Kennisveiligheid rondom China nog maar kort op netvlies bij OCW

Nieuws | door Frans van Heest
16 maart 2022 | Het ministerie van OCW heeft lange tijd er alles aan gedaan om hogescholen en universiteiten activiteiten te laten ontplooien met en in China. Kennisveiligheid staat nog maar vrij recent op het netvlies bij OCW. Buitenlandse Zaken vindt dat OCW hier nog veel te laks mee is.
Foto: Manuel Joseph

Uit ruim achthonderd pagina’s aan documenten over samenwerkingen met China, gepubliceerd na een WOB-verzoek, komt een beeld naar voren van een ministerie van OCW dat kennisinstellingen lange tijd gestimuleerd heeft om zoveel mogelijk samen te werken met China. Overigens zijn heel veel opgevraagde documenten alsnog niet gedeeld, bijvoorbeeld documenten over de samenwerking tussen Huawei en de Universiteit van Amsterdam, gespreksverslagen met het Chinese ministerie van onderwijs en interne OCW-notities over de academische vrijheid in China. 

Veel promovendi naar Nederland halen 

De documenten die wel zijn gepubliceerd tonen OCW als een ministerie dat alles in het werk stelde om hogescholen en universiteiten met China te laten samenwerken. Zo werden universiteiten in 2010 op het ministerie uitgenodigd om mee te denken over een wetenschappelijk instituut dat in Shangai moest worden opgezet. Dit zou de samenwerking met China een boost moeten geven; bovendien konden Nederlandse universiteiten profiteren doordat ze daarmee veel Chinese promovendi naar ons land  konden halen. Dat paste goed in het beleid van de KNAW en NWO, die ook inzetten op het binnenhalen van Chinese promovendi, zo blijkt uit de ambtelijke stukken van OCW. 

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Toch waren er ook in 2010 al zorgen over de toenemende invloed van China op het beleid van Nederlandse universiteiten. Vanuit het kantoor van Nuffic in Peking werd gesignaleerd dat het Chinese ministerie van onderwijs steeds meer invloed wilde op de studentenuitwisseling, en wel op een dusdanige manier dat het de onafhankelijkheid van Nederlandse kennisinstellingen onder druk zette. Dit noopte Nuffic dan ook om de wervingsactiviteiten te staken.  

Ambassadeur blijft Nederlands hoger onderwijs promoten 

Dat Nuffic haar wervingsactiviteiten staakte betekende niet dat Nederlandse kennisinstellingen niet langer geïnteresseerd waren in studentenuitwisselingen. Integendeel, zo betoogde de Nederlandse ambassadeur bij het Chinese ministerie van Onderwijs.  

Ook heeft OCW de Erasmus Universiteit in 2012 een advies laten uitbrengen over de mogelijkheden voor de samenwerkingen met China. Daarin werd geadviseerd om Chinese studenten aan te trekken en het Nederlandse hoger onderwijs zodoende als exportproduct in de internationale markt te zetten. Het aantrekken van Chinese studenten diende tevens om de dalende studentenaantallen in Nederland te compenseren. Daarom moesten er strategische allianties worden aangegaan om zo de Chinese onderwijsmarkt te kunnen betreden. Met het aantrekken van Chinese studenten zou de financiering van het Nederlandse hoger onderwijs ondanks de krimp toch op peil blijven.  

En zo geschiedde; OCW ondersteunde in 2014 volop initiatieven om de samenwerking tussen Nederlandse en Chinese hogescholen en universiteiten nog verder uit te bouwen. Zo werden er nieuw intentieverklaringen ondertekend tussen OCW en het Chinese ministerie van onderwijs. 

Nobelprijzen en hoog in de rankings 

De vraag vanuit China was enorm en daar wilde OCW graag aan voldoen. Bovendien zagen ook andere ministeries volop kansen, blijkt uit de geopenbaarde stukken. China toonde namelijk grote ambities; men wilde nobelprijzen winnen en hoog in de rankings komen te staan. Bovendien werd er veel geld geïnvesteerd in het Chinese hoger onderwijs, waar Nederland ook een graantje van zou kunnen meepikken.  

“Om China van maximale waarde te laten zijn voor zowel de kwalificerende als de socialiserende functie van het onderwijs, is het belangrijk dat we fysieke uitwisseling van Chinese en Nederlandse studenten en staf verhogen, dat we Chinese studenten beter betrekken in de international classroom”, zo staat in een van de beleidsnotities uit 2014, toen Jet Bussemaker namens de PvdA minister van onderwijs was.  

Minister meldde het allemaal niet aan de Kamer 

Overigens gebeurde dit allemaal buiten de controle van de Tweede Kamer. Brieven of beleidsnota’s over de uitbreiding van samenwerkingen met China werden niet of nauwelijks aan de Tweede Kamer gemeld. 

Uit de WOB wordt ook duidelijk dat krimpende studentenaantallen voor de Rijksuniversiteit Groningen de belangrijkste overweging was om in Yantai een campus te openen. “Minder studenten betekent minder geld, minder geld betekent minder staf, minder staf betekent minder onderzoekssubsidies, minder onderzoekssubsidies betekent nog minder staf. Je komt in een neerwaartse spiraal. We hebben buitenlandse studenten nodig. We willen niet per se dat de RUG verder groeit, maar de universiteit moet niet kleiner worden”, zo schreef de Groningse universiteit aan OCW.  

Daling studentenaantallen geen goede reden 

Toenmalige minister Jet Bussemaker vond dit echter geen reden om deze campus toe te staan. “De regering vindt een mogelijke daling van het aantal studenten in Nederland geen goede reden voor transnationaal onderwijs”, liet zij weten. Tegelijkertijd vormde dat géén reden om de steun voor de Groningse plannen in China in te trekken.  

Uiteindelijk is het niets geworden omdat de eerdere zorgen van OCW over de  toenemende inperking van de academische vrijheid in China ook de Universiteitsraad in Groningen hadden bereikt. De raad stemde tegen het voorstel van het CvB om een campus te openen in Yantai. 

VH bang voor Yantai-effect op nieuwe samenwerkingen 

Na dit besluit ontstond bij de Vereniging Hogescholen de zorg dat dit ook de samenwerkingen met China in het hbo onder druk zou kunnen zetten. De Vereniging Hogescholen probeerde bij OCW te benadrukken dat er tussen hogescholen en China ook vergaande samenwerkingsplannen waren, maar dat die toch echt iets anders behelsden dan het openen van een campus in China.  

Overigens waren niet alle hogescholen in 2018 enthousiast over de samenwerking met China. Zo zegt Fontys liever niet meer samen te werken met China omdat de Chinese studenten slecht Engels spreken, ondanks hun vaak heel hoge cijfers. Er zou ook veel uitval zijn onder deze groep studenten, die tevens moeilijkheden zou geven in samenwerkingsprojecten met andere studenten.  

Chinese ambassadeur klaagt over hogescholen 

Deze signalen vangt ook het ministerie van OCW op na berichten vanuit de Chinese ambassade in Den Haag. Daar wordt geklaagd dat hogescholen Chinese studenten onvoldoende begeleiden en hen aan hun lot overlaten.  

Waar Fontys niet op samenwerkingen met China zat te wachten, waren er andere hogescholen die juist graag wilden blijven samenwerken met China, waaronder het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Dat wilde zelfs onderwijsactiviteiten gaan organiseren in China. Bij OCW waren er zorgen over deze plannen, zeker met het debacle van de Groningse plannen in het achterhoofd, maar de directeur van de Haagse kunsthogeschool probeerde OCW gerust te stellen met het feit dat er geen Nederlandse diploma’s worden uitgereikt en dat het allemaal buiten de Rijksbekostiging gefinancierd wordt. Bovendien is muziekonderwijs veel minder gevoel voor schendingen van de academische vrijheid, zo stelde men bij het conservatorium in Den Haag. 

Steeds minder vrijheid in China 

Vanaf 2017 ontstaan er in toenemende mate zorgen over de vrijheidsbeperkingen in het Chinese hoger onderwijs, blijkt uit de stukken. “De academische vrijheid komt steeds meer onder druk te staan, zeker in de sociale- en geesteswetenschappen en rechtsgeleerdheid”, waarschuwt de Nederlandse ambassade in China. Zo worden steeds meer studieboeken gecensureerd of uit de handel genomen.  

Ook wil een Chinese wetenschappers die voor de Nederlandse ambassade werkt niet afspreken op de Nederlandse ambassade omdat hij dan een woordelijk verslag moet maken van het gesprek. Voor Nederlandse ambassademedewerkers is het daarnaast heel moeilijk geworden om een afspraak te maken op een universiteit. Die afspraak moet namelijk vooraf worden goedgekeurd door het Chinese ministerie van onderwijs.   

Toch voelen Nederlandse universiteiten er niet veel voor om in 2020, op initiatief van het Leiden Asia Centre van de Universiteit Leiden, een bijeenkomst te organiseren over Chinese beïnvloeding. Dat blijkt uit stukken van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het Leiden Asia Centre liet zich al langer waarschuwend uit over Chinese beïnvloeding.

Gaat de minister zonder kleerscheuren de Kamer meekrijgen? 

Ook vindt men op Buitenlandse Zaken dat minister van Engelshoven nogal gratuite opmerkingen maakt over de kennisveiligheid in relatie tot samenwerkingen met China. Dat blijkt uit de reactie van Buitenlandse Zaken op een conceptbrief die aan de Kamer gestuurd moet worden. “De brief worstelt duidelijk met het ‘open waar het kan, beschermen waar het moet’-adagium. We zijn benieuwd of de minister het verhaal zonder kleerscheuren door de Kamer krijgt, zeker nu haar eigen partij feller aanslaat op misstanden in China”, zo schrijft Buitenlandse Zaken. 

Het D66-Kamerlid Sjoed Sjoerdsma, woordvoerder Buitenlandse Zaken, is dan namelijk al langer van plan om een parlementaire enquête in te stellen naar kennissamenwerkingen tussen China en Nederlandse kennisinstellingen. 

In grote lijn blijft het ministerie van Buitenlandse Zaken verbaasd dat de minister van OCW de verantwoordelijkheid vooral bij individuele onderzoekers wil neerleggen. “Zo valt de oproep dat onderzoekers hun morele kompas aan moeten zetten en alert moeten zijn op ethische kwesties, nogal uit de toon en maakt op mij een gratuite indruk. Dat kan namelijk het geval zijn, maar wat doet de minister?”, zo vragen de ambtenaren van BuZa zich af.  

Gewoontegetrouw schuift de minister op het bordje van universiteiten 

Diezelfde ambtenaren vinden de minister van OCW in haar aanpak politiek kwetsbaar. “Verder wordt gewoontegetrouw de verantwoordelijkheid wel heel erg op het bordje van de instellingen gelegd, valt ons op. Bijvoorbeeld bij kennis over het werven van PhD’s. Het is de vraag of die instellingen hier zelf enig belang bij hebben. Politiek kwetsbaar”, zo luidt hun oordeel.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK