Leidt programmatisch toetsen tot hogere werkdruk?

Nieuws | door Janneke Adema
17 juni 2022 | Programmatisch toetsen biedt inzicht in het leerproces van studenten en flexibiliteit om op de veranderlijke arbeidsmarkt te reageren, pleiten lectoren van de HAN en van Inholland. De HAN ontwikkelde samen met het Versnellingsplan zelfs een online leeromgeving voor docenten. Echter, er zijn zorgen over een hogere werkdruk en de technische ondersteuning kan beter.
Beeld: Andy Barbour

Opleidingen die meer zicht willen op de leerweg van hun studenten kunnen overstappen op programmatisch toetsen. Studenten krijgen geen cijfer, maar worden holistisch beoordeeld op hun studievoortgang. De HAN University of Applied Sciences en Hogeschool Inholland maken al deels gebruik van deze nieuwe toetsmethode. Tamara Schilt-Mol van de HAN en Jan Berends van de HvA vertellen bij een webinar van SURF over het heil van programmatisch toetsen en de implementatie. Judith Heijmans en Karin van Bakel van Inholland deden een inventarisatie van de ervaringen tot nu toe van de opleidingen op hun instelling. 

Feedback als de student al klaar is 

Bij programmatisch toetsen staat de leerweg van de student centraal in plaats van de studieresultaten. Studenten verzamelen tijdens de studie een bepaalde hoeveelheid bewijsstukken (datapunten) die een beeld schetsen van hun ontwikkelingen. Centraal staat de inhoudelijke feedback van de docent – of een andere expert – en de dialoog met de student. Daarnaast staat bij zak/staag beslissingen de zwaarte van de beslissing in verhouding met de hoeveelheid aangeleverde datapunten en de mate van expertise van de beoordelaars. 



Instellingen stappen vaak over op programmatisch toetsen bij curriculumherzieningen, schrijven Heijmans en Van Bakel. Programmatisch toetsen biedt meer flexibiliteit in het leerprogamma en vrijheid voor de student om de eigen leerweg vorm te geven. Zo kan een opleiding beter omgaan met veranderingen in het werkveld.  

Daarnaast bestaat er vaak onvrede over het traditionele toetssysteem bij opleidingen die overstappen. Opleidingen gebruiken toetsen vaak meer als een beoordelingsmoment en minder als een leermoment, omdat feedback pas wordt gegeven als de student klaar is met het onderwerp. Daarnaast veroorzaken de vele losse toetsen een grote piekbelasting bij de student – die vlak voor de toets gaat blokken – en de docent – die daarna alles moet nakijken. 

Hoe leid je tweehonderd docenten op? 

Samen met Liesbeth Baartman, lector bij de Hogeschool Utrecht, richtte Van Schilt-Mol het Leernetwerk Programmatisch Toetsen op, vertelt ze bij de webinar. Dit jaar deden veertig opleidingen mee, verspreid over verschillende hogescholen en een enkele universiteit. “We merkten dat er veel behoefte is aan kennisontwikkeling op dit onderwerp; aan het delen van ervaringen, aan voorbeelden waaraan je ook kunt zien hoe het mis kan gaan en aan concrete handvatten.” Daarom ontwikkelden de HAN, de HU en de HvA samen een online leeromgeving voor programmatisch toetsen. 

Een van de opleidingen van de HvA die overstapte op programmatisch toetsen was Hbo-ICT. “Wij hebben tweehonderd docenten. Hoe leiden we die mensen op? Hoe professionaliseren we hen?”, vertelt Jan Berends. In deze leeromgeving kunnen docenten kennis opdoen over de basis van programmatisch toetsen, maar ook over implementatie en het ontwerpen van een curriculum. Het Leernetwerk leverde materialen en handreikingen die vrij toegankelijk zijn. 

Omzetten naar cijfers 

Programmatisch toetsen is volgens Van Schilt-Mol goed aan te passen op verschillende onderwijscontexten. De implementatie ervan kan het beste benaderd worden als een ontwerpvraagstuk. “Het enige wat vast staat zijn de centrale principes. De keuzes die je verder maakt zijn afhankelijk van de context.” Van Schilt-Mol legt uit dat deze toetsmethode ook verschillende omvangen kan aannemen; soms wordt het gebruikt voor 60 of zelfs 120 ECTS, maar het werkt ook prima voor 30 of 15 ECTS.  

Vaak hebben studenten echter een beoordeling in de vorm van een cijfer nodig voor hun vervolgopleiding of voor binnen hun huidige opleiding. “Bij programmatisch toetsen wordt vastgesteld of een student onder niveau, op niveau of boven niveau presteert. Als je kijkt naar de Onderwijs- en Examenregelingen van hogescholen, dan staat daar vaak ‘de student studeert af met een cijfer.’” Van Schilt-Mol legt uit dat opleidingen prima conversietabellen kunnen maken om een dergelijke eindbeoordeling om te zetten in een cijfer. “We zien dat veel bij internationaal georiënteerde opleidingen, waar het voor internationale studenten belangrijk is om een cijfermatige afsluiting te hebben. 

Fouten maken is niet erg 

Ook bij de Hogeschool Inholland zijn verschillende opleidingen die programmatisch toetsen gebruiken te vinden. Het lectoraat Teaching Learning & Technology deed een inventarisatie naar de huidige ervaringen. De opleidingen geven aan dat de persoonlijke begeleiding van studenten voor meer inzicht in het leerproces zorgt en dat ze zich meer op de ontwikkeling van de student kunnen richten. 

Echter, de beoordelingsmomenten worden nog zelden als leermomenten gezien, schrijven Heijmans en Van Bakel. Het is de bedoeling dat de individuele feedbackmomenten weinig risico meebrengen; er zit geen zak/slaagbeslissing aan gekoppeld en een slechte prestatie is niet erg als de hele leerweg goed is. Toch ervaren studenten dat er veel van de beoordeling af hangt. Studenten moeten kunnen ervaren dat fouten maken niet erg is, schrijven Heijmans en Van Bakel. 

Trainingsacteurs en beroepspraktijk 

Daarnaast blijkt het feedbackproces erg arbeidsintensief voor docenten, ondanks de intentie om de werkdruk te verlagen, concluderen Heijmans en Van Bakel. De Business IT & Management opleiding van de HvA stapte ook over op besliscommissies, op de hoge piek aan het einde te verminderen. Berends legt uit dat ze in de pilot negentig studenten met portfolio’s hadden. “Dan heb je negentig assessments en dat verhoogt de werkdruk behoorlijk, maar eigenlijk zijn alle datapunten al gevalideerd en bekeken door anderen.” De besliscommissies hoeven daarom niet het hele portfolio te beoordelen, maar alleen de algemene leerweg. 

Berends begrijpt eventuele zorgen over de werkdruk. “Onze ervaring is dat de werkdruk gelijkmatig is verdeeld bij programmatisch toetsen. Je had vroeger altijd een piekmoment op het einde. Nu is het zo dat we met de besliscommissie drie uur bij elkaar komen, daarna zijn we ook klaar.”

Technische ondersteuning

Een andere zorg bij Inholland, was de dialoog met de student. Om de werkdruk te verlagen werd feedback vaak schriftelijk aangeboden, waardoor de dialoog niet altijd goed op gang kwam. Daarnaast bleek het verschil in kwaliteit van de feedback erg te variëren. Ook bij de HAN is feedbackgeletterdheid een aandachtspunt van programmatisch toetsen. Er worden trainingen gegeven met trainingsacteurs en bestaande casussen uit de beroepspraktijk. 

Tot slot geven de HAN en Inholland aan dat er behoefte is aan meer technische ondersteuning, vooral op het gebied van de portfolio’s. Inholland werkt daarom ook samen met SURF om onderzoek te doen naar welke ondersteuning nog verder nodig is. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK