‘Waarom zou een wo-student geen vak kunnen volgen op het hbo?’

Nieuws | de redactie
25 april 2022 | Een vak volgen bij een andere onderwijsinstelling is vaak erg lastig, zeggen Naomi Rajiv (LSVb) en Thomas van der Meer (ISO). SURF ontwikkelde daarom een website waarop studenten zichzelf met slechts een paar klikken kunnen inschrijven voor een cursus elders in het land, vertelt Ulrike Wild van de WUR.
Foto: Skitterphoto

Om studentenmobiliteit te verbeteren startte Ulrike Wild, directeur onderwijsinnovatie bij de Wageningen University and Research (WUR), een pilot met een nieuwe online omgeving. Studenten kunnen zich via één website oriënteren op en inschrijven voor vakken bij andere instellingen. Echter, de variërende academische kalenders en financiële bemiddeling van Nederlandse instellingen blijken drempels te vormen. Wild hoopt dat alle Nederlandse hoger onderwijsinstellingen zich zullen aansluiten en misschien zelfs een gezamenlijke opleiding zullen aanbieden.  

Omslachtige administraties  

Tijdens een webinar van de Vraagbaak Online Onderwijs uitten Naomi Rajiv, bestuurslid van de Landelijke Studentenvakbond, en Thomas van der Meer, bestuurslid van het Interstedelijk Studenten Overleg, hun frustraties over de huidige stand van zaken. “Tijdens je studie wordt het niet echt als optie gegeven om bij een andere instelling een vak te volgen”, zei Rajiv. “Als je het wilt, moet je daar zelf achteraan gaan. Het is onduidelijk hoe je dat aan moet pakken en waar je je moet inschrijven.”  

“Het is als student erg lastig om flexibel om te gaan met je curriculum”, beaamde Van der Meer. “Je hebt voornamelijk in de minor ruimte om te doen wat je zelf wilt. Ik studeer in Enschede en ik ken iemand van mijn studie die een vak in Delft wilde volgen. Hij moest helemaal naar Delft om daar een papiertje in te vullen. Vervolgens kreeg hij een apart studentnummer en e-mailaccount, waardoor hij met twee aparte onderwijssystemen moest werken. De roosters waren bovendien totaal niet op elkaar aangesloten; soms had hij ’s ochtends een college in Enschede en ’s middags in Delft. Omdat hij daar zulke slechte ervaringen mee had, besloot de rest van de opleiding het niet eens te proberen.”  

Volgens Wild moet het veel makkelijker worden om bij een andere instelling een of meerdere vakken te volgen. “Het systeem is niet echt verder ontwikkeld, ook al hebben we nu digitale informatiesystemen. We blijven ons organiseren rondom de eigen instelling. Het is al een uitdaging om de studiegids van een andere instelling te vinden en te begrijpen. We doen het namelijk allemaal een beetje anders.” Wild verwonderde zich over de omslachtigheid van de administraties van instellingen in een tijdperk waarin veel andere dingen eenvoudig digitaal te regelen zijn.  

EduID  

Om een nieuw systeem te ontwerpen waarbij studenten zich makkelijker konden inschrijven voor vakken bij andere instellingen, startte het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT een pilot met de Universiteit Utrecht, de WUR en de Technische Universiteit Eindhoven. De pilot moest het voor studenten eenvoudiger maken om zich te oriënteren op het aanbod, om zich in te schrijven voor een vak en om het behaalde resultaat terug te koppelen naar de thuisinstelling.

Hiervoor ontwikkelde SURF een nieuwe online omgeving – eduXchange.nl – waar studenten van de aangesloten universiteiten zich konden aanmelden. Op de website krijgen de studenten een overzicht van het aanbod van de andere instellingen, wat ze kunnen filteren op hun interesses. Bij ieder vak staat vervolgens de informatie uit de studiegids, zoals het aantal ECTS en de ingangseisen. Om zich voor een vak in te schrijven maakt de student een zogenaamde eduID aan, waarmee de student beide instellingen toestemming geeft om informatie over studievoortgang en collegegeld te delen. Vervolgens hoeft de student alleen nog maar te wachten op de bevestiging van inschrijving.



Uiteindelijk hebben zestig docenten hun cursussen op de website gezet en maakten vijftig studenten er gebruik van. “Dat vind ik persoonlijk erg veel”, zei Wild. “Momenteel staan er zestig cursussen online, terwijl het totale aanbod in de toekomst wel vijfduizend zou kunnen zijn. Daarnaast hebben we nog niet uitgebreid bekendgemaakt dat er een website is.” Het komende studiejaar wil Wild het programma opschalen tot minimaal honderd cursussen. Daarnaast gaat het programma later dit jaar door met de Universiteit Leiden, de Technische Universiteit Delft en de Erasmus universiteit. Dat draait vooral om minors.    

Hete hangijzers  

Vaak sluiten de lesprogramma’s van instellingen echter niet goed op elkaar aan. “We hebben allemaal verschillende periodes”, zei Wild. “Alles is anders; wanneer je je aangemeld moet hebben, wanneer de inschrijving open is, enzovoorts. Dit hebben we nog niet getackeld. Waarom niet één academische kalender met een basishoeveelheid ETCS voor een vak? Dat is natuurlijk een waanzinnige discussie.” Op de website probeert Wild daarom zo veel mogelijk informatie te zetten over inschrijfperiodes.   

Een andere discussie is het financiële aspect. “Voorlopig doen wij dat vanuit gesloten beurzen, want het financiële wordt al helemaal een kriem.” Wild verwacht niet dat dit al in de nabije toekomst een probleem gaat worden, omdat het gebruikersaantal van de site niet zal exploderen, maar voorziet wel dilemma’s als de studenten zich ongelijk verdelen over de instellingen. “Als dit systeem groter wordt, dwingt het ons om na te denken over een andere diplomabekostiging in Nederland. Dat is het hete hangijzer.”  

‘Erken dat andere instellingen ook goede vakken aanbieden’  

Hoewel er nu alleen universiteiten meedoen met de proef, hoopt Wild dat hogescholen zich in de toekomst ook zullen aansluiten. Ook hoopt zij dat aangesloten instellingen zich zullen openstellen voor hbo-studenten die een wo-cursus willen volgen en vice versa. “Die scheiding zit meer in onze hoofden en onze cultuur dan echt in de regelgeving. Waarom zou een wo-student geen vak kunnen volgen op het hbo als die cursus deze student wel verder brengt? Laten we eerlijk zijn en toegeven dat niet alle vakken die universiteiten aanbieden altijd van een heel ander niveau zijn dan die op het hbo.”  

Wild benadrukt dat ze niet wil toewerken naar het zogenaamde ‘grabbeltondiploma’. Tijdens een recent debat in de Tweede Kamer uitte Lisa Westerveld van GroenLinks haar zorgen over de samenhang van opleidingen als studenten te veel vrijheid krijgen bij het samenstellen van hun studieloopbaan. “Wij willen niet leerpaden of masters afschaffen. Er zijn nog steeds eindtermen, maar die kunnen nauwer of breder gedefinieerd worden”, stelt Wild. Voor haar gaat het er vooral om dat instellingen erkennen dat andere instellingen ook goede vakken aanbieden die een aanvulling kunnen zijn voor studenten.  

Om studenten verstandige keuzes te doen maken zijn studieadviseurs en studieloopbaanbegeleiders erg belangrijk, meent Wild. De student en de thuisinstelling hebben de verantwoordelijkheid dat de student een goede opleiding volgt, dus als studenten vaker bij andere instellingen vakken volgen, wordt de taak van een studiebegeleider zwaarder.   

Een flexibele opleiding  

Bij de uitbreiding van het programma zullen studenten in de toekomst kunnen kiezen voor een flexibele minor of zelfs een flexibele master, hoopt Wild. De student zou dan een interdisciplinair thema zoals Public Health of Circular Society kiezen en zelf een curriculum samenstellen van vakken uit verschillende disciplines die onder dat thema vallen. “We willen een geaccrediteerd programma dat draait om vaardigheden. Wat moet een student kunnen om bij te dragen aan grote maatschappelijke transities?” Wild hoopt dat instellingen zullen samenwerken om een dergelijke joint master te realiseren.   


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK