Gevluchte academici extra kwetsbaar aan de neoliberale universiteit

Nieuws | de redactie
22 juni 2022 | Academici die uit hun thuisland zijn gevlucht en in Nederland willen werken, worden benadeeld door de competitieve cultuur. Eerder werk raakt verloren en in korte tijd moeten ze aan de maatstaven van hun gastinstelling voldoen. Lizzy Anjel-van Dijk en Maggi Leung schrijven in de bundel Academics in Exile over de ervaringen van gevluchte academici in Nederland.
Beeld: Tima Miroshnichenko

Hoewel er verschillende programma’s bestaan voor gevluchte academici die een positie bij een Nederlandse instelling zoeken, blijkt dat deze risicogroep niet goed floreert in het Nederlandse hoger onderwijs. De competitieve cultuur is extra nadelig voor vluchtelingen, waardoor ze moeite hebben om aan de eisen van hun gastinstelling te voldoen en niet goed mee kunnen komen met hun collega’s. Bovendien zijn de meeste ondersteuningsmogelijkheden voor vluchtelingen tijdelijk, waardoor gevluchte academici ook tijdsdruk ervaren vanaf het moment dat ze in Nederland aankomen. 

In een bijdrage aan het boek Academics in Exile schrijven Anjel-van Dijk, van Peace Brigades International en Leung, van de Universiteit Utrecht, over de situatie van gevluchte academici in Nederland. Ze interviewden verschillende academici die allemaal minstens twee jaar in Nederland werkten of studeerden.  

Verloren werk 

Voor gevluchte academici kan het erg lastig zijn om te wennen aan het Nederlandse hoger onderwijs, schrijven de Anjel-van Dijk en Leung. Nederlandse instellingen zijn volgens hen door het neoliberale bestuur erg bedrijfsmatig ingericht. De focus ligt op de output van onderzoekers in kwantitatieve termen; aantal publicaties, impact-factors, citatie-indexen en aantal in de wacht gesleepte beurzen. Om in academisch Nederland aan de slag te kunnen, moeten vluchtelingen zich naar deze standaarden verhouden.  

Daarnaast raakt ander werk, zoals ontwikkelde cursussen of eerder geschreven artikelen vaak verloren, iets wat gastinstellingen volgens de onderzoekers vaak over het hoofd zien. De academici moeten op meerdere manieren opnieuw beginnen en soms komen ze weer onderaan de carrièreladder terecht.  

Onrealistisch en oneerlijk 

Ondersteuningsprogramma’s in Nederland zijn vaak voor de korte termijn, waardoor gevluchte academici ook hoge tijdsdruk ervaren. Ze moesten al snel een toekomstplan hebben, terwijl ze nog worstelden met de nieuwe omgeving en nare ervaringen uit het verleden. Een gevluchte academica verklaarde dat ze pas na drie jaar echt productief kon zijn. “Ik bevond me op een plek met heel veel kennis en een rijk academisch netwerk, maar ik kon er geen gebruik van maken. Ik ging door een van de donkerste periodes van mijn leven en ik was zelfs suïcidaal. In die tijd kon ik geen tentamens afleggen.” 



Volgens Anjel-van Dijk en Leung is het niet alleen onrealistisch maar ook oneerlijk om van gevluchte academici te verlangen dat ze kunnen meeconcurreren op de arbeidsmarkt en de kenniseconomie van het Nederlandse onderwijssysteem. Ook Nederlandse academici worstelen per slot van rekening met de competitieve cultuur in het hoger onderwijs. 

‘Wat kan je wel en niet zeggen?’ 

Naast de vaak lastige overgang naar de Nederlandse academische werkcultuur, krijgen vluchtelingen in het hoger onderwijs ook vaak te maken met vooroordelen. “Wanneer er iets over Afrika ging, verwachtten mijn collega’s dat ik me daarop zou concentreren, waardoor ik maar beperkt met andere dingen bezig kon zijn”, vertelde een academicus. “Ik werk in de internationale wetgeving en ik wil mijn werk in dat veld voortzetten zonder beperkt te zijn tot verkiezingen die ergens in Afrika plaatsvinden of de toestand van klimaatverandering in Kenia. Ik zou aan mijn eigen specialisatie moeten kunnen werken en in gesprek gaan met mijn collega’s in het internationale recht.” 

Toch bleek uit de interviews ook dat gevluchte academici zich niet altijd vrij voelen om discussies met hun Nederlandse collega’s aan te gaan. “Wat is politiek correct? Wat kan je wel en niet zeggen?” vroeg een academicus zich hardop af. “Ik zie het bijvoorbeeld op conferenties waar ook Afrikaanse mensen bij zijn. Tijdens de pauzes hebben we onze eigen sessie waar we vrij met elkaar in discussie gaan. Echter, tijdens plenaire sessies voelt het niet altijd veilig om je uit te spreken. Je voelt je gedwongen om het politiek correcte te zeggen en op je woorden te letten.” 

Een starterspositie 

Sommige hoger onderwijsinstellingen maken gebruik van een vast contactpersoon die gevluchte academici begeleidt. Nochtans variëren de ervaringen met deze contactpersonen sterk. Sommige geïnterviewde vluchtelingen gaven aan dat ze veel aan deze buddy hadden en een vriendschap opbouwden, terwijl anderen weinig contact hadden en zich in de steek gelaten voelden. 

Daarnaast hadden veel academici het idee dat ze onderbetaald werden. Een van hen gaf aan nauwelijks rond te kunnen komen. “Ik moest nog veel leren in het Nederlandse onderwijs, dus misschien dachten ze dat ik moest beginnen op een starterspositie.” Anjel-van Dijk en Leung wijzen er wederom op dat ook Nederlandse academici worstelen met financiën, onveilige werkomgevingen en tijdelijke aanstellingen.  

Gekwalificeerde begeleiding 

Voor vluchtelingen komt daarbovenop dat ze minder vaak opkomen voor hun rechten. “We zijn ons hele leven al aan het vechten”, vertelde een van de academici. “We zijn gewoon moe. Zo was het ook bij mij. Toen ik het contract kreeg zei ik gewoon, ‘Oké, prima.’ Ik accepteer wat ze me willen geven en als ik wat ervaring heb opgedaan, kan ik misschien verdergaan met mijn leven. Het voelt namelijk ook alsof ze je een gunst bewijzen door je tot het hoger onderwijs toe te laten. Dat soort situaties kunnen je beperken om op te komen voor je rechten.” 

Volgens Anjel-van Dijk en Leung is het belangrijk dat er betere begeleiding komt door gekwalificeerde medewerkers. Instellingen moeten daarnaast steun krijgen om hier mensen voor aan te wijzen. De onderzoekers wijzen erop dat academici van gastinstellingen vaak voor de eerste keer iemand begeleiden die gevlucht is. De geïnterviewde academici gaven aan tevreden te zijn over de begeleiding die ze kregen vanuit het Universitair Asiel Fonds (UAF), maar aangezien deze ondersteuning zich beperkte tot praktische zaken als huisvesting en het zoeken naar werk, is een contactpersoon op de instelling zelf nog steeds noodzakelijk. 

Asiel of geen asiel? 

In Nederland bestaan verschillende programma’s voor het opvangen van gevluchte academici. Onder andere de UAF biedt ondersteuning voor studenten en professionals in Nederland. Door middel van workshops, persoonlijke begeleiding en financiële ondersteuning worden vluchtelingen geholpen in hun zoektocht naar een baan of een instelling. Echter, om aanspraak te maken op ondersteuning uit dit fonds, moet je asiel aanvragen in Nederland.  

Voor het Scholars at Risk programma (SAR) is dat niet nodig; via dit programma kunnen gevluchte academici een tijdelijke aanstelling krijgen. De SAR is een wereldwijd netwerk waar wel 440 instellingen in veertig landen aan verbonden zijn. In Europa werd de SAR uitgevoerd door de European University Association. Echter, in 2021 het programma, waardoor academici die geen asiel aanvragen niet langer ondersteund worden in Nederland.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK