OCW werkt aan pilot voor de herinrichting van het academisch jaar

Nieuws | door Frans van Heest
23 februari 2022 | Het ministerie van OCW is met een aantal universiteiten in gesprek om een pilot te starten waarin het academisch jaar anders wordt vormgegeven. Zo moet de werkdruk bij universiteiten worden verlaagd.
Aanwezigen tijdens de ‘ware opening van het academische jaar’ door o.a. WOinActie op het Pieterskerkhof in Utrecht. Beeld: ScienceGuide.

Al eerder heeft oud-minister Van Engelshoven aangegeven dat zij met universiteiten in gesprek wil over het anders vormgeven van het academisch jaar. Dat zou meer periodes zonder onderwijs moeten hebben om zo de werkdruk voor wetenschappers te verlichten. De nieuwe minister Robbert Dijkgraaf gaat dit project nu verder oppakken en is samen met universiteiten aan het nadenken over de opzet van een pilot.  

Vormgeving academisch jaar van grote invloed op onderwijs 

Een korter academisch jaar naar analogie van Britse en Amerikaanse universiteiten heeft een ingrijpend effect op de hoeveelheid en de vorm van onderwijs, tentaminering en administratieve organisatie van een instelling. Daarom is een pilot van eminent belang om te kijken waar men tegenaan loopt, zo zegt men aan de Rijksuniversiteit Groningen.  

De verwachting is dat het anders vormgeven van het academisch jaar op de lange termijn tot veel minder werkdruk zal leiden omdat wetenschappers dan meer vrije tijd en onderzoekstijd krijgen. Wel zal het in de eerste jaren na de invoering voor veel administratieve last zorgen. De RUG heeft al een aantal plannen opgesteld waaruit blijkt dat wordt onderzocht of een invoering per 1 september 2022 haalbaar is. 

Groningen denkt ook mee over een pilot 

Minister Dijkgraaf wil daarom een pilot organiseren voor een slimmer academisch jaar. Er is nu een werkgroep samengesteld van verschillende universiteiten waarin bedacht wordt hoe zo’n pilot eruit kan zien, zo zei Cisca Wijmenga, de rector van de Rijksuniversiteit Groningen, onlangs. Zij zei verheugd te zijn dat ook de Rijksuniversiteit Groningen samen met OCW nadenkt over deze pilot. Hier is wel landelijke afstemming voor nodig, zo benadrukt men in Groningen.  

De Jonge Akademie heeft er een advies afgelopen najaar erop gewezen dat het academisch jaar in Nederland ontzettend lang is wanneer dat wordt vergeleken met andere landen. Dit veroorzaakt problemen bij studenten en docenten, zegt de Jonge Akademie. Zij pleit er tevens voor om de indeling van het academisch jaar per faculteit te laten verschillen, want de behoefte kan op elk terrein verschillend zijn. 

Uit een recent verschenen vergelijkende studie tussen alle Europese landen – waaraan ook het ministerie van OCW en ResearchNed meewerkten – blijkt dat Nederlandse studenten in het hoger onderwijs gemiddeld zeventien uur per week les krijgen. Met daarnaast negentien uur per week aan zelfstudie blijkt Nederland gemiddeld te scoren. Overigens wordt het aantal uur aan onderwijs en zelfstudie in Nederland steeds kleiner. 

Onderwijsweken lopen uiteen in Europa 

In een aantal Europese landen begint het hoger onderwijs begin oktober en is het tevens eerder afgelopen dan in Nederland. Universiteiten in voornamelijk Oost-Europa en Scandinavië hebben echter langere onderwijsperiodes dan de Nederlandse universiteiten. Daarnaast zijn universiteiten in veel Europese landen vrij zijn om het aantal onderwijsweken zelf te bepalen.  

Toch kan het aantal uur aan onderwijs en daarmee het aantal onderwijsweken volgens de Jonge Akademie verder naar beneden. Na vergelijking met een aantal topuniversiteiten uit Europa, die vergelijkbare plaatsen hebben op internationale rankings als Nederlandse universiteiten, blijkt dat het aantal onderwijsweken daar lager ligt dan bij Nederlandse universiteiten.  



De vorige minister van OCW heeft afgelopen najaar nog aangegeven dat zij met een aantal universiteiten zou spreken om het academisch jaar anders vorm te geven. Op basis van dat gesprek zouden vervolgstappen gezet kunnen worden. “Ook heb ik recent met De Jonge Akademie gesproken over hun advies ‘Een slimmer academisch jaar’ waarbij er kansen liggen om de (werk)druk voor studenten en docenten en onderzoekers te verlagen door bijvoorbeeld het aantal onderwijsweken en het aantal toetsweken te verminderen”, zo schreef zij eind november aan de Kamer. OCW liet toen ook weten dat de Jonge Akademie al in gesprek is met universiteiten over het anders vormgeven van het academisch jaar.  

Voordelen en nadelen aan een ander academisch jaar 

Met een andere vormgeving van het academisch jaar zou ook de hoge prestatiedruk voor studenten wellicht verlaagd kunnen worden. Studenten zijn echter nog niet betrokken bij het gesprek over een nieuw academisch jaar, zo blijkt uit navraag bij het Interstedelijk Studenten Overleg. Het ISO zegt dat zowel voordelen als nadelen in een nieuwe vormgeving van het academisch jaar te zien. 

UNL (voorheen de VSNU) laat desgevraagd weten dat er met interesse wordt gekeken naar een alternatieve vorm van het academisch jaar, maar dat het nu nog wat prematuur is. “Er wordt nu in de breedte verkend of er iets kan gebeuren naar aanleiding van het rapport van de Jonge Akademie. Maar op dit moment is er nog geen sprake van een pilot waar universiteiten in zitten. Het is niet zo dat nu al universiteiten zich hebben opgegeven voor een pilot of deelnemen. Het zou kunnen dat universiteiten beginnen met een pilot, maar dat is nu nog veel te prematuur”, zo tempert UNL de verwachtingen bij de Rijksuniversiteit Groningen, waar men de hoop heeft om in september 2022 al een nieuwe indeling van het academisch jaar te zien.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK