Het stelsel van hoger onderwijs vergt herbezinning

Opinie | door Maurice Limmen
14 juni 2022 | Maurice Limmen, voorzitter van de Vereniging Hogescholen, betoogt dat het tijd is voor een herpositionering van het hbo. "Redenerend vanuit de maatschappelijke vraag moet het hbo opnieuw de plek gaan innemen die de ontwerpers van ons binaire stelsel voor ogen hadden," schrijft hij, "náást het academisch onderwijs, gelijkwaardig, maar met een wezenlijk anders, beroepsmatig karakter." 
VH-voorzitter Maurice Limmen pleit voor een herpositionering van het hbo. Dat moet anders dan maar niettemin gelijkwaardig aan het wo zijn, schrijft hij. Beeld: Stockvault

Het is tijd voor een herpositionering van het hbo. De inrichting van ons huidige stelsel van hoger onderwijs verhoogt de kans op onderbenutting van beroepsmatig talent en bestendigt ongelijke kansen in onze maatschappij. Tegelijkertijd staat onze maatschappij voor grote transities, bijvoorbeeld op het vlak van de energie, de zorg, de digitalisering en de woningmarkt. Hiervoor zijn steeds meer hoogopgeleide professionals nodig. 

Maatschappelijke opdracht hbo onder druk 

De gedachte achter de oorspronkelijke inrichting van ons hoger onderwijsstelsel is duidelijk. De maatschappelijke opdracht van het hbo is het opleiden van professionals die hun kennis en vaardigheden inzetten op het hoogste niveau van het bedrijfsleven en de publieke sector. Hiermee vervulden hogescholen van oudsher ook een wezenlijke emancipatoire functie voor met name eerstegeneratiestudenten. Deze maatschappelijke opdracht staat nu onder druk. Hoe komt dat? 

De huidige bachelor-masterstructuur, die twintig jaar geleden werd geïntroduceerd, was van grote invloed op de positionering van het hoger beroepsonderwijs. Het universitaire kandidaats- en doctoraaldiploma werd destijds omgezet naar het bachelor-mastersysteem, maar het beroepsonderwijs kende destijds nog geen masteronderwijs. Daarom werd dit op voorhand niet bekostigd door de overheid. In lijn met de ba-ma-structuur zijn bestaande vierjarige beroepsopleidingen in het hbo destijds omgezet in vierjarige bachelortrajecten. Deze zijn sindsdien beeldbepalend voor het hbo. 

Hbo is in beeldvorming minder aantrekkelijk geworden 

Als tweede consequentie van de invoering van het bachelor-mastersysteem was het ontwikkelen van nieuwe masteropleidingen lange tijd alleen voorbehouden aan de universiteiten. Zij gebruikten die ruimte mede om steeds meer masteropleidingen aan te bieden voor sectoren die van oudsher alleen door het hbo werden bediend. Zo werd tegemoetgekomen aan de toenemende arbeidsmarktvraag naar hoger opgeleiden. Door deze trend bestaat inmiddels voor nagenoeg alle hbo-opleidingen (behoudens sectoren zoals de hospitality, de maritieme sector en de kunstensector) een universitaire mastervariant. Voor veel hbo-bacheloropleidingen bestaan tot op dag van vandaag zelfs louter universitaire mastertrajecten, waarbij de aansluiting van het één op het ander al langer een gedeelde zorg is van beide onderwijssectoren.  

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Dit alles heeft ertoe geleid dat het hbo in de beeldvorming minder aantrekkelijk is geworden voor beroepsmatig toptalent in Nederland. Dit zien we terug in het afgenomen percentage vwo’ers dat kiest voor het hbo. Vijftien jaar geleden koos twintig procent van de vwo’ers nog een hbo-opleiding; nu is dat rond de vijf procent. Er is reden om aan te nemen dat dit percentage de komende jaren nog verder zal dalen.  

Keuzegedrag studenten hindert hoger onderwijs 

Dit keuzegedrag hangt samen met de internationaal zichtbare trend te streven naar het opleidingsniveau dat als het hoogst mogelijke wordt gezien. Hoe hoger het genoten opleidingsniveau, hoe beter de maatschappelijke vooruitzichten, luidt de veronderstelling. Door de inrichting van ons hoger onderwijslandschap leidt deze zichzelf versterkende trend tot sterk groeiende universiteiten. In de onderlinge verhouding tussen hbo en wo veroorzaakt dit op termijn tot krimp bij hogescholen. In sommige regio’s dreigt zelfs nu al een verschraling van het opleidingsaanbod, hetgeen ook in de politiek niet onopgemerkt blijft.  

Deze constateringen met betrekking tot het keuzegedrag van potentiële studenten in het hoger onderwijs wringen om een aantal redenen. In de eerste plaats doet deze ontwikkeling afbreuk aan de emancipatiefunctie die het hbo van oudsher vervult. In ons hoger onderwijsstelsel heeft het hbo een gelijkwaardige en complementaire positie aan die van het wetenschappelijk onderwijs om havisten, vwo’ers en andere studenten in het beroepsonderwijs alle kansen te bieden hun talenten te verzilveren – iets wat nu in afnemende mate het geval lijkt.  

Het gehele hoger onderwijs staat onder druk 

In de tweede plaats roept de huidige situatie in het hoger onderwijs vragen op over het maatschappelijk meest effectieve antwoord op de groeiende arbeidsmarktvraag naar beroepsmatig toptalent. In de huidige situatie worden vwo’ers met beroepsmatig talent en ambitie gestimuleerd om te kiezen voor een universitaire studie, die waarschijnlijk minder op de praktijk georiënteerd is. Juist nu is er echter grote nood aan hoogopgeleide professionals; onze maatschappij staat immers voor grote transities, bijvoorbeeld op het vlak van de energie, de zorg, digitalisering en de woningmarkt. Vanuit hun spilfunctie in de regionale kennisecosystemen zouden hogescholen daaraan veel kunnen bijdragen, niet alleen als het gaat om talentontwikkeling maar ook wat betreft innovatie. Dat vereist echter wel slagkracht, die in het hbo niet losstaat van studentenaantallen. 

Tegelijkertijd geven universiteiten te kennen dat hun infrastructuur juist onder druk komt te staan vanwege de stijging van studentenaantallen. Ook vanuit het perspectief van de doelmatige verhoudingen binnen het stelsel ligt een heroverweging van de rol van het hoger beroepsonderwijs daarom voor de hand.   

Gelijkwaardig maar niet gelijk 

Het is dus tijd voor een herbezinning op het hoger onderwijsstelsel. Dat kan alleen met breed draagvlak binnen de onderwijskoepels (ook die van het primair- en voortgezet onderwijs), de werkgevers- en werknemersorganisaties en de politiek. Redenerend vanuit de maatschappelijke vraag moet het hbo opnieuw de plek gaan innemen die de ontwerpers van ons binaire stelsel voor ogen hadden: náást het academisch onderwijs, gelijkwaardig, maar met een wezenlijk anders, beroepsmatig karakter. 

Maurice Limmen : 

Voorzitter van de Vereniging Hogescholen.


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK