Strafbaarheid spionage uitgebreid, academische vrijheid gewaarborgd

Nieuws | door Janneke Adema
1 maart 2022 | De strafbaarheid van spionage moet worden uitgebreid in een nieuw wetsvoorstel van het kabinet. Volgens de Minister van Justitie en Veiligheid kan Nederland niet achterblijven gezien de toegenomen internationale dreiging.
Foto: Ekaterina Bolovtsova

In een aankomend wetsvoorstel stelt de Minister van Justitie en Veiligheid voor om de strafbaarheid van spionage uit te breiden. De Minister wijst er in het voorstel op dat Nederland onder andere een aantrekkelijk doelwit is voor buitenlandse spionage vanwege de hoogwaardige technologie en wetenschappelijk onderzoek van Nederlandse kennisinstellingen. Met dit voorstel wordt het straks strafbaar als men ten behoeve van een buitenlandse mogendheid handelingen verricht die schadelijk zijn voor zwaarwegende Nederlandse belangen, zoals veiligheid en de internationale concurrentiepositie. 

Russische spionagepoging 

In december 2020 sprak het vorige kabinet in een Kamerbrief de wens uit om de strafbaarheid van spionage te verruimen naar aanleiding van de Russische spionagepogingen die de AIVD eerder dat jaar beëindigde. De AIVD verklaarde dat een Russische diplomaat die op de ambassade in Den Haag werkte een substantieel netwerk binnen de Nederlandse hightech-sector opbouwde. De inlichtingenofficier verkreeg in sommige gevallen informatie door personen te betalen. Het ging onder andere om informatie over kunstmatige intelligentie, halfgeleiders en nanotechnologie. 

Volgens de huidige wetgeving is het lekken van informatie alleen strafbaar wanneer het gaat om staats-, beroeps-, ambts- of bedrijfs- geheimen of als de informatie niet geheim is, maar wel op een illegale wijze verkregen. Echter, het is niet strafbaar wanneer iemand legale handelingen uitvoert voor een buitenlandse partij die schadelijk zijn voor Nederlandse belangen.  

Spionagehandelingen 

Onder die belangen vallen onder andere de veiligheid van de staat en individuen, maar ook “de integriteit exclusiviteit van hoogwaardige technologieën.” Onder hoogwaardige technologieën verstaat de minister onder andere militaire technologieën en technologieën die van belang zijn voor vitale processen in Nederland. Daarnaast is het volgens de minister van belang om de concurrentiepositie van Nederland op het gebied van hightech te waarborgen.  



Verder gaat het in het wetsvoorstel niet alleen om het verstrekken van informatie, maar ook om spionagehandelingen zoals sabotage, het in de gaten houden of intimideren van mensen en het verschaffen van voorwerpen. Als belangrijke voor de strafbaarheid van deze handelingen noemt het wetsvoorstel de wetenschap dat er gevaar is duchten voor de genoemde belangen. Personen die geen weet hebben van de (potentiële) gevolgen van deze handelingen zijn dus niet strafbaar. De maximum strafeis wordt een gevangenisstraf van zes jaar. 

Digitalisering en globalisering 

Met dit wetsvoorstel hoopt de minister de strafbaarheid van spionage op hetzelfde niveau als omringende landen te brengen. In Duitsland is het strafbaar om spionageactiviteiten voor buitenlandse geheime diensten uit te voeren. In Frankrijk zijn een aantal specifieke spionageactiviteiten strafbaar gesteld, onder andere het onderhouden van contact met een buitenlandse organisatie met als doel vijandelijkheden jegens Frankrijk. In Denemarken is het strafbaar om inlichtingen die geheim horen te blijven aan het buitenland te verstrekken, of de informatie klopt of niet.  

Hoewel het kabinet vorige maand nog verklaarde dat extra maatregelen om de kennisveiligheid te waarborgen niet nodig waren, komt er nu dus toch een nieuw wetsvoorstel. De minister legt uit dat de Nederlandse wet niet achter kan blijven, omdat Nederland dan een aantrekkelijker doelwit is dan de omringende landen. Daarnaast verwijst het wetsvoorstel naar de toegenomen internationale dreiging als gevolg van digitalisering en globalisering.  

Academische vrijheid 

Bij een Kamerdebat over internationalisering en kennisveiligheid uitte Jeanet van der Laan van D66 haar zorgen over de gevolgen van strengere wetgeving voor de academische vrijheid. Ze vroeg of de academische vrijheid bij samenwerkingen tussen kennisinstellingen wettelijk kan worden vastgelegd, bijvoorbeeld met behulp van modelcontracten. De minister dacht niet dat modelcontracten een goede oplossing zou zijn en verwees naar de onlangs gepresenteerde leidraad voor Kennisveiligheid. 

In het wetsvoorstel wordt echter wel expliciet verwezen naar het recht van wetenschappers om informatie te verzamelen, ontvangen en verspreiden. Toch wordt er geen aparte uitzondering gemaakt voor wetenschappers, omdat een voorwaarde in het wetsvoorstel is dat de persoon in overtreding wist dat de voorgenoemde belangen geschaad zouden worden. De minister wijst erop dat wetenschappers in de regel niet de opzet hebben om schadelijke handelingen te verrichten, tenzij de functie van wetenschapper wordt gebruikt als dekmantel. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK