Meten van sociale impact praktijkgericht onderzoek door stappen te tellen

Nieuws | de redactie
26 januari 2022 | Praktijkgericht onderzoek naar gezondheidsinterventies werkt vaak zonder gekwantificeerde waarden, die wel belangrijk zijn voor het aantrekken van onderzoekssubsidies. Onderzoekers van verschillende living labs en kenniscentra zijn daarom bezig om dit te veranderen, en Katapult brengt mensen samen om dit proces verder te stimuleren.
“Als je een aanvraag voor een subsidie doet, wil je ook graag laten zien wat het oplevert, en waarom nou juist dit project subsidie zou moeten krijgen.” Beeld: EddieKphoto

Het Kenniscentrum Sport en Bewegen doet onderzoek naar uitdagingen rondom gezondheid en welzijn. Het bekender maken van het onderzoek en de resultaten daarvan is een uitdaging, maar Katapult helpt hieraan graag mee. Zo werden de Walk & Talksessies geboren, waarin experts vanuit het kenniscentrum vertellen over hun onderzoek. Het is de bedoeling dat de luisteraars tijdens deze verhalen gaan wandelen; zo horen ze over gezondheidsonderzoek terwijl ze zelf ook gezond bezig zijn. Daarnaast kunnen de wandelaars vragen stellen die het onderzoek verder kunnen helpen. 

Weten wat het oplevert 

Afgelopen week stond de derde Walk & Talk op de agenda. Marije de Jonge, die de living labs over gezondheid en welzijn vanuit Katapult ondersteunt, vindt dit een leuke manier om duidelijk te maken hoe de impact van beweging duidelijker wordt. En dat duidelijk maken is juist een belangrijke uitdaging. “Noem het meten van output, of resultaten, of impact. Ik kan er heel lang over praten, maar iedereen is vooral op zoek naar haakjes om op dit gebied toffe dingen te doen. Zo kwam ik op dit kenniscentrum.” 

Femke van der Pal, onderzoeker bij het kenniscentrum, merkt dat er veel behoefte is aan het uitdrukken van bewegen in impact, en dan vooral in een duidelijke waarde. “Als een bepaald sportbeleid wordt bedacht, wil men ook weten wat dat precies oplevert, vaak uitgedrukt in euro’s. Daardoor kwamen we met ideeën om zoveel mogelijk indicatoren uit te werken.” 

Het uiteindelijke doel van Van der Pal is om op basis van deze vraag een handreiking te maken waarmee indicatoren van maatschappelijke thema’s gemeten kunnen worden. Hiervoor wordt ook samengewerkt met andere projecten, waarin getest gaat worden hoe uitkomsten gemeten kunnen worden. 

Kwantificeren is moeilijk, maar wel de moeite waard 

Tom Naberink werkt bij de HAN als onderzoeker en docent en is bij één van de partneronderzoeken van Van der Pal betrokken. “Het onderzoek bestaat uit twee delen. Het eerste deel is een literatuurstudie, waarin we de mogelijke paden die al bekend zijn bestuderen. Dit zijn gezonde levensjaren, zorgkosten, eenzaamheid en schooluitval. Die vier paden willen we in het tweede deel ook gaan onderzoeken aan de hand van de praktijk. Zo kunnen we zien of we ook in de praktijk iets hebben aan die vier indicatoren.” 



Dit is ook belangrijk voor financiers en het aanvragen van subsidie. “Als je een aanvraag voor een subsidie doet, wil je ook graag laten zien wat het oplevert, en waarom nou juist dit project subsidie zou moeten krijgen. Als dat beter in kaart gebracht kan worden, en misschien zelfs meetbaar gemaakt kan worden, dan kun je hen eerder overtuigen van het belang van die subsidie. Daarnaast maakt dit de eindevaluatie makkelijker omdat je beter kan vergelijken met wat je van tevoren hebt beoogd. Het echte kwantificeren is wel heel moeilijk, en er zitten een hoop haken en ogen aan, maar dat het moeilijk is betekent niet dat je het niet moet doen.” 

Als voorbeeld van zo’n experiment noemt Naberink een wandelchallenge waarbij hij betrokken is; aan het einde hiervan worden de minuten die gewandeld zijn gemeten en vergeleken met de vier paden om de gezondheidsvoordelen te kwantificeren. “Zonder die meetbare waarden zou je kunnen zeggen dat het al heel goed is dat duizend mensen gaan wandelen, maar de vraag is dan wel hóé goed het is. Hoeveel geld wil je dan daaraan uitgeven? En kan je misschien beter investeren in een ander gezondheidsproject? Dat zijn de vragen die we willen beantwoorden.” 

Zwemmen is gezond 

Voor het onderzoeken van die vier verschillende paden zijn ook weer verschillende partnerorganisaties gevonden, waarvan één een zwembad is. Celeste van Rinsum is projectleider van het living lab in Rheden, waar dit doelgroepenzwembad zich bevindt. Hier kunnen mensen met een chronische aandoening als artrose of MS een verbeterde conditie krijgen door te bewegen.  

“Deze zwemtherapie draagt echt bij aan hun fysieke gesteldheid”, vertelt Van Rinsum. “We hebben doelen opgesteld om meer mensen naar het zwembad te krijgen, en daarvoor zijn we aan het kijken naar de doorstroom vanuit andere partijen. Daarnaast gaan we ook de gezondheidseffecten meten en evalueren. We willen inzichtelijk krijgen wat de effecten zijn op deelnemers, maar we willen ook inhoudelijk krijgen wat de kostenreductie is. Vanuit de gemeente krijgen die mensen een Wmo-voorziening (maatschappelijke ondersteuning), en we willen dus kijken of die kosten gereduceerd worden.” 

Het idee is dat dit soort initiatieven een positieve impact hebben op het welzijn van mensen en daarmee ook op het zorggebruik. “We willen dat vooral vanuit de gemeente bekijken om te zien of het rendabel is om in dit soort initiatieven te investeren. Het draait altijd om geld, en daarvoor is die evaluatie echt belangrijk.” 

Voor dit onderzoek was al een vragenlijst opgesteld, maar dankzij het partnerschap met de HAN kan de evaluatie verder geprofessionaliseerd worden. Volgens Naberink werken de onderzoekers hieraan mee omdat zo ook verschillende onderzoeken met elkaar vergeleken kunnen worden. “Er zal hier niet veel bekend worden over schooluitval, maar juist omdat al die projecten iets anders willen bereiken kunnen we testen of de resultaten vergelijkbaar zijn met andere projecten.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK