Technologie is niet neutraal, dat zou Dijkgraaf moeten weten

Opinie | door gastauteurs
5 april 2022 | In een interview met het NRC lijkt minister Dijkgraaf te stellen dat wetenschappelijke inzichten zelf neutraal zijn; iets wat hij zelfs expliciet stelt over technologie. Dat het nieuwe ‘politieke hoofd’ van het wetenschapsbeleid in Nederland zo over wetenschap en technologie denkt, baart onderzoekers van het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) zorgen. Zij stellen dat de wetenschap zich rekenschap moet geven van haar politieke karakter en dat de politiek zich moet verantwoorden voor haar keuzes bij de financiering en het gebruik van wetenschappelijk onderzoek.
Foto: Polina Tankilevitch

In een interview in de NRC van 11 maart waarschuwt Robbert Dijkgraaf, de nieuwe minister van OCW, dat wetenschappelijk onderzoek een politieke zaak kan zijn. Hierbij verwijst hij enerzijds naar het gevaar dat wetenschappelijke producten zoals kennis en technologieën verkeerd kunnen worden ingezet door kwaadwillende regimes. Zo benoemt hij de noodzaak om zorgvuldig naar wetenschappelijke samenwerkingsverbanden met Chinese partners te kijken. Anderzijds wijst hij op de ‘gepolitiseerde’ respons op wetenschappelijk ondersteund Coronabeleid. Hij zegt te zijn geschrokken van de felle publieke reactie en uit zijn zorgen over de veiligheid van de wetenschappers als onschuldige boodschappers van ‘slecht nieuws’. Die dreiging wil hij benoemd hebben, en ook pleit hij ervoor dat de politiek een vrije ruimte creëert waarin onderzoekers zich veilig voelen en onderling hun “eigen twijfels” kunnen uitspreken. 

Als wetenschappers delen wij zijn zorgen over de toegenomen negatieve houding jegens de wetenschappen. De ‘politisering’ van wetenschap ligt echter complexer en is bovendien dieper geworteld dan zijn presentatie van het probleem suggereert. In deze opinie formuleren we onze bezwaren. Daarmee pleiten we voor een realistischer en daarmee verantwoordelijker kijk op zowel politiek als wetenschap en stellen we dat zo’n kijk juist nu hard nodig is. 

Wetenschappers staan middenin de samenleving.  Dat gaat niet altijd goed. 

Om te beginnen blijft in het betoog van Dijkgraaf onbenoemd dat het politici zijn die bepalen met wèlke wetenschappelijke kennis het Coronabeleid wordt geïnformeerd. Als het wetenschappelijk voor de hand ligt welk beleid er gevoerd moet worden, zou het niet uitmaken welke politieke partij er op dat moment aan het roer staat. Dat is echter erg naïef gedacht. Verschillende politici hebben in steeds fellere bewoordingen gepleit voor een andere prioritering in de keuzes voor wetenschappelijke inzichten, zoals meer sociaal-wetenschappelijke en minder epidemiologische inbreng. 

Ons tweede bezwaar is fundamenteler. Dijkgraaf lijkt te suggereren dat wetenschappelijke inzichten zelf neutraal zijn; iets wat hij zelfs expliciet stelt over technologie. Om met het eerste te beginnen: het gebruik van genetische informatie van Oeigoeren in samenwerkingen tussen Nederlandse en Chinese onderzoekers confronteert ons volgens Dijkgraaf met iets nieuws, namelijk de politieke gevaren van dit soort onderzoek. “Genetische informatie, daarbij dachten we vijftig jaar geleden nog niet in termen van mensenrechten”, schrijft hij.  



Hiermee gaat hij voorbij aan vele decennia van wetenschappelijke productie van (vooral) racistische en seksistische genetische claims over onder meer crimineel en onzedelijk gedrag en intelligentie. Die claims en het onderzoek dat eraan ten grondslag lag hebben schadelijke maatschappelijke effecten gehad op terreinen van o.a. de medische wetenschap, het rechtssysteem en de publieke opinie. Bovendien blijken veel beweringen ‘na te ijlen’, nog ver nadat de wetenschappers in kwestie zelf tot nieuwe inzichten waren gekomen. De “veiligheid om hun eigen twijfel uit te spreken” is dus niet genoeg.  

Verantwoordelijke wetenschappers zijn niet naïef over de ideologische kanten van hun onderzoek enerzijds en de sociale uitwerking van hun inherent onzekere wetenschappelijke resultaten anderzijds. Politici en universiteitsbestuurders moeten daarbij begrijpen dat het bij het verwezenlijken van de onderzoekscapaciteit ten behoeve van het nu gewraakte Chinese onderzoek is gegaan om keuzes die de nieuwe mogelijkheden van misbruik creëerden en creëen. 

Elke nieuwe technologie schept nieuwe maatchappelijke (on)mogelijkheden 

Dan de technologie. Volgens een befaamde uitspraak van Melvin Kranzberg, professor in de technologie aan Georgia Tech, is technologie “noch goed, noch slecht, en ook niet neutraal.” Hiermee bedoelde hij dat technologie nooit losstaat van haar sociale omgeving. Elke nieuwe technologie draagt alleen al middels haar beschikbaarheid bij aan nieuw sociaal en politiek evenwicht, ongeacht de bedoelingen van de ontwikkelaars. 

Digitale technologieën illustreren dit proces goed. Zo geeft recent onderzoek van ons instituut inzicht in de gevolgen van het gebruik van Clearview’s Artificiële Intelligentie. Het bestaan van (overigens discriminerende) gezichtsherkenningssystemen die gebruikmaken van publiek beschikbare beelden heeft implicaties voor onze conceptie van wetshandhaving. Wanneer iedereen in de buurt van een camera door iedere persoon in bezit van zulke technologie kan worden geïdentificeerd, ontstaan nieuwe categorieën van risico’s voor rechtsbescherming. 

Om dichter bij Dijkgraafs zorgen te blijven: de opkomst van ‘geëvolueerde’ sociale en politieke bewegingen tegen beleid op volksgezondheid kan nuttig worden beschouwd in het licht van nieuwe sociale media in een tijd waarin populistische tendensen in opkomst zijn. De manieren waarop onvrede over volksgezondheidsbeleid tijdens de pandemie werd gemobiliseerd zijn ongekend en bleken werkelijk in staat om de effectiviteit van publiek beleid te ondermijnen.  

COVID-19 is de eerste pandemie in een tijd waarin de overheid geen noemenswaardige controle uitoefent over communicatie met betrekking tot volksgezondheid. (Zelfs de WHO greep naar Whatsapp om zijn boodschap naar buiten te brengen.) Veel sociale media geven echter voorrang aan de meest polariserende boodschappen, waardoor die in geloofwaardigheid stijgen. Als gevolg daarvan delfde betrouwbare informatie het onderspit. Daarop valt geen effectief beleid te voeren zolang de niet-neutrale rol van nieuwe digitale technologieën en hun invloed op deze veranderende machtsverhoudingen niet worden (h)erkend. Vooral de Nederlandse alfa- en gamma-wetenschappen hebben wezenlijk bijgedragen aan het inzichtelijk en daarmee bekritiseerbaar maken van de politieke dimensies van nieuwe technologieën. 

Hé wetenschapper: omarm je ‘inner politicus’!  

Dat uitgerekend het nieuwe ‘politieke hoofd’ van het wetenschapsbeleid, door NRC “de bekendste wetenschapper van Nederland” genoemd, deze verbanden niet lijkt te zien, maakt ons ongerust. Dijkgraaf is minister in een tijd waarin de politiek voor grote uitdagingen staat waar het de omgang met technologische ontwikkelingen betreft. De nieuwe regering lijkt die vragen nu echt serieus te gaan nemen (zo is er een algoritmewaakhond voorzien) en wil werken aan haar kennisachterstand op gebieden van AI en datatech. Dijkgraaf zelf stelt dat “[d]e grootste fout die je kan maken is op een naïeve manier over kennis nadenken en onderschatten wat de impact ervan is.”  

Daarbij hoort het onderkennen van de politieke dimensies van wetenschap en haar producten zoals kennis en technologie. Anders gezegd: de politiek moet niet alleen een veilige ruimte voor wetenschappers creëren, maar ook een veilige politiek-wetenschappelijke cultuur; een cultuur waarin onderzoekers zich bewust zijn van de maatschappelijke kanten van hun werk en waarin politici hun keuzes voor het financieren en gebruiken van wetenschappelijk inzicht verantwoorden. Ook dat moet benoemd worden.

Aviva de Groot, Linnet Taylor, Merel Noorman, Siddharth de Souza, Gert Meyers, Tineke Broer.
Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, Tilburg University.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK