Onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk moeten elkaar vaker gedrieën vinden

Interview | de redactie
20 juni 2022 | Voordat hogescholen en bedrijven samen een innovatietraject aangaan moeten de waardenkompassen van onderwijs, onderzoek en werkveld goed op elkaar zijn afgestemd. Voor goede doorwerking is het van belang dat ze alle drie betrokken zijn, vertellen Lex Sanou (Regieorgaan SIA) en Lisette Munneke (HU) naar aanleiding van de pilot met innovatietraineeships. Bij samenwerkingen in deze driehoek valt echter vaak één van deze domeinen buiten de boot.
“Als je vanuit verschillende waardenkaders naar het onderzoek en de verbinding daarvan met het onderwijs en de beroepspraktijk kijkt, ga je met verschillende verwachtingen aan de slag.” Beeld: Pixabay

Hogescholen moeten praktijkgericht onderzoek doen, studenten moeten onderzoekend vermogen ontwikkelen en het midden- en kleinbedrijf (mkb) heeft innovatieve krachten nodig. In de pilot ‘Innovatietraineeships’ heeft Regieorgaan SIA samen met twaalf hogescholen geprobeerd om in één keer aan deze drie wensen te voldoen. Lex Sanou (programmamanager bij Regieorgaan SIA) en Lisette Munneke (associate-lector bij het lectoraat Onderzoekend Vermogen van de Hogeschool Utrecht en uitvoerder van de monitoring van deze pilot) vertellen over de bevindingen en de lessen die ze hebben geleerd. 

Afgestudeerden kiezen minder vaak voor mkb 

Enige tijd geleden klonk vanuit de Topsectoren de klacht dat studenten na hun afstuderen steeds vaker voor grote bedrijven kozen en minder vaak in het mkb aan de slag gingen. Tegelijkertijd is er juist in het mkb behoefte aan innovatief vermogen, vertelt Sanou. Daarom heeft Regieorgaan SIA in samenspraak met diverse belanghebbenden deze pilot met innovatietraineeships bedacht. Zo’n traineeship houdt in dat een student gedurende het laatste halve jaar van de opleiding gekoppeld wordt aan een mkb-bedrijf en daar aan de slag gaat met een innovatietraject. Bevalt die samenwerking, dan neemt het bedrijf de studenten na afstuderen een jaar in dienst om verder te gaan met de innovatie. Een win-win, zo was de verwachting; studenten komen makkelijk aan een baan, mkb-bedrijven halen makkelijk innovatieve werknemers in huis en de hogeschool versterkt de onderzoeksrelatie met het mkb. 

De eerste cyclus van de pilot startte echter in de roerige tijd van de coronacrisis en loopt inmiddels richting het einde in een tijd waarin bedrijven last hebben van hoge energieprijzen en grote krapte op de arbeidsmarkt. Niet het ideale scenario voor zo’n pilot, vertelt Sanou. Desalniettemin bleken veel mkb-bedrijven enthousiast te zijn over het initiatief.  

“De uitdaging in de koppeling van studenten aan bedrijven zat vooral aan de kant van de studenten. Die bleken terughoudender te zijn dan wij verwachtten; ze wilden zich niet voor zo’n lange tijd binden, ze wilden na hun afstuderen klaar zijn met de opleiding, noem het maar op”, aldus Sanou. Uiteindelijk zijn zesendertig deelnemers van start gegaan.  

Schotten tussen onderwijs en onderzoek bij hogescholen 

De terughoudendheid bij studenten kan ook te wijten zijn aan een tekortschietende voorlichting, denkt Munneke. “Deze pilot is vooral enthousiast binnengehaald door onderzoeksgroepen binnen hogescholen. Zij zijn gaan meedraaien, maar de uiteindelijke werving van studenten door bijvoorbeeld afstudeercoördinatoren komt bij het onderwijs terecht.” Daarbij speelt wellicht mee dat opleidingen vaak vaste vormen van afstuderen hebben die niet één-op-één passen bij de opzet van het innovatietraineeship, vermoedt Munneke. 



De gang van zaken binnen hogescholen illustreert volgens de Munneke dat er nog te veel schotten tussen het onderzoek en het onderwijs staan. “Als je vanuit verschillende waardenkaders naar het onderzoek en de verbinding daarvan met het onderwijs en de beroepspraktijk kijkt, ga je met verschillende verwachtingen aan de slag. Dan kan het snel spaak lopen. Dat is ook een makke gebleken van deze pilot; in het begin hadden alle belanghebbenden beter betrokken moeten worden bij het precieze ontwerp van de innovatietraineeships.” 

Wat zijn de rollen van onderwijs, onderzoek en beroepspraktijk? 

De traineeships zijn op zowel innovatie als praktijkgericht onderzoek gericht – het één begrepen vanuit het mkb, het ander begrepen vanuit het hbo-onderzoek. Maar wat is de rol van het onderwijs daarin? En wordt een praktijkgericht onderzoekstraject dat is gericht op innovatie binnen een mkb-bedrijf op dezelfde manier begrepen als bij een onderzoeksgroep van een hogeschool? Dat zijn vragen die antwoord behoeven voordat men aan de slag gaat met samenwerkingen in de kennisdriehoek van onderwijs, onderzoek en de beroepspraktijk, legt Munneke uit. 

In de context van de innovatietraineeships kan die onduidelijkheid heel concreet zijn, blijkt uit haar voorbeelden. Zo wordt bij sommige mkb-bedrijven door alle medewerkers meegedraaid in het dagelijkse werk. Als een student of kersverse werknemer dan alleen met een innovatietraject bezig is en daaraan alle werktijd besteedt, kan dat voor opgetrokken wenkbrauwen of onbegrip zorgen. “Dat is, opnieuw, een mogelijk verschil in de waarden vanwaaruit de beroepspraktijk naar innovatie en onderzoek kijkt. Dat waardenkader kan verschillen met het waardenkader van onderzoekers binnen een hogeschool.” 

Hoe gaan we ervoor zorgen dat alle hoeken van de kennisdriehoek betrokken zijn bij een project? 

Door te wijzen op die moeilijkheid stipt Munneke een breder probleem aan: de beroepspraktijk, het onderzoek en het onderwijs weten elkaar maar zelden gedrieën te vinden. “Bij samenwerkingen in de kennisdriehoek zien we dat die vaak op slechts één as plaatsvinden. Als er iets gebeurt tussen het onderzoek en de beroepspraktijk, weet het onderwijs daarbij vaak maar moeizaam aan te haken. Als er iets plaatsvindt tussen het onderzoek en het onderwijs, is de beroepspraktijk vaak niet betrokken. Voor duurzame innovatie zijn ze echter alle drie nodig. Daar ligt dus een heel grote uitdaging voor het hbo; hoe gaan we ervoor zorgen dat alle hoeken van de kennisdriehoek betrokken zijn bij een project, een verandering, een onderzoek enzovoorts?” 

Niet gegaan zoals verwacht, wel veel geleerd 

En de innovatietraineeships? Die zullen waarschijnlijk niet op eenzelfde manier worden doorgezet. Nochtans zijn de zesendertig trajecten naar tevredenheid verlopen, benadrukt Sanou. “Daar waar de match plaatsvindt zijn alle partijen enthousiast en hogescholen zien zeker potentie in het instrument. Hoewel we kunnen concluderen dat dit instrument niet de ideale vorm is voor samenwerking in de kennisdriehoek, hebben we hier heel veel van geleerd als het gaat over het verder ontwikkelen ervan.”  

De evaluatie van de pilot, alsmede een advies over mogelijke voortzetting, wordt naar verwachting volgend jaar juni opgeleverd. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK