‘Het hoger onderwijs stevent af op een perfect storm’

Interview | door Michiel Bakker
7 juni 2022 | De nood op de arbeidsmarkt is hoog. Het hbo kan een deel van die nood lenigen, maar krimpt; studenten kiezen steeds vaker voor het wo. Onderwijl zuchten universiteiten onder de toegenomen studentenaantallen en raakt hun identiteit als research university in het geding; ze bieden steeds vaker beroepsgerichte opleidingen aan. Welk roer moet worden gedraaid voordat de wal het schip keert? Dat gaat een nieuwe commissie van de Vereniging Hogescholen, bestaande uit Ron Bormans (bestuursvoorzitter Hogeschool Rotterdam) en acht lectoren onderzoeken.
Samen met acht lectoren zal Ron Bormans zich buigen over de positionering van het hbo in het binaire hoger onderwijsbestel. Beeld: Hogeschool Rotterdam

Het hoger onderwijs staat onder druk. De roep om hoogopgeleide professionals wordt luider terwijl het hoger beroepsonderwijs te maken krijgt met een krimp in studentenaantallen. Hoe kan het hbo zich sterker positioneren om toch te kunnen voldoen aan de vraag van de arbeidsmarkt? Vanuit de Vereniging Hogescholen gaat een nieuwe commissie ‘positionering hbo’, voorgezeten door Hogeschool Rotterdam-bestuurder Ron Bormans, zich buigen over die kwestie. “Het gaat over de positionering van het hbo, maar daarvoor zullen we nadrukkelijk breder kijken”, benadrukt Bormans in gesprek met ScienceGuide; het rapport moet ‘Veerman-achtig’ zijn en perspectief bieden aan het hbo binnen het bestel als geheel, met ruimte voor zowel het hbo als het wo. 

Pijnpunten in het hoger onderwijs 

De belangrijkste pijnpunten in het hoger onderwijs worden gevormd door de studentenaantallen en de vraag vanuit de arbeidsmarkt, schetst Bormans de probleemanalyse. “Als je naar de ontwikkeling van deelname in het hbo en het wo kijkt, zucht het wo onder de massaliteit – zodanig dat het vragen rondom hun identiteit oproept. In het rapport  Veerman werden zij gepositioneerd als research universities naast de hogescholen als professional oriented universities. Het is de vraag of de ontstane massaliteit zich goed verhoudt tot een identiteit als research university – zeker als je bedenkt dat de groei aan de wo-kant blijft en het hbo relatief snel in een krimpscenario terecht gaat komen.” 

Bormans wijst ter illustratie op veranderingen in de programmering van de universiteiten, die naar zijn zeggen steeds meer beroepsgericht bezig zijn. De academische pabo is een goed voorbeeld van die beweging. “Ik maak soms de grap dat het hbo twintig jaar heeft moeten aanhoren dat het een ‘academic drift’ heeft en dat het hbo nu richting het wo kan spreken over een ‘professional drift’. De universiteiten doen dat natuurlijk omdat ze daartoe worden aangemoedigd door de maatschappij; die heeft last van een verslaving aan universiteiten, die willen dat problemen in de samenleving door universiteiten worden opgelost.” 

Universiteiten, op hun beurt, horen die maatschappelijke roep en proberen daaraan tegemoet te komen, aldus Bormans. Het koppelen van een onderzoeksoriëntatie aan een meer maatschappelijke oriëntatie zorgt in dit geval echter voor een averechts effect. “Ik meen uit de grond van mijn hart dat universiteiten fantastische instituten zijn, maar er staat nu echt spanning op. De beroepsoriëntatie, de toenemende massaliteit en het perspectief van groei voor de komende tien jaar geven reden tot zorg.” 

Een perfect storm 

Momenteel leiden hogescholen zestig en de universiteiten veertig procent van de studenten in het hoger onderwijs op. Over tien jaar zou dat omgedraaid kunnen zijn – een historisch gebeuren, benadrukt Bormans, want de verhoudingen zijn steeds min of meer constant geweest. Wat kan het gevolg daarvan zijn? Een perfect storm.  “De problematiek op de arbeidsmarkt zal zich verder uitdiepen terwijl het hbo verder krimpt doordat hogescholen het afleggen tegen de universiteiten. Er komt nauwelijks nog een vwo-er naar het hbo, iets wat eerder heel normaal was, en havisten willen naar het vwo om daarna naar de universiteit te kunnen.”  

Dat zegt Bormans niet om de universiteiten te bashen, benadrukt hij meermaals. “Schrijf dat alsjeblief ook op; dit is slechts wat ik zie als ik analytisch naar onze situatie kijk.” Er dreigt een kwantitatieve verschraling van de klassieke beroepskolom terwijl de universiteiten uit hun voegen barsten door de groeiende studentenaantallen en hogescholen horen vanuit de regio een steeds luidere roep om arbeidskrachten. “Ik vergader bijna dagelijks met werkgevers, bijvoorbeeld uit het havenbedrijf of de maritieme brancheorganisaties. Die zeggen: ‘lever mij mensen. Hoe gaan we hier in de haven in vredesnaam vorm geven aan de energietransitie?’” 

De krimp komt eraan 

De algemene krimp in het hbo wordt in sommige gebieden al sterker gevoeld dan in andere delen van het land. Zo zijn Zeeland, Zuid-Limburg en noordoostelijk Nederland de gebieden waarin de demografische ontwikkelingen hogescholen nu al met problemen opzadelen. Vanzelfsprekend wordt daarover gesproken binnen de Vereniging Hogescholen. “Een aantal hogescholen voelen de krimp als eerste. Zij vrezen dat ze op termijn – we stoeien nog met elkaar over de precieze bepaling van die termijn – echt last gaan krijgen van die krimp en moeite zullen hebben met het overeind houden van bepaalde delen van hun infrastructuur”, vertelt Bormans.  

De Hogeschool Zeeland, met zo’n 4500 studenten, is misschien het beste voorbeeld, denkt de Rotterdamse bestuurder. “Je kunt blijkbaar met dat aantal studenten een hogeschool vormen, maar als je een heel breed palet aan opleidingen wilt aanbieden, ontstaat er mogelijk suboptimaliteit op het niveau van de individuele opleiding. Bij de Hogeschool Rotterdam hebben we ook opleidingen die niet rendabel zijn, maar die houden we overeind door gebruik te maken van de schaalvoordelen waarvan we bij andere opleidingen profiteren. Bij een hogeschool zoals de HZ zal dat op termijn niet lukken.” 

Hogescholen hoeven niet voor elkaar te betalen 

Tegelijk met de constatering van die problematiek komt vaak de vraag op in hoeverre randstedelijke hogescholen, die het minst door demografische krimp getroffen zullen worden, moeten meebetalen aan het in stand houden van opleidingen bij hogescholen in krimpgebieden. Bormans ziet het probleem van krimp echter niet als een specifiek hbo-probleem; in zijn optiek is het een regionaal-politiek probleem.  

“Ik vind het legitiem dat hogescholen in krimpgebieden om hulp vragen, ik vind ook dat ze geholpen moeten worden, juist vanwege de extreem belangrijke rol die hogescholen in de regio vervullen, maar die erkenning moet niet meteen worden vertaald naar de houding ‘betaal dan maar mee’. Vraag niet aan ons in Rotterdam om ook Zeeland, Limburg en Oost-Groningen te financieren met geld dat bedoeld is voor het best mogelijke hoger beroepsonderwijs in Rotterdam”, legt hij zijn opvatting uit. “Elke hogeschool heeft specifieke uitdagingen, ook wij in Rotterdam.”  

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De wekelijkse nieuwsbrief is nog korte tijd gratis te ontvangen. De voorwaarden vindt u hier.

Als een hogeschool zoals de Hogeschool Zeeland krimpt, is dat een maatschappelijk, regionaal vraagstuk dat een onderdeel van regiobeleid moet zijn, aldus Bormans. Op landelijk niveau moet worden besproken wat een vitale regio nodig heeft op het gebied van bijvoorbeeld gezondheidszorg, onderwijs en hoger onderwijs. “Welke discussie je ook voert, bij het basispakket van een hogeschool horen opleidingen zoals de pabo, verpleegkunde, civiele techniek, enzovoorts, maar ook de rol die zij in de regionale ecosystemen vervullen door middel van ons onderzoek. Onderschat dat laatste niet”, geeft Bormans als voorbeeld.  

“Als die kaders vervolgens worden vertaald naar regiobeleid, kan vandaaruit steun worden gegeven aan hogescholen. De oplossing zal door de hogescholen zelf, de regio waarin ze actief zijn én de landelijke overheid geleverd moeten worden. Kijk in dat verband bijvoorbeeld naar de Drechtsteden, een krimpregio in de Randstad. Gemeenten en provincie investeren daar samen in versterking van het hbo.” 

Hoger onderwijs met voldoende ruimte voor hbo en wo 

Met een commissie van acht lectoren uit diverse sectoren gaat Bormans onderzoeken aan welke sturen kan worden gedraaid om te voorkomen dat de wal het schip keert. Een belangrijk uitgangspunt van die verkenning is het besluit dat de verhouding tussen hogescholen en universiteiten geen zero sum game moet zijn; winst voor de ene partij moet geen verlies voor de andere partij zijn.  

“Dat vind ik zo mooi aan het rapport van de Commissie Veerman”, vertelt Bormans. “Dat rapport bood een perspectief voor beide delen van het systeem. De discussie over de binariteit van het hoger onderwijs leidt vaak tot gevoelens van superioriteit en inferioriteit. Veerman schetste juist een systeem waarin voor beide onderdelen een plek onder de zon is – zelfs zodanig dat het voor beiden profitabel is als de ander optimaliseert. Als dat lukt, ben je goed bezig.” 

Als de algemene overtuiging luidt dat universiteiten kleiner moeten worden, kan daartoe het rauwe instrument van de numerus fixus worden ingezet. Daarentegen kan ook worden besloten om hogescholen de speelruimte te geven om veel aantrekkelijker te worden, bijvoorbeeld met masterprogramma’s en betere onderzoeksinfrastructuur, schetst Bormans. “Die onderzoeksinfrastructuur is de afgelopen 20 jaar al opgebouwd, maar is nog steeds beperkt. Dat kan en moet nog veel beter. Daarmee transformeer je hogescholen tot professioneel georiënteerde universiteiten met poorten die wagenwijd openstaan voor zowel havisten, mbo’ers als vwo’ers die meer voelen voor een professionele dan een academische oriëntatie. De optimalisering van het hbo stelt dan ook de universiteiten in staat om optimaal te fungeren in een binair stelsel.” 

Hbo moet aantrekkelijker worden 

Het gaat hem niet om zijn eigen hogeschool, zijn ego als bestuursvoorzitter of zijn positie als hbo-bestuurder, benadrukt Bormans nogmaals. “Het gaat me om de zorg dat er onbalans ontstaat in het arbeidsmarktvraagstuk als het hbo verder krimpt en het wo verder groeit. De cynische oplossing van de arbeidsmarkt zal waarschijnlijk behelzen dat wo’ers op hbo-functies terechtkomen. Daarnaast vrees ik voor de toegankelijkheid van het hoger onderwijs als de beroepskolom, het mbo en het hbo, verder krimpt. Die beroepskolom is immers altijd de emancipatiemachinerie bij uitstek geweest.” 

De cynische oplossing van de arbeidsmarkt en de haperende emancipatiemachinerie zullen een groeiende ontevredenheid in de samenleving tot gevolg hebben, vreest Bormans. “Dát maatschappelijke vraagstuk is de legitimatie van onze bezinning op het binaire hoger onderwijsstelsel. We moeten de samenleving een spiegel voorhouden waarin we de roep om beroepsgerichter universitair onderwijs ter discussie stellen. Die spiegel heeft echter ook een achterkant. Daarin moeten wij als hbo de opdracht zien om een aantrekkelijkere speler in dit bestel te zijn.”  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK