar dat over ging”, schetst Van Tilborg.

“Als je ziet hoe divers het aanbod aan hbo-opleidingen is, terwijl er binnen die opleidingen ook allerlei variaties mogelijk zijn, dan heeft degene die tijdens een sollicitatiegesprek tegenover een afgestudeerde werktuigbouwkunde zit waarschijnlijk geen idee wat diegene precies heeft gedaan.”  

Cees van Tilborg, docent Open Learning, is al meer dan twintig jaar werkzaam bij Fontys Hogescholen. Daarvoor werkte hij als software-ontwikkelaar en onderzoeker.

Om tóch duidelijkheid te geven over hetgeen een student tijdens de studie heeft geleerd, kan de student al tijdens de opleiding beginnen met het opbouwen van een portfolio. “Daarin kun je allerlei dingen opnemen, maar het mooist is het als je daaraan gevalideerd bewijsmateriaal kunt toevoegen – bijvoorbeeld een edubadge. Zo kan een student zijn leerpad in kaart brengen in een portfolio en daarmee ook doorgaan wanneer die student een professional wordt.” 

Soms past dit beter dan een traditioneel diploma 

Daarmee openen de edubadges deuren voor flexibel onderwijs, iets waarmee men bij het Open Learning binnen de ICT-opleidingen van Fontys al ervaring heeft. Studenten bepalen daarin namelijk zelf halfjaarlijks wat ze willen leren en hoe ze dat willen leren, zolang het maar binnen het raamwerk van de opleiding past. “Wij gebruiken alleen een systematiek om de voortgang van een student te meten en te bepalen hoe diegene aan de eindtermen gaat voldoen”, vertelt Van Tilborg. “Bij zo’n onderwijsontwerp passen edubadges beter dan een traditioneel diploma.”  

Hoewel het wettelijk nog niet mogelijk is om een combinatie van edubadges te doen gelden als diploma, geeft Fontys wel formele edubadges uit aan studenten die een in het curriculum opgenomen onderwijseenheid halen, bijvoorbeeld bij afronding van een semester. Daarnaast wil men in de toekomst ‘informele’ edubadges uitgeven, die zijn gekoppeld aan extra-curriculaire activiteiten zoals internationale oriëntatie en bestuurswerk bij een vereniging.  

Edubadges moeten flexibiliteit ondersteunen, niet in de weg staan 

Als met edubadges kan worden aangetoond dat bepaalde onderwijseenheden zijn behaald, lijkt het voor studenten makkelijker te worden om van opleiding of opleidingsniveau te wisselen. Dat vraagt echter om uniformering van curriculumontwerpen – iets waarvoor Van Tilborg waarschuwt. “Als het gebruik van edubadges ertoe leidt dat opleidingen weer in een strak regime komen, ben ik daarop tegen. De edubadges moeten flexibiliteit ondersteunen, niet in de weg staan.” 



Op dit moment is die flexibiliteit nog onvoldoende, schetst Van Tilborg. “Als een student vanaf het hbo naar de universiteit wil, wordt vanuit de universiteit nog vaak om een traditionele cijferlijst gevraagd – iets dat wij vaak niet kunnen overleggen omdat ons onderwijs heel anders is ingericht. Het portfolio en de edubadges van een student zouden juist de basis voor het gesprek moeten zijn. Daarin staat wat iemand kan, weet en gedaan heeft.” 

Toetsing uitbesteden aan werkveld 

Ook de beweging naar leven lang ontwikkelen is sterk gebaat bij de opkomst van de edubadges, schetst Van Tilborg. “Een student die is afgestudeerd, kan gewoon doorgaan met het opbouwen van een portfolio – hetzij in een nieuwe studie, hetzij als werkende.” Als een werkende in de toekomst terugkomt bij een onderwijsinstelling, kan het portfolio daarbij de basis zijn voor een gesprek over de specifieke leerbehoefte en gewenste leerroute van de werkende.  

In het plan voor de lange termijn heeft Fontys-ICT daarnaast de mogelijkheid van samenwerking met ‘vertrouwde partners’ opgenomen, bijvoorbeeld een bank of een bedrijf waarmee nu al intensief wordt samengewerkt. “Wij weten wat zij doen, zij weten wat wij doen; waarom zou een student daar dan niet een half jaar kunnen zitten om aan bepaalde key performance indicators te werken om daarvoor vervolgens, op basis van het oordeel van de werkgever, een edubadge te krijgen?”, zegt Van Tilborg. “Dat is samen opleiden met het werkveld, waarbij ook de toetsing daar wordt belegd. Natuurlijk moet daar goed over worden nagedacht, maar ook met het oog op leven lang leren kan dit kansrijk zijn, aangezien deze opzet het behalen van een edubadge voor werkenden makkelijker zou maken.” 

Universiteit Maastricht past edubadges internationaal toe 

Bij de Universiteit Maastricht gebruikt men de edubadges al bij post-graduate cursussen voor werkenden – maar dan in een internationale context, vertelt Ilse Sistermans, specialist online en blended onderwijs bij de universiteitsbibliotheek van de Universiteit Maastricht.

Ilse Sisterman is specials online & blended onderwijs bij de Universiteit Maastricht. Daarnaast is ze beleidsadviseur bij het programmateam van het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT

“We hebben eerst met onze rechtenfaculteit meegedaan met een Proof of Concept (PoC) met edubadges vanuit SURF. Daarna hebben we met de UNU-Merit deelgenomen aan de pilot. Daarbij ging het vooral om leeruitkomsten, het onderwijskundig raamwerk, de naam van de uitgevende instantie en ECTS.” 

UNU-Merit is een research- en trainingsinstituut van de United Nations University, die in Nederland deel uitmaakt van de Universiteit Maastricht. Mindel van de Laar is daar hoofd capacity development. “Wij bieden cursussen voor werkenden aan over heel de wereld”, vertelt ze. “Meestal geven we die cursisten toegang tot het platform van de UM door hen in te schrijven als student, waarna ze een vak kunnen volgen en een toets of examen kunnen maken.”

De praktijk kent nog veel haken en ogen 

Na afronding kregen de cursisten normaliter een papieren certificaat aangeboden, wat soms een grote logistieke uitdaging vormt. “Certificaten die we naar bijvoorbeeld Nigeria of Rwanda sturen, komen daar vaak niet aan. Een edubadge leek mij daarom een prachtige oplossing”, vertelt Van de Laar. “Omdat cursisten staan ingeschreven bij de UM, kunnen we hen een link geven waarmee ze een edubadge kunnen aanvragen. In theorie klinkt dat geweldig, maar de praktijk blijkt nog wat haken en ogen te bevatten.” 

Zo waren de rollen en de rechtenstructuur binnen het platform niet meteen duidelijk. Tevens wisten studenten vaak niet dat ze een certificaat in de vorm van een edubadge zelf moesten aanvragen. Dat gaat SURF aanpakken middels een direct award-systeem, waarbij een cursusaanbieder automatisch edubadges kan toewijzen.

Mindel van de Laar is PhD programmadirecteur bij de Maastricht Graduate School of Governance en hoofd capacity development bij UNU-Merit.

Alleen ingeschreven studenten kunnen edubadge aanvragen 

Het belangrijkste probleem ligt echter in het feit dat alleen studenten van Nederlandse hoger onderwijsinstellingen edubadges kunnen aanvragen bij de dienst van SURF. “Bij UNU-Merit staan studenten vaak voor zo’n tien weken ingeschreven. Als ze na die tijd nog een edubadge willen aanvragen, kan dat niet meer. We hebben daarvoor nog geen goede oplossing”, vertelt Van de Laar. Ook in het kader van leven lang ontwikkelen zorgt dat voor problemen, voegt Sistermans toe. 

“Werkenden die bijscholing ontvangen zijn in de regel niet of slechts heel kort ingeschreven bij een instelling. Het systeem van SURF waarop de edubadges kunnen worden aangevraagd is echter zodanig beveiligd dat alleen studenten met een account bij een Nederlandse hoger onderwijsinstelling daarop kunnen inloggen. Dat schuurt met leven lang ontwikkelen en studentmobiliteit. Tegelijkertijd zijn we, vooral na de hack hier in Maastricht, ons er nog meer van bewust dat databeveiliging en autorisatie echt veilig moet verlopen. Dat vormt een heel grote uitdaging.” 

Gebruik edubadges in Europese samenwerking nog onmogelijk 

Wie in Maastricht ‘studentmobiliteit’ zegt, komt al snel uit bij YUFE, de Europese Universiteit-alliantie waarin de Universiteit Maastricht als coördinator met negen andere universiteiten uit Europa is verbonden. “Ook als we binnen YUFE edubadges willen gebruiken voor het geven van digitale certificaten, zullen we aanlopen tegen het probleem dat het platform voor edubadges nu alleen toegankelijk is voor Nederlandse hoger onderwijsinstellingen” vertelt Sistermans. “Hoe kan iemand uit Finland of Cyprus zo’n edubadge krijgen? We kijken nu samen met SURF of we een pilot kunnen opzetten om hiermee te experimenteren, maar daarbij komt gewoon heel veel kijken.” 

Ondanks alle uitdagingen zijn de Maastrichtse experts positief gestemd over de edubadges en de manier waarop het ontwikkelingen op het gebied van modulair onderwijs en microcredentialing kan ondersteunen. “We zeggen allemaal dat we naar een andere manier van leren willen – open, toegankelijk, flexibel. Dan zal het onderwijssysteem op de schop moeten.” 

Edubadges vergroten toegankelijkheid hoger onderwijs 

In de toekomst kunnen de edubadges ook worden ingezet bij het belonen van competentiegericht onderwijs, denkt Sistermans. “In ons huidige onderwijssysteem staat een studiepunt gelijk aan 28 uur aan studielast. Bij competentiegericht onderwijs beloon je niet op basis van het aantal studieuren, maar op basis van de aangetoonde competentie. Een voorbeeld is het Europees raamwerk voor taalvaardigheid. Het edubadge-platform zou hierbij kunnen worden ingezet om aan te tonen dat een student iets op een bepaald niveau beheerst.”  

Daarnaast zien beide experts de microcredentials en het bieden van (open) modulair onderwijs als een middel om het hoger onderwijs beter toegankelijk te maken – zowel binnen als buiten de landsgrenzen. “Er zijn veel delen van de wereld waar onderwijs voor veel mensen niet makkelijk toegankelijk is”, benadrukt Van de Laar. “Als we in die delen van de wereld onderwijs kunnen aanbieden en dat op een meer eenvoudige manier kunnen erkennen met een digitaal certificaat middels een edubadge, dan maak je daarmee onderwijs toegankelijker en beter beschikbaar. Ik zie daar veel potentie.” 

Ook in Nederland kan men met kort modulair onderwijs het leven lang leren ondersteunen, denkt Sistermans. “Het verruimt de toegankelijkheid van het onderwijs. Dat is dan niet meer alleen voor mensen tussen de achttien en vierentwintig jaar oud met een bepaalde sociaaleconomische achtergrond, maar ook voor mensen die nu op een of andere manier niet kunnen deelnemen aan onderwijs. De ontwikkeling waarvan de edubadges onderdeel zijn heeft uiteindelijk een ruimere toegankelijkheid van het hoger onderwijs als doel.” 

Michiel Bakker : 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK