“Theologie is academischer dan bedrijfskunde”

Interview | door Michiel Bakker
23 maart 2022 | Ze heeft bedrijfskunde en theologie gestudeerd en kent daarom de verschillen tussen deze opleidingen. Welk veld is meer academisch van aard? Welke opleiding geeft ruimte aan de academische vorming van studenten? En welk veld kan de excuses van Marc Overmars beter plaatsen? De theologie, klinkt driemaal het antwoord van Tabitha van Krimpen, Jonge Theoloog des Vaderlands. Ze reflecteert op de theologie als academische discipline en de wil van studenten om zich door de universiteit te laten vormen.
“De theologie pretendeert haar vragen niet in een laboratorium-omgeving te stellen, maar middenin het leven, en ze wil het hele mens-zijn daarin meenemen”, vertelt Tabitha van Krimpen.

Tabitha van Krimpen (24), student theologie bij de Protestantse Theologische Universiteit die nauw samenwerkt met de VU, is sinds november drager van de titel ‘Jonge Theoloog des Vaderlands’. “Dat houdt in dat ik een jaar lang ambassadeur van de theologie ben in de samenleving. Daartoe ben ik deels door een jurybeslissing en deels door een stemming gekozen. Ik heb veel vrijheid om die rol in te vullen, maar als jonge theoloog wil ik me vooral richten op jongeren en hun ontwikkeling in brede zin.” 

De theologie vraagt naar de diepste grond 

Een jonge theoloog heeft haar generatiegenoten veel te bieden, denkt ze. “Naast theologie heb ik steeds bedrijfskunde gestudeerd, een richting die ik koos omdat het arbeidsmarktperspectief daarvan erg gunstig is. Daarnaast hou ik van organiseren. Theologie biedt mij echter de ruimte om ook de diepte op te zoeken en op een academische manier bezig te zijn met de vragen die ik heb.” Dat de theologie met haar metafysische vooronderstellingen wellicht moeilijk een plaats verdient binnen de huidige academie doet daaraan niets af.  

“De theologie gaat over het diepste zijn, het diepste wezen, en vraagt altijd door naar het diepste fundament. Misschien geldt dat wel voor de gehele breedte van de geesteswetenschappen. In dat vragen neemt de theologie de menselijke kant mee; ze pretendeert haar vragen niet in een laboratorium-omgeving te stellen, maar middenin het leven, en ze wil het hele mens-zijn daarin meenemen. Dat is de schoonheid ervan, wat mij betreft – al helemaal omdat de theologie een traditie kent die je laat zien dat je echt niet de enige bent die bepaalde vragen heeft gehad.” 

Academisch karakter bedrijfskunde is moeilijker te borgen 

Het doorvragen en het zoeken naar een diepste grond is een wezenlijk onderdeel van de theologie als academische discipline. “Theologie gaat minder om antwoorden dan om vragen”, meent Van Krimpen zelfs, “en het stellen van een goede vraag is een wezenlijke academische praktijk.” Als ze het academische gehalte van haar bedrijfskundeopleiding naast die van haar theologieopleiding legt, wint die laatste het daarom.  



“Je ziet dat bedrijfskunde een relatief nieuwe tak is, dat de praktijk er al lang was voordat de academische reflectie vorm kreeg. Je ziet dat het in die tak ook lastig is om het academische karakter goed te borgen, bijvoorbeeld waar het derde geldstroomonderzoek betreft. Hoe voorkom je dat het meteen instrumenteel of doelmatig moet zijn? Met het opzetten van een management-instituut rondom een bepaalde denker kun je goed geld verdienen, maar wat is daaraan nog echt wetenschappelijk?” 

Theologie geeft ruimte voor academische vorming 

Ook in het onderwijs ziet ze grote verschillen tussen beide opleidingen. Waar ze als theologiestudent wordt geoefend in het kritisch doorgronden van fundamentele teksten, maakte ze als student bedrijfskunde drie jaar lang meerkeuze-tentamens in een zaal met driehonderdvijftig andere studenten.  

“Daarbij kun je vraagtekens zetten. Wat hebben we studenten te bieden? Ook ‘vorming’ is een taak van de universiteit – iets waaraan men niet toekomt bij bedrijfskunde. Bij theologie is die ruimte er wel. Hier hebben we bijvoorbeeld driedaagse conferenties waar je met elkaar je gehele biografie bespreekt en probeert in te zien hoe je geworden bent zoals je bent en waarvandaan je overtuigingen komen. Dat bespiegelende wordt nu overal belangrijker gevonden, maar vaak heeft dat de vorm van een verplicht reflectieverslagje zonder dat daarbij echt een spiegel wordt voorgehouden.” 

De verantwoordelijkheid voor het vormen van studenten en het schaven aan hun karakters zou ze graag meer benadrukt zien. Het moet niet gaan om het aantal mensen met een diploma maar om het aantal mensen dat academisch heeft leren denken – iets waarin een theologieopleiding beter slaagt dan een bedrijfskundeopleiding. Die verantwoordelijkheid zou men in de breedte van de academie serieuzer moeten nemen, vindt Van Krimpen.  

Je moet jezelf wíllen leren verwonderen over de schoonheid en de complexiteit van de wereld, dat wíllen begrijpen. 

“De verschuiving van ‘studiesucces’ naar ‘studentsucces’ is daarvan een voorbeeld – dat het niet alleen gaat om de telling aan het einde van de pijplijn en de vraag hoeveel ‘producten’ men heeft afgeleverd. Tegelijkertijd zie ik veel hbo-studenten die na hun studie nog een pre-master en een master aan de universiteit volgen, omdat ze dan een universitair diploma hebben en in een hogere salarisschaal terecht komen. Als de universiteit wordt gezien als een vormend instituut, kunnen we onszelf afvragen of er niet te véél universitaire studenten zijn.”  

Het wetenschappelijk onderwijs wil immers een specifieke prikkeling geven, en studenten moeten daardoor ook gevormd wíllen worden, schetst Van Krimpen. “Je moet jezelf bijvoorbeeld wíllen leren verwonderen over de schoonheid en de complexiteit van de wereld, dat wíllen begrijpen. Als ik naar de doorsnee bemensing van een collegezaal kijk, zie ik dat echter weinig terugkomen. Ik zie meer mensen die een papiertje willen halen dan mensen die na afloop van een college nog eens de literatuurlijst erop naslaan.” 

Theologie geeft een taal voor het mislukken 

Als jonge theoloog is Van Krimpen in het geheel niet alleen bezig met het bestuderen van oude teksten en het afstoffen van verjaarde tradities. Zo houdt ze zich ook veel bezig met studentenwelzijn, een onderwerp dat gemakkelijk in het verlengde van haar studierichting te begrijpen is, legt ze uit. “Juist in hun studententijd zijn jongeren veel bezig met het zoeken naar een identiteit en een plek in de wereld, en theologie geeft veel aanwijzingen die deze zoektocht vergemakkelijken.” 

De theologie geeft namelijk een taal en een begrippenkader om met de gehele diversiteit van het leven om te gaan; ook met lijden, verlies en falen, betoogt de theologiestudent. “Het onderwijsklimaat kent een sterke focus op succes en de houding ‘als je maar hard genoeg werkt, dan kom je er wel’. Vooral die taal hebben we gecultiveerd en bevorderd, evenals de taal van de Excel-sheets en het meetbare, maar niet de taal van het niet-weten, van het ontglippen, van het terechtkomen in een repetitieve baan waarin je gewoon je taakjes moet uitvoeren. Dáárop worden we niet voorbereid. Ik denk dat mijn generatie veeleisend is en ook daadwerkelijk het gevoel heeft nodig te zijn en de wereld te kunnen veranderen, dus het kan een koude kermis zijn als je in zo’n werkomgeving terechtkomt.” 

Marc Overmars, schaamte en schuld 

Dat niet-religieuze mensen waarschijnlijk niet door het gehele theologische begrippenkader worden aangesproken hoeft daarbij geen probleem te zijn, denkt Van Krimpen. Het is immers mogelijk om als theoloog ook buiten de theologie onderzoek te doen. Zo noemt ze het voorbeeld van een docent die onderzoek doet naar families en afhankelijkheid en het voorbeeld van Twittertheoloog Alain Verheij, die het boek ‘Ode aan de verliezer’ schreef – uitgebracht door Atlas Contact, een niet-christelijke uitgeverij.  

Als Marc Overmars zegt dat hij zich zo schaamt, gaan mijn theologische radertjes draaien. 

“En als Marc Overmars, de technisch directeur van Ajax die vanwege wangedrag moest vertrekken, in zijn verklaring zegt dat hij zich zo schaamt, dan gaan mijn theologische radertjes draaien. Want ‘schaamte’ gaat over mijn persoon, ‘ik mag er niet zo zijn’, terwijl schuld zegt dat mijn handelingen verkeerd waren. Schuld impliceert dat er vergeving nodig is, dat iets moet worden rechtgetrokken. Zo kan ik als theoloog ook het nieuws duiden.” 

De theoloog die naar buiten treedt, zo ziet Van Krimpen het voor zich. Zo maakte ze in de strijd om de titel ‘Jonge Theoloog des Vaderlands’ een filmpje waarin ze in slow motion de deuren van de PThU opengooide. “Waarom zitten we hier op ons eigen eiland? Laten we alsjeblieft naar buiten gaan en de deuren wijd openzetten. Het is de taak van de theologie om zich te mengen in het maatschappelijke debat. Dáár moeten we aanwezig zijn, veel meer dan nu het geval is. De geschiedenis en de traditie zijn belangrijk, maar we moeten daarin niet blijven hangen. Het zijn dynamische begrippen, we moeten hen vertalen naar een nieuwe context.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK