De VVD wil einde aan onduidelijkheid rond Erkennen en Waarderen

Nieuws | de redactie
22 februari 2022 | Hoewel er al veel is gezegd over het Erkennen en Waarderen-programma, worden de op feiten gebaseerde zorgen van een flinke groep wetenschappers niet met steekhoudende argumenten weggenomen. Dat moet veranderen, vindt VVD-Kamerlid Hatte van der Woude. Zij wil dat de minister duidelijkheid geeft.
“Ik zie een discussie, ik zie angst en zorgen over de kwaliteit van onze wetenschap, en ik wil weten of deze mensen al dan niet gelijk hebben”, zegt VVD-Kamerlid Hatte van der Woude. Beeld: VVD.

Ze kijkt de debatten over Erkennen en Waarderen al een tijd aan, heeft de artikelen op ScienceGuide gelezen en in de afgelopen maanden met veel bestuurders en wetenschappers gesproken. Nu is het tijd voor duidelijkheid, zegt VVD-Kamerlid Hatte van der Woude in gesprek met ScienceGuide – want die duidelijkheid blijft ontbreken. “Het valt me op dat een vrij grote groep wetenschappers heel feitelijke zorgen heeft over deze ontwikkelingen, terwijl ik van anderen hoor dat het juist een goed idee is; maar van hen hoor ik geen argumenten die op feiten gebaseerd zijn. De zorgen van die eerste groep worden niet weggenomen, zie ik”, legt ze uit.  

Dat betekent niet dat deze zorgen volgens haar niet weggenomen kunnen worden. Sterker nog, ze snapt goed waarom het Erkennen en Waarderen-programma is ontstaan. “De druk op wetenschappers is te groot geworden en de neiging om puur naar publicaties te kijken zorgt voor een ziek systeem. Er was inderdaad te weinig geld. Daarom heb ik in het eerste deel van mijn tijd hier geprobeerd bij te dragen aan de investeringen in de wetenschap, want de druk op wetenschappers moet worden verlaagd. Dat geld is er gekomen; nu moeten we kijken hoe we dat gaan inzetten.”  

Erkennen en Waarderen raakt aan de toekomst van onze wetenschap 

Ondanks die investeringen is het debat over Erkennen Waarderen niet geluwd. Meer geld alleen is dan ook niet de oplossing, denkt Van der Woude. “Dat is te simpel. Als er druk is, krijgen mensen sneller ruzie en ga je wellicht op verkeerde factoren selecteren. Aan de andere kant is deze neiging om objectieve maatstaven naar de achtergrond te duwen en daarvoor narratieven in de plaats te zetten een trend die door de vorige minister op meerdere vlakken is ingezet. Ik denk daarom niet dat deze discussie ineens verdwijnt als de financiering wordt verhoogd.” 

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

Tegelijkertijd is het niet zomaar een discussie, benadrukt ze. “Dit raakt aan de toekomst van onze wetenschap. Als onze internationale positie wordt bedreigd omdat wij anders gaan meten, dan vind ik dat niet goed.” De onduidelijkheid over de precieze inhoud en de te verwachten gevolgen van het Erkennen en Waarderen-programma zitten een goed geïnformeerd debat echter in de weg, en die onduidelijkheid duurt al te lang, vindt Van der Woude. 

Juist Marcel Levi zou hierover meer uitgesproken kunnen zijn 

“Ik wil dat er open, helder en transparant antwoord komt op de zorgen van vele wetenschappers”, zegt het Kamerlid. “Voor mijn gevoel worden zij nu enigszins genegeerd. In de discussie krijgen ze geen voet aan de grond, merk ik, terwijl ze punten naar voren brengen die ik, als ze waar zijn, best zorgelijk vind.” Aangezien deze zorgen blijven aanhouden, slagen bestuurders of voorstanders van het gehele Erkennen en Waarderen-programma er tot op heden blijkbaar niet in om ze met steekhoudende argumenten weg te nemen. “Ik zou dus heel goed uitgelegd willen krijgen waarom Erkennen en Waarderen onze internationale positie niet bedreigt. Die vraag zal ik binnenkort aan de minister stellen.” 

“Ik wil heel goed uitgelegd krijgen waarom Erkennen en Waarderen onze internationale positie niet bedreigt.”

Ook NWO-voorzitter Marcel Levi heeft nog geen helderheid in deze discussie kunnen scheppen, hoewel Van der Woude hem daarvoor wel geschikt achtte. “Het viel me op dat hij er niet bang voor is om prestaties, cv’s en ambities naast elkaar te leggen; hij is niet vies van vergelijking en competitie. De analogie met topsport is verkeerd gevallen – en dat snap ik, want het moet geen wedstrijd zijn – maar, gechargeerd gezegd, elke prikkel tot ambitie uit het systeem halen lijkt me niet goed als je als land tot de top van de wetenschap wilt behoren en geen terrein wilt verliezen aan landen waar duizenden mensen wel keihard knokken. Dan gaat het niet goed. Ik vond Levi iemand die daarover meer uitgesproken kon zijn, en ik vind het bijzonder dat zo’n programma onder hem wordt uitgerold – hoewel het voor een deel al aan de gang was.” 

Ik wil gewoon weten of deze zorgen terecht zijn 

Nu Van der Woude het Erkennen en Waarderen-programma politiek wil agenderen, rijst de vraag of dit niet veeleer een zaak is tussen werkgevers en werknemers. Het VVD-Kamerlid betwijfelt echter niet of dit een politieke kwestie is. “Dat zou betekenen dat de minister wel naar huis kan gaan”, is ze helder. “De minister is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het hoger onderwijs en het wetenschapsbeleid; een deel van de toekomstige welvaart van Nederland hangt daarvan af. Ik als Kamerleden controleer de minister als uitvoerder van het regeerakkoord waarin we hebben afgesproken om te investeren in wetenschap, de kwaliteit hoog te houden en voorop te lopen in innovatie.” 

Tegelijkertijd moet men het niet groter maken dat het is, vindt Van der Woude. “Ik zie een discussie, ik zie angst en zorgen over de kwaliteit van onze wetenschap, en ik wil weten of deze mensen al dan niet gelijk hebben. Zo ja, wat gaan we eraan doen? Zo niet, leg het dan goed uit, zodat deze discussie kan stoppen. Dat is waarnaar ik op zoek ben. Ik vind het niet goed om in de lucht te laten hangen of de zorgen van deze mensen terecht zijn, en ik neem aan dat de voorstanders van het Erkennen en Waarderen-programma dit zo goed hebben doordacht dat ze niet bang zijn voor een paar vragen en dat ze die uitstekend kunnen beantwoorden.” 

Schriftelijke vragen aan de minister 

Ook Van der Woude zelf heeft behoefte aan duidelijkheid. “Ik krijg antwoorden die niet oplijnen met elkaar”, zegt ze. “Zo hoor ik enerzijds dat de journal impact factor maar deels of helemaal niet mag worden meegenomen, terwijl een ander zegt dat zulke kwantitatieve indicatoren gewoon in gebruik blijven. Dat klopt niet met elkaar. De enige manier om de waarheid te achterhalen is voor mij het stellen van schriftelijke vragen.” 

Die vragen zullen deze week aan de minister worden gestuurd.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK