NWO wil postdocs meer kansen geven in Talentprogramma

Nieuws | de redactie
1 februari 2022 | Het bestuur van NWO wil het Talentprogramma herzien en jonge onderzoekers zonder vaste aanstelling meer kans op onderzoekssubsidie bieden. Deze groep valt het vaakst buiten de boot bij het verdelen van zowel Europees als Nederlands onderzoeksgeld. De wensen en voorstellen van het NWO-bestuur, die ook een verdere doorvoering van het Erkennen en Waarderen-programma betreffen, zijn opgetekend in een interne consultatienotitie.
“Hiermee creëert NWO ruimte voor het erkennen en waarderen van meer diverse onderzoeksprofielen.” Beeld: Canva Studio.

De Raad van Bestuur (RvB) van NWO, de Nederlandse subsidieverstrekker, bezint zich op het eigen Talentprogramma. “Diverse ontwikkelingen, zoals Erkennen en Waarderen en de position paper Ruimte voor ieders Talent” alsook de opkomst van Europese programma’s voor onderzoeksfinanciering maken die bezinning opportuun, aldus NWO. Daarom verzamelt de interne werkgroep Heroriëntatie Talentlijn perspectieven op verschillende elementen van het Talentprogramma, zo is in een interne consultatienotitie te lezen.  

De werkgroep heeft een SWOT-analyse opgesteld om de bedreigingen, kansen, sterktes en zwaktes van het huidige Talentprogramma bloot te leggen. Op basis daarvan doet de RvB voorstellen voor een vernieuwing van de doelstelling en vormgeving van het Talentprogramma. Deze voorstellen zijn uitgewerkt in vier zogeheten ‘denkrichtingen’ en worden ter consultatie aan belanghebbenden voorgelegd.  

Richten op groepen die in ERC-schema worden buitengesloten 

De opvallendste denkrichting betreft een roep om afstemming tussen het NWO-Talentprogramma en beurzen vanuit de European Research Council (ERC). “De missie van de ERC (…) vertoont gelijkenissen met de doelstellingen voor het ongebonden onderzoek bij NWO, waaronder het Talentprogramma.” Zowel de Veni-, Vidi- als Vici-premie uit het Talentprogramma van NWO kennen een Europese evenknie. Ook het belang van beurzen van beide financiers is voor Nederlandse onderzoekers vergelijkbaar, zo wordt gesteld. Europese beurzen zijn echter lucratiever. 



De wijze waarop de ERC onderzoeksbeurzen toekent verschilt van de wijze waarop NWO dat doet, schrijft de werkgroep. “Een briljant onderzoeksidee door een onderzoeker met een passend cv heeft in die zin meer kans bij de ERC dan bij het Talentprogramma, waar het cv van de onderzoeker een explicietere weging heeft bij de toekenningen.” Echter, zowel de Europese als de Nederlandse beurzen, met uitzondering van de Veni-premie, vereisen een vaste aanstelling van de onderzoeker of tenminste uitzicht daarop. Daarom is de Veni-premie de enige beurs die beschikbaar is voor postdoc onderzoekers.  

De RvB van NWO doet daarom het voorstel om deze jonge onderzoekers meer kansen te geven in het Talentprogramma. “Daarbij denken we aan een NWO-Talentprogramma dat aanvullend is aan de ERC Grants en zich bijvoorbeeld richt op groepen onderzoekers die in het ERC-schema buitengesloten worden of weinig kansrijk zijn, onder wie onderzoekers zonder vast dienstverband (postdocs) of al geruime tijd na hun promotie”, luidt dat concreet. “Voor onderzoekers (mid-career) die juist ruime mogelijkheden hebben in het ERC-schema (en/of startpakket sectorplannen en/of rolling grants) is dan geen (of minder) plaats in het NWO-Talentprogramma.” 

Narratief cv is een sterkte 

Ook de beoordelingssystematiek van de cv’s van onderzoekers moet worden doorontwikkeld, vindt de interne werkgroep van NWO. Daarbij wordt verwezen naar de invoering van het narratief cv. “Het narratief cv heeft een meer open format waar de nadruk ligt op een kwalitatieve beschrijving van de belangrijkste resultaten van de aanvrager in plaats van op kwantitatieve metrics en ‘volledige lijstjes’. NWO loopt met deze inspanningen internationaal voorop”, hetgeen de werkgroep als een sterkte van het Talentprogramma ziet.  

Hoewel NWO aanvragers vooral op onderzoekstalent moet selecteren, vindt de werkgroep dat het zinvol kan zijn om ook de “prestaties van de aanvrager op andere talentgebieden” mee te wegen in de beoordeling. “Hiermee creëert NWO ruimte voor het erkennen en waarderen van meer diverse onderzoeksprofielen.” 

Daarnaast wil de RvB van NWO weten hoe er beter kan worden ingezet op team science en hoe diversiteit en inclusie in de wetenschap beter kunnen worden bevorderd binnen het instrumentarium van NWO. Daarnaast wordt in de consultatienotitie een verbreding van het door het NWO-Talentprogramma ondersteunde onderzoek geopperd. “Veel onderzoek in het NWO-Talentprogramma is fundamenteel van aard en sterk gericht op wetenschappelijke impact, terwijl toepassings- en praktijkgericht onderzoekstalent minder hoog gewaardeerd lijkt te worden in het programma. In hoeverre zou NWO hier meer op in moeten zetten?”, zo vraagt men. 

Versterking van de eerste geldstroom 

Een pleidooi voor de versterking van de eerste geldstroom is een opvallend onderdeel van de derde denkrichting die de interne werkgroep van NWO heeft uitgewerkt. Momenteel is er ongewenste samenhang tussen het personeelsbeleid van kennisinstellingen en honorering van subsidieaanvragen door NWO. “Delen van de doelstelling van het Talentprogramma overlappen met de doelen van het personeelsbeleid van onderzoeksinstellingen; denk daarbij aan formuleringen als ‘het scheppen van creatieve ruimte voor onderzoekers’, ‘ontwikkelen eigen onderzoekslijn’ en ‘structurele inbedding’.”  

Zo zegt men steeds vaker te signaleren dat het al dan niet toegekend krijgen van een onderzoeksbeurs van NWO bepalend is voor het al dan niet verkrijgen van een vaste aanstelling bij een kennisinstelling. “Dit was niet de bedoeling van deze beurzen en deze zwakte in het systeem leidde tot een stijging van de aanvraagdruk”, aldus de werkgroep. 

Hoewel het Erkennen en Waarderen-programma reeds probeert het aanstellingsbeleid van instellingen los te maken van de verdeling van de tweede geldstroom, ziet NWO dit als een druppel op een gloeiende plaat. Het echte probleem is de ontoereikendheid van het macrobudget voor het hoger onderwijs en de wetenschap. Daarom moet er simpelweg meer worden geïnvesteerd, bij voorkeur hoofdzakelijk via de eerste geldstroom, aldus de RvB van NWO. Waar de verantwoordelijkheid voor het aanstellingsbeleid van kennisinstellingen nu effectief gedeeltelijk bij NWO ligt, verschuift die terug naar de instellingen zelf. 

Geen discussie over analyse zelf 

De vierde gewenste ontwikkeling in het Talentprogramma betreft het ruimte bieden aan variatie binnen onderzoeksdomeinen. “Onder het motto ‘Eén NWO’ zijn de vier domeinen langs dezelfde lijnen ingericht. (…) We merken dat dit een sterkte is, maar dat er ook een zwakte in deze harmonisatie naar voren is gekomen: disciplinaire verschillen tussen de domeinen en verschillen in aanvraagdruk en belangen kunnen minder goed geadresseerd worden.” 

Opmerkelijk genoeg wil de RvB van NWO niet dat er over de uitkomsten van de SWOT-analyse zelf wordt gediscussieerd. “De RvB presenteert de SWOT als beleidskader en vertrekpunt om op te halen wat voor de toekomst belangrijk is”, zo is te lezen in de consultatienotitie.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK