Hoger onderwijs en EdTech slaan handen ineen rond publieke waarden

Interview | door Michiel Bakker
30 maart 2022 | Nu het hoger onderwijs een verregaande digitalisering te wachten staat, moeten instellingen proactief zijn in het beschermen van de publieke waarden binnen de samenwerkingen die zij aangaan met EdTech-bedrijven. Dat betogen Cees Plug van InHolland en Ewoud de Kok van FeedbackFruits. Samen met andere belanghebbenden ontwikkelen zij een collaborative trust framework dat EdTech-bedrijven helpt om hun producten zo te ontwikkelen dat ze aansluiten bij de waarden van het hoger onderwijs.
“Dát is de kans die hier ligt: borgen dat gegroeide EdTech-bedrijven nog steeds dezelfde doelen nastreven als publieke instellingen”, vertellen Cees Plug en Ewoud de Kok. Beeld: VectorStock.

Door de gestage digitalisering van het hoger onderwijs rijzen de zorgen over de afhankelijkheid van grote Tech-bedrijven. Hoe kan men ervoor zorgen dat de publieke waarden worden geborgd in de samenwerking met deze machtige leveranciers? Samen met andere belanghebbenden doen Cees Plug, directeur Informatievoorziening & Technologie bij hogeschool InHolland, en Ewoud de Kok, oprichter en CEO van EdTech-bedrijf FeedbackFruits, een poging die vraag te beantwoorden. Gezamenlijk ontwikkelen zij een collaborative trust framework dat aanbieders van EdTech moet helpen om aan de eisen van hoger onderwijsinstellingen te voldoen. 

Invloed EdTech op hoger onderwijs zal toenemen 

“Het hoger onderwijs staat aan de vooravond van enorme digitalisering. Die digitalisering zal mede worden vormgegeven door samenwerkingen met EdTech-bedrijven (Education & Technology-bedrijven). In de relatie tot die bedrijven gaat de afhankelijkheid in de toekomst groter worden. Als publieke instellingen wil je in die relatie echter je kernwaarden kunnen behouden of versterken.” Dát is de inzet, legt De Kok uit.  

Samen met een jurist en experts van de Hogeschool Rotterdam, de Hogeschool Leiden, Saxion, Avans, SURF en FeedbackFruits zetten De Kok en Plug zich in om het gesprek daarover binnen het hoger onderwijs op gang te brengen. “Je moet haast maken wanneer je tijd hebt zodat er tijd is wanneer je haast hebt”, aldus De Kok. “Samen willen we een eerste steen in de vijver gooien, in de hoop dat de kringen steeds breder worden.” 

Volgens Plug zal de huidige wijze van samenwerken met EdTech-bedrijven, namelijk op basis van een contract tussen twee partijen, in de toekomst niet toereikend zijn. “Het EdTech-domein is nog relatief jong. Je ziet daarom veel start-ups die na enige tijd overgaan naar een andere partij of stoppen. Als je als hoger onderwijsinstelling in zee gaat met zo’n start-up, kan dat gemakkelijk tot problemen leiden – bijvoorbeeld omdat een tool die je in je onderwijs hebt verwerkt ineens niet meer beschikbaar is, maar ook omdat een start-up wellicht zodanig gegroeid is dat ze eenzijdig de voorwaarden willen aanpassen.” 

Vind gezamenlijke belangen en leg die vast 

Hoger onderwijsinstellingen moeten hun samenwerkingen met EdTech-bedrijven daarom aangaan onder een ander gesternte, schetst Plug. Hoe? Door al van meet af aan een aantal ankerpunten in de toekomst vast te leggen waaraan beide partijen zich te allen tijde zullen houden.  

“Kunnen we punten vinden waarbij zowel de leverancier (de start-up of de scale-up) als de hoger onderwijsinstelling gebaat is, en kunnen we vandaaruit een langdurige samenwerking vormgeven? Laten we dat dan doen, en zorgen voor een afspraak waarbinnen het bedrijf geld kan verdienen terwijl het intellectueel eigendom en de publieke waarden wel geborgd zijn. Je kunt er dan ook voor zorgen dat een leverancier het product zodanig ontwikkelt dat het past binnen de kaders die je gezamenlijk hebt gesteld. Het collaborative trust framework dat wij ontwikkelen is bedoeld als format waarbinnen instellingen en bedrijven beter in staat zullen zijn om tot dergelijke afspraken te komen.” 

Toenadering zoeken tot Europese EdTech 

Het doel van dit collaborative trust framework is in wezen heel eenvoudig: beginnende EdTech-ondernemers handvatten geven waarmee ze hun businessmodel zodanig kunnen ontwerpen dat het de publieke waarden beschermt. ‘Kernwaarden by design’, noemt De Kok dat.  

“Als we nu naar het landschap kijken, zien we veel Big Tech-bedrijven uit de Verenigde Staten die een ander waardenkader hanteren en dermate groot zijn dat het heel moeilijk is om invloed uit te oefenen op dat waardenkader – hoewel ik daarbij moet zeggen dat Microsoft een uitzondering vormt; die zijn ook groot, maar zij doen hun best zich aan te passen aan de Europese standaarden.”  

Het alternatief voor de Amerikaanse bedrijven zijn Chinese bedrijven. “Daar hoef ik het niet over te hebben, denk ik”, zegt De Kok. “In Europa zijn er nog weinig grote spelers, maar we zien dat er wel veel bedrijven opkomen. Wat nu als wij die opkomende EdTech-bedrijven ertoe kunnen inspireren om hun producten zodanig te ontwerpen dat ze op langere termijn betrouwbare partners van publieke instellingen kunnen zijn, waardoor de kernwaarden geborgd blijven in een gedigitaliseerd hoger onderwijs? Dat is ons uitgangspunt.” 

Dichten van de vertrouwenskloof tussen onderwijs en EdTech 

Een gesprek over kernwaarden laat zich echter niet altijd eenvoudig vertalen naar de praktijk. Ook bij de binnen Europa gestelde kernwaarden is dat het geval. Zodoende is het framework erop gericht deze waarden te vertalen in concrete handleidingen, zodat ontwikkelaars van EdTech daarmee meteen aan de slag kunnen.  

“Dat framework willen we vervolgens open source beschikbaar maken en de gehele gemeenschap betrekken bij de verdere ontwikkeling daarvan”, leggen Plug en De Kok hun plannen uit. Daarbij benadrukken ze dat het hier om een 0.1-versie gaat – een aanzet tot een gesprek dat met het gehele veld gevoerd moet worden. “Het is vooral een aanzet waarmee we het gesprek om gang willen brengen. We willen helpen de vertrouwenskloof tussen EdTech-bedrijven en hoger onderwijsinstellingen, die er wel degelijk is, te dichten.” 

Op 21 april zal een online seminar plaatsvinden waarbij de 0.1-versie van het framework wordt gepresenteerd en besproken. De deelnemers aan dit seminar wordt gevraagd om inhoudelijk naar deze versie te kijken en suggesties te doen voor een 0.2-versie, die in de maand na het seminar wordt ontwikkeld. Aanmelden voor het seminar kan hier.   

Van kernwaarde naar handvat voor ontwikkelaars 

Het uiteindelijke doel van de ontwikkelaars overstijgt de context van het Nederlandse hoger onderwijs. Een inspiratiebron vormen in heel Europa, dat is de droom. Daarom volgt de ontwikkeling van het framework een werkwijze van vier stappen die ook op Europees niveau wordt gebruikt. “Je definieert een kernwaarde, die je uitwerkt in trust components; de delen waaruit zo’n kernwaarde bestaat. Vervolgens destilleer je daaruit principes, die je uiteindelijk vertaalt in deployable practice – concrete voorbeelden die je als ondernemer kunt meenemen in je ontwerp”, legt De Kok uit.  

“In principe beginnen we bij het waardenkader van SURF, met de waarden ‘autonomie’, ‘menselijkheid’ en ‘rechtvaardigheid’. Dat werken we verder uit, waarbij we telkens bekijken hoe we de invloed van de technologie ten goede kunnen laten zijn.” 

Als voorbeeld neemt hij de kernwaarde ‘toekomstbestendige autonomie’, waarvan de vrijheid van studenten een belangrijk onderdeel is. “Vertaald naar een principe luidt dat: ‘de vrijheid van studenten garanderen’. Juridisch gezien is een student eigenaar van haar data, maar omdat ze zich in een onderwijscontext bevindt, is ze niet geheel vrij; zo heeft ze niet zelf kunnen kiezen van welke leverancier ze diensten afneemt. Bij dit principe hoort de deployable practice dat leveranciers niet van studenten mogen vragen om voorwaarden te accepteren die niet geaccepteerd zijn door de instelling zelf.” 

Waarborgen in statuten EdTech-bedrijven 

Dat is in het verleden namelijk wél gebeurd, vertelt De Kok. “Een universiteit spreekt dan met de leverancier af dat die de data van studenten niet voor x of y mag gebruiken. Een student moet echter ook persoonlijk akkoord gaan met gebruikersvoorwaarden voordat ze gebruik kan maken van een programma of een dienst. Zo kan een leverancier de afspraak met de instelling omzeilen. Als de leverancier aan de student privacy-voorwaarden voorlegt waarin staat dat de leverancier x of y wél mag doen met de data, en de student accepteert deze voorwaarden (want wie leest alle voorwaarden voordat ze akkoord geeft?), dan is de afspraak met de instelling ontoereikend gebleken.” 



Nagaan waar het in het verleden is misgegaan, dat is een van de manieren waarop de ontwikkelaars tot de principes en deployable practices in hun framework komen. Daarnaast proberen ze te bedenken hoe EdTech-bedrijven hun statuten zodanig kunnen opstellen dat eventuele latere eigenaars met minder goede bedoelingen het bedrijf niet kunnen gebruiken om te werk te gaan op een manier die ze nu proberen te voorkomen. “Als een grote investeerder met slechte bedoeling ziet dat bepaalde publieke belangen binnen een EdTech-bedrijf statutair gewaarborgd zijn, haakt hij af. Zo vormt het een zelfreinigend mechanisme; precies wat we moeten hebben.” 

Oók jonge EdTech-bedrijven zijn hierbij gebaat 

Het lijkt aannemelijk dat de publieke zaak gebaat is bij het gebruik van het collaborative trust framework. Het voordeel voor start-ups in het EdTech-domein lijkt echter minder voor de hand liggend. Toch is dat er wel degelijk, weet De Kok. 

“In 2014 waren wij als FeedbackFruits twee jaar oud en wilden we ons aansluiten bij SURFconext. Om dat te mogen doen, vroeg SURF voorwaarden op het gebied van privacy en veiligheid die voor die tijd heel zwaar waren. In feite hebben wij onze architectuur moeten aanpassen om daaraan te kunnen voldoen. Later hebben we daarvan enorm veel voordeel gehad omdat het heel makkelijk was om te voldoen aan de General Data Protection Regulation (GDPR) vanuit de EU. Als we nu zakendoen buiten Europa, is die GDPR-stempel genoeg om overal aan de voorwaarden te voldoen.” 

Als het hoger onderwijs invloed kan uitoefenen en verwachtingen kan verduidelijken in de fase waarin jonge EdTech-bedrijven nog vorm geven aan hun ontwerp, kan het vormend optreden – zoals SURF dat bij FeedbackFruits deed, aldus De Kok. “Dát is de kans die hier ligt: borgen dat gegroeide EdTech-bedrijven nog steeds dezelfde doelen nastreven als publieke instellingen. EdTech-bedrijven in Europa zullen namelijk groot worden; dat gaat hoe dan ook gebeuren en dat is, gezien hun innovatievermogen, ook nodig. Als een scale-up straks een BigTech-bedrijf is, wil je ervoor zorgen dat ze zakendoen volgens het waardenkader dat wij voorstaan.” 

Wantrouwen richting EdTech duwt hen richting verkeerde waardenkaders 

De kans op goede samenwerkingen tussen publieke hoger onderwijsinstellingen en EdTech-bedrijven wordt nog eens vergroot doordat veel EdTech-ondernemers door idealen worden gedreven, vertelt De Kok; hij is heus niet de enige die zich vanuit het zakelijke domein inspant voor de publieke zaak. Het werk van EdTech-ondernemers wordt echter bemoeilijkt door het wantrouwen waarmee ze te maken krijgen.  

“Ook als docenten en studenten heel tevreden zijn over hun diensten is het voor deze start-ups heel lastig om geld te verdienen. Ze kunnen gebruikerstevredenheid overleggen maar nog niet hun rekeningen betalen. Wat doen ze dan? Ze zoeken investeerders. Zodra die investeerders aan boord komen, zie je het waardenkader vaak verandert. Op die manier jagen publieke instellingen deze ondernemers naar een ander waardenkader; dat is enorm jammer.” 

Daar ligt dan ook een uitdaging waarvoor publieke en private partijen nu samen verantwoordelijkheid nemen. “Als je kunt aantonen dat je rond het onderwijs én een succesvol bedrijf kunt opbouwen én daarmee de wereld beter kunt maken, is het makkelijker om ondernemers aan boord te krijgen van het schip dat de koers van publieke waarden volgt.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK