De politiek mag zich nooit verschuilen achter de wetenschap

Nieuws | de redactie
6 juli 2022 | Wetenschappers begrijpen vaak niet waarom de politiek niet naar hen luistert en de complexiteit van het probleem liever niet ziet. Bestuurders vinden wetenschappers vaak wereldvreemd en zitten doorgaans niet te wachten op ingewikkelde kwesties; die hebben ze al genoeg, zegt oud-minister Jet Bussemaker en thans hoogleraar aan de Universiteit Leiden.
Jet Bussemaker in de Senaatszaal van de Universiteit Leiden.

Wetenschap en politiek werken volgens andere uitgangspunten waardoor onbegrip en zelfs misbruik op de loer liggen. De wetenschap kan ook bepaalde mensbeelden die impliciet een grote invloed hebben op het politieke debat en beleid expliciet maken en corrigeren. Te allen tijde moet vermeden worden dat de politiek zich verschuilt achter de wetenschap, zo zegt Jet Bussemaker, hoogleraar Wetenschap, Beleid en Maatschappelijke Impact en voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in de essaybundel ‘Wetenschap voor Beleid, Onmisbaar en Kwetsbaar’. 

Weinig of niets staat vast 

De wetenschap is uit de aard van haar bestaan altijd op zoek naar tegenspraak en twijfel. Kennis is van waarde omdat het nieuwe kennis genereert. Weinig of niets staat vast. Alles kan altijd bevraagd en weer ter discussie worden gesteld; van het bestaan van leven in zwarte gaten, het begrijpen van de werking van ons brein tot de betekenis van kunst voor zingeving en veerkracht, zegt de oud PvdA-minister. 



Maar in de politiek ligt dat geheel anders. “De politiek kent een geheel andere dynamiek. Waar kennis altijd onvolledig is, gaat het in de politiek om eenduidigheid. De wetenschap is gericht op ‘trage vragen’, de politiek op snelle besluiten. In de politiek gaat het over het afwegen van beschikbare, vaak onvolledige kennis en van diverse waarden en belangen. Het is onvermijdelijk dat de zuiverheid van de argumentatie daaronder lijdt. Er is bovendien vaak simpelweg geen tijd om eerst meer kennis te verzamelen, je handelt binnen een grote tijdklem.” 

Moeilijk of niet te temmen 

De politieke vraagstukken van vandaag de dag zijn ook een stuk complexer geworden dan in het verleden, stelt de Leidse hoogleraar. Heel veel politieke kwesties kennen tegenwoordig een hoge mate van complexiteit en zijn lastig te doorgronden. “Of het nu over duurzaamheid, sociale ongelijkheid of vergrijzing gaat, er zijn altijd diverse soorten kennis en invalshoeken nodig om een probleem goed te kunnen doorgronden. Daarnaast spelen diverse waarden een rol die niet door alle betrokkenen op dezelfde wijze gewogen worden. Ze zijn, zoals bestuurskundigen het formuleren, moeilijk of niet te temmen.” 

De ‘ivoren toren van de wetenschap’ bestaat echter al lang niet meer en de ‘achterkamertjes van de politiek’ hebben de deuren tegenwoordig openstaan, aldus Bussemaker. Beide zijn transparanter geworden maar kijken niettemin anders naar de wereld. 

Verdwijnt hun onderzoek in een la? 

“Wetenschappers begrijpen vaak niet waarom de politiek niet naar hen luistert en de complexiteit van het probleem liever niet ziet. Bestuurders vinden wetenschappers vaak wereldvreemd en zitten doorgaans niet te wachten op ingewikkelde kwesties; die hebben ze al genoeg,” zegt Bussemaker.   

“Bovendien kan er over en weer sprake zijn van argwaan. Het uitzetten van een langdurig onderzoek is bijvoorbeeld een beproefde methode in de politiek om even geen besluit te hoeven nemen. Dat bedoel ik niet cynisch. Een goed onderzoek kan helpen om vanuit een ander perspectief en na langere reflectie partijen dichter bij elkaar te brengen. Wetenschappers kunnen aan de andere kant bang zijn dat ze niet serieus genomen worden. Verdwijnt hun onderzoek in een la? Worden ze misbruikt om besluiten uit te stellen?” 

Onderwijs in een rendementsframe 

Volgens de oud-minister van onderwijs moet kennis in een bepaald frame gezet worden voor de politiek, bijvoorbeeld in het debat over onderwijsachterstanden. “Kennis alléén biedt geen antwoorden op politieke uitdagingen. Je moet het kunnen plaatsen in een denkraam, een frame, om er iets mee te kunnen doen. Dat kan een wetenschappelijk frame zijn, zoals de figuratieve sociologie of empirische psychologie. Het kan ook een politiek frame zijn; kennis over onderwijsachterstanden bijvoorbeeld zal tot andere (beleids)conclusies leiden als het wordt geplaatst in een rendementsframe, waarin het onderwijs vooral tot taak heeft op efficiënte wijze jongeren op te leiden voor de arbeidsmarkt, dan in een bildungsframe, waarin persoonsvorming centraal staat.” 

Politiek en kennis raken elkaar op nog een andere manier, namelijk via de veronderstellingen die politici en ambtenaren hanteren over gedrag van burgers. Die bepalen mede of beleid effectief is of onbedoelde effecten sorteert. De onderbouwing van die veronderstellingen blijkt nog wel eens beperkingen te kennen; doorgaans zijn ze te optimistisch over hetgeen burgers aankunnen en te rationalistisch en economisch als het gaat over hun drijfveren. 

Burger als natuurlijke fraudeur 

De Toeslagenwet is het meest trieste voorbeeld van een systeem dat ten onder is gegaan aan verkeerde – zelfs discriminerende – veronderstellingen bij ambtelijke diensten waarbij de burger werd gezien als natuurlijke fraudeur, zo beziet de oud-PvdA-bewindsvrouw uit Rutte II.  

“Onderdeel van alle politieke afwegingen is het onderliggende mensbeeld. Aan dat mensbeeld ontlenen politieke stromingen voor een belangrijk deel hun bestaansrecht. Waar de een het beeld van de zelfredzame burger koestert, gaat de ander ervan uit dat burgers, waar het kan, geneigd zullen zijn om te frauderen en weer anderen dat beleid vooral afgestemd moet worden op kwetsbare burgers.” 

Meer wetenschappelijke distantie kan bijdragen aan het meerduidig voeden van beleidsvorming, zo schrijft Bussemaker in haar essay. “Dat kan helpen om recht te doen aan diversiteit van leven van burgers en het tegengaan van ongewenste juridisering en gebrekkige uitvoering. Niet om politieke denkbeelden over menselijk gedrag te diskwalificeren – laat die vooral expliciet onderdeel van het politieke debat zijn – wél ompolitiek, beleid en uitvoering dichter bij elkaar te brengen en assumpties van beleid kritisch tegen het licht te houden.” 

Nederland is rijk aan kennis, schrijft Bussemaker in de conclusie van haar essay. “Beleid en politiek hebben de afgelopen tijd die kennis redelijk goed weten te vinden. Toch is er nog veel te verbeteren, zeker omdat wetenschap onmisbaar is om de vele complexe maatschappelijke problemen te kunnen ontrafelen. Tegelijkertijd maakt een al te grote afhankelijkheid van kennis ook kwetsbaar. Het kan de reputatie van wetenschap als onafhankelijke kennisbron alsmede de transparantie van het politieke debat bedreigen.” 

Opportunisme leidt de boventoon 

Volgens de oud-minister kan en moet de wetenschappelijke inbreng bij de overheid daarom beter. “Om zo in een snel veranderende samenleving goede antwoorden te kunnen vinden op wicked problems en om permanent te reflecteren op de eigen – soms beperkte – veronderstellingen over menselijk handelen in beleid. Dat vraagt een meer open houding naar onderzoek, zowel binnen als buiten het departement. De relatie tussen beide is vaak 

nog krampachtig. Dat leidt er gemakkelijk toe dat opportunisme de boventoon voert en de wetenschappelijke onderbouwing van beleid gemakkelijk op de achtergrond raakt.” 

“Goed beleid kan niet zonder kennis”, zo sluit de Leidse hoogleraar af. “Omgekeerd maak je met kennis alléén nog geen goed beleid. Te allen tijde moet vermeden worden dat de politiek zich verschuilt achter de wetenschap. Ieder moet, uit respect voor elkaars werelden, rolvast zijn. Die rolvastheid is cruciaal voor het vertrouwen in zowel de overheid als de wetenschap.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK