‘Er is geen excuus om het curriculum niet inclusief te maken’

Nieuws | de redactie
18 oktober 2022 | Wie een diverse studentpopulatie wil, zal een divers curriculum moeten aanbieden, klonk het tijdens het eerste lustrumfeest van het Utrechtse Centre for Academic Teaching and Learning. Rond het thema ‘All Inclusive’ werd tevens benadrukt dat de academie met zelfs haar grootste tegenstanders in gesprek moet blijven en men moet beseffen dat de universiteit niet neutraal is. Het klaslokaal is een politieke ruimte en de onderwezen kennis echoot bepaalde machtsstructuren, betoogden leden van het University College Utrecht.
Hoogleraar Bruce Mutsvairo tijdens het lustrumfeest van het CAT.

“Onderwijs is de belangrijkste taak van de universiteit”, zo klonk het onlangs luid door het Utrechtse Speelklokmuseum. Daar werd stilgestaan bij het vijfjarig bestaan van het Centre for Academic Teaching and Learning (CAT) van de Universiteit Utrecht. Dat feestje werd samen met het Equality, Diversity & Inclusion-programma van de UU gevierd en droeg het thema ‘All Inclusive’. Het feit dat twee gastsprekers de enige aanwezigen van kleur waren vormde een eerste aanwijzing dat de weg naar een divers en inclusief hoger onderwijs nog niet gelopen is, maar ook de verhalen van meerdere sprekers onderstreepten dat. 

Inclusief curriculum is noodzakelijk 

De universiteitsbrede aanwezigheid van het CAT komt overeen met de inspanningen van het Equality, Diversion & Inclusion-programma, vertelde Janneke Plantenga, de diversiteitsdecaan van de UU. Om de toegankelijkheid en culturele diversiteit te vergroten werkt ook dat programma over de grenzen van faculteiten heen. “Als je een diverse studentpopulatie wilt, hoort daar een inclusief curriculum bij, want een student moet zichzelf daarin kunnen herkennen”, aldus Plantenga. Daarbij benadrukte ze dat een gelijke behandeling van iedere student erom vraagt juist de verschillen tussen studenten te erkennen.  

Een inclusief curriculum is een noodzakelijkheid, vatte Plantenga haar verhaal samen, maar tegelijkertijd kost het moeite en inspanning om dat van de grond te krijgen. “Zoiets lukt je niet in een dag. Het vraagt om af te wijken van de norm, wat al snel de vraag oproept of je het wel goed doet en wel het recht hebt om bepaalde keuzes te maken.” Daarom vraagt deze verandering om moed en een gemeenschap, zei Plantenga. “We kunnen het niet alleen; we hebben iedereen in de academische gemeenschap nodig. Daarnaast hebben we moed nodig. Het is misschien niet makkelijk, maar we hebben geen excuus om het curriculum niét te veranderen.” 

Verwelkom ook je grootste tegenstanders 

Ook Bruce Mutsvairo, oud-student van de UU en inmiddels hoogleraar Media, Politics and the Global South bij dezelfde universiteit, sprak tijdens de bijeenkomst. Hij waarschuwde voor vormen van inclusie die groepen of stemmen buitensluiten. ‘All inclusive’ betekent dat de academie ook diegenen moet verwelkomen die de wetenschap het meest verafschuwen, aldus Mutsvairo.  

“Ik was laatst bij een conferentie in Zuid-Afrika. ‘Nelson Mandela was een verrader’, zei iemand daar tegen me. ‘Zwarte Zuid-Afrikanen kwamen er volgens hem slecht vanaf toen het land de democratie omarmde, en Mandela zou daarvoor verantwoordelijk zijn.’ In dezelfde week overleed de Britse koningin, vertelde Mutsvairo. Nadat hij tijdens een andere conferentie benadrukte hoe belangrijk het is om naar elkaar te luisteren, stond een collega op om te zeggen dat de Britse vorstin niet in Zuid-Afrika moet worden herdacht. “‘Ze staat symbool voor kolonisatie’, zo luidde de reden.”  

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

We leven in een tijd van zwart-witte denkbeelden, aldus Mutsvairo. “Er wordt gevraagd waarom een wit persoon lesgeeft over zwarte muziek en waarom een werkgroep over dekolonisatie wordt geleid door een wit persoon. Natuurlijk hebben we die kritische stemmen nodig, maar deze tijd vraagt ook om bruggenbouwers die ervoor zorgen dat men naar elkaar luistert. Daarnaast moeten we niet te snel onze hedendaagse standaarden en waardenkaders gebruiken om over het verleden te oordelen. Dat was dan ook mijn antwoord richting degene die Nelson Mandela een verrader noemde.” 

Tocht naar inclusief curriculum duurt lang 

De academische gemeenschap moet vooral de dialoog blijven gebruiken om haarzelf en haar tegenpartijen nader tot elkaar te laten komen, benadrukte Mutsvairo. “Dialoog en diplomatie hebben zichzelf bewezen als de meest effectieve methoden om tegenstellingen rond elke vorm van verandering of uitdaging te overkomen. We moeten niet bang zijn om inclusief en divers te zijn, maar we moeten tegelijkertijd oppassen dat we de ene ongelijkheid niet door de andere vervangen.” 

Misschien zullen wijzelf nooit de vruchten van onze inspanning plukken, maar we doen het voor de komende generaties

Die verandering naar een inclusieve en diverse academie gaat langzaam, beseft Mutsvairo, en traagheid kan verbittering en hopeloosheid oproepen. “We moeten daarom goed onthouden dat traagheid niet gelijkstaat aan mislukking. Misschien zullen wijzelf nooit de vruchten van onze inspanning plukken, maar we doen het voor de komende generaties. Het is dus ieders plicht om geduldig te zijn.” 

Het klaslokaal is een politieke ruimte 

In één van de deelsessies die volgden werd door betrokkenen bij het University College Utrecht (UCU) stilgestaan bij een van de voorwaarden voor een inclusieve universiteit: een klaslokaal zonder racisme. Dat thema werd meteen voorzien van een clausule; het is waarschijnlijk naïef om te denken dat een klas volledig vrij van racisme kan zijn, zo benadrukten een docent en twee studenten. Daarbij is de strijd tegen racisme lastig, want racisme heeft geen dialectische tegenhanger waarnaar gestreefd kan worden; het tegenovergestelde van racisme is slechts de neutrale toestand van ‘niet-racisme’, en ook die neutraliteit kent problemen. 

Het klaslokaal is namelijk niet neutraal, benadrukten de UCU-leden. Het is daarentegen een politieke ruimte waarin kennis wordt onderwezen die evenmin neutraal en veeleer wit, mannelijk en heteroseksueel geladen is. Zoals de zeventiende eeuw vanuit Nederlands oogpunt vaak de ‘Gouden Eeuw’ wordt genoemd zonder in te gaan op het kolonialisme dat daarmee gepaard ging, zo is schijnbaar objectieve of neutrale kennis in wezen drager van Europese en witte machtsstructuren. 

Docent moet microagressie niet uit de weg gaan 

Daarnaast wezen de UCU-leden erop dat racisme moet worden begrepen aan de hand van effecten en uitkomsten. Intenties doen er daarom niet toe. “Waarschijnlijk wil niemand hier een ander bewust kwetsen of schaden, maar dat zegt niet dat onze daden niet leiden tot raciale ongelijkheid”, legden ze uit.  

Waar het ‘oude racisme’ wortelde in rassenleer, wortelt dit ‘nieuwe racisme’ meer in structurele en culturele grond. Daarom is het onverstandig als docenten een ‘kleurenblinde’ aanpak gebruiken, waarbij ze verschillen tussen studenten buiten beschouwing willen laten. Echter, als de structuur of cultuur waarin de studenten zich bewegen ongelijkheden bevat, staat een kleurenblinde aanpak het voortbestaan van deze ongelijkheden toe. Een docent moet daarom oog hebben voor micro-agressies en deze niet zomaar voorbij laten gaan. 

Een voorbeeld daarvan betrof een werkgroep over Palestina en Israël tijdens het vak International Law. “Sommige Palestijnse studenten voelen zich erg verbonden met dat conflict, waardoor een nogal verhitte discussie ontstond die door de docent werd afgekapt”, vertelde een student. “Met het oog op de planning en het ongemak is dat begrijpelijk, maar voor de Palestijnse studenten betekende het dat zij zich niet vanuit eigen ervaringen of gevoelens mochten uitspreken.” 

De neutraliteit waarvoor de docent koos door een conflict in het klaslokaal te vermijden was dus in wezen geen neutraliteit. “Het is schadelijk om iets ‘academisch’ te willen houden als dat een miskenning van het klaslokaal als politieke ruimte betekent”, aldus de UCU-leden. “Als een docent als facilitator bewust niet actief is, kan ook dat voor onveiligheid of ongelijkheid zorgen.”