Medezeggenschap hoger onderwijsinstellingen wordt toegankelijker voor internationale studenten

Nieuws | de redactie
23 december 2021 | Voor studenten van buiten de Europese Economische Ruimte wordt het makkelijker om stage te lopen, zitting te nemen in een medezeggenschapsorgaan of een bestuursfunctie te vervullen. Eerst hadden zij daarvoor tewerkstellingsvergunningen nodig, maar een wetswijziging heft die belemmering op.
“Het is belangrijk dat zowel nationale als internationale studenten in gesprek gaan over beleid dat binnen de instelling wordt gevoerd (bijvoorbeeld op het gebied van internationalisering)”, is in de toelichting van SZW te lezen. Beeld: Stanley Morales

De veranderingen komen voort uit een aantal aanpassingen in de Wet arbeid Vreemdelingen (Wav). Die wet regelt de toegang voor vreemdelingen tot de Nederlandse arbeidsmarkt en verplicht werkgevers bijvoorbeeld om tewerkstellingsvergunningen (twv) te hebben voor vreemdelingen van buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Dat de Wav volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid toekomstbestendiger en technisch eenvoudiger is gemaakt, levert voordelen op voor internationale studenten in Nederland. 

Vrijstelling voor stages in kader van studie 

Internationale studenten die afkomstig zijn van buiten de EER ondervinden soms hinder van het feit dat zij een tewerkstellingsvergunning nodig hebben om een stage te kunnen doen die voor hun studie noodzakelijk is. Hun verblijfsvergunning heeft in de regel alleen betrekking op hun studie, niet op werk. Volgens het ministerie van SZW is het wenselijk dat die belemmering wordt weggenomen. Met deze wetswijziging “wordt derhalve de vrijstelling geregeld van het verbod een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten voor buitenlandse studenten die een stage volgen in het kader van hun studie.”  

De stages die hieronder vallen hoeven niet verplicht te zijn, maar ze moeten wel aantoonbaar relevant zijn voor de studie die een internationale student van buiten de EER in Nederland volgt. Daarom eist het ministerie van SZW dat er als waarborg een stageovereenkomst wordt gesloten tussen de student, de werkgever en de onderwijsinstelling. Daarbij moet de onderwijsinstelling verklaren dat de stage relevant is.  

Bouwkundeopleiding beter toegankelijk voor internationale studenten 

Een soortgelijke versoepeling wordt ingevoerd voor masterstudenten van zes Academies van Bouwkunst. Deze academies hanteren een onderwijsmodel waarbij de masterfase van de opleiding bestaat uit een combinatie van vier dagen werken en een dag onderwijs per week. Op die manier voldoen studenten al tijdens hun studie aan de eis van twee jaar werkervaring die wordt gesteld voor inschrijving in het architectenregister.  

Voor studenten van buiten de EER was dit nog niet mogelijk. Onder de gewijzigde wet krijgen studenten aan een Academie van Bouwkunst echter vrijstelling van een verplichte tewerkstellingsvergunning voor werk dat zij doen in het kader van hun opleiding. Het ministerie zet de deur echter niet wagenwijd open voor studenten van buiten de EER; de vrijstelling geldt voor in totaal vijftig studenten per studiejaar. De verantwoordelijkheid voor onderlinge afstemming over de instroom legt het ministerie van SZW neer bij de Academies zelf. 

Medezeggenschap of bestuursfunctie valt buiten stage-regeling 

De studenten van buiten de EER onder de gewijzigde Wet arbeid Vreemdelingen niet langer tewerkstellingsvergunning nodig hebben om stages te kunnen doen, is niet het enige goede nieuws voor deze studenten in Nederland. Verschillende universiteiten hebben namelijk aangegeven dat het voor studenten van buiten de EER lastig is om zitting te nemen in de medezeggenschap of het bestuur van bijvoorbeeld een studievereniging. Omdat zij hierdoor studievertraging kunnen oplopen, moet het bestuur van een hoger onderwijsinstelling hen een financiële ondersteuning aanbieden uit het profileringsfonds.  

Medezeggenschapsactiviteiten vallen echter buiten de categorie ‘stage’ of ‘bijbaan’, waardoor studenten van buiten de EER een tewerkstellingsvergunning nodig zouden hebben om medezeggenschaps- of bestuurswerk te mogen doen. Die tewerkstellingsvergunning zou dan door de werkgever, oftewel de universiteit of hogeschool, moeten worden aangevraagd.  

Belangrijk dat internationale studenten meedoen in gesprek over beleid 

Om de internationale studenten minder afhankelijk te maken van de inspanningen vanuit de hoger onderwijsinstelling, heeft het kabinet besloten studenten van buiten de EER vrij te stellen van de verplichte tewerkstellingsvergunning als zij zitting willen nemen in de medezeggenschap of een bestuursfunctie willen vervullen. “Het is belangrijk dat zowel nationale als internationale studenten in gesprek gaan over beleid dat binnen de instelling wordt gevoerd (bijvoorbeeld op het gebied van internationalisering)”, is in de toelichting van SZW te lezen. 

De vrijstelling van de verplichte tewerkstellingsvergunning voor studenten van buiten de EER behelst de activiteiten waarvoor hoger onderwijsinstellingen hun studenten volgens de WHW financiële ondersteuning zouden moeten bieden. Specifiek gaat het om “het lidmaatschap van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid, een opleidingscommissie, het bestuur van een opleiding (..), de universiteitsraad, de faculteitsraad, het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling (…), de medezeggenschapsraad, de deelraad of de studentenraad.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK