Rutte IV: géén miljard voor de universiteiten

Nieuws | de redactie
15 december 2021 | De komende tien jaar gaat het nieuwe kabinet 5 miljard euro investeren in ongebonden onderzoek en ontwikkeling. Dat is niet de structurele 1 miljard euro per jaar waarop de universiteiten hoopten. Verder wordt het leenstelsel afgeschaft, wordt het BSA over twee jaar uitgesmeerd en moet Open Science de norm worden.
Kamervoorzitter Vera Bergkamp met formateurs Johan Remkes en Wouter Koolmees bij de presentatie van het nieuwe regeerakkoord.

Uit het nieuwe regeerakkoord wordt duidelijk dat er in 2024 een nieuwe basisbeurs komt die iedereen in staat stelt om te kunnen studeren, ongeacht het inkomen van de ouders. De nieuwe coalitie wil daarom per studiejaar 2023/2024 een basisbeurs invoeren voor alle studenten. Deze basisbeurs kan worden aangevuld met een inkomensafhankelijke aanvullende beurs. In dezelfde adem belooft het nieuwe kabinet aandacht te hebben voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van deze beleidsverandering. De OV-studentenkaart, de huidige leenvoorwaarden en de investeringen vanuit het studievoorschot worden ongemoeid gelaten. 

Studenten die in de jaren onder het leenstelsel geen gebruik konden maken van een basisbeurs krijgen ter compensatie de keuze voor een korting op hun studieschuld of een studievoucher. Om dit te bekostigen trekt het nieuwe kabinet een miljard uit. Wat de omvang van de korting op de studieschuld zal zijn en hoe dit wordt geregeld wordt niet in het akkoord omschreven. 

Zowel Sigrid Kaag (D66) als Wopke Hoekstra (CDA) spraken hun vreugde uit over de terugkomst van de basisbeurs voor studenten. “Iedereen moet kunnen studeren; daarom komt de basisbeurs terug. Dat het leenstelsel pas in 2023 verdwijnt heeft te maken met de uitvoering van deze grote stelselwijziging”, vertelde Hoekstra. “Ik had graag gewild dat het sneller kon, maar technisch gezien kunnen we het gewoon niet eerder doen.” 

In lijn met de Lissabondoelstelling 

Het nieuwe kabinet zegt, in lijn met de Lissabondoelstelling (het investeren van 2,5% van het BBP in onderzoek en innovatie), meer te gaan investeren in vrij en ongebonden onderzoek en ontwikkeling. Dit gaat het kabinet doen met een apart fonds van 5 miljard euro dat in een looptijd van tien jaar zal worden besteed.

Het nieuwe kabinet zal tevens het Nationaal Groeifonds doorzetten via investeringen in projecten die zijn gericht op onder meer onderzoek en innovatie. Daarnaast wordt het Topsectorenbeleid voortgezet. “Publiek-private samenwerking op het terrein van kennis en innovatie blijft een belangrijk onderdeel van het bedrijfslevenbeleid”, staat in het akkoord.  

Ook belooft het kabinet, evenals bij kabinet Rutte-III, de voorspelbaarheid van de bekostiging te vergroten door het weghalen van de perverse prikkel op hogere instroom. Tevens zal de vaste voet bekostiging worden herzien en verhoogd en zal er een beter balans komen tussen de eerste en de tweede geldstroom. De precieze uitwerking van deze voornemens laat echter nog op zich wachten.

Verder spreken de coalitiepartners in het nieuwe regeerakkoord de intentie uit om nieuwe instrumenten te gebruiken als het huidige instrumentarium niet toereikend blijkt om de schokken in studentenaantallen te beheersten, ook wanneer die te wijten zijn aan de instroom van internationale studenten. Ook wil het nieuwe kabinet dat universiteiten kleine studies zoals Nederlandse Taal en Cultuur gezamenlijk gaan aanbieden om zo een dekkend en passend aanbod te garanderen.   

Twee jaar voor BSA 

Volgens het kabinet is er dan meer ruimte om de werkdruk aan te pakken, vaste contracten te bieden en een evenwichtig aanbod in krimpregio’s te behouden. Ook zal het bindend studieadvies (BSA) worden aangepast, is in het akkoord te lezen. Waar studenten nu de opleidingen moeten verlaten als zij in het eerste studiejaar niet aan de gestelde norm voldoen, zullen ze voortaan twee studiejaren krijgen om aan deze norm te voldoen. Wel krijgen instellingen de ruimte om studenten alsnog na één studiejaar weg te sturen wanneer duidelijk is dat de student echt niet op zijn of haar plaats is. Een belangrijk doel van deze aanpassing is het verhogen van het welzijn van studenten, schrijven de coalitiepartners. 

Met betrekking tot selectie aan de poort zijn de intenties van het nieuwe kabinet weinig verrassend. “Opleidingen die selecteren dienen te onderbouwen hoe de selectieprocedure past bij de inhoud van de opleiding, effectief is en gelijke kansen borgt”, zo staat in het regeerakkoord.

Open Science als norm 

Het nieuwe kabinet wil dat de academische vaste kaders komen voor de wetenschappelijke samenwerking met onvrije landen – een thema dat de afgelopen tijd al vaker werd besproken in Den Haag. Daarom willen de coalitiepartners ook met betrekking tot Open Science, wat volgens het nieuwe kabinet de norm moet worden, garanderen dat de nationale veiligheid daarmee niet in het geding komt.  

Vanzelfsprekend krijgt ook het lerarentekort aandacht in het nieuwe regeerakkoord. Zo trekt het nieuwe kabinet structureel 800 miljoen euro per jaar uit om te investeren in voldoende en goede leraren. Daarnaast wordt ingezet op de versterking van de kwaliteit van lerarenopleidingen – bijvoorbeeld door de pabo-specialisaties ‘jonge kind’ en ‘oude kind’, waarmee nu al geëxperimenteerd wordt, door te voeren.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK