Meer ervaring nodig in gebruik open leermaterialen

Nieuws | de redactie
6 mei 2022 | Docenten hebben een beperkt beeld van Open Educational Resources en zijn vaak wantrouwend over de kwaliteit van Open Source lesmateriaal. Instellingen moeten daarom het gesprek over de toegevoegde waarde van Open Educational Resources onder docenten stimuleren en ze meer ruimte geven om ervaring op te doen.
Beeld: Icsa

Om docenten te stimuleren meer gebruik te maken van Open Educational Resources (OERs) moeten instellingen ze de ruimte geven om ervaring op te doen met deze lesmethoden, schrijven onderzoekers van de Universiteit Leiden en Saxion. Hoewel OERs veel mogelijkheden bieden tot persoonlijke aanpassingen door docenten en het aanbod steeds groter wordt, hebben docenten maar een beperkt beeld van wat een OER is en bestaat er weinig onderzoek naar de kwaliteitseisen die docenten aan een OER stellen.  

OERs zijn lesmaterialen die online gratis beschikbaar zijn. Onder andere de TU Delft biedt een verscheidenheid aan gratis materiaal aan. IDoor lesmaterialen gratis online aan te bieden, wordt het onderwijs toegankelijker, waardoor het makkelijker is voor studenten en docenten om kennis te delen en krachten te bundelen in het aanpakken van grote en complexe vraagstukken. Docenten hebben dankzij OERs toegang tot een groot arsenaal aan lesmethodes waarmee ze hun lessen kunnen verrijken, maar de kwaliteit van OERs wordt vaak betwist. Uit nieuw onderzoek blijkt dat docenten een positiever en completer beeld krijgen wanneer ze meer ervaring opdoen met OERs. 



Het onderzoek vond plaats op een Nederlandse hbo-instelling met docenten die werkzaam zijn in Business Analytics, Intercultural Communication, en Research Methods. De instelling had geen procedures voor het gebruik van OER, maar wel de ambitie om er meer gebruik van te maken. Tijdens het onderzoek werden elf docenten meerdere keren geïnterviewd. Het eerste interview vond plaats voordat de docenten verdere uitleg kregen over wat OERs zijn of welke OERs ze zouden moeten beoordelen.  

Daarna kregen de onderzoekers een aantal OERs van de onderzoekers aangereikt; per docent twee open tekstboeken, een open online cursus en een OpenCourseWare bron (een verzameling open lesmateriaal). Vervolgens kwamen ze samen in groepjes om het aangeleverde materiaal te bespreken en drie maanden later werden ze opnieuw individueel geïnterviewd over hun beeld van OERs. 

Leesbaarheid van lesmateriaal 

Het belangrijkste selectiecriterium voor de docenten ging over de inhoud van de OERs. De inhoud moest relevant, correct en gestructureerd zijn. Daarnaast vonden de docenten het belangrijk dat de stof in de OER aansloot bij het toekomstige werkveld van de studenten. Verder keken de docenten naar het ontwerp van de OER; de pedagogische methode achter de lessen moesten aansluiten bij de aanpak die de docenten al hadden.  

Opvallend genoeg bleek het ook belangrijk voor de docenten dat de stof goed leesbaar was. Volgens hen moesten de teksten beknopt en niet te ingewikkeld of academisch zijn. Dit criterium komt niet voor in bestaande handleidingen voor het gebruik van OERs, schrijven de onderzoekers. Dit komt waarschijnlijk doordat deze handleidingen gebaseerd zijn op onderzoeken die plaatsvonden in Engelstalige landen, verklaren de onderzoekers. “Leesbaarheid is een belangrijk discussiepunt in landen waar Engels niet de moedertaal van de studenten is”, schrijven ze.  

Toegankelijkheid kwam daarentegen niet naar voren als een belangrijk thema voor de docenten, terwijl dat in de handleidingen wel voorkomt. De onderzoekers benadrukken dat toegankelijkheid een belangrijk criterium is zodat alle studenten – met of zonder functiebeperking gebruik kunnen maken van de aangeboden lesstof. 

De toegevoegde waarde van OERs 

Uit het onderzoek bleek verder dat de opvattingen van de docenten over OERs in positieve zin veranderde. Door wel met OERs te werken en ze te bespreken met collega’s, leerden de docenten meer over wat voor OERs er zijn en hoe ze die kunnen gebruiken. Waar de docenten eerst wantrouwend waren over de kwaliteit van OERs, konden ze na de studie de toegevoegde waarde van deze lesmethoden beter inschatten. Echter, de docenten bleken moeite te hebben om de OERs in hun bestaande lessen te implementeren, waardoor er maar weinig gebruik van werd gemaakt na de studie.  

Hoewel docenten de belangrijkste doelgroep voor OERs zijn, bleek dat de docenten in het onderzoek weinig bekend waren met Open Educational Resources. De onderzoekers raden instellingen daarom aan om gesprekken hierover te stimuleren. Op die manier worden docenten bewust gemaakt van het bestaan van dit lesmateriaal en kunnen eventuele vooroordelen weggenomen worden. Volgens de onderzoekers kunnen die gesprekken het best plaatsvinden binnen bestaande docententeams, omdat die elkaars lesmethoden en leerdoelen al kennen, waardoor ze beter met elkaar kunnen bespreken of OERs eventueel relevant zijn voor hun lessen. 

Bibliotheekmedewerkers 

Aangezien docenten moeite hadden om de OERs in hun bestaande lesmethoden te implementeren, raadden de onderzoekers aan om na te denken over het gebruik van OERs tijdens het ontwikkelen van het curriculum. Daarnaast is het belangrijk dat instellingen hun docenten genoeg ruimte geven om veel met OERs te werken, zodat ze ervaring kunnen opdoen en beter worden in het implementeren ervan. Tot slot benadrukken de onderzoekers dat bibliotheekmedewerkers een essentiële ondersteunende rol kunnen spelen, door docenten te informeren over (open) licenties en het aanpassen en het gebruiken van OERs. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK