Nieuwe generatie groene studenten moet leren omgaan met klimaatontkenners

Nieuws | de redactie
4 mei 2022 | De Nederlandse landbouw moet veranderen, stelt Gert van Dijk bij de Aeres Hogeschool Dronten. Het bedrijfsleven, de wetenschap en de politiek verkondigen een ‘alles is mooi’-scenario, wat een fundamenteel debat over de toekomst van de landbouw in de weg staat. Door de landbouw als een gemeenschappelijk goed te gaan zien, worden publieke waarden centraal gesteld en wordt een maatschappelijk relevante kringlooplandbouw mogelijk.
Foto: Tom Fisk

Bij de Life Lezing 2022 van Aeres Hogeschool Dronten liet Gert van Dijk, emeritus-hoogleraar aan onder andere de WUR en de Tilburg University, zich kritisch uit over de Nederlandse landbouw. De huidige Nederlandse landbouw is te veel gericht op efficiëntie, waardoor de connectie met de omgeving wordt verloren. De landbouw moet daarom beschouwd worden als een ‘commons’, een gemeenschappelijk goed dat de publieke waarden in de regio dient. Dat werkt alleen als men met elkaar in gesprek gaat over milieuproblematiek, ook met mensen die alternatieve feiten verkondigen. Het is volgens Van Dijk aan de Aeres Hogeschool Dronten om de nieuwe generatie agrariërs op te leiden tot kritische ondernemers. 

De efficiëntie van Nederlandse Landbouw 

Van Dijk legt uit dat ieder bedrijf in theorie twee strategieën kan toepassen: ‘make’ of ‘buy’. Aan de ene kant kan een bedrijf al zijn producten en alle benodigde middelen voor die productie maken – dat is de make-strategie – en aan de andere kant bestaan er bedrijven die niets zelf maken en alles inkopen om weer te verkopen – dat is de buy-strategie. Een agrarisch bedrijf kan ervoor kiezen om middelen als (kunst)mest en veevoer in te kopen, maar ook om afkalving en weidebeheer uit te besteden. Volgens van Dijk neigen biologische boeren dan ook meer naar de make-strategie. “Kringlooplandbouw betekent heroriëntatie naar de make-strategie”, aldus Van Dijk. 

De Nederlandse landbouw maakt echter bij uitstek gebruik van de buy-strategie, zegt Van Dijk. Veel Nederlandse boerenbedrijven maken gebruik van een groot netwerk aan bedrijven die diensten en producten leveren, zoals tech-bedrijven maar ook publieke instellingen en banken. Volgens Van Dijk komt dit deels door de opkomst van de wereldhandel; als het goedkoper is om graan uit een ander land te importeren dan om het zelf te verbouwen, kiezen veel ondernemers daar voor.  



Door bepaalde processen en taken uit te besteden aan andere bedrijven en door gebruik te maken van de voordelen die de wereldmarkt met zich brengt, kunnen Nederlandse boeren zich focussen op efficiëntie. Zo compenseren ze onder andere voor de weinige ruimte die we in Nederland hebben; gemiddeld heeft een landbewerker in dit land 12,5 hectare grond om te bewerken, terwijl dat in Denemarken – een land dat ook veel exporteert – vier keer zo hoog ligt. Per kilogram product verbruiken boeren in Nederland onder meer de minste brandstof, de minste arbeid en het minste kapitaal.  

Een triple helix van instemming 

Echter, de impact van de Nederlandse landbouw per vierkante kilometer ligt erg hoog, waarschuwt Van Dijk. Bovendien maken de focus op efficiëntie samen met technologische innovaties de veeteelt steeds onpersoonlijker. “Wij lezen onze (klein-) kinderen boekjes voor waarin de boerderijdieren kunnen praten en relaties hebben met andere dieren en met kinderen,” zegt Van Dijk. “De boerderij is een nostalgische wereld voor de stedeling, terwijl boeren de koe zien als ‘een economisch activum’.” Ook de kennisinstituten zoals de Wageningen University & Research maken onderdeel van het netwerk rondom agrarische bedrijven en richten zich op een zo groot mogelijke efficiëntie per kilogram, zegt Van Dijk. “Vandaar dat je bij protestdemonstraties van boeren zo vaak hoort: ‘wij moeten de wereld voeden’.” 

Volgens de emeritus-hoogleraar verkondigen de wetenschap, het bedrijfsleven en zelfs de politiek intussen vooral een ‘alles is mooi’-scenario. Door telkens te herhalen hoe goed Nederland het doet op het gebied van export en efficiëntie creëert deze triple helix; een paradigma dat geen ruimte laat voor een fundamenteel debat. Bovendien verliest het landbouwbedrijf de connectie met de regio. De Nederlandse landbouw moet veranderen om de dringende milieu- en klimaatproblematiek het hoofd te bieden, zegt Van Dijk.  

Complotdenkers en klimaatontkenners 

Kringlooplandbouw gaat om meer dan alleen het sluiten van kringlopen, aldus Van Dijk. Door de landbouw te beschouwen als een commons, die het belang van de omgeving dient als onderdeel van een web van ecologische, sociale en economische relaties, stellen we publieke waarden centraal die in een ander systeem verwaarloosd worden. Onder deze publieke waarden vallen onder andere het beschermen van het klimaat, de biodiversiteit, waterkwaliteit en bodemvruchtbaarheid. Volgens van Dijk is het belangrijk dat de ondernemers zélf een dergelijke ontwikkeling inzetten. “Ik acht het zelfs een groot gevaar dat deze ontwikkeling in gang wordt gezet door de overheid en daarmee door diezelfde overheid wordt geconfisqueerd”, benadrukte hij. 

Voordat een gemeenschap de landbouw kan zien als een gemeenschappelijk goed en individuen daaromheen niet naar maximale welvaart voor zichzelf en ten koste van anderen streven, is het belangrijk dat iedereen het met elkaar eens kan zijn over de feiten, stelt Van Dijk. “Naast Covid-complotdenkers zijn er ook klimaatontkenners”, zegt hij. “Hoeveel mensen zijn van oordeel dat er echt geen sprake is van achteruitgang van bodemvruchtbaarheid, de waterkwaliteit en de biodiversiteit? Hoeveel mensen denken dat dreigende schaarste en hoge prijzen onderdeel zijn van ‘een groter spel’?” Alleen door de feiten te accepteren kan de gemeenschap verantwoordelijkheid dragen. 

Niet alleen one-issue onderwerpen 

Volgens Van Dijk is het aan Aeres Hogeschool Dronten om jonge mensen op te leiden tot kritische burgers die kunnen omgaan met mensen die alternatieve feiten verkondigen en kunnen samenwerken om een maatschappelijk relevante kringlooplandbouw te ontwikkelen. Dat kan bijvoorbeeld door middel van spel-simulaties. In een nagebootste omgeving kunnen studenten onderzoeken wat bepaalde keuzes betekenen voor de lange termijn en hoe andere belanghebbers in de regio het bedrijf beïnvloeden. Daarnaast kunnen extreme scenario’s zichtbaar worden gemaakt. Volgens Van Dijk kunnen studenten zo samenhangende kennis over de situatie opdoen in plaats van fragmentarische informatie over one-issue onderwerpen. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK