“Vraaggericht werken zit niet in de genen van publieke onderwijsinstellingen”

Nieuws | de redactie
22 april 2022 | Katapult heeft negen maanden om met een toegespitst plan te komen voor het opschalen van Publiek-Private Samenwerkingen. Als dat plan aan de juiste voorwaarden voldoet, krijgt Katapult de benodigde 210 miljoen. Ook in andere goedgekeurde voorstellen voor het Nationaal Groeifonds liggen kansen voor de human capital-sector. Zo kan er vanuit meerdere voorstellen worden ingezet op Leven Lang Ontwikkelen, hoewel Aldert Jonkman van de Vereniging Hogescholen daar forse uitdagingen ziet.
Katapult heeft negen maanden om vijftien Publiek-Private Samenwerkingen te kiezen voor een bijdrage uit het Nationaal Groeifonds. Beeld: Yan Krukov.

Minder dan een week nadat de goedkeuring van voorstellen uit de tweede ronde van het Nationaal Groeifonds bekend werd, organiseerde Katapult al een bijeenkomst om de achterban in te lichten over de plannen voor de nabije toekomst. Het voorstel voor de opschaling van Publiek-Private Samenwerkingen (PPS), ingediend door Katapult, moet namelijk nog gespecifieerd worden voordat de voorwaardelijk toegekende 210 miljoen euro daadwerkelijk wordt toegekend.  

Met het voorstel wil Katapult de impact van PPS’en op bedrijven in het mkb groter maken. Daarom dienden zij een plan in om vijftig succesvolle PPS’en op te schalen en eromheen een lerend netwerk met landelijke monitoring te ontwikkelen. “De commissie vond dat ook een mooi plan”, vertelde Thomas Boekhoud van Platform Talent voor Technologie (PTvT). Wel acht de commissie het onnodig om direct vijftig PPS’en op te schalen; vijftien PPS’en zouden voldoende zijn om leerervaringen op te doen. Met de voorwaardelijk toegekende 210 miljoen euro kan elke uitverkoren PPS gedurende zes jaar iets meer dan twee miljoen euro per jaar krijgen.  

De behoefte van het mkb is leidend, niet het onderwijs 

Om die leerervaringen is het namelijk te doen, benadrukte PTvT-directeur Pieter Moerman. Men wil per regio de grootste uitdaging of transitie identificeren en daaraan een PPS koppelen die de regio kan helpen. Wat die grootste uitdaging of transitie is, wordt bepaald in samenspraak met de regio, legt Moerman uit. Vanwege de korte termijn van negen maanden die de indieners van het voorstel hebben om aan de bijkomende voorwaarden van de commissie te voldoen, is er zelfs minder tijd voor een echte bottom-up benadering en zullen regio’s nog meer het voortouw moeten nemen dan was voorzien.  

“Als dat thema bepaald is, is het de vraag hoe we het mkb daarin gaan helpen”, schetste Moerman. “Het mkb staat hier centraal, niet het onderwijs; we willen handelen vanuit de behoefte van het werkveld, of die nu ligt bij Leven Lang Ontwikkelen, instroom, betere onderwijsprogramma’s of innovaties rond digitalisering. Vanuit dat perspectief gaan we zoeken naar bijpassende PPS’en die het al heel goed doen, die al duurzaam zijn en kunnen worden opgeschaald.” 



De 210 miljoen euro zal niet gelijkelijk over de provincies worden verdeeld, legde Moerman nog uit. Er zal daarentegen worden gekeken naar de concentratie van mkb-bedrijven in regio’s; in de randstad is die bijvoorbeeld hoger dan in Friesland of Groningen. Wel zullen economic boards in provincies worden gevraagd om samen na te denken over de meest prangende uitdagingen in regio’s en over mogelijk op te schalen PPS’en. 

Tot 400 miljoen euro voor human capital in andere voorstellen 

Ook in andere goedgekeurde voorstellen liggen kansen voor de human capital-sector, bijvoorbeeld op het gebied van Research & Development en Innovatie, liet Annemarie Strik van Katapult zien. Zo wordt in meerdere voorstellen een onvoldoende beschikbaarheid van arbeidskrachten met de juiste competenties gesignaleerd. Ook wordt soms gezegd dat een onvoldoende doorvertaling van nieuwe kennis naar onderwijs- en scholingsprogramma’s problematisch is of kan zijn. “Snelle transities maken het noodzakelijk om meer aandacht te besteden aan scholing en training van reeds werkende professonials”, aldus Strik.  

In tien van de zeventien geanalyseerde voorstellen op het gebied van Research & Development en Innovatie is veel aandacht voor human capital, liet ze zien. Daarbij rekende ze voor dat binnen deze projecten vijf tot tien procent van de toegekende middelen aan human capital zal worden besteed. Aangezien er meer dan 4 miljard euro aan onderzoek, ontwikkeling en innovatie is toegekend, komt dat neer op zo’n 200 tot 400 miljoen in acht jaar. 

Geld verdelen via NWO en Regieorgaan SIA kost vooral geld 

Over het verdelen van dat geld en het geld dat andere indieners van voorstellen toegekend hebben gekregen wordt nog nagedacht, vertelde Strik. “We zien dat binnen veel voorstellen een instrumentarium wordt opgetuigd om het geld richting de regio te krijgen. Daarvoor wordt veel gebruikgemaakt van NWO of Regieorgaan SIA. Die uitvoeringsorganisaties krijgen echter veel op zich af; vanuit de eerste ronde van het Nationaal Groeifonds gaan partijen nu één voor één om tafel met deze uitvoeringsorganisaties.” 

Wellicht is het mogelijk om effectievere manieren te bedenken waarmee het geld naar de goede plaats kan worden geloodst, bijvoorbeeld door samenwerking met indieners van overlappende of gelijksoortige voorstellen te zoeken, opperde Strik. Naar zulke opties wordt nu al gekeken. “Ik heb begrepen dat het al veel geld kost om het geld weg te zetten via die uitvoeringsorganisaties, dus als dat effectiever kan, houden we meer geld over om impact te maken in de regio.” 

Leven Lang Ontwikkelen als taak voor publieke onderwijsinstellingen 

Veel van de uitdagingen op het gebied van human capital raken aan Leven Lang Ontwikkelen. Op dat onderwerp werden meerdere voorstellen voor het Nationaal Groeifonds goedgekeurd, waaronder de LLO Katalysator. Aldert Jonkman van de Vereniging Hogescholen legde uit dat dit project erop is gericht om de inspanning van publieke hogescholen, universiteiten en roc’s te bundelen en samen gericht in te spelen op vragen vanuit de samenleving, professionals en (mkb-)bedrijven. Zo zal men in de eerste fase van het project een ‘LLO-radar’ ontwikkelen om de veranderende behoefte naar vaardigheden te voorspellen. 

Het project zal beginnen bij de onderwerpen ‘energietransitie’ en ‘circulaire economie’ omdat daar een duidelijke behoefte en een duidelijk probleem ligt, legde Jonkman uit. Daarnaast willen de indieners publieke onderwijsinstellingen verder laten bijdragen aan de uitdagingen van de markt. “Private aanbieders hebben nu 85 procent van de LLO-markt in handen en doen dat harstikke goed”, vertelde hij, maar de indieners zien Leven Lang Ontwikkelen ook als een opdracht voor publieke instellingen.  

Vraaggericht werken zit niet in de genen van het publieke onderwijs 

“Dit project is een uitbreiding van hetgeen publieke instellingen al doen en de Katalysator moet daaraan richting geven”, schetste hij. “Het vernieuwende zit erin dat alle onderwijslagen samen optrekken en de markt bedienen. Bedrijven hebben behoeften en die zullen voor een professional met een wo-achtergrond soms ook op hbo- of mbo-niveau liggen.” 

Daarbij liggen aan zowel de kant van het onderwijs als de kant van het werkveld grote uitdagingen, besefte Jonkman. Zo zit het volgens hem niet in de genen van het publieke onderwijs om vraaggericht te werken. “Met deze aanpak willen we dat veranderen; van buiten naar binnen werken, inspelen op de vragen van de markt.” Anderzijds hebben mkb-bedrijven soms grote moeite met het articuleren van hun vragen aan het onderwijs; dat heeft men volgens Jonkman gemerkt in het project ‘fast switch‘. Wanneer die vraag wel geformuleerd werd, was er vaak terughoudendheid om ermee aan de slag te gaan. Volgens Jonkman is dat deels te wijten aan de wat meer op de korte termijn gerichte werkwijze van veel kleinere bedrijven.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK