Onzekerheid bij design thinking speelt studenten parten

Nieuws | de redactie
13 juli 2022 | Wie design thinking wil verwerken in het hoger onderwijs, staat een pittige kluif te wachten. Studenten en begeleiders zijn enthousiast, maar vinden het tegelijkertijd moeilijk om een omgang te vinden met de onzekerheid die inherent is aan design thinking, blijkt uit ontwerponderzoek van Inholland en de HvA. Echter, als studenten hun proces aan dat van anderen kunnen spiegelen, vinden ze gezamenlijk de vastigheid die ze individueel ontberen.
Beeld: thisisengineering

In het hoger onderwijs wordt design thinking vaak als een proces gepresenteerd, waarbij het probleem duidelijk moet zijn voordat men nadenkt over een oplossing. Dat doet geen recht aan de praktijk van het ontwerpen, waarin juist experimenteren en het reflecteren op de uitkomsten centraal staan, schrijven onderzoekers (pdf) van Inholland en de Hogeschool van Amsterdam. Een pragmatische benadering, waarin kennis wordt gezien als iets dat geheel verweven is met een praktijk, biedt volgens hen de mogelijkheid om design thinking op beter te conceptualiseren. Aan de hand van die pragmatische opvatting geven ze design thinking een plaats in opleidingen in het hoger onderwijs.  

Het theoretische kader waarop de auteurs leunen is de epistemologie van John Dewey, die kennis begrijpt als een relationeel construct: het object waarover een onderzoeker kennis wil opdoen is geen stilstaand feit maar een zich ontwikkelende situatie waarvan de onderzoeker zelf onderdeel is. “Ons handelen vormt de situatie waarop we reflecteren, en we leggen betekenisvolle relaties tussen ons handelen en de ontwikkelende situatie”, beschrijven de auteurs. Omdat die reflectie rijker wordt naarmate iemand ervaring opdoet, ontdekt diegene steeds meer mogelijke manieren om op een nieuwe situatie te reageren.  

Alles gebeurt tegelijk 

Een belangrijk onderdeel van Dewey’s theorie is zijn opvatting dat het ontwerpen van een oplossing niet begint met de kale definitie van een probleem, wordt gevolgd door een stapsgewijze analyse en uitmondt in een oplossing. In plaats daarvan gaat een onderzoeker steeds met een mogelijke oplossing aan de slag. De uitkomsten van die experimenten worden meegenomen in de probleemstelling, die zodoende telkens wordt aangepast aan de hand van de nieuw opgedane kennis. 

Dat conceptuele kader past goed op design thinking, aldus de auteurs. Ook daar kan een tussentijds idee tot een herdefiniëring van de probleemstelling leiden. “Alles – problemen, oplossingen, middelen, doelen – is wederzijds afhankelijk en alle factoren ontwikkelen gezamenlijk tijdens het onderzoek”, schrijven de auteurs.  

Studenten voorbereiden op rommelige aard design thinking 

Van een ordelijk en voorspelbaar onderzoek is zodoende geen sprake. Wie design thinking wil verwerken in het hoger onderwijs, zal studenten daarom moeten voorbereiden op de rommelige aard daarvan. Niet alleen ontwikkelen problemen, oplossingen, middelen en doelen zich gezamenlijk, een student zal ook de denkkracht en verbeelding moeten ontwikkelen om de nieuwe en reeds bekende feiten steeds tot een plausibel geheel te smeden.



Om dat voor elkaar te krijgen, hebben de auteurs vier principes ontwikkeld waarmee design thinking in het onderwijs kan worden verwerkt. Ten eerste moeten studenten gedurende langere tijd aan reële vraagstukken werken. Daarnaast moeten ze meerdere perspectieven op zo’n vraagstuk ontwikkelen en testen wat deze invalshoeken opleveren. Dat testen is een zaak van onderzoeken en ontwerpen tegelijk; door het ontwerpen en testen wordt duidelijk wat het precieze probleem is en hoe de mogelijke oplossingen uitpakken in de praktijk.  

Het laatste principe luidt dat studenten moeten itereren, oftewel de stappen van het onderzoek voortdurend moeten herhalen. Zo is het maken en testen van een prototype niet het eind van een onderzoek maar levert het resultaten die worden meegenomen in de telkens voortgaande trits van ontdekken, verwerken, testen en reflecteren.  

Onzekerheid design thinking valt zwaar 

Geheel in lijn met het principe dat ideeën in de praktijk moeten worden getoetst hebben de onderzoekers drie casussen beschreven waarin zij, samen met betrokkenen bij een opleiding, design thinking een plaats hebben gegeven in een onderwijsprogramma. Deze onderwijsprogramma’s werden na afloop met belanghebbenden geëvalueerd, waarna de opgedane inzichten werden verwerkt in een nieuwe ronde van het programma. De grootste casus betrof 200-250 studenten bij de opleiding Communication & Multimedia Design bij Zuyd Hogeschool. De andere twee casussen betroffen beiden zo’n 80 studenten.  

Begeleiders, studenten en betrokkenen uit de praktijk waardeerden de aanpak van design thinking. De begeleiders juichten vooral toe dat studenten leren dat er verschillende perspectieven op zaken bestaan. Niettemin hadden studenten en begeleiders het zwaar met de onzekerheid die inherent is aan onderzoek naar de wijze van design thinking, schrijven de auteurs. Ze moesten tegelijkertijd problemen formuleren en oplossingen bedenken alsook doelen bepalen en middelen kiezen. “Gezien hun zoeken naar vaste grond bleek deze co-evolutie voor zowel studenten als begeleiders moeilijk te zijn”, aldus de auteurs. “Het zal niet verrassen dat niet elke student (of begeleider) goed kon omgaan met de inherente onzekerheid.” 

Omgaan met onzekerheid 

Uit het gedrag van studenten en begeleiders destilleerden de onderzoekers vier coping mechanisms, ieder met hun eigen valkuilen. Zo zochten sommige studenten naar vastigheid door het probleem zo goed mogelijk te snappen voordat ze zich aan het ontwerpen van een oplossing waagden. De valkuil van die aanpak ligt in het steeds vooruitschuiven van het ontwerpen zelf, aldus de auteurs. Andere studenten deden juist het tegenovergestelde; zij zagen in de focus op het ontwerpen een mooi excuus om de ‘saaie’ theoretische gedeelten over te slaan. Daardoor kwamen zij echter vaak met een ontwerp dat worteling en substantie miste.  

Een derde coping mechanism tegen onzekerheid dreef op de aanname dat een bepaald idee goed genoeg is en daarom moet worden uitgewerkt, wat ertoe leidde dat men soms met slechte ideeën bleef rondlopen en andere ideeën en oplossingen niet verkende. Tenslotte deed hun hang naar zekerheid sommige studenten vergeten om oplossingen te ontwerpen die daadwerkelijk in de praktijk passen; zij ontwierpen vooral oplossingen met het oog op een mogelijke toekomst, wat tot weinig toepasbare uitkomsten leidde.  

Spiegelen geeft studenten houvast 

De ervaren onzekerheid in design thinking vormt een onderwijskundige uitdaging, concluderen de auteurs. Uit het onderzoek blijkt echter dat studenten die onzekerheid kunnen overwinnen door ze van elkaar te laten leren. Zonder strak kader is het moeilijk om te bepalen of je goed bezig bent, maar als je hoort hoe anderen iets aanpakken en welke stappen zij zetten, kun je die informatie als baken of richting gebruiken, luidt de redenering. Aan de hand van bijvoorbeeld een poster, die studenten gebruikten om tussentijdse resultaten aan elkaar te presenteren, ontwikkelden ze een gezamenlijk begrip van ‘goed onderzoek’, ‘inspirerende ideeën’, ‘gerechtvaardigde keuzes’, enzovoorts. 

Door deze uitwisseling van ideeën en ervaringen lukte het de meeste studenten wél om een omgang te vinden met de twijfel en onzekerheid waarmee ze eerder worstelden. “Ze ontwikkelden een gezamenlijke praktijk waarin duidelijk werd wat van hen verwacht werd, wat het probleem was, wat goede oplossingen waren en wat de weg voorwaarts was”, beschrijven de onderzoekers. “Hun individuele bijdragen mogen behoorlijk verschillen, maar samen maken ze een betekenisvolle praktijk.”  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK