Mannelijke studenten roken, drinken en blowen vaker

Nieuws | door Michiel Bakker
20 januari 2022 | Tijdens de eerste lockdown zijn Nederlandse studenten substantieel minder gaan drinken. Wel rookten zij vaker wiet. Dat blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit. Daarnaast blijkt het gender man, uitwonend zijn, bachelor-student zijn en minder dan gemiddeld te besteden hebben samen te hangen met de consumptie van tabak, alcohol of wiet.
“Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten voor overheden en hoger onderwijsinstellingen”, schrijven onderzoekers van de Radboud Universiteit. Beeld: cottonbro.

Roken, alcohol- en wietgebruik komt bij studenten vaker voor dan bij niet-studerende leeftijdsgenoten, schrijven de onderzoekers. Zo rookt ongeveer een kwart van de studenten in Nederland af en toe terwijl elf tot twintig procent van de studenten dat dagelijks doet. Bijna 93 procent van de studenten drinkt soms alcohol; bijna dertig procent van de studenten drinkt zelfs meer dan eens per maand zes glazen op een avond (binge drinking). Daarnaast heeft bijna de helft van de studenten ooit wiet gerookt.  

De levens van studenten zijn door de coronacrisis en de eerste lockdown danig verstoord; de onzekerheid van hun toekomst is duidelijker en ze kampen met eenzaamheid, studievertraging of toegenomen zorgtaken. Hun tabak-, alcohol- en wietconsumptie kan daardoor zijn veranderd, opperen de onderzoekers. Zo trad tijdens de eerste lockdown geen verandering op in de rookgewoonten van Duitse en Italiaanse studenten, maar nam het roken onder Franse studenten af. Daarnaast blijkt dat de alcoholconsumptie in die tijd overal afnam.  

De onderzoekers hebben daarom, als onderdeel van de COVID-19 International Student Well-Being Study van de Universiteit van Antwerpen, de tabak-, alcohol- en wietconsumptie voor en tijdens de eerste lockdown geanalyseerd. Daarnaast hebben ze onderzocht welke karakteristieken samenhangen met de consumptie van studenten voor en tijdens de eerste lockdown en welke karakteristieken samenhangen met veranderingen in de consumptie van tabak, alcohol en wiet tijdens de eerste lockdown.  

Onderzoek onder bijna tienduizend studenten

De onderzoeksresultaten komen voort uit analyses van online enquêtes onder bijna tienduizend studenten van de Rijksuniversiteit Groningen, Hogeschool Inholland, de Radboud Universiteit, de Wageningen University and Research, de Universiteit Maastricht en de Universiteit van Amsterdam. Het invullen van de enquête was mogelijk tussen 27 april en 7 juli 2020. 



Iets meer dan zeventig procent van de respondenten was vrouw. De gemiddelde leeftijd was 22 jaar oud en bijna vijfentachtig procent van de respondenten is van Nederlandse geboorte. Een meerderheid heeft hoogopgeleide ouders en was bachelorstudent ten tijde van de enquête. Verder bleek dat er tijdens de eerste lockdown meer studenten waren die krap bij kas zaten dan voor de lockdown. 

Drankgebruik tijdens eerste lockdown afgenomen 

Het aantal rokende studenten in Nederland lijkt tijdens de eerste lockdown niet te zijn toegenomen, blijkt uit de onderzoeksresultaten. Voor zowel vrouwen als mannen bleef het percentage studenten dat eens per week rookt, respectievelijk 9,8 en 15,6 procent, vrijwel gelijk. In dezelfde periode nam het percentage wekelijkse binge-drinkers af (van gemiddeld 27,8 procent naar gemiddeld 21 procent) en steeg het aantal studenten dat wekelijks wiet rookte (van 6,7 procent gemiddeld naar gemiddeld 8,6 procent).  

Wel was de tabak-, alcohol- en wiet-consumptie in beide periodes hoger onder mannen dan onder vrouwen. Een identificatie als man was dan ook, samen met uitwonend zijn, een bachelor-student zijn en per maand minder te besteden hebben, een factor die samenhing met een grotere consumptie van tabak, alcohol en wiet, schrijven de onderzoekers. Daarnaast rookten buiten Nederland geboren studenten vaker wiet, en waren studenten wier ouders tenminste gedeeltelijk meebetaalden aan hun studie vaker binge-drinkers en wietgebruikers. 

Gezonde effecten van lockdown 

Voorafgaand aan de eerste lockdown consumeerden veruit de meeste studenten niet wekelijks tabak, alcohol of wiet. Tijdens de eerste lockdown veranderde de samenstelling van hun groep. Waar 234, 443 en 316 van de eerdere niet-gebruikers tijdens de eerste lockdown wekelijks naar respectievelijk de tabak, alcohol of wiet greep, maakten respectievelijk 228, 1830 en 130 studenten de tegenovergestelde beweging. Het aantal wekelijkse binge-drinkers onder de respondenten nam dus af met 1387 – bijna vijftien procent van het totale aantal respondenten. 

De consumptie is gemiddeld hoger bij mannelijke, uitwonende en bachelor-studenten en bij studenten die minder te besteden hebben.

Niet wekelijks gebruikende studenten die zich identificeerden als man, uitwonend waren, bachelorstudent waren en niet van Nederlandse geboorte zijn bleken tijdens de eerste lockdown sneller wekelijkse gebruikers te worden dan studenten die niet aan die karakteristieken voldeden. Die samenhang geldt vooral voor binge-drinken en het roken van wiet, schrijven de onderzoekers. Andersom bleken jongere studenten vaker te stoppen met wekelijks roken en binge-drinken. Ook alleenwonende studenten en vrouwen stopten vaker met binge-drinken. 

Uit het onderzoek komen duidelijke risicofactoren naar voren ten aanzien van de wekelijkse consumptie van tabak, alcohol en wiet, schrijven de onderzoekers. De consumptie is gemiddeld hoger bij mannelijke, uitwonende en bachelor-studenten alsook studenten die minder te besteden hebben. Daarbij is het merkwaardig dat deze karakteristieken zowel voorafgaand aan als tijdens de eerste lockdown samenhingen met de wekelijkse consumptie van tabak, alcohol of wiet. “Dit geeft aan dat de onderscheiden karakteristieken niet alleen bijdragen aan de kans op gebruik maar ook aan veranderingen in gebruik”, aldus de onderzoekers. 

Gebruik hangt vaak samen met depressieve klachten 

Als ze hun onderzoeksresultaten vergelijken met de theorie of resultaten van eerder internationaal onderzoek, is het niet verwonderlijk dat het aantal rokende studenten gelijk lijkt te zijn gebleven, schrijven de onderzoekers. Rookgedrag heeft waarschijnlijk minder te maken met de sociale context en wordt daarom minder beïnvloed door de lockdown, vermoeden zij. Ook een afname van de alcoholconsumptie onder studenten tijdens de eerste lockdown komt niet als een verrassing. “Deze afname kan samenhangen met het sluiten van veel horecagelegenheden, wat studenten minder gelegenheid gaf om in sociale verbanden alcohol te nuttigen.” 

Dat de wietconsumptie onder studenten toenam tijdens de eerste lockdown was echter wel onverwacht, aldus de onderzoekers, maar daarvoor geven zij een voor de hand liggende verklaring. “In Nederland wordt het bezit en de recreatieve consumptie van wiet (meer dan in andere landen) gedoogd, wat een verklaring kan zijn van het toegenomen gebruik toen studenten thuis moesten blijven.” 

Uit onderzoek voor de coronacrisis is gebleken dat ook mentale problemen vaak samenhangen met de consumptie van verslavende of verdovende middelen. Ook bleek uit Frans en Duits onderzoek tijdens de eerste lockdown dat studenten met mentale problemen vaker ongezonde keuzes maakten, waaronder de keuze voor tabak-, alcohol- of drugsgebruik. Ook de Nederlandse onderzoekers zagen een verband tussen symptomen van depressie en de consumptie van tabak, alcohol en wiet.  

Beleidsmakers moeten dit meenemen 

“Dit onderzoek biedt waardevolle inzichten voor overheden en hoger onderwijsinstellingen, helemaal gezien het feit dat de coronacrisis voortduurt en studenten, hoger onderwijsinstellingen en beleidsmakers ook in de nabije toekomst zullen moeten omgaan met de gevolgen daarvan”, schrijven de onderzoekers. Zij roepen beleidsmakers op om oog te hebben voor de hogere consumptie van tabak, alcohol en wiet in bepaalde groepen. Interventies om dat gebruik tegen te gaan moeten daarmee rekening houden.  

Daarnaast moeten hoger onderwijsinstellingen door overheden in staat worden gesteld om hun studenten aan te sporen tot en te enthousiasmeren voor een gezonde levenswijze. Daar hoort bij dat ondersteunende diensten van hoger onderwijsinstellingen, zoals begeleiding, hulp en interventies, beschikbaar en toegankelijk zijn voor studenten. Daarbij moet studenten goede voorlichting worden gegeven over deze mogelijkheden.  

Voor studenten uit subgroepen waarbinnen tabak-, alcohol- en wiet-consumptie vaker voorkomt moeten hoger onderwijsinstellingen wellicht extra ondersteuning aanbieden, besluiten de onderzoekers. “Dat is niet alleen tijdens de coronacrisis maar ook na het opheffen van de maatregelen essentieel; het ondersteunen van deze studenten zal bijdragen aan het voorkomen of verminderen van het gevaarlijke gebruik van deze middelen.” 

Michiel Bakker : 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK