De grote uitdaging voor Groeifondsplannen wordt het personeelstekort 

Nieuws | de redactie
11 oktober 2022 | Voor het Groeifonds wordt het de grootste uitdaging om geschikt personeel te vinden dat alle plannen kan uitvoeren. Daarom moeten hoger onderwijsinstellingen en indieners van voorstellen meer gaan samenwerken, zegt de tijdelijk voorzitter Rianne Letschert.

In Amersfoort werd onlangs een bijeenkomst georganiseerd over het Groeifonds. Wat kan er beter en wat zijn de grote uitdagingen voor de toekomst? Het Groeifonds is door het vorige kabinet ingesteld en heeft bijna 20 miljard ter beschikking om het verdienvermogen van Nederland te vergroten door te investeren in innovatie en kennis.  

Wij willen indieners ruimte geven 

Momenteel is Rianne Letschert (bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht) tijdelijk voorzitter van het Groeifonds omdat voormalig voorzitter Jeroen Dijsselbloem burgemeester van Eindhoven is geworden. Letschert legde uit hoe de beoordeling van de voorstellen in zijn werk gaat. “Voor de beoordeling van de voorstellen hebben we veel interviewsessies met de indieners om vragen te kunnen stellen over zaken die we nog niet helemaal goed uit het voorstel kunnen halen. Wij willen indieners zo ook ruimte geven om daar aandacht aan te besteden.” 

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Dat is het mooie van het Groeifonds, zegt de UM-voorzitter. “We willen echt meegenomen worden door de indieners, want we hebben het gezamenlijke doelstelling om het verdienvermogen van Nederland te vergroten.”  

Misschien moeten we dat meer doen 

De interviewrondes met de indieners kunnen volgens Letschert ook gebruikt worden om flankerend beleid vorm te geven op de ministeries. “In die interviewrondes met de indieners horen wij van alles. Daar kunnen wij ook onze rol spelen richting departementen. Bij sommige voorstellen is het soms nodig dat er flankerend beleid komt. Daar kunnen wij ook helpen. Misschien moeten we dat ook wel meer doen.” 

Letschert is binnen het Groeifonds verantwoordelijk voor een eigen subcommissie. “Ikzelf word ook enthousiast over de ontwikkelingen in het kennisdomein. Daar krijgen we zoveel mooie voorstellen, uit de voorschoolse sectoren tot het hoger onderwijs en alles wat daartussenin zit. Het is heel erg leuk om daarover mee te mogen denken en uiteindelijk heel veel geld te mogen uitgeven.” 

Je moet wel de mensen hebben 

Volgens de voorzitter uit Maastricht is het belangrijk dat er meer wordt ingezet op de rol van het onderwijs. “Je kunt prachtige voorstellen binnen innovatie indienen, bijvoorbeeld als het gaat om groene waterstof of de zorg, maar als je niet de mensen hebt die in die sectoren kunnen gaan werken, dan zijn we nog niet op de goede weg. Er moeten meer netwerken gaan ontstaan tussen de indieners vanuit het onderwijs en de innovatie-kant. Wij willen daar ook wel op sturen in de volgende ronde. Zonder mensen, zonder opleidingen zijn we nog steeds niet bezig om het verdienvermogen te vergroten.”  

Erwin Nijsse, directeur Nationaal Groeifonds bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, zei ook dat deze samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven in de volgende aanvraagronde meer aandacht moet krijgen. “We hebben in de eerste twee rondes vooral ingezet op kennisontwikkeling, maar iets te weinig op manieren om maatschappelijke rendement uit de voorstellen te krijgen. Dat betekent bedrijvigheid, het voorstel kunnen opschalen, zorgen dat er nieuwe economische activiteit ontstaat. Daar heb je kennisinstellingen voor nodig, human capital en natuurlijk bedrijven. Dat gaan we meer van terugzien bij de nieuwe voorstellen.” 

Het is geen tijdelijk probleem 

Wie geen positieve boodschap had over human capital in relatie tot het Groeifonds was Pieter Moerman, programmaleider van het Platform Talent voor Technologie. “De tekorten zijn geen tijdelijk probleem; als straks de conjunctuur instort, is het probleem niet opgelost. De meeste voorstellen voor het Groeifonds zitten op het snijvlak van de techniek, ICT en de zorg.” 

Aan de hand van cijfers liet Moerman zien dat het tekort aan technici alleen nog maar toeneemt. “Je ziet dat het aantal leerlingen in die vakken tot 2015 ontzettend is gestegen. maar sindsdien zijn die aantallen enorm aan het dalen; Daarbij gaat het om heel grote aantallen. Dat betekent dat er nu nog een toename is in de uitstroom van technici in het hbo en de universiteiten, maar dat gaat per definitie dalen en dat is een heel groot probleem voor veel voorstellen uit het Groeifonds. De trends zijn niet super positief.” 

Meer doen met minder mensen 

Dat niet alleen, zegt Moerman, ook het aantal werkenden neemt steeds verder af. “We hebben te maken met een krimpende arbeidsmarkt. Nu is de verhouding van pensioengerechtigden in vergelijking met mensen op de arbeidsmarkt 3:1. Dat was eerder 5:1. Dit gaat de komende jaren terug naar 2:1. Er is een krimpende arbeidsmarkt in heel Europa. We kunnen dus niet overgaan op Europese arbeidsmigratie uit landen als Oekraïne en Hongarije. Die hebben te maken met een nog veel sterker krimpende arbeidsmarkt enn die hebben ontwikkelende economieën. We moeten dus meer gaan doen met dezelfde mensen.” 

Slimmer werken gaat ons ook onvoldoende helpen, zo legt Moerman uit. “De arbeidsproductiviteit stijgt minder snel. Waar tussen 1970 en 1980 de arbeidsproductiviteit nog groeide met 4 procent is dat nu inmiddels gedaald naar 0,3 procent.” 

Al deze vragen rondom de arbeidsmarkt en het opleiden van mensen moeten volgens Moerman meer aandacht krijgen in het Groeifonds. “Dit is een vraagstuk dat per definitie past bij het Nationaal Groeifonds. We moeten hier iets mee. De commissie geeft aan met een sterkere focus te komen voor het opleiden van vakmensen, bijvoorbeeld door een inzet van Leven Lang Ontwikkelen en een relevante mbo-opleidingen.”  

Er moet daarom een sterkere verbinding komen tussen innovatie en onderwijs, zegt Moerman “Of zoals Rianne Letschert het zei: de kennis- en innovatiepeilers moeten meer samenwerken. Het is doodzonde dat die zo los van elkaar opereren.” 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK