Na veel negatief debat is er weer enthousiasme over internationalisering

Nieuws | de redactie
22 december 2021 | Het nieuwe regeerakkoord laat zien dat Nederland weer positief staat tegenover internationalisering, schetst Pieter Duisenberg. Veel Kamerleden en ook minister Van Engelshoven zijn vooral negatief geweest over internationalisering, maar de voorzitter van de koepel van universiteiten ziet dat nu veranderen.
Pieter Duisenberg – Foto: Gregor Servais

Pieter Duisenberg, voorzitter van Universiteiten van Nederland, gaf een lezing tijdens een online bijeenkomst van Stichting Nederlandse Wereldwijde Studenten (NWS). Deze stichting organiseert evenementen voor studenten die een studie in het buitenland volgen, willen volgen of hebben afgerond. Duisenberg was uitgenodigd om de actualiteit van internationalisering te bespreken. 

Die actualiteit begon volgens Duisenberg in 2014, met een brief van toenmalig minister van OCW, Jet Bussemaker. “Dat was een hele positieve brief over internationalisering, met heel veel ambities. Destijds is ook aan universiteiten gemeld dat ze moeten internationaliseren. Die sfeer was toen heel goed, heel positief.” 

Het hele politieke discours is daarna veranderd, stelde Duisenberg, “omdat men meer gericht was op Nederland in plaats van andere landen en Europa. Dat hele discours is echter nu weer een het kantelen en wordt nu weer positief.” 

Aantal buitenlandse studenten groeide te snel 

Duisenberg vertelde dat de ommekeer in het politieke discours ook kwam naar aanleiding van negatieve verhalen in de media over de problemen die de instroom van buitenlandse studenten met zich meebrengt. “De uitgaande mobiliteit is altijd al veel lager geweest dan de inkomende mobiliteit, en dat was een probleem. De inkomende mobiliteit is ook alleen maar gegroeid. Dat heeft geleid tot nadelen. Wij hebben misschien zelf ook dingen niet goed gedaan bijvoorbeeld in het aanbod van studentenkamers. Dat heeft ook mede het politieke debat negatief beïnvloed. Het kwam echter niet alleen door het kamertekort en de te hoge instroom. Het komt ook door een samenstelling van politieke partijen en wie de woordvoerders zijn in de Kamer en hoe die in de wedstrijd staan. Dat heeft er ook allemaal mee te maken.” 

Ook de huidige demissionair minister van OCW, minister Van Engelshoven, was een stuk minder positief over internationalisering dan haar voorganger, vertelde Duisenberg. “Tegelijkertijd was de gedachte bij universiteiten dat we internationalisering wel willen blijven faciliteren, maar dat moet niet alleen gebeuren omdat het meer geld oplevert.” Dat is overigens onzin, stelde de voorzitter van UNL, “want het kost ons alleen maar geld. We doen het omdat we het goed vinden voor de kwaliteit van het onderwijs en het onderzoek.” 

Nieuw kabinet, nieuwe kansen 

In 2019 merkte Duisenberg dat het politieke discours toch weer aan het kantelen was, vooral toen de wet Taal en Toegankelijkheid in 2019 werd aangenomen in de Tweede Kamer. ”Een paar dingen daarin konden we als instrumenten gebruiken om de aantallen te beheersen, maar er stond ook een toets in voor de meerwaarde van een Engelse voertaal. Deze wet is toen het kabinet viel door de Eerste Kamer als controversieel verklaard, zoals te lezen is op ScienceGuide. De Eerste Kamer vond namelijk dat de Tweede Kamer te negatief naar internationalisering keek.” 

Het nieuwe kabinet en regeerakkoord laten nu ook een nieuw geluid horen en daar is Duisenberg blij mee. “De toekomst ziet er wel echt beter uit. Ik merk dat de sfeer aan het veranderen is. In het nieuwe regeerakkoord staan instrumenten om de aantallen van de instroom te reguleren, wat wel echt nodig is. We zijn een heel aantrekkelijk onderwijsland, met hoge kwaliteit en lage kosten, en zeker met de Brexit worden wij alleen maar aantrekkelijker. Om dat beheersbaar te houden, zodat er voldoende kamers zijn, zodat docenten het aankunnen en zodat het in collegezaal past, moeten we ergens de rem erop kunnen zetten.” 

Niets meer over taalbeleid in het regeerakkoord 

Naast wat er wel in het regeerakkoord staat, is de voorzitter ook blij met wat er níet instaat. “Er staat geen taalbeleid in; daaraan merk ik andere sfeer, een positieve sfeer. Ook heeft het kabinet aangegeven dat ze op een aantal gebieden koploper wil zijn in Europa. Ze zien Europa als oplossing, en niet alleen als iets waar geld naartoe moet of vandaan kan komen. We kunnen samen met Europa onze maatschappelijke uitdagingen oplossen.” 

Het helpt hierbij dat ook in Europa veel aandacht is voor internationalisering. “Het budget van het Erasmusprogramma is gigantisch verhoogd, en er wordt verder gekeken naar samenwerkingen. Het European Universities Initiative wordt verdiept en uitgebreid. Elf van de veertien Nederlandse universiteiten zitten in deze netwerken, en die hebben een grote toekomst. Hierin kunnen studenten een deel van hun curriculum in het buitenland doen. Er komt steeds meer mobiliteit voor studenten in Europa, en ik ben groot fan.” 

Nederland is te leuk om weg te gaan 

Volgens Duisenberg heeft internationalisering de toekomst, maar is het wel iets waar we aan moeten blijven werken als Nederland. Bijvoorbeeld aan een meer proactieve strategie, of aan de balans tussen inkomende en uitgaande studenten. “We willen de inkomende studenten meer kunnen sturen en beheersen, maar we willen ook meer Nederlandse studenten de kans geven om naar het buitenland te gaan. Dat doen we onder andere door de samenwerkingen met Europese universiteiten, dat heeft echt een hoge prioriteit.” 

De uitgaande mobiliteit is namelijk vrij laag, en daar moet verandering in komen. “Blijkbaar is Nederland zo leuk dat studenten niet weg willen. Het Nederlandse studentenleven is natuurlijk erg leuk, en de kwaliteit van het onderwijs is hoog, maar toch vinden wij dat een ervaring in het buitenland een gigantische bijdrage levert aan je persoonlijke ontwikkeling. We zien liever veel meer studenten die naar het buitenland gaan.” 

Hoewel Duisenberg nu erg gericht is op Europa, ziet hij ook kansen voor wereldwijde internationalisering. Wel moet de aanpak per regio verschillen. “Zo willen we bij China en India aan de ene kant vrije uitwisseling en meehelpen met ontwikkelen, maar aan de andere kant ook kennisveiligheid. Dat moeten we goed invullen. Een regio waarvan ik denk dat er enorm veel potentie is, is Afrika. Dat zal voor de komende tien jaar het grootste groeigebied zijn voor wederzijdse connectie. We moeten zorgen dat studenten en onderzoekers die kant opgaan en andersom.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK