Begeleiding beginnende leraren te weinig gericht op professionele ontwikkeling

Nieuws | de redactie
6 januari 2022 | De kans dat beginnende leraren uitvallen in het eerste jaar is veel groter dan twintig jaar geleden, schrijven auteurs van Fontys en Zuyd. Het begeleiden van beginnende leraren is daarom extra belangrijk, maar die begeleiding is vaak te weinig gericht op professionele ontwikkeling. Daarnaast lijdt de begeleiding onder de tekorten bij scholen en een gebrek aan diepgaande theorie.
“Waar aan het begin van deze eeuw nog zo’n twaalf procent van de beginnende leraren uitviel in het eerste jaar, is dat percentage opgelopen tot bijna twintig procent.” Beeld: Rodnae

Het Nederlandse onderwijs kampt met een nijpend lerarentekort. Terwijl politici en beleidsmakers druk in de weer zijn om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken, de uitval van leraren-in-opleiding terug te brengen en de instroom van nieuwe leraren te bevorderen, blijft de uitval van beginnende leraren een probleem. Waar aan het begin van deze eeuw nog zo’n twaalf procent van de beginnende leraren uitviel in het eerste jaar, is dat percentage opgelopen tot bijna twintig procent, schrijven auteurs van Fontys Hogescholen en Zuyd Hogeschool in een boek over het begeleiden van leraren. Na het eerste jaar neemt uitval van leraren af tot ongeveer vier procent per jaar. 

In de uitvalcijfers is een groot verschil waarneembaar tussen beginnende leraren die hun opleiding al hebben afgerond en beginnende leraren die dat nog niet hebben gedaan. Waar gemiddeld twintig procent van de leraren uitvalt in het eerste jaar als werkende, valt slechts negen procent van de gecertificeerde leraren uit in het eerste jaar. Hoewel de uitval van gecertificeerde leraren in het eerste jaar fors lager is dan de uitval van docenten die zonder diploma op zak voor de klas worden gezet, is deze negen procent in het eerste jaar nog steeds twee of drie keer zo veel dan de uitval in latere jaren, schrijven de onderzoekers. Vooral in hun eerste jaar lopen Nederlandse leraren dus het risico om uit te vallen.  

Begeleiding beginnende leraren te weinig gericht op professionele ontwikkeling 

Om de uitval van beginnende leraren tegen te gaan, hebben veel Nederlandse scholen introductieprogramma’s opgetuigd waarbinnen beginnende leraren worden begeleid. Deze programma’s zijn vooral gericht op de sociale inbedding van de beginnende leraar in de school, en daar wordt een kans gemist, aldus de onderzoekers, want juist in de eerste jaren van hun leraarschap zouden leraren moeten worden uitgedaagd om zich professioneel te ontwikkelen.  



Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat de vijftien jaar die een beginnende leraar nodig heeft om zelfstandig een effectieve professional te worden zodoende kan worden teruggebracht naar vijf jaar. “Dit bevordert de kwaliteit van de leraar en verlaagt de kans op (vroege) uitval. Sociaal gezien betekent dit een (potentiële) reductie van kosten, terwijl leerlingen onderwijs en ondersteuning van een hoger niveau krijgen”, aldus de auteurs. 

Een driehoek van praktijk – theorie – persoon 

Mentoren, oftewel ervaren leraren die beginnende leraren begeleiden, kunnen veel betekenen voor de professionele ontwikkeling van beginnende leraren. Het is daarbij van belang dat deze mentoren over een goede pedagogische gereedschapskist beschikken om het leren van een specifieke beginnende leraar goed te kunnen bevorderen. “Mentoren moeten dus kennis zowel pedagogische vaardigheden als kennis over het leren van leraren hebben”, aldus de auteurs. 

De auteurs zijn de zienswijze toegedaan dat kwalitatief goede begeleiding op de werkvloer samenhangt met de mate waarin een mentor pedagogische strategieën kan verbinden met relevante theoretische en praktische kennis, met de praktijk waarbinnen het lesgeven plaatsvindt en met de persoon van de beginnende leraar. Goede begeleiding begint dus bij één van de punten van de driehoek praktijk theorie – persoon. Mentoren moeten daarom beschikken over pedagogische methoden die de ontwikkeling van een beginnende leraren laten plaatsvinden vanuit de drie genoemde factoren.  

Jezelf als voorbeeld geven 

In hun hoofdstuk geven de auteurs een aantal voorbeelden van pedagogische methoden die de praktijk, de theorie of de persoon van de beginnende leraar als uitgangspunt nemen. Vanaf dat uitgangspunt kan de verbinding met een van de andere factoren worden gezocht, bijvoorbeeld de verbinding tussen een ervaring van de leraar en een theoretisch concept. De auteurs hebben de pedagogische methoden, die alleen theoretisch zijn ingebed en voortkomen uit de praktijk, geselecteerd op basis van hun eigen ervaringen als onderzoeker en mentor van beginnende leraren.  

Als mentoren de praktijk waarin zij werken als uitgangspunt nemen voor de professionele ontwikkeling van beginnende leraren, kunnen zij ervoor kiezen beginnende leraren observatie-opdrachten te geven. In de reflectie op een geobserveerde situatie kan de mentor de eigen beroepservaring gebruiken bij de begeleiding. Daarbij kan de mentor, die voor de beginnende leraar als rolmodel kan fungeren, eventueel zichzelf als voorbeeld geven en samen met de beginnende leraar kritisch reflecteren op haar aanpak.  

Het blootleggen van impliciete kennis 

Als de theorie als uitgangspunt voor de professionele ontwikkeling van beginnende leraren wordt gekozen, zijn er allereerst pedagogische methoden die voortkomen uit kennis over de praktijk. Daaronder vallen bijvoorbeeld het aanleren van belangrijke handelingen zoals het uitleggen van lesstof en het kiezen van geschikte voorbeelden. Ook het voortdurend en bewust uitdagen van beginnende leraren om zich moeilijke vaardigheden eigen te maken, het oefenen in kleine, specifieke situaties en het werken met voorbeeldvideo’s zijn pedagogische methoden met een bewezen werking.  

Daarnaast onderscheiden de auteurs pedagogische methoden die aangrijpen op praktische kennis, kennis die een beginnende leraar veelal onbewust opdoet tijdens het werk zelf. Hoewel de beginnende leraar zich niet bewust is van dergelijke kennis, speelt die wel een rol in haar handelingen en beslissingen, waardoor deze kennis invloed heeft op de kwaliteit van haar onderwijs. Aan de hand van bijvoorbeeld mind maps of andere visualiserende methoden kan een mentor de beginnende leraar helpen zich bewust te worden van deze impliciete kennis. 

Als er niet genoeg ervaren leerkrachten beschikbaar zijn voor de begeleiding van beginnende leraren, houdt het op.

Ook de persoon van de beginnende leraar kan als uitgangspunt worden genomen bij het begeleiden en stimuleren van diens professionele ontwikkeling, schrijven de auteurs. Daarbij noemen ze enkele ‘narratieve’ pedagogische methoden waarbij beginnende leraren vanuit hun eigen perspectief een situatie of een conflict beschrijven en vandaaruit op zichzelf reflecteren. Tevens schetsen ze dat het nuttig kan zijn om samen met een beginnende leraar na te denken over diens ideale leraar en vandaaruit persoonlijke leerdoelen en leervragen op te stellen.  

Prioriteiten scholen en lerarentekort doen begeleiding geen goed 

Uit onderzoek blijkt dat effectieve introductieprogramma’s voor beginnende leraren zich deels richten op het verlagen van de werklast van deze leraren, bijvoorbeeld door hen minder lesuren en makkelijkere klassen te geven, schrijven de auteurs. Daarnaast moeten zij de gelegenheid hebben om hun mentoren te spreken, wat tevens om roostertechnische ruimte voor ervaren leraren vraagt. Om de begeleiding effectief te laten zijn, moeten ook die voldoende ruimte, beschikbare uren en gepaste compensatie krijgen.  

De opzet en de kwaliteit van deze introductieprogramma’s kan echter worden beperkt door contextuele factoren, schetsen de auteurs. Zo is inrichting van zo’n programma afhankelijk van bijvoorbeeld de personele bezetting van een school; als er niet genoeg ervaren leerkrachten beschikbaar zijn voor de begeleiding van beginnende leraren, houdt het op. Daarnaast zien veel scholen hun belangrijkste taak in het lesgeven aan leerlingen. Taken die daarop direct betrekking hebben krijgen dus voorrang, wat resulteert in minder tijd en ruimte voor de begeleiding van beginnende leraren. 

De theorie is nog te mager 

Niet alleen de organisatorische aandacht, ook de wetenschappelijke aandacht voor het begeleiden van beginnende leraren moet toenemen, vinden de auteurs. Onderzoek dat reeds gedaan is gaat niet voldoende in op de complexiteit van de professionele ontwikkeling van leraren. Zo is vaak wel bekend dat methode x beter werkt dan methode y, maar heeft men daarvoor geen verklaring.  

Pas wanneer dergelijke verklaringen worden gevonden kan de kennis goed worden vertaald naar concrete onderwijskundige en begeleidende praktijken, benadrukken de auteurs. Zij pleiten daarom voor kwalitatief praktijkgericht zelf-onderzoek, actieonderzoeken en ontwerpend onderzoek naar pedagogische methoden voor de begeleiding van beginnende leraren.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK