Gebruik gedragscode niet om publiek betrokken wetenschappers te fnuiken

Nieuws | de redactie
7 oktober 2022 | Een onderzoeker van de Universiteit Twente leverde kritiek op de RIVM-rapporten over windturbines en kreeg daarop een integriteitsklacht van de eigen faculteit aan de broek. Die klacht is echter ongegrond, oordeelt het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Het LOWI benadrukt in de uitspraak dat de gedragscode niet moet worden gebruikt om publiek betrokken wetenschappers af te schrikken van persoonlijke deelname aan het publieke debat.
TV-opname van DWDD University – Foto: Erik de Redelijkheid (CC BY-SA 2.0)

Stel, je bent wetenschapper, je ziet dat veel lokale bestuurders afgaan op een tweetal RIVM-studies, ontdekt vervolgens dat deze studies zich wel heel ruim baseren op onderzoeken die (zonder vermelding) vanuit conflicts of interest zijn uitgevoerd, en zegt in een publicatie dat men voorzichtig moet zijn met dit soort praktijken. De wetenschappelijke idealen van zuiverheid en onafhankelijkheid staan immers op het spel; er is niet voor niets een gedragscode. 

Dan gaat de telefoon van je decaan, die niet van deze publicatie afweet. Beller: het RIVM. Het instituut meent schade te ondervinden door jouw publicatie. Enige tijd later heb je een integriteitsklacht aan je broek van je eigen universiteit en roept de Commissie Wetenschappelijke Integriteit je ter verantwoording, waarop de klacht ook nog eens grotendeels gegrond wordt verklaard. 

Joris van Hoof, Universitair Docent en onderzoeker bij de Universiteit Twente, weet dat het werkelijk zo kan lopen.  

Het RIVM en belangenverstrengeling 

De Twentse Van Hoof heeft, naar eigen zeggen zoals iedereen in de regio, te maken met de discussie over windenergie. De nabijheid van windturbines zou mogelijk schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid, maar over de precieze gevolgen en de benodigde maatregelen is nog niet alles duidelijk. Het viel Van Hoof echter op dat het RIVM in twee rapporten, die na publicatie door veel regionale bestuurders als basis voor besluitvorming worden gebruikt, wel heel positief was over windturbines, vertelde hij eerder aan het ambtenarenblad Binnenlands Bestuur.  

Bij één artikel was de samenvatting nagenoeg woordelijk in het RIVM-rapport overgenomen, maar het zinnetje over de sponsoring door de energie-industrie was als enige weggelaten

Toen hij bij bestudering van de rapporten al snel een vaak geciteerd artikel aantrof, zag hij dat het artikel zelf duidelijk vermeldt dat de auteurs actief zijn in de wereld van windturbines. Het RIVM meldde dat echter in geen van de gevallen – want dit was niet het enige artikel van auteurs met belangenverstrengelingen. In zijn gepubliceerde overzicht maakt Van Hoof melding van twaalf bronnen die vallen binnen de zwaarste categorie van conflicterende belangen.  

“Bij één artikel was de samenvatting nagenoeg woordelijk in het RIVM-rapport overgenomen, maar het zinnetje over de sponsoring door de energie-industrie was als enige weggelaten. Dat vind ik dubieus. Waarom is dat gedaan? Daar kiest het RIVM dus kennelijk bewust voor”, aldus Van Hoof.  

Een tweede problematisch gegeven rond de RIVM-rapporten betrof de reviewers. De rapporten waren dan wel ter controle voorgelegd aan twee wetenschappers, maar één reviewer heeft ook nauwe banden met de windenergie-sector en de tweede deed meerdere onderzoeken die werden gefinancierd door het Swedish Energy Agency.  

Keuze voor verzwijgen conflicts of interest niet toegelicht 

De kanttekeningen van Van Hoof, die dus door onder meer Binnenlands Bestuur werden opgepikt, ontlokten aan het RIVM een soort hagelschotverweer. Zo wijst het instituut erop dat het gebruiken van artikelen van auteurs met conflicterende belangen niet per se problematisch is omdat “de standaard internationale protocollen die de wetenschappelijke kwaliteit van reviews waarborgen” het gebruik van deze artikelen niet a priori uitsluiten.  

Het RIVM wees er ook op dat het rapport is gepubliceerd in twee wetenschappelijke tijdschriften. “Zo hebben de wetenschappelijke tijdschriften het onderzoek onderworpen aan een peer review, en hebben zij de COI gecontroleerd”, aldus het RIVM. Dat een reële belangenverstrengeling niet minder problematisch wordt door het simpele doorstaan van een bepaalde toets lijkt het instituut te ontgaan.  

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Daarnaast wordt Van Hoof de suggestie in de mond gelegd dat onderzoek ten principale onbetrouwbaar is als het door de overheid of de markt is gefinancierd en tot gunstige resultaten leidt. Daartegen verweert het RIVM zich vervolgens. Ten aanzien van de suggestie dat het wellicht onverstandig is om een onderzoek te laten beoordelen door reviewers die werkzaam zijn in of banden hebben met de sector waarover het onderzoek gaat, zegt het RIVM tweemaal dat de reviewers zijn gevraagd vanwege hun expertise en hun toonaangevende publicaties.  

Onduidelijk blijft waarom het RIVM nergens vermeldde dat meerdere door hen gebruikte bronnen waren voorzien van de markering ‘conflict of interest‘. 

CWI: drie zonden tegen gedragscode 

Vanuit die verdediging zocht het RIVM de aanval op door de werkgever van Van Hoof te benaderen. Zijn departement, dat niet wist van de gepubliceerde lijst, bevond zich naar eigen zeggen in een ongemakkelijke positie en besloot een klacht in te dienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de Universiteit Twente. Van Hoof zou mogelijk normen 53 (‘Wees eerlijk in publieke communicatie’) en 38 (‘Wees expliciet over onzekerheden en contra-indicaties en trek geen ongefundeerde conclusies’) uit de gedragscode wetenschappelijke integriteit hebben geschonden.  

Volgens het CWI overtrad Van Hoof met zijn publicatie beide normen. In latere uitlatingen in de media, bijvoorbeeld in Binnenlands Bestuur, overtrad Van Hoof norm 53 opnieuw, vindt de CWI. Daarbij nam hij volgens de commissie het risico “dat de media met suggestieve krantenkoppen van de ongefundeerde conclusie gebruik zouden maken, waarmee er bij het grote publiek onzekerheid wordt gezaaid over RIVM-publicaties.” 

Daarnaast bezondigde Van Hoof zich aan iets dat hij het RIVM juist verweet, vond de CWI. Verwijzend naar norm 55 van de gedragscode (‘Wees open en eerlijk over mogelijke belangenconflicten’) oordeelde de commissie dat Van Hoof daarin nalatig was geweest, mede omdat hij lid was van een wijkraad. De Tubantia schreef destijds zelfs dat Van Hoof onderdeel zou zijn van de anti-windmolenlobby.  

Gedragscode moet wetenschappers niet afschrikken 

Van Hoof ging in beroep bij het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Daar betoogde hij dat het oordeel van het CWI zijn vrijheid van meningsuiting in het geding brengt. Ook vindt hij dat de CWI de nuance in zijn stuk niet onderkende en evenmin onderkende dat het niet om een doorwrochte publicatie gaat maar om een stuk met een agenderende functie. Daarnaast betwist Van Hoof dat er van zijn kant sprake was van een belangenverstrengeling die hij had moeten vermelden. Dat gaf hij eerder al aan in gesprek met U-today.  

Hierbij moet niet worden vergeten dat iemands reputatie op het spel staat en dat een klacht mogelijk ook tot rechtspositionele sancties kan leiden

Het LOWI stelt Van Hoof in het gelijk. In het oordeel benadrukt het Orgaan dat Van Hoof een bijdrage leverde aan het publieke debat over transparantie in wetenschappelijke publicaties die door de overheid worden gebruikt. Daarnaast stelt het LOWI expliciet dat men een wetenschapper niet te snel met de gedragscode wetenschappelijke integriteit om de oren moet slaan als die zich mengt in het publieke en wetenschappelijke debat over gevoelige onderwerpen.  

Wetenschappers komen “in het publieke debat immers, net als aan eenieder, vrijheid van meningsuiting toe”, schrijft het LOWI. “Het is niet de bedoeling van de gedragscode dat wetenschappers omwille van een mogelijke klacht over wetenschappelijke integriteit ervan terugschrikken om zich te mengen in het publieke debat.” 

‘Een wetenschapper komt tegenover collega’s te staan’ 

Omdat de decaan van Van Hoof bij het LOWI aangaf vooral te willen leren van deze zaak, geeft het LOWI nog wat aanvullende overwegingen mee. Zo toont het integriteitsorgaan begrip voor het feit dat het departement verrast was door de media-aandacht en de reactie van het RIVM, maar wijst er ook op dat het indienen van een klacht een nogal ongelukkige respons was. “Een wetenschapper komt dan immers als beklaagde tegenover zijn collega’s, het departements- en/of het faculteitsbestuur te staan”, aldus het LOWI.  

Daarnaast benadrukt het LOWI de impact die een integriteitsklacht heeft op een wetenschapper. “Hierbij moet niet worden vergeten dat iemands reputatie op het spel staat en dat een klacht mogelijk ook tot rechtspositionele sancties kan leiden.” Van een goed en collegiaal gesprek hadden beide partijen veel meer kunnen leren, aldus het LOWI. 


«
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.
Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan
OK