Erkende gelijkheid en diversiteit zijn beginselen intercultureel onderwijs

Opinie | door Edwin Hoffman
8 februari 2022 | Edwin Hoffman reageert op een artikel van ScienceGuide over spreekvrees bij studenten uit een collectivistische cultuur. "Zo’n benadering van culturele verschillen is culturalistisch en en misleidend omdat ze generaliseert en stereotypeert", schrijft hij. Daarna legt hij uit hoe inclusief intercultureel onderwijs kan worden vormgegeven langs de lijnen van erkende gelijkheid en erkende diversiteit. Daarin is een belangrijke rol voor docenten weggelegd.
“Iemands herkomstcultuur kan niet het referentiekader zijn voor de interpretatie van het gedrag en de opvattingen van een persoon”, schrijft Edwin Hoffman. Beeld: Universiteit Maastricht.

‘Docenten moeten rekening houden met spreekvrees studenten uit collectivistische cultuur’, berichtte ScienceGuide. Alsof het om een bijzondere ontdekking gaat, maakt het artikel melding van een Japans onderzoek met een achterhaalde, onwerkbare uitkomst. Al lang is bekend dat studenten – met welke achtergrond ook – spreekangst hebben als ze in een vreemde taal moeten spreken. Docenten, zelfs uit een individualistische cultuur, kennen dit wellicht ook van zichzelf als ze in een vreemde taal in een groep moeten spreken.  

Niets bijzonders dus, behalve dat de Japanse onderzoekers nu ontdekt hebben dat de spreekangst vooral studenten betreft uit een collectivistische cultuur waarin de gemeenschap en harmonie een grote rol speelt, men conflicten en confrontaties vermijdt, zich in een groep niet uitspreekt en het onderwijs zodoende plaatsvindt in een omgeving van stilte.  In een individualistische cultuur daarentegen staat de persoon als uniek individu centraal, moedigen docenten studenten aan om zich te laten horen en zijn confrontatie en het open bespreken van conflicten bevorderlijk voor het leren van studenten. Conclusie: docenten uit een individualistische cultuur dienen rekening te houden met de spreekvrees van studenten uit collectivistische culturen, waarmee dan de nationale culturen van landen zijn bedoeld die laag scoren op één van Geert Hofstede’s culturele dimensies, namelijk individualisme.  

Culturalisme 

Zo’n benadering van culturele verschillen is culturalistisch en misleidend omdat ze generaliseert en stereotypeert. Studenten worden gereduceerd tot hun nationaal-culturele identiteit en de oorzaak van de optredende verschillen zou alleen in hun herkomstcultuur te vinden zijn. Andere factoren die een rol kunnen spelen blijven buiten beschouwing. Docenten zien dan bijvoorbeeld studenten direct en uitsluitend als Japanners die spreekangst hebben in het Engels vanwege hun collectivistische herkomstcultuur.  Dit leidt tot handelingsverlegenheid bij docenten die zich afvragen: ‘Wat kan ik doen als het de cultuur is?’  

De volgende casusbeschrijving van een mentorgesprek is een voorbeeld van zo’n culturalisering. De docent focust op de nationaal-culturele identiteit van de persoon (veronachtzaamt o.a. het student-zijn, het vrouw-zijn, het lichamelijk beperkt-zijn, de leeftijd). De oorzaak van het probleem wordt meteen en alleen in de herkomstcultuur van de student gezocht en verschaft haar daarmee een legitimatie voor haar houding die ze daarom – zo lijkt het; lees haar opluchting – niet kan en hoeft te veranderen. Ten slotte generaliseert de docent het probleem naar alle buitenlandse studenten en zet zichzelf zo voor een groot dilemma. 

Casusbeschrijving en leervraag van een docent voor een workshop Interculturele communicatie: 

‘Een Chinese studente zit bij ons in het tweede jaar Human Resource Management. Ze heeft een lichte lichamelijke beperking. De studente heeft een probleem met assertiviteit: ze is stil en teruggetrokken in de lessen, vindt het moeilijk om aan discussies deel te nemen, haar mening te uiten en medestudenten kritisch te bevragen. Ze is hier niet blij mee. Ik sprak er met haar over en vroeg of het gebrek aan assertiviteit iets te maken heeft met haar culturele achtergrond. De studente antwoordde bevestigend en opgelucht. Ze voegde eraan toe dat zij thuis onmogelijk assertief kan zijn. Nu sta ik voor een dilemma: enerzijds vinden wij assertiviteit binnen de opleiding belangrijk, anderzijds komt assertiviteit in conflict met de cultuur van deze studente en wellicht met die van alle andere buitenlandse studenten. Hoe kan ik dit dilemma oplossen?’ 

Multicollectiviteit, multiculturalisme en meervoudige identiteiten  

Culturalisering belemmert een open communicatie tussen docenten en studenten. Iemands herkomstcultuur kan niet het referentiekader zijn voor de interpretatie van het gedrag en de opvattingen van een persoon. Evenmin kunnen mensen gereduceerd worden tot hun nationale identiteit. Ieder mens maakt deel uit van vele sociale groepen ofwel collectieven, die zich elk in meer of mindere mate door een cultuur kenmerken. Cultuur is hier de betekenis van de gewoonten van een collectief: gedragsrepertoire, taal, kennis, rituelen, tradities, waarden en normen. Denk aan families, generaties, religieuze groepen, regio’s, steden, dorpen, online-gemeenschappen en onderwijsinstellingen – allemaal met hun eigen cultuur.  

Er is dus niet alleen een nationale cultuur; er zijn zoveel culturen als er collectieven zijn. Een persoon kan aan elk collectief een identiteit ontlenen. Iedere persoon kenmerkt zich zodoende door multicollectiviteit, multiculturaliteit en een meervoudige identiteit. Iemand identificeert zich bijvoorbeeld als vrouw, studente, moeder, gelovige, dochter, partner, influencer en vegetariër. Bovenal is het belangrijk te beseffen dat mensen het culturele aanbod in hun leven op een eigen, individuele manier verwerken. Uit de collectieven waartoe mensen behoren is weliswaar af te leiden met welke culturele gewoonten, gedragingen en denkwijzen ze vertrouwd kunnen zijn, maar wat iemand ervan maakt, welke ideeën, opvattingen en praktijken de persoon er voor zichzelf aan ontleent, blijft volledig open (Rathje 2009: 12).

Kreps en Kunimoto vatten het mooi samen: “Every individual is composed of a unique combination of different cultural orientations and influences, and every person belongs to many different cultural groups. It is important that we recognize the influences of many cultures on our lives. Based on our heritage and life experiences we each develop our own idiosyncratic multicultural identity.” (1994: 3) 

Een inclusieve aanpak 

Als gevolg van de multicollectiviteit, de multiculturaliteit en de meervoudige identiteit van ieder mens, kunnen culturele verschillen zich in elke communicatie voordoen – evengoed in de communicatie met iemand van de eigen groep (landgenoten, familie, vriendengroep, enz.). Culturele verschillen zijn niet voorbehouden aan de communicatie met mensen van een andere origine. Dit bewustzijn normaliseert de communicatie met mensen met een andere herkomst; het maakt het inclusief tot een ‘normale’ intermenselijke communicatie, tot ontmoetingen tussen unieke personen. “Niet culturen, maar mensen ontmoeten elkaar” (Hoffman & Verdooren, 2018).  

Een inclusieve aanpak is gebaseerd op twee beginselen: erkende gelijkheid en erkende diversiteit. Erkende gelijkheid in het hoger onderwijs betekent dat iedere student – ongeacht achtergrond – in de eerste plaats gezien en aangesproken wordt als student (en niet als buitenlander, Japanner, Indo, moslim, enz.). Erkende diversiteit betekent dat men altijd de unieke persoonlijke betekenisgeving van studenten als vertrekpunt neemt. Niet door te vragen ‘Hoe is het in jouw cultuur?’ of ‘Hoe is dat bij jullie?’, maar ‘Wat betekent het voor jou?’, ‘Hoe ben jij het gewend?’, ‘Hoe zie jij deze kwestie?’, ‘Wat is voor jou van belang?’ Deze laatste vragen zijn ook nuttig wanneer studenten zelf culturaliseren en zeggen “Zo is het bij ons”, “In Japan doen wij het zo”, “Dat is mijn cultuur, mijn godsdienst”; evenals de vragen: ‘Help me te begrijpen wat je daarmee bedoelt’ of ‘Hoe denk jij daarover?’ 



Dit betekent ook dat studenten en docenten niet kunnen doen alsof niet zij maar ‘de cultuur of ‘de godsdienst’ de actorenen verantwoordelijken zijn. Alle mensen hebben het universele vermogen om zich kritisch en evaluatief te verhouden tot en afstand te nemen van de collectieven en culturen waartoe zij behoren (Mecheril 2008: 31). Mensen moeten misschien nog dit vermogen (verder) ontwikkelen en daarbij ondersteuning krijgen, maar ze zijn in ieder geval geen willoos instrument van hun culturen. Studenten zijn persoonlijk verantwoordelijk en ze zijn aanspreekbaar op hun gedrag en opvattingen ook wanneer zij deze beargumenteren in termen van hun cultuur of godsdienst. Docenten van hun kant laten zich aanspreken door studenten en reflecteren en verantwoorden hun gedrag, opvattingen en verwachtingen. 

De docent uit de casusbeschrijving kan de studente inclusief benaderen en haar als studente aanspreken (niet als Chinese). Hij kan samen met haar onderzoeken wat ‘assertiviteit’ voor haar en voor de opleiding betekent en wat de achtergrond is van haar moeite met assertiviteit. In samenhang met voorgaande kan hij zeggen te begrijpen dat ze als dochter thuis wellicht niet assertief kan zijn maar dat de opleiding van haar als studente vraagt deze competentie te ontwikkelen en aan te geven wat ze daarvoor nodig heeft. Zodoende is het ook geen of-of keuze, hoeft de studente haar familiare culturele bagage niet op te geven maar kan ze ‘assertiviteit’ in haar opleiding toevoegen en leren schakelen tussen de rollen van ‘dochter’ en ‘studente’ in de cultuur van haar gezin en die van de opleiding. 

Conclusie en aanbeveling 

In het onderwijs aan internationale studenten is geen plaats voor culturalisering en past een inclusieve benadering waarin de principes van de erkende gelijkheid van studenten en de erkende diversiteit van studenten leidend zijn. Het is goed dat docenten zich op de hoogte stellen van het onderwijssysteem in de herkomstlanden van hun studenten, zodat ze een idee hebben met welke gewoonten, gedragingen en denkwijzen studenten bekend kunnen zijn en weten dat de eigen onderwijsvisie, docentrol en methoden niet voor elke student een vanzelfsprekendheid zijn. Dit kan vervolgens leiden tot een reflectie, heroverweging en bijstelling van de organisatie, inhoud en vormgeving van het onderwijs (interculturalisering), mede gebaseerd op de persoonlijke verwachtingen, visies en competenties van de studenten.  

In ieder geval is het aan te bevelen als docent de eigen onderwijsvisie, docentrol, didactiek en verwachtingen aan de studenten uit te leggen en met hen af te stemmen. Indien nodig krijgen studenten ondersteuning om bepaalde vereiste competenties te ontwikkelen en is er ten slotte een veilig, inclusief klimaat waarin iedere student en iedere docent zich erkend en vrij voelt.  Zo’n inclusieve benadering biedt een breder perspectief dan een eenzijdige focus op cultuur en het enkele probleem van spreekangst in een vreemde taal.

Edwin Hoffman : 

Zelfstandig adviseur/trainer/auteur op het gebied van Interculturele Communicatie en Diversiteit en extern docent aan de Alpen Adria Universiteit in Klagenfurt, Oostenrijk.

Literatuurverwijzingen

Hoffman E. & A. Verdooren (2018). Diversiteitscompetentie. Niet culturen maar mensen ontmoeten elkaar. Bussum: Coutinho.

Kreps, G. & E. N. Kunimoto (1994). Effective communication in multicultural health care settings. Thousand Oaks/London/New Delhi: Sage publications.

Mecheril, P. (2013). ‘Kompetenzlosigkeitskompetenz”. Pädagogisches Handeln unter Einwanderungsbedingungen. In: G. Auernheimer (Hrsg.) Interkulturelle Kompetenz und pädagogische Professionalität (S.15-37). Wiesbaden: Springer.  

Rathje, S. (2009). The Concept of Culture - An Application-Oriented Proposal for the General overhaul. https://www.researchgate.net/publication/44567698_The_Definition_of_Culture_-_An_Application_Oriented_Overhaul.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK