Minister: instellingsaccreditatie zal leiden tot betere onderwijskwaliteit

Nieuws | de redactie
4 mei 2022 | Instellingsaccreditatie gaat de onderwijskwaliteit verbeteren omdat het de kwaliteitscultuur binnen instellingen aanwakkert, voorspelt minister Dijkgraaf. In antwoord op schriftelijke vragen benadrukt hij tevens dat de onafhankelijkheid van visitatiecommissies aan dezelfde toets wordt onderworpen als onder het huidige stelsel van opleidingsaccreditatie.
Met de versterking van de interne kwaliteitscultuur heeft instellingsaccreditatie een voordeel dat buiten de mogelijkheden van opleidingsaccreditatie ligt, schrijft de minister. Beeld: Christina Morillo

In een schriftelijk overleg over instellingsaccreditatie vroeg de VVD-fractie of deze stelselwijziging de accreditaties werkelijk gaat verbeteren. Eén van de leidende argumenten waarmee de vorige minister instellingsaccreditatie voorstond – het zou de werk- en regeldruk sterk verlagen – is vervallen nadat uit onderzoek bleek dat de stelselwijziging geen verlaging van de werkdruk zal teweegbrengen.  

In zijn pleidooi voor instellingsaccreditatie brengt de minister twee grote argumenten te berde. Ten eerste zal het de interne kwaliteitscultuur bij instellingen versterken – een cultuur waarbinnen alle betrokken, dus ook studenten, voortdurend bezig zijn met het behalen van de gewenste kwaliteit. Aangezien de door instellingsaccreditatie aangewakkerde kwaliteitscultuur in positieve relatie tot de onderwijskwaliteit staat, zal instellingsaccreditatie naar verwachting tot een hogere kwaliteit van het onderwijs leiden, luidt de redenering van de minister. 

Instellingsaccreditatie wakkert kwaliteitscultuur aan 

Met die versterking van de interne kwaliteitscultuur heeft instellingsaccreditatie een voordeel dat buiten de mogelijkheden van opleidingsaccreditatie ligt. Een kwaliteitscultuur is namelijk niet middels extern toezicht op te leggen; zo’n cultuur ontstaat juist wanneer bestuurders, onderwijspersoneel en studenten zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor het blijvend verbeteren van de onderwijskwaliteit.  

Bij dit alles is het een vereiste dat een instelling de interne kwaliteitszorg op orde heeft. Zonder een goede structuur waarbinnen verbeteringen kunnen worden doorgevoerd blijft de wil daartoe immers vruchteloos. Daarom krijgen instellingen het vertrouwen om hun eigen opleidingen te beoordelen pas na “een grondige toets op instellingsniveau waarmee de effectiviteit van het interne kwaliteitszorgsysteem integraal wordt beoordeeld en ook de effectiviteit van de interne governance langs de lat wordt gelegd”, aldus de minister. “Het proces van externe verantwoording over de onderwijskwaliteit moet daarom zo zijn ingericht dat het in de eerste plaats de interne kwaliteitszorg in beeld brengt en stimuleert, en als sluitstuk de effectiviteit daarvan controleert.” 

In Denemarken en Noorwegen pakt instellingsaccreditatie positief uit 

Ook resultaten en lessen uit de internationale context worden door de minister gebruikt om te pleiten voor de invoering van instellingsaccreditatie. In Vlaanderen, Denemarken, Finland, Noorwegen, Oostenrijk, Schotland en het Verenigd Koninkrijk is een op instellingsniveau gerichte kwaliteitszorg al dominant. In Denemarken is gebleken dat deze vorm van accreditatie bijdraagt aan “professionalisering, de ontwikkeling van kwaliteitsborgingsprocedures en de verankering hiervan bij het management”, schrijft de minister. In Noorwegen heeft instellingsaccreditatie geleid tot een versterking van het vertrouwen van studenten in het hoger onderwijs.  



Het gevoel van eigenaarschap bij docenten is daarom niet het enige voordeel van instellingsaccreditatie, antwoordt de minister op vragen van de VVD. De stelselwijziging zal tevens leiden tot een versterking van de kwaliteitscultuur en een versterking van de medezeggenschap. “Een stevige positie van de medezeggenschap en mogelijkheden voor studenten om betrokken te zijn bij de kwaliteitszorg zijn belangrijke randvoorwaarden voor een sterke kwaliteitscultuur”, aldus de minister.  

De verantwoordelijkheid voor een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt komt ook directer bij instellingen te liggen – een vierde voordeel van instellingsaccreditatie. “Onderdeel van een sterke kwaliteitscultuur is ook dat externe betrokkenen zoals het afnemend werkveld en andere onderwijsinstellingen deel uitmaken van het continue proces van ontwikkelen en verbeteren van de onderwijskwaliteit.” 

Eisen aan onafhankelijkheid externe deskundigen veranderen niet 

In het schriftelijk overleg uitte de VVD de zorg dat instellingen vooral positief gestemde externe deskundigen zullen uitnodigen voor visitatiecommissies. Daarmee zou de onafhankelijkheid van de externe beoordeling in het geding zijn. De wijze waarop instellingen externe deskundigen selecteren en uitnodigen valt echter onder de elementen die worden beoordeeld voordat een instelling het vertrouwen krijgt om zelf opleidingen te evalueren, schrijft de minister. Bij de toets voor instellingsaccreditatie wordt gekeken naar uitgevoerde opleidingsbeoordelingen. Daarbij wordt tevens gecontroleerd of deze beoordelingen daadwerkelijk zijn uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen.

De eisen aan die onafhankelijkheid blijven dezelfde als onder het huidige systeem van opleidingsaccreditatie, voegt de minister daaraan nog toe. “Die eisen schrijven voor dat leden van het panel ten minste vijf jaar geen directe of indirecte banden hebben gehand met de te beoordelen instelling die leiden tot een conflict of interest of de schijn daarvan, en ten minste vijf jaar geen advieswerk hebben verricht ten behoeve van de instelling, waarvan het resultaat onderwerp van beoordeling kan zijn.” 

Bezondigt een instelling zich toch aan de door de VVD gevreesde selectie van ‘positief gestemde externe deskundigen’, dan kan daarmee de toekenning van de instellingsaccreditatie in het geding komen.  

Zorgen over angstcultuur overbodig 

Met eenzelfde nadruk op het feit dat beoordelingen nog altijd door externen worden uitgevoerd probeert minister Dijkgraaf ook een zorg van GroenLinks te sussen. Die fractie vreest voor het ontstaan van een angstcultuur wanneer studenten en medewerkers van een instelling deze moeten beoordelen tijdens visitaties die door de instelling zelf zijn georganiseerd. “In een stelsel met instellingsaccreditatie blijft het een vereiste dat opleidingen eens in de zes jaar worden gevisiteerd door een panel van onafhankelijke deskundigen. Studenten en docenten kunnen ook in een stelsel van instellingsaccreditatie zich dus bij het panel uitspreken over eventuele zorgen over de opleiding”, schrijft de minister. 

Ook de versterking van de medezeggenschap zou volgens Dijkgraaf voldoende ruimte voor kritische noten moeten garanderen. “Zo wordt het relevante medezeggenschapsorgaan (zo decentraal mogelijk) in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te plaatsen bij de gevolgde beoordelingsprocedure in het visitatierapport van een opleiding volgens een ‘pas toe of leg uit’-principe.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK