Een toegankelijkere pabo maakt nog geen gemakkelijke pabo

Nieuws | de redactie
29 maart 2022 | Als pabo-studenten hun toelatingstoetsen niet voor de poort halen, mogen instellingen zelf bepalen welk soort en hoeveel herkansingen zij gedurende het eerste studiejaar aanbieden. Dat blijkt uit de inbreng van minister Dijkgraaf in een schriftelijk overleg met de Tweede Kamer. Daarin uit hij tevens de verwachting dat hogescholen het experiment niet zullen gebruiken om met elkaar te concurreren.
“Ik heb er vertrouwen in dat instellingen bij de verdere uitwerking van het experiment uitdrukkelijk rekening houden met de werkdruk van docenten”, schrijft de minister. Beeld: Arthur Krijgsman.

Het experiment met de toelatingstoetsen voor de pabo zal geen gevolgen hebben voor de kwaliteit van de opleiding. Dat schrijft minister Dijkgraaf in antwoord op schriftelijke vragen van Tweede Kamerfracties. Meerdere fracties maakten zich zorgen over de invloed van het experiment op de kwaliteit van de pabo-opleiding. “Inhoudelijk zal er niets aan de eisen en de eindtermen van de opleiding veranderen; de eisen die momenteel gelden, blijven gelden. Dat het ‘makkelijker’ wordt om deel te nemen aan de opleiding, wil dan ook niet zeggen dat het makkelijker wordt om de opleiding af te ronden”, aldus de minister. 

Dat is dan ook de reden waarom de kwaliteit van de opleiding niet als directe indicator zal worden meegenomen in de evaluatie. Meerdere fracties stelden daarover vragen. “Inhoudelijk blijven deze eisen en de eindtermen waar de student aan het einde van de opleiding aan moet voldoen, ook onveranderd. Zodoende blijft het eindniveau van studenten geborgd”, aldus de minister. De indicator ‘kwaliteit’ zal overigens niet geheel buiten beeld blijven in de evaluatie. Elementen zoals de studievoortgang en de belasting van zowel docenten als studenten, die de kwaliteit kunnen beïnvloeden, worden wel geëvalueerd. 

Toelatingstoetsen blijven verantwoordelijkheid van student 

Zowel in de Tweede Kamer als bij onderwijsbonden en vakverenigingen leeft de zorg dat een versoepeling van het toelatingsbeleid zal leiden tot een overladen pabo-curriculum en een toenemende werkdruk voor docenten. Die zouden naast hun reguliere lessen ook tijd kwijt zijn aan de begeleiding van eerstejaars studenten die één of meerdere toelatingstoetsen nog niet hebben gehaald.  



De minister benadrukt echter dat het behalen van de toelatingstoetsen de verantwoordelijkheid van de student zelf is. Om studenten te tegemoet te komen hebben pabo’s gezamenlijk een website gelanceerd waarop (aspirant-)studenten allerlei hulpmiddelen vinden waarmee ze zich kunnen voorbereiden op de toetsen. Daarnaast kunnen hogescholen de keuze maken om studenten aanvullende ondersteuning aan te bieden, maar die keuze is geheel aan de instelling zelf.  

“Ik heb er vertrouwen in dat instellingen bij de verdere uitwerking van het experiment uitdrukkelijk rekening houden met de werkdruk van docenten. In de evaluatie van het experiment zal worden onderzocht wat het effect is op de belasting van docenten. Docenten zullen hierbij ook expliciet naar hun ervaringen worden gevraagd”, aldus de minister. 

Havisten en mbo-studenten moeten toelatingstoetsen eerst voor de poort maken 

Ook voor een toename van de druk op studenten wordt gevreesd. Juist het eerste studiejaar, waarin studenten hun propedeuse moeten halen, is namelijk erg zwaar, vertelde Esther Keun van de HAN onlangs. Als de toelatingstoetsen daarbovenop komen, wordt de druk op studenten erg groot.  

Het zou inderdaad kunnen dat dit experiment leidt tot een toename van de druk op studenten die tijdens het eerste studiejaar hun toelatingstoetsen nog moeten halen, beaamt de minister. Daarom zijn havisten en mbo-studenten verplicht hun toelatingstoetsen voor de poort te maken. Alleen diegenen die niet slagen voor een of meerdere toetsen krijgen gedurende het eerste studiejaar de kans om alsnog aan de eisen te voldoen.  

Ook hierbij geldt dat het aan de student zelf is om in te schatten in hoeverre dat haalbaar is. “Indien een student ervoor kiest om zich, ondanks de nog weg te werken deficiënties, in te schrijven voor de pabo, dan zal hij zich – naast het volgen van het reguliere onderwijsprogramma – moeten inzetten om voor het einde van het eerste jaar van inschrijving aan de bijzondere nadere vooropleidingseisen te voldoen.” 

Instelling beslist zelf over toelatingstoetsen in eerste jaar 

Daarnaast wijst de minister erop dat ook de huidige opzet van toetsing voor de poort veel druk op studenten legt. Nu moeten aspirant-studenten soms wel zes toetsen afleggen in een kort tijdsbestek, terwijl zij intussen druk zijn met de afronding van hun havo of hun mbo-opleiding. Mede daarom slaagt maar ongeveer een derde van de mbo-studenten voor deze toelatingstoetsen, wat voor het kabinet een van de redenen is om te pogen de pabo toegankelijker te maken.  

Overigens kunnen de toelatingstoetsen die studenten gedurende hun eerste studiejaar maken verschillen van de toelatingstoetsen die voor de poort worden afgenomen. “Het is aan de instelling zelf om te bepalen hoe binnen de poort wordt getoetst of een student aan de bijzondere nadere vooropleidingseisen voldoet. Met dit experiment ontstaat de mogelijkheid om ook ervaring op te doen met andere vormen van toetsing”, schrijft de minister.  

Bekostiging lijkt prikkel tot concurrentie te geven 

Toch is de minister niet bang voor concurrentie tussen de instellingen – een zorg die de SGP-fractie uitte. “De VH en het LOBO (Landelijk Overleg Lerarenopleiding Basisonderwijs) hebben aangegeven onderlinge afspraken te maken over de wijze waarop invulling zal worden gegeven aan het experiment, zodat dit niet te ver uiteen zal lopen”, schrijft hij. Daarnaast zegt de minister dat de regering erop vertrouwt dat instellingen secuur blijven toetsen of een student aan de eisen voldoet.  

“Pabo’s hebben er geen belang bij lichtvaardig om te springen met de eisen waaraan de studenten moeten voldoen, mocht dat de achtergrond zijn van de vraag van de leden van SGP-fractie. Ik verwacht dan ook geen oneigenlijke prikkel vanuit de bekostiging”, aldus de minister.  

Daarbij onderbouwt de minister niet waarom pabo’s geen belang hebben bij het aantrekken van meer studenten. Een groot deel van de rijksbekostiging voor hogescholen is gekoppeld aan de studentenaantallen; daarom lijkt de bekostiging wel degelijk een prikkel te geven om zoveel mogelijk studenten aan te trekken. Het hanteren aanbieden van makkelijker te behalen toelatingstoetsen zou daaraan kunnen bijdragen.  

Minister bevestigt niet dat toelatingstoets de norm blijft 

Bij de evaluatie zal verder niet alleen worden gekeken of het experiment leidt tot hogere instroomcijfers. Men zal tevens bezien of de mogelijkerwijs toenemende druk op studenten leidt tot hogere uitvalcijfers. “Het mag namelijk niet zo zijn dat weliswaar meer studenten instromen, maar deze studenten vervolgens ook weer uitstromen na het eerste studiejaar. Indien bij de tussenevaluatie van het experiment blijkt dat de studielast dermate hoog wordt dan onevenredig veel studenten uitvallen, kan dat een aanleiding zijn om het experimenteerbesluit aan te passen of het experiment zelfs te beëindigen”, aldus de minister.  

Mocht deze regelgeving voor een verbeterde toegankelijkheid van de pabo met behoud van de toelatingstoetsen niet werkbaar zijn voor instellingen, docenten en studenten, dan kan dat gevolgen hebben voor de toelatingstoetsen. Op de uitdrukkelijke vraag van de SP-fractie om te bevestigen dat toelatingstoetsen de norm blijven voor toelating tot de pabo, antwoordt de minister niet bevestigend. “Mochten de uitkomsten van de evaluatie overwegend negatief zijn, is dat reden om het gesprek aan te gaan over de vraag of definitieve aanpassing van de regelgeving gewenst is”, schrijft hij.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK