Participatie verslechtert bij afstandsonderwijs

Nieuws | door Janneke Adema
11 oktober 2022 | Afstandsonderwijs verlaagt de onderwijsparticipatie onder leerlingen van de middelbare school, blijkt uit onderzoek van de University of Pittsburgh. De leerlingen kunnen moeilijker een band opbouwen met hun klasgenoten en docent, wat directe gevolgen heeft voor hun participatie.
Beeld: Felicia Buitenwerf (Unsplash)

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat middelbare schoolleerlingen die onderwijs op afstand volgen, zich minder verbonden voelen met hun klasgenoten en docenten, waardoor hun onderwijsparticipatie slechter werd. Volgens de onderzoekers, Sarah E. McKellar en Ming-Te Wang van de University of Pittsburgh, hebben leerlingen er behoefte aan om een band op te bouwen met hun medeleerlingen en leraren, iets waar het afstandsonderwijs tijdens de coronacrisis niet aan kon voldoen. McKellar en Wang pleiten daarom voor zo veel mogelijk fysiek onderwijs. 

Leeromgeving 

Onderwijsparticipatie (‘academic engagement’) gaat in het onderzoek van McKellar en Wang om het gedrag (hoeveel iemand meedoet), de emotionele staat (hoe leuk diegene het vindt) en de cognitieve houding (hoeveel moeite iemand doet). Participatie is het resultaat van de interacties van de leerling met de leeromgeving, schrijven de onderzoekers. 

Bij inschrijving ga je akkoord met onze privacy-voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hier te lezen.

De nieuwsbrief is exclusief toegankelijk voor medewerkers van onze partners.

Aan het onderzoek deden 517 leerlingen mee tussen de 13 en de 18 jaar. Gedurende elf schooldagen vulden de deelnemers dagelijks een vragenlijst in over hun participatie en de band met hun klasgenoten en leraar. De meeste leerlingen (307) hadden ten tijde van het onderzoek afstandsonderwijs, 171 leerlingen hadden hybride onderwijs en 39 kregen fysiek onderwijs. Om de participatie te meten stelden de onderzoekers vragen als: “Ik kon me goed concentreren”, en “Ik bleef volhouden, ook wanneer ik vastliep.” 

Behoefte aan verbintenis 

Leerlingen die hybride onderwijs of afstandsonderwijs volgden, participeren minder en voelen minder aansluiting met klasgenoten en leraren. Bij hybride onderwijs was de academische verbintenis daarnaast beter dan bij onderwijs op afstand. De aansluiting met klasgenoten en leraren verklaarde de participatie voor die dag, maar ook de participatie voor de volgende dag; als deze band slechter is, is de toekomstige participatie ook lager.  

Door fysiek onderwijs vinden leerlingen aansluiting bij hun klasgenoten en hun leraar, waardoor hun onderwijsparticipatie hoger is. De resultaten van het onderzoek laten zien dat onderwijsvormen waarbij leerlingen thuis les krijgen de behoefte aan verbintenis van leerlingen niet kunnen vervullen. 

Collega’s 

Volgens de onderzoekers lijdt de band tussen leerlingen en leraren en tussen leerlingen onderling onder bepaalde obstakels die afstandsonderwijs met zich meebrengt. Uit eerder onderzoek blijkt dat de communicatie verslechtert en dat docenten een grotere psychologische afstand voelen tot hun leerlingen wanneer ze niet fysiek bij elkaar zijn. Docenten kunnen dit tot een bepaalde hoogte compenseren door leerlingen persoonlijk te betrekken tijdens de les. Ook verbetert de verbinding wanneer leraren regelmatig de namen van hun leerlingen gebruiken.  

Daarnaast is het makkelijker voor docenten om de band met hun leerlingen te verbeteren als ze zelf een goede band met hun collega’s hebben. Dit was echter moeilijk tijdens de coronacrisis, omdat er weinig tijd, middelen en flexibiliteit was om de nodige aandacht aan hun collega’s te besteden. Daarnaast waren ze veel tijd en moeite kwijt aan de overgang naar afstandsonderwijs en hun pogingen om leerachterstanden te voorkomen.  

Echter, wanneer er een sterke band bestond tussen een leraar en diens leerlingen leek afstandsonderwijs juist een positief effect te hebben op de onderwijsparticipatie. Door de flexibiliteit en toegankelijkheid van afstandsonderwijs en hybride onderwijs was de aansluiting met andere leerlingen hiervoor minder belangrijk. In het onderzoek bleken leerlingen uit deze groepen ook minder vaak afwezig te zijn dan leerlingen die fysiek onderwijs genoten. Mogelijk doordat obstakels als vervoer naar school of bepaalde zorgtaken (deels) werden weggenomen door afstandsonderwijs. 

Autonomie 

De onderzoekers raden scholen en instellingen wel aan om fysiek onderwijs zo veel mogelijk te faciliteren. Wanneer de coronasituatie vraagt om extra maatregelen, kan een gebouw veiliger worden met meer ventilatie en grotere ruimtes om afstand te kunnen houden. Daarnaast moeten docenten en beleidsmakers rekening houden met de verbintenis van de leerlingen bij afstandsonderwijs. Dit kan bijvoorbeeld door docenten de middelen te geven om leerlingen voldoende persoonlijke aandacht te geven om zowel synchroon onderwijs als asynchroon onderwijs te verzorgen, om de autonomie van de leerlingen te verbeteren.