Let op valkuilen bij Erkennen en Waarderen van wetenschapscommunicatie

Opinie | door Dieudonnée van de Willige
27 juli 2022 | Wetenschapscommunicatie en het Erkennen en Waarderen-programma kunnen veel voor elkaar betekenen, betoogt Dieudonnée van de Willige. Tegelijkertijd zijn er valkuilen die de professionalisering van dit veld in de weg staan.

Wetenschapscommunicatie wordt steeds vaker genoemd in context van Erkennen en Waarderen. De keuze voor kwaliteitsindicatoren luistert hier nauw: hoe zorgen we voor kansengelijkheid tussen wetenschappers, stimuleren we maatschappelijke impact en borgen we de kwaliteit? Er zijn vier vertrekpunten die bij Erkennen en Waarderen op dit vlak niet mogen ontbreken. 

Wetenschapscommunicatie voor maatschappelijke impact 

Afgelopen maanden spraken onder andere Minister Robbert Dijkgraaf en De Jonge Akademie zich uit over het belang van wetenschapscommunicatie. Allebei verwijzen ze in deze context naar Erkennen en Waarderen, dat een betere inbedding in de wetenschap zou kunnen realiseren. Ook de Europese Agreement on Reforming Research Assessment stipt deze noodzaak aan. Wetenschapscommunicatie past immers naadloos in de ambitie om ook maatschappelijke impact een volwaardig onderdeel van academische carrières te laten zijn.  

Deze steunbetuigingen voor wetenschapscommunicatie zijn een uitstekende start. Tegelijkertijd dringen twee vragen zich op: wat willen we eigenlijk erkennen en waarderen op dat gebied, en hoe moeten we dat doen?   

Ook voor wetenschapscommunicatie zit de angel in indicatoren 

Het openbare gesprek over Erkennen en Waarderen richt zich tot nu toe vooral op de uitwerking van de onderzoekspijler. Daarbij valt op dat met name indicatoren als de h-index, journal impact factor en positie op ranglijsten onderwerpen van discussie zijn. Het idee om carrièrepaden te diversifiëren is een stuk minder controversieel. 



We moeten een soortgelijk gesprek voeren over de kwaliteitsindicatoren van wetenschapscommunicatie. Want het klopt: Erkennen en Waarderen biedt enorme kansen voor het professionaliseren en institutionaliseren van deze tak van sport. Tegelijkertijd resulteert een ondoordachte keuze voor indicatoren in een platgeslagen vorm van wetenschapscommunicatie. In het ergste geval zorgen we daarmee voor een ongelijk speelveld onder wetenschappers, staan we professionele ontwikkeling in de weg en verkleinen we de kans op maatschappelijke impact. 

Wat kan er zoal fout gaan, en hoe lossen we het op? Wat mij betreft zijn er in deze discussie vier belangrijke vertrekpunten. 

Vertrekpunt 1: Waardeer kennis en kunde in plaats van impact 

Erkennen en Waarderen draait om personeelsbeleid. Daarmee verschuift de aandacht van het evalueren van wetenschapscommunicatie naar het evalueren van wetenschappers die op dat domein actief zijn. Dat lijkt een woordspelletje, maar maakt een wereld van verschil.  

Impact zelf is maar tot op bepaalde hoogte te sturen. De waan van de dag, de aaibaarheid van iemands onderzoek en geluk spelen allemaal een rol in het uiteindelijke effect van wetenschapscommunicatie. Door het beoordelen van impact schrijven we die effecten – positief én negatief – onterecht toe aan de wetenschappers zelf. Ook stimuleert een dergelijk mechanisme onderzoekers om ‘makkelijke’ projecten te kiezen. Denk bijvoorbeeld aan de keuze voor een enthousiast en hoogopgeleid publiek, terwijl daar niet vanzelfsprekend de meeste kansen voor maatschappelijke impact liggen.  

Is het meten van impact dan helemaal niet belangrijk? Jawel: het is echter belangrijker of iemand aan impactevaluatie doet, bijvoorbeeld met de instrumenten van IMPACTLAB, en of diegene ook leert van de inzichten uit zo’n evaluatie. 

Zo zijn er nog veel meer kwaliteitsindicatoren die te maken hebben met het proces rondom wetenschapscommunicatie. Dáár zou Erkennen en Waarderen om moeten draaien: de kennis en kunde die iemand toont en de ontwikkeling die daarin mogelijk is. Naast de inzet van evaluatie en reflectie gaat het bijvoorbeeld over een communicatie- of impactstrategie die de kans op succes zo groot mogelijk maakt. Echter, daar ligt wel direct een tweede valkuil op de loer. 

Vertrekpunt 2: Laat een middel geen doel worden 

Die tweede valkuil is een focus op middelen. Met ‘middelen’ bedoel ik bijvoorbeeld blogs, persberichten, publiekslezingen, tentoonstellingen, podcasts en tv-optredens. Omdat dit soort concrete uitingen zich makkelijk laten tellen en – anders dan impact – makkelijk traceerbaar zijn, is het verleidelijk om voor Erkennen en Waarderen te turven wie, wat, en hoe vaak.  

Het realiseren van middelen zegt echter weinig over impact. Ook het aantal mensen dat we bereiken is niet per definitie geschikt als maatstaf. Een middel dient te volgen uit een duidelijk doel. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk gaat dat regelmatig verkeerd. Zo eindigen we met websites ‘omdat iedereen dat heeft’, met publiekslezingen die het enthousiasme voor wetenschap proberen te vergroten bij mensen die uit eigen beweging komen luisteren, of met de aanname dat een artikel in een kwaliteitskrant een brede doelgroep bereikt.  

Alleen in de context van het doel en de beoogde doelgroep is het duidelijk of een middel passend is. Kwaliteit, kwantiteit en bereik komen daarna pas. Daar heb je namelijk niks aan als je vertrekt vanuit een slecht gekozen middel. Een jaargesprek kan in plaats daarvan helpen door expliciet te reflecteren op keuzes tijdens het ontwerpproces. Het beoordelingsinstrument wetenschapscommunicatie van het Rathenau Instituut geeft hierbij bruikbare handvatten. Het Impactplan van de NWO volgt een soortgelijke, op logica en reflectie gebaseerde denkwijze.  

Door het doel centraal te stellen, voorkomen we ook dat een ander praktijkprobleem onder de radar blijft vliegen. Zo is het plots een stuk duidelijker wanneer wetenschapscommunicatie om eigen gewin draait (reputatiemanagement, studentenwerving, fondsenwerving enzovoorts) en wanneer maatschappelijke impact de boventoon voert. Dat opent de weg naar een gesprek over welke doelen een plek verdienen binnen Erkennen en Waarderen. 

Vertrekpunt 3: Sta toe dat doelen losstaan van eigen onderzoek en onderwijs 

Het spectrum van de maatschappelijke doelen van wetenschapscommunicatie is uitzonderlijk breed en niet altijd gelinkt aan iemands eigen onderzoek of onderwijs. Je kan je bijvoorbeeld inzetten als rolmodel voor kinderen, voor emancipatie van minderheidsgroepen binnen de wetenschap, of voor het maatschappelijk begrip van wetenschap als proces. Wat je vakgebied is, maakt daarbij niet zo veel uit. 

Dit soort metadoelen krijgen steeds vaker de voorkeur boven het simpelweg communiceren van onderzoeksresultaten en -projecten. Door impact rechtstreeks te koppelen aan onderzoeks- en onderwijsactiviteiten, blijft de ademruimte voor een bredere vorm van wetenschapscommunicatie echter net zo beperkt als dat het nu is. Bovendien staat het de kansengelijkheid van wetenschappers in de weg, doordat sommige vakgebieden zich nou eenmaal makkelijker laten linken aan maatschappelijke vraagstukken dan andere. 

Kortom, het moet ook mogelijk zijn om binnen Erkennen en Waarderen aan de slag te gaan met wetenschapscommunicatie die onafhankelijk is van de eigen output van wetenschappers, maar bijvoorbeeld alles te maken heeft met iemands rol als onderzoeker. 

Vertrekpunt 4: Kennisinstellingen, zorg voor adequate ondersteuning! 

Deze constateringen laten één vraag in het midden: wie moet het daadwerkelijke erkennen en waarderen van wetenschapscommunicatie gaan doen? Het zou paradoxaal zijn om te verwachten dat onderzoekers zelf het wiel uitvinden, aangezien zij vooral in wetenschap getraind zijn, maar tot nu toe weinig ruimte kregen om in wetenschapscommunicatie te groeien. 

Betrek daarom professionals en onderzoekers op het gebied van wetenschapscommunicatie bij het vormgeven van dit onderdeel van Erkennen en Waarderen. Wellicht kan het nieuw aangekondigde centrum voor wetenschapscommunicatie hier ook een rol in pakken? Of kunnen experts vanuit de ondersteunende staf bijdragen aan jaarlijkse reflectiegesprekken met wetenschappers? In de opstartfase is dit soort ondersteuning van cruciaal belang.  

Pas wanneer een aanzienlijke groep wetenschappers de kans heeft gekregen om zich professioneel te ontwikkelen op dit gebied, en wanneer alle betrokkenen de valkuilen als hierboven goed herkennen, is de tijd rijp om het Erkennen en Waarderen van wetenschapscommunicatie volledig aan peer review over te laten.  

Dr. Dieudonnée van de Willige 

Bestuurslid vereniging SciCom NL, Adviseur wetenschapscommunicatie, Faculty of Science and Engineering, Universiteit Maastricht 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK