Studenten moeten niet alleen geselecteerd worden op cijfers

Nieuws | de redactie
29 juli 2022 | Selectiecommissies moeten rekening houden met de omstandigheden van studenten, schrijven onderzoekers van het UMC Utrecht. Hoewel cijfers en scriptiecijfers van de bachelor een indicatie voor toekomstig studiesucces geven in de master, zijn er meer factoren om rekening mee te houden.
Beeld: Kindel Media

Het gemiddelde cijfer van een bacheloropleiding (GPA) samen met het scriptiecijfer zijn betrouwbare factoren om het studiesucces tijdens een researchmaster te voorspellen. Dat concluderen onderzoekers Kurysheva, Koning, Fox, Van Rijen en Dilaver van het UMC Utrecht. Daarnaast blijken studenten die een hbo-bachelor hebben gevolgd gemiddeld minder vaak hun master af te ronden en iets lagere cijfers te halen. Het verband hiertussen blijkt echter zwak. Selectiecommissies kunnen daarom de bachelor-cijfers wel gebruiken, maar moeten ook rekening houden met de omstandigheden waarin deze zijn behaald. 

In de studie vergeleken de onderzoekers de studieresultaten van 1.792 master-studenten uit zes cohorten van een Nederlandse universiteit. Alle studenten volgden een researchmaster in de levenswetenschappen. Van deze studenten gebruikten ze het gemiddelde cijfer van de bachelor en het scriptiecijfer. Daarnaast onderscheidden ze vier soorten instellingen van de vooropleiding; Nederlandse universiteiten, buitenlandse universiteiten, hbo-instellingen en University Colleges. Studiesucces werd gedefinieerd als GPA, studieduur en of de student de studie voltooide. 

Onderzoekgericht 

Uit het onderzoek bleek dat het gemiddelde bachelor-cijfer de beste indicator voor studiesucces is. Studenten met een hogere GPA tijdens de bachelor haalden gemiddeld een hogere GPA tijdens de master en voltooiden hun studie sneller en vaker. Daarnaast is het scriptiecijfer ook een indicator voor hogere cijfers tijdens de master en hoe snel de student de master afrondt. 



Studenten die van een hbo-instelling of een University College kwamen voltooiden minder vaak hun studie dan studenten van een Nederlandse of buitenlandse universiteit. Volgens de onderzoekers komt dit mogelijk doordat hbo-bachelors niet onderzoekgericht zijn, waardoor de studenten minder ervaring hebben op dit gebied. Op een University College volgen studenten doorgaans een studie Liberal Arts and Sciences; een opleiding die is gericht op een breed spectrum aan onderwerpen. Wellicht is het lastiger voor hen om zich dusdanig te verdiepen in één onderwerp, schrijven de onderzoekers. 

Snelle internationale studenten 

Studenten die een hbo-bachelor hadden gevolgd haalden daarnaast iets lagere cijfers dan andere studenten. Echter, het effect van de vooropleiding op de cijfers was klein. Daarnaast deden oud-hbo-studenten gemiddeld niet langer over hun studie dan andere studenten. Het feit dat hbo-opleidingen meer praktijkgericht zijn helpt studenten mogelijkerwijs bij de praktische kant van onderzoek doen, terwijl andere studenten minder moeite hebben bij het opstellen van de theoretische kant. Dat zou verklaren waarom er geen duidelijk verschil is in studieduur.  

Een onverwacht resultaat was de studieduur van internationale studenten. Zij rondden hun studie sneller af dan Nederlandse studenten. De onderzoekers hadden verwacht dat deze groep door een zekere cultuurschok – binnen en buiten de universiteit – langer over de opleiding zou doen. Echter, alle studenten uit deze studie kwamen uit de Europese Unie, waardoor die cultuurschok wellicht meeviel. Een andere verklaring is dat internationale studenten vaak een studiebeurs krijgen voor de nominale tijd van de studie. Het vermijden van extra kosten kan een sterke motivatie vormen voor studenten om hun studie op tijd af te maken. 

Wetenschappelijke publicaties 

In dit onderzoek is de invloed van motivatie niet onderzocht. Eerder onderzoek wijst uit dat motivatie een belangrijke factor is in de voltooiing van een studie. Vandaar dat de onderzochte factoren geen sterk verband met de voltooiing en duur van de studie laten zien. Echter, motivatie is moeilijk om te meten; persoonlijke motivatie-statements zijn niet heel betrouwbaar, schrijven de onderzoekers. Ze verwachtten dan ook niet dat dit soort factoren een sterk verband zouden laten zien met studiesucces. 

Daarnaast kan de duur en voltooiing beïnvloed worden door wat er tijdens de studie gebeurt. Deze omstandigheden kunnen op persoonlijk- of organisatieniveau plaatsvinden of te maken hebben met de begeleiding. Daarnaast voelen studenten van researchmasters wellicht druk om vroeg in hun carrière een wetenschappelijke publicatie te produceren, schrijven de onderzoekers. Hierdoor beslissen ze wellicht om langer over hun studie te doen. 

Meritocratie-model 

Het blijkt lastig om studiesucces te voorspellen aan de hand van cijfers en type vooropleiding. Toch kunnen toelatingscommissies beslissen om scriptiecijfers mee te nemen in de beoordeling, aangezien er wel een verband is met het scriptiecijfer en de GPA tijdens de master. De onderzoekers waarschuwen echter dat commissies niet alleen studenten toelaten die al kunnen wat de opleiding van ze vraagt; er moet ook ruimte zijn voor studenten die hier nog in moeten groeien. 

Daarnaast verklaren de onderzoekers dat de omstandigheden waarin cijfers zijn behaald ook relevant zijn voor een selectie. Hoewel het traditionele meritocratie-model ervan uitgaat dat men posities verdient op basis van prestaties die los staan van omstandigheden, wordt steeds meer erkend dat iemands sociaaleconomische achtergrond wel meespeelt. Het is echter moreel en praktisch gezien lastig om dit mee te laten wegen in de beoordeling van aspirant-studenten. De onderzoekers pleiten er daarom voor om rekening te houden met de instelling waar de student vandaan komt.  


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK