Docent, is de vraag wel duidelijk?

Nieuws | door Janneke Adema
25 februari 2022 | Studenten geven soms expres veel te lange of vage antwoorden. Voor sommige docenten is dan ook het een hele opgave om het werk van hun studenten te beoordelen. De oplossing: duidelijkere opdrachten en andere toetsmethodes, zegt onderzoek van de Universiteit Utrecht.
Foto: Christina Morillo

Academisch taalgebruik kan sterk verschillen van dagelijks taalgebruik, waardoor sommige studenten moeite hebben om hun gedachten correct op te schrijven bij tentamens of andere schrijfopdrachten, stelt Guus de Krom, docent aan de University College Utrecht (UCU). De Krom interviewde vijftien studenten en vijftien docenten om te onderzoeken wat studenten doen als ze niet weten wat ze moeten schrijven en hoe docenten omgaan met lange of vage antwoorden. Volgens De Krom blijkt daaruit dat een schrijfopdracht niet altijd de beste toetsmethode is. 

Lange antwoorden: met hagel schieten 

De studentengebruiken verschillende strategieën wanneer ze te maken krijgen met een opdracht die ze niet begrijpen. Sommige studenten zetten expliciet bij de vraag dat ze geen idee hebben, of schrijven zelfs alleen een vraagteken op in de hoop dat de docent hun eerlijkheid waardeert. Andere studenten doen juist pogingen om hun onwetendheid te verbergen, bijvoorbeeld door met hagel te schieten: ze schrijven zo veel mogelijk dingen op die ze wel weten in de hoop dat het juiste antwoord ertussen zit. Sommige studenten gaven ook aan dat ze soms expres vage bewoordingen gebruiken in de hoop dat de docent het op de juiste manier interpreteert. 



Opvallend genoeg zei een aantal studenten dat ze in het geval van een tijdslimiet langere antwoorden geven in plaats van korter. In hun bezorgdheid om iets te missen schrijven ze liever lange en haastige teksten dan dat ze tijd besteden aan nadenken over structuur, zinsbouw, spelling en wat wel en niet relevant is.  

Academische ervaring 

De studenten raakten het meest gefrustreerd van situaties waarbij ze dachten duidelijke, goede antwoorden te hebben geschreven om er bij de beoordeling achter te komen dat hun gedachten niet goed zijn overgekomen. De Krom verklaart dat dit een breder probleem is; als de schrijfvaardigheid van de student niet goed is, kan een schriftelijke opdracht of tentamen de kennis van de student niet goed toetsen. Desondanks dachten niet alle studenten dat ze het beter zouden doen in hun moedertaal, aangezien de stof in het Engels wordt aangeboden. 

Beknopt formuleren is ook belangrijk 

Ook de docenten herkennen verschillende strategieën bij studenten die het antwoord op een vraag of opdracht niet weten. In de gevallen dat de student expliciet aangaf het niet te weten, konden veel docenten het inderdaad waarderen. Desondanks zien ze vaker onnodig langdradige antwoorden. Een deel van de docenten probeert vooral de relevante informatie eruit te filteren en de rest te negeren, maar niet alle docenten zijn het daarmee eens. Zij gaven aan dat beknopt formuleren ook een belangrijke vaardigheid is die de studenten moeten leren.  

Als een student een vaag antwoord geeft, is het aan de docent om te bepalen of dat komt door onwetendheid of doordat de student de academische taal niet goed beheerst. De docenten zeiden dat het ook voor hen frustrerend is wanneer een student de stof wel lijkt te beheersen maar het niet op de juiste manier verwoordt.  

Laat collega’s meekijken 

Volgens De Krom zijn er een aantal dingen die de docent kan doen als ze vage of langdradige antwoorden krijgt. Soms ligt het namelijk aan de vragen of instructies van de docent zelf. Volgens De Krom kan een beetje extra uitleg dat al verhelpen. Als het antwoord bondiger moet zijn, kan de docent een maximum woordenaantal aangeven. Als de student duidelijker moet zijn, is een korte instructie zoals ‘leg je antwoord uit’ of ‘schrijf je berekeningen op’ al genoeg. 

Aangezien het aan de docenten is om de studenten te onderwijzen, is het ook hun plicht om hun verwachtingen duidelijk te maken, schrijft De Krom. De docenten kunnen in de les aandacht besteden aan wat volgens hen correct taalgebruik is en daarvan voorbeelden geven. Daarnaast kunnen collega’s altijd controleren of instructies of vragen van anderen duidelijk zijn, ook bij essay-opdrachten of projecten.  

Ten slotte raadt De Krom docenten aan om goed te overwegen of een geschreven opdracht de beste toetsmethode is. Een mondelinge overhoring of presentatie geeft de docent de mogelijkheid om door te vragen als een student ambigu is. Daarnaast biedt dat de mogelijkheid om de creativiteit van de student de vrije loop te laten zolang het duidelijk is dat de inhoud centraal staat. Deze methodes kunnen taalproblemen voorkomen. 

Janneke Adema : 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK