“Een docent deelt nog liever zijn tandenborstel dan zijn leermateriaal”

Interview | door Michiel Bakker
21 december 2021 | Open leermaterialen hebben de toekomst, geloven Heleen Hesselink en Elles Schaaphok van Hogeschool Saxion. Tegelijkertijd merken ze bij docenten nog veel onwetendheid en onzekerheid op. “Docenten willen vaak wel, maar vaak zijn ze nog onzeker over allerlei standaarden waaraan open leermateriaal wellicht moet voldoen.”
Bij het ‘open’ maken van zelf ontwikkelde leermaterialen komt meer kijken dan alleen die ontwikkeling, vertellen Elles Schaaphok en Heleen Hesselink van Saxion. Beeld: Pexels

Het is steeds vaker ‘open’ dat de klok van het hoger onderwijs slaat; niet alleen met betrekking tot publicaties (Open Access) of de gehele wetenschapspraktijk (Open Science), maar ook waar dat het onderwijs betreft. Zo wordt de aandacht voor en de omvang van open leermaterialen steeds groter. Op het platform eduscources van SURF kunnen docenten hun zelf ontwikkelde leermaterialen delen met andere docenten en zodoende ook de leermaterialen van anderen gebruiken. Steeds meer hogescholen en universiteiten sluiten zich aan bij deze ontwikkeling, al dan niet in samenspraak met SURF – ook Hogeschool Saxion. 

Versnellen met edusources 

“Zo’n vier jaar geleden vond de eerste subsidieronde van de Stimuleringsregeling Open en online onderwijs vanuit SURF plaats. Erik Horsthuis, een docent bij Saxion, heeft daaraan meegedaan en een open, online cursus gemaakt. Daarmee is de bal bij ons gaan rollen”, vertelt Heleen Hesselink, adviseur bij het Teaching and Learning Centre (TLC) van de dienst Onderwijs en Student Support (OSS) van Hogeschool Saxion, en vandaaruit betrokken bij de regeling ‘Versnellen met edusources’ van het het Versnellingsplan.

“Er zijn meerdere projecten ontstaan vanuit subsidieregelingen; zo doet onze verpleegkundeopleiding mee met het project ‘Samen hbo verpleegkunde’ waarin verpleegkundeopleidingen leermaterialen delen. Op een gegeven ogenblik wilden we de resultaten van projecten met subsidieregelingen beter met mensen van andere onderwijsinstellingen kunnen delen. We hadden toen al veel gehoord over edusources, een dienst die wij nog niet gebruikten; in samenspraak met SURF hebben we toen besloten mee te doen met ‘Versnellen met edusources’, om een jaar lang te experimenteren met het platform voor digitale leermaterialen.”

Steeds meer open leermateriaal 

Toen Saxion daarmee afgelopen zomer begon, was het uitgangspunt om vooral te zoeken naar manieren om leermaterialen te delen die voortkwamen uit eerdere subsidieregelingen van SURF. Intussen wordt echter tevens bekeken welke andere, reeds bestaande leermaterialen via edusources kunnen worden gedeeld. “Docenten en docent-onderzoekers stellen ons steeds vaker de vraag waar ze hun leermaterialen kunnen delen”, vertelt Elles Schaaphok, informatiespecialist bij Saxion Bibliotheek en vandaaruit verantwoordelijk voor het verrijken en duurzaam ontsluiten van open onderwijscontent. 



“Zo kwam er onlangs een docent-onderzoeker bij me die een omgeving zocht waarin ze door haar gemaakte leermaterialen ook aan elkaar kan relateren. Welnu, dit kan heel goed met edusources; die dienst wordt namelijk voortdurend doorontwikkeld. De docent-onderzoeker werd heel enthousiast toen ik wat voorbeelden liet zien van leermaterialen die via edusources worden gedeeld. Een prettige bijkomstigheid daarvan is het feit dat er veel ruimte is om te experimenteren. Docenten hebben alle gelegenheid om uit te zoeken hoe ze iets het liefst willen doen.” 

Dit vraagt om een gedrags- en cultuurverandering 

Bij Saxion komt het initiatief om leermaterialen te delen nog vaak bij individuele docenten vandaan die iets moois hebben ontwikkeld en dat niet voor zichzelf willen houden, vertelt Hesselink. “Bijvoorbeeld een serie instructievideo’s. Die worden al intern gedeeld, maar we kunnen ze nu ook via edusources delen; veel vakken worden immers niet alleen bij Saxion gegeven. Voor ons is het vooral de uitdaging om het gebruik van edusources een vastere plek te geven in de werkwijze van docenten die leermaterialen ontwikkelen. Als Teaching and Learning Centre en Saxion Bibliotheek hebben we daarom de handen ineengeslagen.” 

Bij het ‘open’ maken van zelf ontwikkelde leermaterialen komt namelijk meer kijken dan alleen die ontwikkeling, legt Schaaphok uit. Vanuit Saxion Bibliotheek verzorgt zij bijvoorbeeld begeleiding met betrekking tot licenties en auteursrecht, iets waarmee rekening moet worden gehouden bij het delen van open leermaterialen.  

Het heeft gewoonweg tijd nodig voordat zowel het hergebruik als het delen van open leermaterialen een standaard onderdeel van de afweging van docenten wordt. 

“Hogescholen hebben een Easy Access-regeling afgesloten waardoor docenten binnen een omgeving zoals Blackboard simpel gebruik kunnen maken van bijvoorbeeld afbeeldingen. Als je leermateriaal open wilt maken en wilt kunnen delen, krijg je echter met andere regels te maken; dan deel je een presentatie niet alleen met een klas van twintig studenten, maar met mogelijkerwijs iedereen. Daardoor kun je bijvoorbeeld sommige afbeeldingen niet gebruiken in open leermateriaal terwijl dat nog wel mocht voordat je het leermateriaal open maakte.” 

Kennis van en vertrouwdheid met dergelijke regels is volgens Hesselink van groot belang als het delen en hergebruiken van leermaterialen gemeengoed moet worden. “Het geheel vraagt om een cultuur- en gedragsverandering, dat heeft tijd nodig. Docenten willen vaak wel, maar vaak zijn ze nog onzeker over allerlei standaarden waaraan open leermateriaal wellicht moet voldoen. ‘Een docent deelt nog liever z’n tandenborstel dan z’n leermateriaal’, werd daarom in een landelijke werkgroep gegrapt. Dat zien wij ook. Het heeft gewoonweg tijd nodig voordat zowel het hergebruik als het delen van open leermaterialen een standaard onderdeel van de afweging van docenten wordt. Ik hoop dat we daar in de komende jaren naartoe kunnen werken.” 

Je moet erin geloven, maar dat doen we 

Hoewel Saxion wat later dan de meeste hoger onderwijsinstellingen op de wagen van open leermaterialen is gesprongen, lijkt de hogeschool toch een vruchtbare bodem voor deze ontwikkeling te kunnen zijn.

“Bij Saxion is men bezig met een nieuw onderwijsmodel, waardoor veel docenten bezig zullen zijn met een herbezinning op hun onderwijs. Heleen en haar collega’s van het Teaching and Learning Centre hebben daarin een grote rol, dus ik hoop dat de gedragsverandering die we nodig hebben daarom sneller zal gaan”, vertelt Schaaphok. 

“Leermaterialen worden zoveel mogelijk open online aangeboden, zodat ook anderen binnen én buiten Saxion hier gebruik van kunnen maken. Omgekeerd maakt Saxion ook gebruik van open leermaterialen die door anderen ontwikkeld zijn om zodoende de expertise die wereldwijd beschikbaar is te benutten”, staat in de onderwijsvisie van Saxion.

De wat later op gang gekomen aanpak met betrekking tot open leermaterialen heeft echter ook voelbare nadelen. Zo hangt bij Saxion nog veel af van de initiatieven van enthousiastelingen zoals Hesselink en Schaaphok. “Je moet er echt in geloven om dan iets voor elkaar te krijgen, maar dat doen we allebei”, vertellen ze. Daarnaast merken ze dat er op nationaal niveau veel samenwerking is tussen hoger onderwijsinstellingen.  

“Vanuit de bibliotheken is er bijvoorbeeld een ‘Werkgroep Bibliotheken Open & Online onderwijs’; daarin wordt nagedacht over de versterking van de rol van de bibliotheken. Wat wij daar leren, nemen we mee terug naar Saxion – bijvoorbeeld waar dat het delen van en het werken met open leermaterialen betreft. Iedereen wil graag helpen, of het nu om universiteiten of hogescholen gaat”, vertelt Schaaphok. Hesselink kan dat bevestigen. “Wij zijn bijvoorbeeld een keer op bezoek geweest bij de TU Delft. Die hebben al zoveel ervaringen met het werken met open leermaterialen, dat ik daar samen met twee collega’s gekeken heb wat wij van hen kunnen leren.” 

Vooral hergebruik van leermateriaal moet bekender worden 

Als het aan de onderwijs- en informatiespecialisten van Saxion ligt, is het delen en hergebruiken van open leermaterialen over vijf jaar een standaard optie in het hoofd van docenten die hun onderwijs ontwerpen. “Ik hoop dat sterk,” vertelt Hesselink, “vooral dat het hergebruik van leermaterialen bekender wordt. Als docenten hun onderwijs opnieuw gaan inrichten, zouden ze zich vanzelf moeten afvragen wat er al beschikbaar is aan open leermaterialen van anderen.” 

Zo heeft Hesselink enige jaren geleden de inhoud van alle eerstejaars vakken van twee gelijkaardige opleidingen bekeken en voor hen gezocht naar open leermaterialen die als alternatief voor commerciële lesboeken kunnen dienen. “Hoewel maar weinig docenten besloten die open leermaterialen te gebruiken – ze kunnen immers niet zomaar hun onderwijsprogramma omgooien – waren velen van hen wel enthousiast. Daar begint het. Daarnaast waren er ook docenten die niet helemaal tevreden waren met het lesboek dat ze gebruikten; zij hebben dat vervangen door open leermateriaal. Die docenten zijn nu eigenlijk ambassadeurs voor ons.” 

Natuurlijk ligt de uiteindelijke keuze voor het gebruik van leermaterialen bij de docent zelf, benadrukt Schaaphok, want docenten moeten zich vertrouwd voelen met de leermaterialen die ze gebruiken en van mening zijn dat die passen binnen de context van het vak dat ze verzorgen. “Voor ons is echter de mooie rol weggelegd hen te wijzen op alle mogelijkheden die er zijn. Het moet ingesleten raken in de manier van werken van zowel docenten als van ons dat we elkaar ontmoeten op het moment dat de docent bezig is met het inrichten van het onderwijs. Daar kan het verschil worden gemaakt.” 

Michiel Bakker : 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK