Dijkgraaf belooft dat de rechtspositie van studenten gewaarborgd blijft

Nieuws | de redactie
28 januari 2022 | Als het aan het kabinet ligt, kunnen studenten die een geschil hebben met een examencommissie niet meer aankloppen bij de Commissie voor Beroep van het Hoger Onderwijs. Minister Dijkgraaf belooft dat de toegang tot het recht voor studenten echter onaangetast blijft nu deze rechtspraak de verantwoordelijkheid wordt van de Raad van State.
Minister van OCW in de Tweede Kamer.

Het was het eerste debat in de Tweede Kamer voor de nieuwe minister van onderwijs Robbert Dijkgraaf – een vrij technisch debat over de rechtsbescherming van mbo-studenten. Veel tijd voor grote bespiegelingen waren er niet en Dijkgraaf moest duidelijk en wetstechnisch accuraat zijn antwoorden formuleren op de vragen vanuit de Kamer. Een belangrijk onderdeel van de besproken nieuwe wet is de toegankelijkheid van het recht voor studenten in het hoger onderwijs.  

Continuïteit waarborgen 

Studenten in het hoger onderwijs die een geschil hebben, bijvoorbeeld over afkijken tijdens online tentamens, kunnen een schorsing aanvechten bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CHBHO). Het kabinet wil deze commissie afschaffen en de taken onderbrengen bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit moet de continuïteit van deze kleine rechtbank in Den Haag waarborgen.  



De Tweede Kamer is echter bezorgd over de continuïteit van de rechtszekerheid voor studenten in het hoger onderwijs. “Rechtsbescherming moet zo laagdrempelig, toegankelijk en deskundig mogelijk zijn, pas dan waarborg je een goede rechtsbescherming”, zo zei Kiki Hagen van D66. 

Het CBHO is Snel en deskundig 

“Het CBHO behandelt nu het beroep van studenten in het hoger onderwijs. Ze doet dat snel en deskundig. Studentenorganisaties zijn daarom bezorgd dat de beroepszaken straks op een grote hoop verdwijnen “, aldus Hagen. “Hoe garandeert de minister dat door de opheffing van het CBHO de deskundigheid, capaciteit en toegankelijkheid niet verloren gaat?” 

Kauthar Bouchallikht van GroenLinks bleek vooral bezorgd voor de doorlooptijd als deze zaken straks worden behandeld door de Bestuursrechtspraak van de Raad van State. “Er is afgesproken dat de doorlooptijd een gemiddelde periode van 95 dagen zal aanhouden. Dat is gemiddeld en betekent dan ook dat studenten langer dan drie maanden moet wachten op een uitspraak. Het kan heel problematisch zijn als zo’n uitspraak belangrijk is voor de studieduur of als dit te maken heeft met de inschrijving voor een vervolgstudie.” 

Belangrijke stap uit het regeerakkoord 

“We zetten met dit wetsvoorstel een belangrijke stap uit het coalitieakkoord om de gelijke behandeling van studenten in het mbo, hbo en wo gelijk te trekken”, zo zei Dijkgraaf echter. De minister wil met dit wetsvoorstel bewerkstelligen dat alle studenten in het vervolgonderwijs geschillen kunnen aanvechten bij de Bestuursrechtspraak van de Raad van State. 

“Mbo-studenten verdienen dezelfde bescherming als alle andere studenten in het onderwijs. Het sluitstuk van de rechtsbescherming in het hoger onderwijs en de toekomstige rechtsbescherming mbo is een laagdrempelige toegang tot de rechter.”  

Nu kunnen studenten in het hoger onderwijs naar het CBHO. Die doen zo’n tweehonderdvijftig keer per jaar een uitspraak. “Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat het CBHO als kleine organisatie in beheersmatig opzicht kwetsbaar is. Dit voorstel adresseert die punten met een overdacht van de rechtsprekende taak van het CBHO naar de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarmee wordt de laagdrempelige toegang tot een rechter voor zowel mbo- als ook ho-studenten duurzaam geborgd”, zo verzekerde de D66-minister. 

Minister verontschuldigt zich  

Studentenorganisaties hebben zich onvoldoende betrokken gevoeld bij dit besluit, zo zei onder andere Stephan van Baalen van DENK. “Dat is spijtig om vast te stellen”, zei Dijkgraaf. “Ik hoop dan ook vandaag uw Kamer en de studentenorganisaties te kunnen overtuigen dat er goede en werkbare afspraken zijn om die bijzondere kenmerken van het CBHO ook bij de inbedding in de Raad van State te behouden. De lage drempels blijven bestaan. Net als het verlaagde griffierecht en dat je zonder procesvertegenwoordiging kunt procederen.”  

Mochten er signalen komen dat de praktijk toch weerbarstiger is, dan gaat de minister ingrijpen, zo zegde bij de Kamer toe. “Dan zal ik niet schromen om dat met deze raad te bespreken.” 

Theoretisch een interessante vraag 

Ook wat betreft de doorlooptijd van de zaken gaat de minister afspraken maken met de afdeling bestuursrechtspraak. “Er is nu een gemiddelde doorlooptijd van 94 dagen, dat betekent dat veertig procent van de zaken langer duurt dan die 94 dagen. Ik ga een gemiddelde tijd vastleggen met de Raad van State. Dat wordt trouwens een uitdaging, want hoe leg je een gemiddelde vast? Theoretisch een interessante vraag. Ik heb er vertrouwen in dat de Raad van State deze afspraken ook zal nakomen.” 

Een groot deel van de Kamer zei dit wetsvoorstel te zullen steunen. De verwachting is dan ook dat dit met een grote meerderheid wordt aangenomen.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK